De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het predikantschap staat onder de belofte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het predikantschap staat onder de belofte

Ds. Johan van der Velden

21 minuten leestijd

Op zaterdag 20 oktober vierde ds. Johan van der Velden, emeritus-predikant te Woerden, zijn gouden ambtsjubileum. Een en ander vond plaats tijdens de terugreis op een kerkhistorische reis, die gemaakt was naar Hongarije, tijdens de bustocht van Würzburg naar Nederland. Tijdens die reis is hij uitdrukkelijk gefeliciteerd en heeft hij ook enkele wederwaardigheden vermeld uit zijn ambtelijke loopbaan. We kondigden toen reeds aan een vraaggesprek met hem te zullen hebben vanwege dit bijzondere gebeuren in zijn leven. Ds. Johan van der Velden werd op 8 april 1917 in Gouda geboren. Bezocht het Chr. Gymnasium te Utrecht in de jaren 1929-1935. Studeerde theologie aan de Rijks Universiteit te Utrecht van 1935-1939/40. Daarna was hij korte tijd hulpprediker in Amersfoort, omdat hij te vroeg was afgekomen. Vervolgens was hij predikant in Nieuwland (bij Leerdam) van 20 oktober 1940 tot maart 1944. Vervolgens in Hilversum 19441951, De Bilt 1951-1955, Dordrecht 1955-1961, Amersfoort 1961-1969 en Woerden van 1969-1980. Vanaf 1 november 1980 tot heden verleent hij nog bijstand in het pastoraat in de Hervormde Gemeente van Hilversum voor 3 1/2 dagdeel per week. Verder maakte ds. Van der Velden vele jaren deel uit van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Zendingsbond, namelijk van de jaren 1956 t/m 1979, terwijl hij ook hoofdbestuurslid was van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond van 1961-1969. Hij was ook Visitator Provinciaal in de classis Gouda en Utrecht en ongeveer 1 jaar Visitator Generaal (ter vervanging van wijlen ds. W.L. Tukker). Tot vandaag beweegt hij zich als emeritus actief in het kerkelijk leven. Hij laat, om zo te zeggen, geen vergadering onbenut. Reden genoeg om aan het leven en de ambtelijke arbeid van ds. Van der Velden uitvoerig aandacht te geven.

Afkomst
Ds. Joh. van der Velden stamt uit een trouw, kerkelijk meelevend gezin in Utrecht, geheel betrokken op de Gereformeerde Bond. Men was getrouw aanwezig onder de prediking van ds. S. van Dorp, ds. J. Batelaan, ds. A. Meijers en ds. J. Goslinga. Er werd evenwel ook gekerkt bij ds. Kwint, hoewel deze niet behoorde tot de sector van de Gereformeerde Bond. De jonge Van der Velden heeft in Utrecht alle hervormde predikanten gehoord. Daarnaast bezocht hij ook diensten in de Lutherse Kerk. Hij kerkte in de Gereformeerde Gemeenten en bezocht ook hervormde diensten door de week, geleid door oefenaars.
Als aardige anecdote vermeldt hij, ooit een dienst te hebben meegemaakt van een hervormde oefenaar, die om 7 uur begon en om 10 uur eindigde, terwijl de voorganger om 9 uur zei, toen hij de tussenzang opgaf, 'even van de preekstoel af te moeten omdat een dominee ook maar een mens is'.
Soms ging hij ook lopend naar De Bilt, waar dr. J.D. de Lind van Wijngaarden predikant was. Dr. De Lind, ooit als G.B.-predikant begonnen, eindigde met het geloof in de alverzoening. Daarachter zal wel zitten, aldus Van der Velden, dat De Lind van Wijngaarden in Leiden studeerde en daar met de filosofie van Hegel in aanraking was gekomen.

Roeping
Van der Velden spreekt niet van een plotseling bekering en roeping. Al vroeg werd hij echter gegrepen tot het ambt. 'Je krijgt eerst liefde tot de Heere'. Als kind — hij was niet de enige — hield hij al preekjes, staande op een stoof met een cape en toga. Die preekjes heeft ds. S. van Dorp nog gelezen. In 1935, nadat hij het Christelijk Gymnasium had bezocht, ging Joh. van der Velden theologie studeren te Utrecht. Hij kwam in '39 met zijn studie klaar, te vroeg om al predikant te kunnen worden. Daarom werd hij enige tijd hulpprediker bij wijlen ds. K.J. v.d. Berg, predikant te Amersfoort. In die tijd was het nog zo dat de grote steden befaamde hervormd gereformeerde predikers hadden. In Amersfoort dus ds. K.J. v.d. Berg, in Utrecht ds. W. Bieshaar, in Amsterdam ds. J.F.H. Remme, in Hilversum ds. B. van Lokhorst. De kerken in de steden zaten in die tijd nog vol en onder de diensten van de hervormd gereformeerde predikanten waren 's morgens niet alleen Gereformeerde Bonders aanwezig. Dan kwamen de hervormde leden uit de wijk ook in de diensten. Dat element is vandaag bijna weg.

Studietijd
Desgevraagd zegt ds. v.d. Velden dat de hoogleraar, die op hem het meest indruk heeft gemaakt in zijn studententijd, prof. dr. Maarten van Rijn is geweest en dat vooral vanwege z'n zijn onder de studenten. Van Rijn was een pastor, een gelovig mens. Als je moeilijkheden had, ging je naar hem toe. De tentamina waren meer een gesprek dan een examen.
Hij herinnert zich van Van Rijn het volgende, dat nooit uit zijn gedachten verdwenen is. Van Rijn zei: 'U wilt allen predikant worden. Ik heb één wens: ik wens u een ernstige ziekte toe.' Met andere woorden: één en ander zou louterend kunnen werken voor de scholing als pastor.
Van prof. dr. J. Severijn, de latere voorzitter van de Gereformeerde Bond, meldt hij: 'als hij je mocht was hij aardig'. Misschien is het daarom veelzeggend, dat ds. Van der Velden in de kolommen van dit blad enkele jaren geleden een complete verhandeling over Severijn schreef in liefst zestien artikelen.
Ook prof. dr. J.H. de Groot, oud-testamenticus, gaf meer dan wetenschap. Met name zijn inleidingen over de Psalmen herinnert ds. Van der Velden zich en dan ook wel Berkelbach van der Sprenkel, die dogmatiek gaf.

De gemeenten
Kandidaat van der Velden werd beroepen in Nieuwland: 'een gemeente van niks'. Er waren daar, in die tijd, drie catechisanten. Hij heeft er de oorlogsjaren doorgebracht. De oorlog is weliswaar aan Nieuwland voorbijgegaan, afgezien van het feit dat de spoorlijn van Gorinchem naar Geldermalsen erlangs liep, zodat vele Duitsers van die trein gebruik maakten. De spoorlijn werd nog al eens een keer onklaar gemaakt. Dan moesten we weg, aldus Van der Velden, vanwege de razzia's. Er waren ook joden ondergebracht op de boerderijen.
Hoe is ds. Van der Velden in Nieuwland predikant geworden? Ds. Schimmel, ooit predikant te Ameide, vestigde zich in Nieuwland en werd daar benoemd tot ouderling. Hij nam deze benoeming aan op voorwaarde dat er een gereformeerd predikant beroepen zou worden. Welnu, dat is geschied. Tijdens de ambtsbediening van ds. Van der Velden liep het aantal catechisanten op van drie tot zestig.
Ds. Van der Velden heeft ook in Nieuwland zijn 50-jarig ambtsjubileum herdacht en spreekt met grote dankbaarheid aan de Allerhoogste over het feit, dat vandaag deze gemeente weer een gemeente is met een trouwe opkomst. Het werk van meerdere jonge leraren in die gemeente is gezegend. We mogen zorg hebben over kerkverlating, aldus ds. Van der Velden, maar toch mag het gevoel overheersen: 'ik preek niet voor niets'. Allerlei jonge dominees hebben daar met vrucht gewerkt.
Schrijver dezes kan niet nalaten te vermelden dat ds. Van der Velden in de bus de anecdote vertelde, dat hij in die tijd met de arreslee voor vacaturediensten ging naar de naburige gemeenten Zijderveld en Schoonderwoerd. Die gemeenten 'lagen' verschillend en reageerden derhalve verschillend op het bellen van de paarden.

Hilversum
Van Nieuwland werd de sprong gemaakt naar Hilversum. Dat was een geweldige overgang. Ds. Van der Velden heeft sindsdien altijd zogeheten gemengde gemeenten gediend. Hij vraagt zich af of dit te maken heeft met het feit, dat hij ook in zijn jeugd daar heeft gewoond, waar predikanten van verschillende richting stonden.
In Hilversum waren in die tijd negen predikanten. De primus inter pares, oftewel 'de baas' was ds. A.A. van Ruler, de latere hoogleraar. Deze zat in die jaren in de gedachtengang van het befaamde driemanschap, dat op idealistische wijze het samengaan van de richtingen in de Hervormde Kerk nastreefde. Feit is intussen dat de predikanten van de onderscheiden richtingen, oftewel modaliteiten, op enigerlei wijze toch samen in de gereformeerde traditie stonden.
'Van Van Ruler kon je leren', aldus Van der Velden. Hij merkt op dat Van Ruler erg gesteld was op zijn eerste vrouw, die zelf erg geestig was. En Van Ruler had gevoel voor humor. Van Ruler zelf kwam van de Veluwe. Toen Van Ruler al professor was, kwam hij ook regelmatig bij Van der Velden in de kerk. Eens zei hij: 'Joop, een goede preek, maar weinig bevindelijk.' Van der Velden zelf herinnert zich een preek van Van Ruler over de goede werken. 'Als hij preekte was het alsof een schilderij ten toon werd gesteld.' Hij herinnert zich ook een preek van Van Ruler ten aanzien van het dogma van de Maria ten hemelopneming in de Rooms-Katholieke kerk. 'Dat was méér dan voor treffelijk.' Verder stònd van Ruler voor de dubbele praedestinatie, zoals die in de Dordtse Leerregels wordt beleden. Als één van de kostbaarste uitingen van Van Ruler herinnert hij zich: 'genade ontvangen is wat, genade aanváárden is zeker wat.' Het ging Van Ruler om de gestalte van de Geest in het mensenhart en ook in de cultuur. Wat Van der Velden bij Van Ruler wèl onder kritiek stelde was, dat bij hem de schepping enigszins was losgemaakt van de zonde. Hij kon zomaar de Avondmaalstafel en de Pier van Scheveningen met elkaar verbinden.
Intussen stònd Van Ruler voor bijvoorbeeld de Verzoening in de volle bijbelse zin. Van der Velden meent dat dat o.a. een manco is van de huidige midden-orthodoxie. In die tijd stonden ook de ethischen voor deze belijdenis van de Verzoening. Daarom was het ook nog mogelijk bij elkaar te kerken.


Ds. Van der Velden memoreert verder, dat in de Hilversumse tijd zijn vrouw is ziek geworden. Ze kreeg tuberculose, waarbij later ook asthma kwam. Zo is ze in Zonnegloren terechtgekomen. Van der Velden vraagt zich af hoe je in zo'n tijd de kracht krijgt om te werken. 's Nachts heeft hij zijn preken gemaakt. Hij was ook voorzitter van de Centrale Kerkeraad.
De gemeente was intussen trouw onder de prediking. Er was bevindelijk geloofsleven. Mensen vroegen naar geloofszekerheid. 'Hoe kom ik daaraan?' Verder werd in die Hilversumse tijd het tweede zoontje ernstig ziek, kreeg namelijk difterie en dreigde te sterven. Van der Velden heeft die zondag toch gepreekt en heeft ervaren dat niet òm het gebed, maar òp het gebed van de gemeente het kind genezen werd. Met dankbaarheid spreekt ds. Van der Velden over zijn Hilversumse periode, waar hij de ervaring opdeed, dat hij als jonge dominee nog niet zoveel wist. Hij heeft er veel geleerd. Hij meent dat er in zogeheten Gereformeerde Bondsgemeenten soms meer kleinigheden en narigheden aan de orde zijn dan in een gemengde gemeente als Hilversum in die tijd.
Door de contacten met de anderen was men gedwongen zich op het wezenlijke terug te trekken.

De Bilt
Daarna werd de overgang gemaakt van Hilversum naar De Bilt. De Bilt, weliswaar G.B.-gemeente, maar met een Stichtse inslag. Toch waren de kerken vol. 's Avonds waren ook de mensen uit Bilthoven erbij. Daar zat, naar het gevoel van Van der Velden, toch wel een wezenlijk deel van de gemeente. Bilthoven was, als het ging om de gereformeerde prediking iets bewuster. De verhouding tussen de richtingen in De Bilt was bovendien iets minder open dan in Hilversum. Ten dele zal dat ook wel te maken hebben gehad met de bezetting van de andere predikantsplaatsen.

Dordrecht
Na De Bilt kwam Dordrecht, de gemeente waar prof. dr. J. Severijn ooit dominee Severijn was. De gemeente ook waar de heer Neerings een toonaangevende plaats innam, met name in de vereniging Waarheid en Vrede. De kring van Severijn kwam hem horen en zo werd de overgang gemaakt van De Bilt naar Dordrecht. Hij stond daar samen met ds. J. Hovius. 'Die preekte anders, maar er was een goede collegialiteit'.


Ondergetekende weet uit ondervinding hoe ds. Van der Velden in Dordrecht gearbeid heeft. Een kleine persoonlijke ontboezeming moge hier volgen. Maar eerst moet ik vermelden dat de vrouw van ds. Van der Velden in Dordrecht is overleden. Zij overleed aan tuberculose.
In die tijd had ook mijn (latere) vrouw tuberculose.
Zij heeft daarvoor 'gekuurd' in sanatorium Weizicht in Dordrecht. Twee jaar lang mocht ik toen onder de prediking vertoeven van ds. Van der Velden de éne week en ds. Hovius de andere week. Uitdrukkelijk wil ik hier vermelden dat op de derde zondag, toen ik na de bezoekuren in Weizicht de kerkdiensten van de hervormd gereformeerde predikanten aldaar bezocht, het echtpaar Siglé mij op de thee vroeg. Twee jaar lang hebben deze twee oude, godvruchtige mensen mij met veel liefde en zorg ontvangen. Ds. Van der Velden herinnert zich deze mensen nog goed. Van der Velden was inderdaad anders dan Hovius. Hovius was minder oordelijk, had soms hiaten in zijn prediking wanneer hij op een bepaald moment niet verder kon, maar raakte toch de snaren van de ziel. Van der Velden was in die tijd, zoals altijd later, 'de onderwijzer', die juist door het bijbelse, exegetische en intussen geestelijk onderwijs doordrong tot in de diepe lagen van de ziel. Bevindelijkheid is niet te omschrijven, maar ze was in zijn prediking heel duidelijk aanwezig. Het is alleen moeilijk in woorden te vatten. Daarom zou ik ook als titel boven dit vraaggesprek hebben kunnen zetten: Van der Velden, een bijbels prediker met een charisma. Je kon horen, dat het Woord Gods door hem was heengegaan. Wanneer we hem nu – al een aantal jaren emeritus – horen, dan bepaalt die bijbelse dóórstráling nog zijn prediking, en de frisheid daarvan. Hij bewaart daarin iets van het oude geslacht, dat ook vandaag nieuw overkomt. Het charisma ligt niet in woorden of woordkeus, maar in de bijbelse doorademing. Toen ik dit vraaggesprek met ds. Van der Velden had, lag zijn Bijbel open op de schrijftafel.


Uit de Dordtse periode herinner ik mij de diensten, niet alleen in de Pauluskerk en in de Augustijnerkerk, soms ook in de Grote Kerk, maar zeker ook in de Zuiderkerk. De mensen zaten opgepakt op elkaar.
Ds. Severijn had een markante plaats ingenomen in de hervormde gemeente van Dordrecht. Severijn was in die tijd vooral leraar. Hij vond dat de ouderlingen het pastorale werk moesten doen. Maar hij leefde voort in de herinnering van de mensen, omdat hij kennelijk dicht bij het volk stond. Weliswaar was Severijn filosoof-theoloog, ook in zijn latere hoogleraarschap, maar hij bleef als hoogleraar preken. Aardig is dat ds. Van der Velden op de terugreis uit Hongarije nog wist te memoreren, dat men in Dordrecht nog sprak over de 'consaptie' van Severijn, waar deze de conceptie bedoelde. Hij memoreerde ook, dat de heer Neerings, de onbetwiste leider van de hervormd gereformeerden in Dordrecht, die zelf catechiseerde en ook preekte, als hij in de put zat zei: 'ben je weer ongelovig?' Ook zei hij soms: 'een goeie dominee heeft ook zelfrespect'.
Van der Velden, signaleert vanuit die tijd al dat de verhoudingen tussen de richtingen moeilijker geworden waren in vergelijking met zijn Hilversumse tijd. In Hilversum waren de contacten open. Toen b.v. ds. Van Ruler promoveerde, op een proefschrift over 'De vervulling van de wet' aan de Theologische Faculteit van de Rijks Universiteit in Groningen, gingen alle predikanten met hun vrouwen daarheen. Een tussenopmerking mag niet onvermeld blijven. Toen men op de terugreis Zwolle aandeed, was daar een circus Sarassani. In het verslag over de promotie in het kerkblad werd vermeld dat het merkwaardig was, dat uitgerekend de Gereformeerde Bondscollega Van der Velden de meeste aandacht voor dat circus had gehad.
In Dordrecht waren de contacten met de collegae echter al veel minder. Mij dunkt, dat wij deze opmerkingen uit de mond van een in de dienst vergrijsde predikant, die altijd gemengde gemeenten heeft gediend, met opmerkzaamheid moeten noteren.

Amersfoort
Toen ds. Van der Velden van Dordrecht naar Amersfoort ging, was er op de vooravond van de beslissing, toen reeds duidelijk geworden was dat hij dit beroep ging aannemen, een briefje van de heer Neerings in de brievenbus: 'herder denk aan je schaapjes hier'. De heer Neerings kon enige verbolgenheid niet verbergen over het feit dat ds. Van der Velden naar Amersfoort zou gaan. Dat leverde wel een slapeloze nacht op.
In Amersfoort was ds. Van der Velden opvolger van ds. A. den Hartogh. Hij heeft daar enkele jaren mogen dienen in de Joriskerk. Ook dáár heeft hij zijn 50-jarig ambtsjubileum herdacht. In vergelijking met de tijd, dat hij daar predikant was, is het kerkbezoek er nu gehalveerd. Dat heeft echter deels te maken met overgangen naar de Adventskerk, de twééde hervormd-gereformeerde wijkgemeente.
Van der Velden denkt intussen met dankbaarheid terug aan zijn Amersfoortse periode. Daar was hij ook als hulpprediker begonnen. Ds. K.J. v.d. Berg had daar diepe sporen getrokken. De tijd van K.J. v.d. Berg was intussen een andere tijd dan de tijd van nu. 'Als K.J. v.d. Berg jarig was, zat er de chique van Amersfoort en het gewone volk'.
In Amersfoort heeft ds. Van der Velden een drukke tijd gehad. Niet alleen vanwege de gewone kerkdiensten, maar ook vanwege de wekelijkse bijbellezingen. Zijn tweede vrouw is hem daarbij tot grote steun geweest. Ze is in Amersfoort zeer actief geweest. De tweede vrouw van ds. Van der Velden komt uit Dordrecht. In de bus vertelde hij het grapje, dat ooit prof. dr. J. Severijn zei dat, nog voordat zijn vrouw bij Van der Velden op schoot zat, zij reeds bij hèm op schoot had gezeten. Amersfoort heeft een Veluwse inslag. Dat komt in het geestelijk leven openbaar.

Woerden
De laatste gemeente was Woerden. Een gemeente in de Rijnstreek: 'actief, ook wel bevindelijk, ook wel mensen, die er moeite mee hebben als het gaat om het geestelijk leven'.
Tijdens zijn verblijf aldaar werd zijn tweede vrouw ernstig ziek. De gemeente stond toen met veel meeleven en gebed om beiden heen.

Ontwikkelingen in hervormd gereformeerde kring
Na dit doorkijkje door de gemeenten, waar ds. Van der Velden is geweest, was het onvermijdelijk om een terugblik te geven over 50 jaar hervormd gereformeerd leven, waar ds. Van der Velden zelf middenin heeft gestaan. Als gezegd, is hij tot vandaag daar aanwezig, waar bezinning plaatsvindt. Een mens is gezegend als hij op zo'n hoge leeftijd de dingen nog zo bewust en betrokken mag meemaken.
Ik heb hem gevraagd hoe hij de ontwikkelingen in hervormd gereformeerde kring in de loop van de afgelopen tijd heeft ervaren. Hij gaf z'n antwoord in vier punten.

1. De Gereformeerde Bond in zich zelf.
Ds. Van der Velden is met de Gereformeerde Bond al mee gaan doen als gymnasiast. Hij heeft de strijd meegemaakt tussen Kievit en Visscher enerzijds en Woelderink anderzijds. Woelderink schetst hij als een pastoraal bewogen, godvrezend mens. Hij legde de grote nadruk op het verbond en het beloftekaraker van het Evangelie. Tegelijkertijd was Woelderink bevindelijk in de goede zin van het woord. Daartegenover stonden zij, die meer spraken vanuit de verkiezing. In het geding was toen vooral de relatie voorwerpelijk-onderwerpelijk. Ds. I. Kievit heeft echter gezegd, toen Woelderink op het eind van zijn leven een bepaalde ontwikkeling doormaakte: 'Woelderink dwaalt, maar ik zie hem terug in de hemel'.


Van der Velden heeft de tijd meegemaakt van prof. dr. J. Severijn. Hij is van overtuiging, dat deze de vleugels in de Gereformeerde Bond bijeen heeft gebracht. Aan de ene kant diegenen, die meer dachten vanuit de wedergeboorte, aan de andere kant diegenen, die meer dachten vanuit de belofte. De vleugels zijn gebleven, maar na de tijd van Severijn is het midden gaan overheersen. Thans, aldus Van der Velden, worden de vleugels weer sterker, maar de rechtervleugel van vandaag is toch niet helemaal te vergelijken met die vleugel van toen. I. Kievit bijvoorbeeld was een zeer christocentrisch preker. Als mensen 'er niet bij konden' was dat omdat hij dan zo hoog ging inzake de beleving van Christus en niet omdat hij dan zo diep afstak in datgene, wat in de mens moet geschieden, in de wedergeboren of bekeerde mens. De rechtervleugel van vandaag heeft een meer scholastieke inslag, en dreigt de vraag te overschatten hoe ver je moet komen voor je bij Christus bent.
Anderzijds profileert zich de linkervleugel vandaag veel duidelijker. Daar ligt zo'n sterke nadruk op de belofte, op de belovende God, dat voorbij gezien wordt aan het feit, dat God ook komt in Zijn recht. Bij de linkervleugel mist hij teveel de kennis van het recht Gods.
Ds. Van der Velden bekent eerlijk, dat hij tijdens de ziekte van zijn vrouw juist wat dit betreft door de diepte is gegaan. Hij beaamt dat de drie stukken van de catechismus door elkaar heen liggen, maar is bevreesd dat in de linkervleugel van de Gereformeerde Bond het eerste stuk niet voldoende aan de orde komt. 'Preken is ook dagen voor het gericht Gods.'
Intussen zegt Van der Velden, dat het historisch gezien volgens de Reformatie zo is, dat het gelóóf datgene is wat zich in de mens voltrekt. Daaromhéén geschieden wedergeboorte en bekering. Geloof is 'ja zeggen op Gods Woord'. Met heel je zijn. Geloof is 'inlijving in Christus'. Daarom is de prediking van Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus zo belangrijk.

2. Depositie van de hervormd gereformeerden in de Nederlandse Hervormde Kerk.
Als gezegd heeft ds. Van der Velden in zijn Hilversumse tijd de verbondenheid met andere predikanten sterk ervaren, omdat men toch gezámenlijk stond in de reformatorische traditie. Er waren elementen van herkenning: Christus als Verzoener, als Zoon Gods. Dat element is thans bijna weg. Vandaag gaat het om Jezus als Voortrekker, om de Messias Jezus. Aan de orde is een gesocialiseerd evangelie. Over de schuld en over wat zonde is in de diepe zin wordt niet meer gesproken. We missen de concretisering van schuld en zonde. Alverzoening is aan de orde van de dag. Van der Velden ziet theologisch dit o.a. als een uitvloeisel van de leer van Karl Barth: als allen in Christus verworpen en allen in Christus verkoren zijn, komt men tot een alverzoeningsleer.
De praktijk is dat er daardoor minder sprake is van een samengaan, een samenspreken van de richtingen dan vroeger. Bij de Gereformeerden is een en ander nog veel erger het geval, zo is zijn ervaring. Dus: 'daar kùnnen we niet mee'. De Bijbelkritiek speelt in dit opzicht ook een gewichtige rol. Daardoor is de hervormd-gereformeerde richting geïsoleerder komen te staan van het geheel van de andere richtingen in de Hervormde Kerk.
Anderzijds is er ook meer sprake van separatistische neigingen. Vroeger was het separatisme een randverschijnsel. Vandaag is het veel meer een zich breed makend verschijnsel. Daardoor treedt nu ook veel polarisatie op. Dat vindt men ook al terug bij de gewone gemeenteleden, die hun eigen dominee kiezen. Door de auto's zijn de mensen 'loopser' geworden.
Ds. Van der Velden wil ook best kwijt, dat hier ook een negatieve invloed van het Reformatorisch Dagblad zou kunnen uitgaan, dat hij overigens vaak met instemming leest. Feit is, dat we als hervormd-gereformeerden vandaag veel meer dan vroeger staan 'onder de tucht van de afgescheiden kerken'.

3. De geestelijke, culturele situatie van onze dagen laat ook de hervormd gereformeerde niet onberoerd.
Onze cultuursituatie is gekenmerkt door het feit, o.a. dat we God aan de kant hebben gezet en dat we nu zeggen: 'Hij is weg'. Hierbij en hierdoor zijn de ethische vragen vaak primair komen te staan, ook in hervormd gereformeerde kring, ook in het geheel van de Gereformeerde Gezindte.

4. Invloed van de evangelischen.
De evangelische wereld zorgt voor een duidelijk spanningsveld. Jongeren zoeken een stukje van de blijdschap en de zekerheid, die men in eigen kring mist. Van der Velden is er echter van overtuigd, dat dáár elementen als het recht Gods en de schuld vaak ontbreken. En daarin heeft 'onze prediking' iets eigens. 'Wij kunnen niet zo gemakkelijk juichen'. Van Ruler zei eens in de diepe zin van het woord: 'IJs is gestold water, je kunt er nog op lopen ook'. Van der Velden is enigszins beducht voor gearriveerd christendom. Jongeren echter, die nog veel moeten leren en dus oppervlakkiger zijn, worden door de evangelische beweging aangetrokken. Wanneer jongeren zich onder de hervormd gereformeerde prediking begeven, geeft het hun soms enige moeite als er wat méér aan de orde komt. Toch moeten we maar gewoon doorgaan met onze prediking. Wel zijn er in de evangelische stromingen ook positieve elementen, waaraan wij terdege aandacht moeten geven.
Het onderwijzende element, zo is de conclusie van ondergetekende, is toch uiteindelijk doorslaggevend.

Tenslotte
Als ds. Van der Velden met zijn 73 jaren zich vandaag zou moeten richten tot de jongere generatie van predikanten, zou hij willen zeggen, dat hij zelf 'van God uit de bewijzen ontvangen heeft dat God mensen zegent'. 'Ik kan opbieden tegen het programma "God verandert mensen".' Hij zou wel eens een boekje open willen doen over de ervaringen van 50 jaar ambtsbediening. Bij zijn 50-jarige ambtsjubileum heeft hij dit ook op overduidelijke wijze ervaren.
Opwekkingen gaan vaak weer ten onder, aldus ds. Van der Velden, maar de kerk gaat door.

Concreet
Tenslotte nog een paar concrete zaken. Jarenlang heeft ds. Van der Velden ook deel uitgemaakt van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Zendingsbond. De besturen vroeger en vandaag staan in het midden van de hervormd gereformeerde beweging. Ds. Van der Velden ervaart dan ook de aanval, die door een aantal predikanten op dit moment wordt gepleegd op de Gereformeerde Zendingsbond als pijnlijk en ten onrechte. Stellig gaat het hier o.a. over de diepte en reikwijdte van de Verzoening.
Duidelijk is dat de Gereformeerde Zendingsbond moest uitgroeien naar een grotere organisatie. Duidelijk is ook dat de jonge kerken weer àndere kerken in àndere culturen zijn dan de onze. Gaat het om de missionaire arbeid, dan doen de jonge kerken het zelf. De zendingsvragen nu zijn daarom anders dan vroeger.


Ook maakte ds. Van der Velden jarenlang deel uit van het bestuur van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond. Hij is er beducht voor dat de mening zou kunnen postvatten, dat elke gedoopte een gelovige lijkt te zijn. De vraag 'wat is echt geloof?' zal aan de orde moeten blijven komen. Daarbij komt ook aan de orde de verbrijzeling des harten. Ds. Van der Velden blijft overigens in gebed en met belangstelling het werk van de Jeugdbond volgen.


En nog eens een keer in de richting van de jonge predikanten: 'het predikantschap is een moeilijk werk, maar het staat onder de belofte van God, het blijft niet ongezegend. We moeten ook niet altijd kijken naar wat het uitwerkt, want de zegen is aan Hem.'


Van der Velden sluit af met een opmerking van ds. K.J. v.d. Berg, uit de tijd dat hij nog vicaris bij hem was in Amersfoort: 'ik hoop dat je zo wéinig zegen zult zien, dat je bewaard blijft voor hoogmoed; ik hoop dat je zo véél zegen zult zien, dat je bewaard blijft voor ontmoediging'.
'Opdat ik mij niet zou verheffen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het predikantschap staat onder de belofte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's