De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bestuur en Beheer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bestuur en Beheer

Ingezonden

5 minuten leestijd

Over de kwestie 'Bestuur en beheer' wordt thans in de Nederlandse Hervormde Kerk stevig gediscussieerd. Er is bepaald geen eenstemmigheid van gevoelen over de synodale voorstellen om de scheiding van bestuur en beheer op te heffen. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond gaf — zoals enkele malen is aangekondigd — een lijvig rapport uit, dat aan alle kerkeraden, c.q. kerkvoogdijen is verstrekt en dat verder door velen is opgevraagd. Ook in hervormd-gereformeerde kring lopen de meningen uiteen. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ontving b.v. een schrijven van de kerkvoogdij van de hervormde gemeente te Putten, met het verzoek dit in ons blad te publiceren. We plaatsen dit stuk bijgaand, als 'Ingezonden'. Verder kondigen we reeds nu aan een eerder toegezegde vergadering voor kerkeraden en kerkvoogdijen op zaterdag 15 december a.s. in Barneveld. Nadere aankondigingen volgen. Alle kerkeraden (kerkvoogdijen), die de nota ontvingen, zullen ook een speciale uitnodiging ontvangen. Op die dag zal mr. G. Holdijk een nadere toelichting geven op de nota van het hoofdbestuur en ingaan op de reacties daarop. Ir. J. van der Graaf zal op de principiële kwestie van de verhouding bestuur en beheer ingaan en de problematiek ook plaatsen in het bredere kader van Samen op Weg. J. van der Graaf

Aan het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk.

Putten, 18 oktober 1990

Geacht Bestuur,

De Colleges van Kerkvoogden en Notabelen van de Hervormde Gemeente te Putten hebben met grote bezorgdheid kennisgenomen van het synodevoorstel tot wijziging van ordinantie 16 en 18 en andere, alsmede van het door de Gereformeerde Bond uitgegeven rapport over deze zaak.
Ons hoofdbezwaar tegen het rapport 'Bestuur en beheer in de Nederlandse Hervormde Kerk' is, dat het zich bij voorbaat neerlegt bij de gedwongen invoering van het voorgestelde, zij het in geamendeerde vorm, zonder inhoudelijke motivering. Uw hoofdmotief hiervoor is, dat, gezien de overgrote meerderheid waarmee de voorstellen voor de ene beheersvorm in eerste lezing ter synode zijn aanvaard, amendering van de terminering der overgangsbepalingen moeilijk haalbaar lijkt. Deze stemming vond echter plaats zonder dat de kerkeraden en kerkvoogdijen waren geraadpleegd.
Wij zijn ervan overtuigd, dat er in veel Hervormd-Gereformeerde (wijk)gemeenten, evenals in (wijk)gemeenten van andere modaliteiten trouwens, heel anders over deze zaak wordt gedacht dan op de synode naar voren is gekomen.
Ook in het rapport van de Gereformeerde Bond vinden wij niets terug van de heersende opvattingen hierover in de niet-aangepaste gemeenten, terwijl deze toch in het geheel van de Hervormd-Gereformeerde gemeenten een overgrote meerderheid vormen. Voor deze gemeenten zijn er sinds 1951 blijkbaar altijd voldoende, en naar onze overtuiging steekhoudende, argumenten geweest om de bestaande beheersvorm te handhaven. Kortom, veel gemeenten willen aan de beheersvorm die ze nu hebben en die vaak goed functioneert, vasthouden. Het blijkt zeer wel mogelijk bij gescheiden verantwoordelijkheden qua bestuur en beheer, waarbij uiteraard (gestructureerd) overleg tussen kerkeraad en kerkvoogdij wenselijk, zo niet noodzakelijk is, de stoffelijke aangelegenheden zodanig te behartigen, dat dit optimaal ten goede komt aan de opbouw van de gemeente.
Het thans voorgestelde komt dan ook niet uit de gemeenten voort, maar vindt zijn achtergrond in het door ons afgewezen 'Samen op Weg'streven en gedwongen invoering ervan zal veel spanning en onenigheid in de kerk teweegbrengen. Deze gedwongen invoering, alsmede de terminering van de overgangsbepalingen wijzen we op grond van de volgende overwegingen dan ook ten stelligste af:
1. Is het billijk dat de synode één beheersvorm dwingend wil opleggen, terwijl zij wel drie soorten (wijk)gemeenten erkent, namelijk gewone (wijk)gemeenten, buitengewone wijkgemeenten en deelgemeenten, en zelfs de deelgemeenten vanuit de overgangsbepalingen naar de ordinanties overgebracht heeft?
2. Mag men een sedert lang (1870!) verkregen recht (met name vrij beheer) zomaar afnemen en onwillige kerkvoogden (gedeeltelijk) van hun bevoegdheden vervallen verklaren? Moet men nu intoleranter zijn dan in de vorige eeuw, toen men wèl verschillende beheersvormen aanvaardde?
3. De zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten, waarvoor de Gereformeerde Bond altijd heeft gepleit, wordt door de gedwongen invoering van deze beheersvorm (nog verder) aangetast. Het gevaar bestaat dat men ook andere zaken dwdngend gaat opleggen, zoals ook mr. Holdijk in De Waarheidsvriend schreef.
4. Wij betwijfelen ten zeerste of de invoering van de ene beheersvorm zoveel voordelen biedt dat ze alle dwang, onenigheid en energie waard is.
Afgezien van de gedwongen invoering hebben we tegen de voorgestelde beheersvorm nog de volgende bezwaren:
1. De (onder)scheiding tussen bestuur en beheer wordt losgelaten.
2. Het ambt van ouderling wordt gedegradeerd, omdat er bij de beherende ouderling van Christus-representatie vrijwel geen sprake is.
3. Er komt in gemeenten die thans 'vrij beheer' of 'oud toezicht' hebben een taakverzwaring van kerkeraadsleden en kerkvoogden, doordat de kerkeraden, vaak zonder de nodige deskundigheid, kerkvoogdijzaken moeten behandelen, terwijl de kerkvoogden kerkeraadsvergaderingen dienen bij te wonen en dat in een tijd, waarin bestuur, pastoraat en beheer toch al zoveel aandacht vragen.
4. De predikanten krijgen ook invloed op beheerszaken, die bovendien henzelf kunnen betreffen.
5. De kerkeraden zullen groter en logger worden, terwijl het toch al moeilijk is (bekwame) ambtsdragers te vinden. Daarenboven zullen, nu het college van kerkvoogden, althans voor een deel, uit ouderlingen dient te bestaan, bekwame lidmaten vanwege ambtsschroom buiten de kerkvoogdij moeten blijven.
6. Het is mogelijk dat er twee soorten kerkvoogden komen met verschillende bevoegdheden. Dit lijkt ons een zeer ongewenste zaak.
Wij verzoeken u met de meeste klem, op grond van bovenstaande overwegingen, alsnog dringend te adviseren de voorgestelde wijzigingen en zeker de terminering van de overgangsbepalingen te verwerpen.
Tevens vragen wij u deze brief in De Waarheidsvriend op te nemen, zodat alle gemeenten, mede met het oog op de komende ambtsdragersvergadering, kennis kunnen nemen van de aangevoerde bezwaren en deze in hun overwegingen kunnen betrekken.
Tenslotte wijzen wij er nog met nadruk op, dat het niet onze bedoeling is, verdeeldheid te zaaien, maar onze hartelijke wens is juist dat het op deze wijze mogelijk is de Hervormd-Gereformeerden in deze zo belangrijke zaak gezamenlijk te doen optrekken.
Wij hopen dat u aan genoemde verzoeken zult voldoen en wensen u wijsheid en Gods zegen toe bij het uitoefenen van uw zo verantwoordelijke taak binnen onze Nederlandse Hervormde Kerk, die ons alle lief is.

Hoogachtend,
namens het College van Kerkvoogden,
C. Verhoef, voorz.
K. van de Kamp, secr.
c.c. de Vereniging van Kerkvoogdijen in de Nederlandse Hervormde Kerk

namens het College van Notabelen
E. Muis, voorz.
W. van den Hoorn, secr. (waarnemend)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bestuur en Beheer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's