De tweede dag
De tweede dag van de combisynode begon heel vriendelijk (vrijdag 26 oktober ll.).
Na een opening gelijk het een kerkelijke vergadering betaamde, werden er vriendelijke woorden gewijd aan de gasten van die dag, Lutheranen. Deden er van hen al sinds 1983 mee als zogenaamde waarnemers, nu werden zij welkom geheten als volwaardige deelnemers. En daarmee was Samen Op Weg een zaak van drie kerken geworden. Gaarne werd er gewezen op de betekenis van Maarten Luther voor het Calvinisme. Tenslotte werd wel de opmerking gemaakt, dat de Lutheranen stappen in een rijdende trein.
Namens de Lutheranen gaf ds. Hallewas uiting van zijn grote blijdschap en dankbaarheid om dit gebeuren. Hij stelde verder, dat de in kerkelijke kringen bekende Leuenberger Konkordie van 1973 en het besef elkaar hard nodig te hebben, hadden aangemoedigd om de beide andere kerken te bezoeken. Overigens merkte hij nog op, dat hun meedoen een complicerende factor zou zijn voor het Samen op Weg-proces.
Ook als kerken samen op weg gaan, vraagt dat om regelgeving. Bijvoorbeeld als afgevaardigden van die kerken bijeen zijn. Een volgend agendapunt was dan ook aanpassing van het Statuut, van 1973/ 1974, bevattende regelingen voor gezamenlijke synodevergaderingen. Dat statuut kreeg een passender naam in Conventie. Verder werd daarin een artikel 4 opgenomen, handelend over een zogenaamde Kleine Synode. Samengesteld uit de brede moderamina dan wel de synodale commissie van de drie kerken en tot taak krijgend: 'de afdoening van wat haar... is toevertrouwd, met name de zorg voor de voortgang van het.... proces' (pag. 5). Over dat voorstel moest nog wel even doorgesproken worden, c.q. opheldering gevraagd. In een laatste artikel van de Conventie werd het waarnemerschap in een drietal formuleringen aangegeven. Die positie bleek onduidelijk te zijn, gelijk een vertegenwoordigster van de Remonstrantse Broederschap duidelijk aangaf. Ds. Van Drimmelen, de gereformeerde kerkorde-specialist, benadrukte: waarnemen is kijken, luisteren, eventueel het Woord voeren. Echter waarnemers kunnen niet de rechten krijgen, die andere leden bezitten. Wat betreft de remonstranten zouden bepaalde gemeenten daar ook bezwaar tegen hebben. En, 'we hebben altijd nog zo iets als de Dordtse Leerregels.' Voor de vrijdagvergadering lag er ook het werkverslag S.O.W. ter bespreking. Veel van dat verslag was terug te vinden in de verschillende agendapunten van deze combi-synode. Ook dit verslag gaf aanleiding tot vragen, dan wel opmerkingen. Ik noem daarvan:
— Wordt het S.O.W.-gaan van de drie kerken door de gemeenten ook beleefd als een geestelijk proces? Indien niet, falen de synodes commucatief gezien, dan niet niet erg?
— De Raad van Deputaten S.O.W. is zeer geïnteresseerd in de bijdrage van hervormd/gereformeerde-zijde aan het proces.
— Knelpunten, die het Samen-Op-Weg-gaan bemoeilijken, zullen worden ingebracht bij de werkgroep kerkelijk gesprek.
— Getracht zal worden de organisatie van een en ander te verbeteren.
Zonder de andere gebeurtenissen van de tweede dag te willen kleineren, mag toch gesteld worden, dat het rapport 'Groeiende Herkenning' zorgde voor de meest belangwekkende bespreking. Een suggestieve titel, die 'Groeiende Herkenning'. Hei bevatte 'rapportage en advies inzake het eindrapport maaltijd des Heeren en kerkelijk ambt', naar de woorden van het onderschrift.
Wat was het geval? Eenmaal waren de samensprekingen Rome/Reformatie stukgelopen. Doch de deelnemende kerken of hun vertegenwoordigers konden daarmee geen vrede hebben. Dus werd er eind 1981 aan een aantal personen de opdracht gegeven 'om het overleg over de maaltijd des Heeren en het kerkelijk ambt voort te zetten'. Daarbij werd de aanbeveling gedaan om op de genoemde punten vooral de liturgische geschriften te bekijken. De resultaten nu van de sindsdien gevolgde studie en gevoerde gesprekken is terug te vinden in het eerder genoemde eindrapport. Een betrekkelijk lijvig boekwerk met tal van interessante gegevens en vergelijkingen.
Gelijk bekend kan zijn, vooral terzake van het Heilig Avondmaal, als ook van het ambt, bestaan er sinds de Reformatie aanzienlijke verschillen. Zo is de Christus in de Eucharistie in de beide tekenen werkelijk tegenwoordig. En kan men niet spreken, gelijk beklemtoond werd, van een herhaling, dan toch wel van een tegenwoordigstelling van Christus-offer. Waarvan wij — protestanten — met nadruk stellen: eenmaal op Golgotha geschiedt. En om niet meer te noemen: na de eucharistie blijft de Christus in het geheiligde brood werkelijk aanwezig, hetwelk duidelijk wordt gemaakt in een lichtje boven het altaar.
Wat het ambt aangaat. De Paus te Rome is de enige en universele ambtsdrager van de Kerk, zijnde de opvolger van Petrus. Bij de uitoefening van zijn ambt wordt hij geholpen door de overige bisschoppen en die worden — plaatselijk — gediend door pastoor of kapelaan. Kortom, er is in feite maar één (wereld)kerk en een ambt. En bijvoorbeeld bij de eucharistie wordt die ambtsdrager geacht te handelen in persona Christi, in de persoon van Christus! Maar hij werd tot zijn heilige taak ook gewijd, door oplegging van handen en ander ceremonieel. Verder wordt er door de Katholieke Kerk nog altijd aan vastgehouden, dat het ambt alleen openstaat voor de man. De niet-gehuwde man wel te verstaan.
Als nijvere bijen nu had de benoemde commissie zich geworpen op het onderzoek van de liturgische geschriften uit de verscheidene tradities. Zij kwamen daarbij tot een — min of meer — opzienbarende conclusie. Namelijk deze, dat de verschillende teksten heel wat, wat zij noemen, convergerende lijnen te zien geven. Waarmee gezegd wil zijn, dat de verschillen niet zo groot zijn. En niet zodanig, dat ze kerkscheidend van aard zijn! Een keur van argumenten of zienswijzen werden daarvoor aangedragen, welke overigens van de geachte medelezer wel een (grote) mate van welwillendheid vroegen. Want, om slechts één voorbeeld te noemen: welk verband is er nu tussen de eerbied voor het gezegende brood, bij de rooms-katholiek, en de eerbied waarmee de protestantse koster de overgeschoten brokken verzorgt. Toch werd die lijn getrokken.
Naar goed kerkelijk gebruik in deze was er een commissie benoemd, om genoemd onderzoek aan een nader onderzoek te onderwerpen en daarvan rapportage te doen, vergezeld van een advies. De rapportage was bepaald lovend en kon zich in de resultaten van onderzoek goed vinden.
Echter, in de kerk pleegt men in dat soort zaken niet over een nacht ijs te gaan. Vandaar dat aan een commissie van rapport de opdracht gegeven werd, om zich te verdiepen in het werkstuk van de eerder genoemde commissie, 'Groeiende Herkenning' geheten. Echter, weer naar de kerkelijke praktijk bleek deze laatstgenoemde commissie heel niet van een eenparig gevoelen te zijn.
Pikant gegeven was bovendien, dat nota's van andere meelezers veelal minder lovend waren dan men verwacht kan hebben. Zo was daar een schrijven, door Kardinaal Simonis ondertekend. Zeker, in voorzichtige en niet onvriendelijke bewoordingen gesteld, doch in ronde woorden werd wel gesteld 'dat een gezamenlijk vieren van de Maaltijd des Heeren afgewezen moet worden. Deze praktijken suggereren een eenheid, die niet aanwezig is'. Terwijl in een reactie van de Remonstrantse Broederschap de opmerking gemaakt werd: 'Het eindrapport maakt de indruk sterk vanuit de rooms-katholiekevisie te zijn geschreven.' Bijvoorbeeld door 'de sterke nadruk op het offerkarakter van de Maaltijd des Heeren'.
Het was dan ook geen wonder, dat de nota 'Groeiende Herkenning' in bespreking gegeven, een keur van sprekers op de been bracht. Naast instemming was er vooral — gelijk dat heet — van behoudende zijde veel kritiek. Vooral op de romantiserende tendensen in studie-rapport en rapportage.
Het is niet zomaar dat er vanwege de kerk of kerken studies verricht en rapporten geschreven worden. Men wil er iets mee. Vandaar dat 'Groeiende Herkenning' aan het eind een aantal punten aandroeg voor besluitvorming. Bijvoorbeeld punt 2, met het volgende besluit: 'De plaatselijke Kerken/Gemeenten worden opgeroepen om van de mogelijkheden voor gastvrijheid bij de viering van het Heilig Avondmaal, zoals die in de drie kerkorden gelegen zijn en ook feitelijk gepraktiseerd worden, meer gebruik te maken.' In een amendement, namens anderen ingedragen door dr. Hoek, werd gepoogd de oproep tot gezamenlijke viering om te buigen tot een oproep 'tot hernieuwde bezinning'. Helaas kon dit amendement geen genade vinden in de ogen van de meerderheid van de vergadering. Terwijl het gehele rapport 'Groeiende Herkenning' tenslotte aangenomen werd met slechts een dertiental stemmen tegen. Over groeiende herkenning gesproken! Dat was dan de tweede dag combi-synode. Vriendelijk begonnen, doch tenslotte brengend tot gemengde gevoelens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's