De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijna

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijna

4 minuten leestijd

En Agrippa zeide tot Paulus: 'Gij beweegt mij bijna een christen te worden' Handelingen 26 : 28

Wat bedoelt Agrippa met dit woord? Is hij inderdaad bewogen door de preek van Paulus? Wie deze reaktie op het eerste gezicht bekijkt, zou op de gedachte kunnen komen, dat Agrippa in zijn ziel bewogen was. En dat er iets van weemoed in ligt.
Heeft Paulus het dan zover mogen brengen, dat hij die koning bijna bewogen heeft om met de zonde te breken? Bijna bewogen zich als een schuldige neer te werpen aan de voet van het kruis?
Wat zou de prediker al veel gewonnen hebben als dat gezegd kon worden door zijn hoorders: u hebt zó getuigd, zó mijn ziel gegrepen, zó het Woord verkondigd, dat u mij bijna bewogen hebt een christen te worden.
En toch... is dat niet genoeg. Want bijna bewogen is nog net niet bewogen. Het woordje 'bijna' is zo'n gevaarlijk woord. Het heeft al zoveel kwaad aangesticht. Niet zozeer in de wereld, want de wereld zegt dat bijna nog niet half is. Neen, het heeft kwaad aangesticht in de kerk. Veel godsdienstige mensen zijn zo spoedig tevreden met dat 'bijna'. Het kan zoveel lijken, maar het is niets. De rijke jongeling was er bijna. De wetsgeleerde was er bijna. Het scheelde niet veel of hij was doorgedrongen tot het licht. Maar het weinige dat ontbrak was juist àlles.
Er zijn mensen, die bij de bijna-christenen horen. Ze lijken er precies op, maar ze zijn het niet. Bijna bekeerd is net niet bekeerd. Bijna gelovig is helemaal ongelovig. Bijna binnen is nog helemaal buiten. Bijna behouden is nog geheel verloren.
Bijna christen... bijna christen
O, als alle zondaars wisten,
wat dit 'bijna' vaak beduidt.
Hoe beslist, hoe haastig tevens
zochten zij de weg des levens,
die hun Gods genade ontsluit.

Men kan zeer rechtzinnig zijn en meteen zeer ongelovig zijn. De vraag is: heeft het woord ons ontdekt aan onze schuld? Heeft het ons verbrijzeld doen buigen voor de Heere, omdat het niet anders meer kon? Dat is méér dan een buitenkantse gevoeligheid. Dan is er de kennis van de ellende en het roepen om genade en de droefheid naar God. Dan kunnen we de Heere Jezus niet meer missen. Dat mist een bijna-christen. Hij kan zich opdirken met een masker van vromigheid, maar hij kent geen capitulatie voor de Heere. Hij kan zedelijk voortreffelijk leven, maar hij staat niet op het fundament van de gerechtigheid van Christus.
Bijna bewogen een christen te zijn, bijna bewogen, ach 't is slechts schijn. Bunyan vertelt van een zekere onkunde, die door IJdele Hoop de doodsrivier overgezet werd. Hij kwam bij de poort van de hemelstad. Maar hij mocht niet binnen, want hij had geen bewijs van toegang.
Toen zei hij: En ik heb gegeten in de tegenwoordigheid van de Koning. Hij heeft in onze straten geleerd. Maar hij werd weggevoerd. En zó zag ik, zegt Bunyan, dat er ook een weg is van de hemelpoort naar de hel.
Bijna binnen en toch buiten. Bijna bewogen! Maar was Agrippa wel zó diep geroerd? Als wij beluisteren wat Agrippa werkelijk gezegd heeft, blijft er van dat 'bijna' bewogen weinig meer over. Dan klinkt er eerder spot in door. Als Paulus te dicht met het Woord op hem afkomt, zegt hij: Hij denkt maar zo eventjes van mij een christen te maken. Maar zó gauw zijt gij met mij niet klaar. Hij is goed, zeg! Gij denkt met een paar woorden van mij een christen te maken, maar daar komt méér voor kijken. Hij wuift het luchtig weg.
Een soort scherts om er vanaf te zijn. Ziet u: het reddingstouw wordt hem toegeworpen, maar hij slaat het weg met spot. Met onwil. Want het is de onwil die tegen het Woord ingaat. Het is ons 'ik', dat niet wil buigen. Is dat niet de grote tragedie, die zich telkens weer afspeelt, zo vaak het Woord van God bediend wordt?
Daarin steekt Christus Zijn handen naar ons uit, daardoor stelt Hij Zijn belofte voor, daardoor lokt Hij: Komt armen, droeven, blinden, met al uw leed en kruis, laat u door Jezus vinden.
Hebben we er al wat in gezien? Of is het Woord nog steeds afgestuit op onze onwil? Dat is toch wat! Onder de kostelijke aanbiedingen van Gods genade te zitten en dan zo koud te blijven als een steen.
En dan zó verder te gaan! Trouw meelevend, maar u blijft dezelfde! Het gevoel was wel eens bewogen, maar die éne zonde werd niet losgelaten. Misschien wel met een grap u ervan afgemaakt. Hoe lang hinkt u nog op twee gedachten? Zo de Heere God is, volg Hem na... Dan valt de keus en dan zal het zijn:
Een zondaar, onwaardig, zwak en slecht
ben ik, die nederval.
Wees Gij mijn Licht, wees Gij mijn recht
Mijn Jezus, ja mijn al.

Die keus is onberouwelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bijna

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's