De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vreugde der wet (7, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vreugde der wet (7, slot)

11 minuten leestijd

Eigenlijk had ik met het schrijven van het vorige artikel reeds tot een afronding willen komen. Een artikelenreeks moet ook weer niet al te lang worden. Er is immers zoveel wat onze aandacht heeft in deze tijd. Dat ik toch nog een keer in een artikel op 'De Vreugde der wet' inga, heeft als oorzaak een aantal reacties die ik ontving naar aanleiding van wat ik geschreven heb.
Nu was het in de artikelen niet mijn bedoeling om uitvoerig bij ieder gebod van de decaloog stil te staan en aan te geven welke vreugde daaraan en daarvan wordt ondervonden. Immers, ieder gebod is een uitdrukking van de wil van God waarin Hij ons Zijn liefde toont. Het opschrift van de wet in Exodus 20 maakt ons dat reeds duidelijk: IK ben de HEERE, uw God... Let op de verbondsnaam 'Ik zal zijn Die Ik zijn zal' waarmee de wet wordt ingezet. In die naam drukt God niet alleen zijn trouw en onveranderlijkheid uit, maar daarin komt ook Zijn liefde tot uiting. En ieder gebod, zowel van de eerste – als van de tweede tafel, is daarvan een bewijs. Het duidelijkst wordt dit in het geloof ervaren en beleefd, wanneer de Verbondsnaam wordt verbonden met Hem om Wiens wil God zich een Verbondsnaam heeft willen en kunnen aanmeten nl. Jezus Christus. Laatstgenoemde is de de Verbondsmiddelaar Die 'de vreugde der wet' heeft gekend en gesmaakt op een volmaakte wijze en Die — hoe paradoxaal het mag klinken — daarvan het een en ander heeft getoond op Golgotha's kruis. Zijn liefde tot de wet is gepaard gegaan met vreugde tot èn van de wet. De totaliteit van de wet annex de vreugde daaraan was Hem op het hart gebonden.
Welnu, die totaliteit van de wet en de vreugde daaraan in het stuk der dankbaarheid heeft ook mij voortdurend voor ogen gestaan. Zowel de gehele eerste — als de gehele tweede tafel van de wet ging mij daarbij ter harte. Ik was zelf enigszins bevreesd om er één speciaal gebod uit te halen om niet de gedachte te wekken dat het ene gebod belangrijker zou zijn dan het andere. Men zal zich nog wel herinneren, hoe ik een pleidooi gevoerd heb om niet alleen de tweede tafel van de wet waarin onze relatie tegenover de ander aan de orde komt alle aandacht te geven, maar dat men even alert zal zijn in het onderhouden van de eerste tafel van de wet, waarin het gaat over onze relatie tot God. Zelfs poneerde ik toen de stelling, dat de naaste ons veel beter in 't vizier komt, wanneer de eerste tafel van de wet ons diep in het hart staat gegrift. De relatie tot God bepaalt de relatie tot de naaste. En let wel: het is mij gegaan om een totaalvisie van de wet en niet om ieder gebod afzonderlijk. Toch zijn er een aantal van onze lezers geweest die met deze reeks artikelen wel instemden, maar die toch graag hadden gezien dat ieder gebod dan toch afzonderlijk was behandeld en daarvan duidelijk was aangetoond, hoe het onderhouden van dit gebod leidt tot de vreugde van de wet. Met name ging het in een aantal brieven om het sabbatsgebod. Hoe vullen wij de rustdag zo in dat het een dag van vreugde wordt?

Pastoraal probleem
Dat ik erop inga om het vierde gebod van de decaloog afzonderlijk te bezien, wil niet zeggen dat ik daarmee de totaalvisie van de wet van de tafel schuif. De totaliteit van de wet blijft hoog in het vaandel voor mij staan. Toch wil ik het afzonderlijk bezien omdat het onderhouden van Gods dag een probleem is waarmee men in het pastoraat vaak wordt geconfronteerd. Ouders zitten met de handen in het haar, hoe het hun kinderen bij te brengen dat de zondag als dag van God toch een andere dag is dan die waarop het dagelijks werk wordt gedaan.
Ook wordt er door ouderen niet altijd met veel vreugde teruggezien op de tijd dat zij nog niet getrouwd waren en thuis bij hun ouders woonden. Met name aan de zondagen hebben zij niet altijd even prettige herinneringen.
Voor mij ligt een schrijven van een lezeres die mij vertelt, dat er bij haar thuis op zondag niets mocht. Zij mocht geen wandeling met haar vriendin maken. Zij mocht geen spelletje met broers en zusters doen. Zij mocht evenals alle anderen haar mond houden en een boek lezen. Ook kwam het wel voor dat haar een kerkelijk periodiek in de handen werd gestopt om te lezen. Nu kun je een kind van acht jaar wel een auto of een pop in de handen stoppen, maar ik denk niet 'De Waarheidsvriend', want daarvan zal een kind van acht jaar nog niet zoveel begrijpen.
Een ander schrijven meldt dat men weinig vreugde der wet en met name bitter weinig vreugde van het vierde gebod heeft gekend, omdat op de rustdag alles móest. Men móest twee keer naar de kerk gaan. Men moest op zondag de Catechismusvraag en -antwoord leren voor de catechisatie. Men móest kerkgeschiedenis lezen of aanhoren, terwijl men graag ook wat anders had gelezen. Iets ontspannender. Het behoefde geen Donald Duck of Pietje Bell te zijn, maar gewoon een gezellig boek met een goede strekking.
Gelukkig zijn bovenstaande briefschrijfster en -schrijver bij de kerk gebleven en hebben in hun gezin het onderhouden van de rustdag iets anders aangepakt dan hun ouders deden. Naar zij schreven beleven zij daaraan nu meer vreugde.
Er zijn ook echter mensen die om een al te strakke onderhouding van Gods dag de kerk vaarwel hebben gezegd. Goed, er zullen zeer zeker ook andere oorzaken zijn geweest. Niettemin heb ik in het pastoraat wel eens mensen horen zeggen, dat zij op zondag wel zelf zullen uitmaken wat zij doen en dat zij geen stap meer in de kerk zetten, omdat alles van de kerk aan thuis doet denken waar men op zondag niets mocht en waar op men niets kon doen!
Nog niet zolang geleden vertelde mij iemand, dat het met de kerk en de dominees toch niets was. Noch de kerk noch de dominees deugden. Op mijn vraag waarop hij dit alles baseerde, gaf hij als antwoord: ik heb dat vroeger thuis op zondag geleerd. Want als wij thuiskwamen — zo zei hij — uit de kerk en de koffie stond op tafel en vader had een sigaar opgestoken, dan werd de preek nog eens besproken. Het einde van het liedje was altijd, dat geen preek deugde en dominees niet wisten te spreken naar het hart van Jeruzalem. Om laatstgenoemde reden deugden die dominees niet.
Uit alles blijkt dat het nog niet zo eenvoudig is om vreugde te beleven aan ieder afzonderlijke aanwijzing (Buber) en met name dan aan de vierde aanwijzing (gebod).

Dordtse Synode
Wellicht kunnen wij van een aantal uitspraken van de Synode van Dordrecht (1618-1619) inzake het sabbatsgebod wat leren. Er zijn dienaangaande nogal wat uitspraken gedaan. Ik ga niet alle uitspraken neerschrijven. De twee belangrijkste geef ik u door. a) In het 'vierde gebod van de wet' zit iets ceremonieels en iets moreels; b) Deze dag moet alzo de godsdienst toegeëigend worden, dat men op die dag moet rusten van alle slaafse arbeid (uitgezonderd die de liefde en de noodzakelijkheid vereisen) mitsgaders alle zodanige recreatiën, die de godsdienst verhinderen. Wat valt in deze twee uitspraken op? Dit: zij zijn helemaal in de lijn van de Schrift. Duidelijk wordt ons in de Schrift voorgehouden, dat de rustdag er is om de mens en niet omgekeerd: de mens om de sabbat. Voor casuïstiek, haarkloverij zijn de vaderen van Dordt zeer bevreesd geweest. Het is die synode niet te doen geweest om gebod op gebod te stapelen: dit mag wèl en dat mag niet. Integendeel zelfs: men heeft de breedte van de Schrift willen laten spreken, de diepte van het gebod.
Het was bepaald niet hun bedoeling om een aversie (weerzin) te kweken tegen Gods dag. Dat laten zij trouwens blijken als zij in die tweede uitspraak zeggen dat alle zodanige recreatiën nagelaten moeten worden voorzover die de godsdienst hinderen. Dat houdt in dat niet alle recreatiën verboden zijn. Natuurlijk houdt voor de christen recreatie met name op Gods dag in dat men zich verlustigt in de werken Gods en wel in 't bijzonder: de genadewerken Gods. Daarvoor is de zondag, de rustdag. Daarvoor buite men de tijd op die dag uit. Laat men evenwel niet vergeten, dat recreatie niet wil zeggen: niets doen. Het is: iets anders doen dan men gewoon is te doen op andere dagen. Voorzover het de godsdienst niet in de weg staat en het geen verhindering is om de godsdienstoefeningen (Jac. van Dijk) te bezoeken, is recreatie zéker op zijn plaats. Het gaat er maar om òf die recreatie opkomt uit een rein hart en gericht is op de eer van God. Wat wij doen op de rustdag of wat wij daarop nalaten, maar het moet alles ter ere Gods zijn.

De reformatoren
Het is bekend, dat de reformatoren niet enghartig zijn geweest in hun zondagsheiliging. Door sommigen wordt ze echter teveel ruimhartigheid toegedicht. Calvijn zou op zondag gezeild hebben en Luther zou in de besteding van de zondag ook niet helemaal zuiver op de graat zijn geweest. Ik ben geen kerkhistoricus en kan dit alles niet nagaan. Wel denk ik dat het bovenstaande inzake Calvijn en Luther naar het rijk der fabelen verwezen moet worden.
Wel is het zo dat zij niet al te enghartig zijn geweest betreffende de zondagsheiliging.
Op een zeer zedelijke manier — en dus niet op een wettische wijze — eigenen zij die dag tot de godsdienst. Zij wisten, dat én de religie én de kerk te gronde gaan, wanneer het vieren van de rustdag wordt nagelaten. Zowel Calvijn als Luther waren er goed mee op de hoogte, dat het vierde gebod niet alleen maar iets ceremonieels in zich heeft, doch dat dit nog altijd een geldend zedelijk gebod van God is. Ook in het onderhouden daarvan is groot loon. De zondag was voor de reformatoren een dag van grote vreugde. Met Gods dag en Gods Woord in de rug konden zij al de andere dagen van de week weer door.

Hoe dan wel?
Ik kan mij voorstellen, dat er ouders zijn die zeggen na alles wat er geschreven is: als de zondag een dag is waarop vreugde beleefd wordt, hoe moet ik die dag dan zo inrichten, dat ook mijn kinderen optimaal de vreugde van deze dag beleven en zij later niet zullen zeggen dat de zondag in hun jeugd een vervelende en saaie dag is geweest.
Wat het inrichten van de rustdag betreft, kan ik alleen maar grote lijnen aangeven. Het eerste wat wij als ouders onze kinderen dienen bij te brengen, is toch het onderscheid dat er is tussen de zondag en de andere dagen van de week. De zondag is bij uitstek de dag van God, zoals ons dit reeds vanuit de schepping wordt verklaard. Voorts, laten wij als ouders bij onze kinderen liefde voor de kerkdienst bijbrengen. Het maakt zoveel uit, hoe wij als ouders daarover denken en spreken. Het kan zo aanstekelijk zijn, wanneer wij met achting en liefde over de kerkdienst spreken.
Soms zijn er frustraties die voorkomen hadden kunnen worden, wanneer de dienst des Heeren meer voorgeleefd was en niet was opgestaan in: dit mag je wel en dat mag je niet. Zo werkt het bij kinderen niet. Zo werkt het zeer zeker bij opgroeiende jongelui niet. Laatstgenoemden zullen inzake de zondagsviering bij hun ouders iets authentieks moeten zien, want anders behoeft het voor hen niet.
En wat de recreatie betreft voorzover die de godsdienst niet verhindert, moeten wij altijd maar bij de Schrift te rade gaan en ons afvragen wat God in Zijn Woord dienaangaande van ons verlangt.
En verder: laten wij elkaar niet verketteren, wanneer de rustdag door een ander wat anders wordt doorgebracht dan wij dàt doen. Er is ook nog zoiets als christelijke vrijheid. Voorzover het doorbrengen van Gods dag zich binnen de normen van het vierde gebod bevindt, moeten wij niet al te snel 'ach en wee' roepen. Dat wil niet zeggen, dat de christelijke vrijheid zover gaat dat zij de ander niet zou ontzien. Er zijn zoals het Woord zegt zwakken en sterken. De sterken zullen de zwakken graag ontzien. Met name de christelijke vrijheid geeft hun dat in. Echter... hoe wij de zondag ook doorbrengen, laat het zijn tot eer van God. En wanneer het inderdaad is tot eer van God, zal de vreugde aan en van het vierde gebod worden ondervonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vreugde der wet (7, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's