De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eerherstel voor catechismusprediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eerherstel voor catechismusprediking

Vijfjaarlijks overzicht Generale Visitatie

8 minuten leestijd

Met een handvol tegenstemmen aanvaardde de hervormde synode vorige week een voorstel van ds. C.L. de Rooij, Terneuzen, om een Postille het licht te doen zien ten behoeve van de prediking van de Heidelbergse Catechismus in de leerdienst. Het is veertig jaar geleden, dat een dergelijke postille werd uitgegeven, namelijk van prof. dr. S.J. Berkelbach van der Sprenkel. Dit voorstel werd gedaan in het kader van de behandeling van het vijf-jaarlijks overzicht van de Generale Visitatie (over de jaren 1985 t/m 1989). Een grote verscheidenheid van thema's komt in een dergelijk rapport aan de orde, gegeven met de ervaringen, die de visitatoren (provinciaal en generaal) opdoen wanneer ze de gemeenten visiteren. Zo werd in het betreffende rapport, dat nu voorlag, ook aandacht gevraagd voor het lerende element binnen de gemeente. Ds. De Rooij signaleerde, dat in veel gemeenten de prediking van de Heidelberger 'jammer genoeg' verdwenen was. Het mag dan ook verrassend heten, dat zijn voorstel, dat uit overtuiging door hem werd gebracht, zo'n brede steun in de synode kreeg. Mensen zitten te wachten — zo zei hij — op hernieuwde aandacht voor de catechismus. Ze lopen bij de catechismusprediking echt niet weg.

Het treffende was overigens, dat, voordat de bespreking begon, een broeder uit Roemenië gesproken had over het functioneren van de Heidelberger binnen de Gereformeerde Kerk aldaar. Zijn toespraak was bovendien een getuigenis van Gods genade, die hem staande gehouden had in de strafkampen van het communisme. De tekst uit Korinthe 'Mijn genade is u genoeg, Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht', was daarbij het grote houvast geweest. Vanuit die geestelijke intentie noemde hij ook de Heidelberger.


Ds. De Rooij legde ook de vinger bij datgene wat in het rapport werd gezegd over het noodzakelijke modaliteitengesprek binnen de gemeente. Hij voelde hier een innerlijke tegenstrijdigheid binnen het beleid van de visitatoren zelf, die namelijk bij monde van de voorzitter (ds. L. Korevaar) in een eerder stadium zich een warm pleitbezorger toonden van de zogeheten perforatie van gemeentegrenzen, waardoor het mensen gemakkelijk wordt gemaakt mee te gaan leven in een andere gemeente dan waartoe ze in feite behoren.
Ook gispte ds. De Rooij het verschijnsel van de stencils in de eredienst met betrekking tot de liturgie. 'Honderden gemeenten zijn in 1955 blijven steken maar de Raad voor de Eredienst vliegt maar door met telkens weer nieuwe dingen aan te dragen'. Vandaar de stencils her en der. Er zouden — zo meende ds. De Rooij — in de Raad voor de Erdienst eens wat meer confessionelen en GB-ers moeten worden benoemd.

Lof
Het rapport van de visitatoren ontving ter synode overigens veel lof. Het is ook een gedegen, overzichtelijk stuk geworden, waarbij het grote aantal aandachtspunten ook nodigt tot verdere beleidsbepalingen in kerk en gemeente. De lof voor het rapport hield impliciet ook in de grote waardering die bestond voor dit generale college, alsook voor de provinciale colleges. Visitatoren hebben geen beslissingsbevoegdheid, hebben slechts een adviserende taak. Ze worden — naast de verplichte visitatie aan de gemeenten — ook in veel knelsituaties geroepen. In zulke situaties is vaak veel geduld nodig en is niet altijd resultaat te zien.
Mevr. L.C.C. van Bergen-Meijers, Wieringerwerf ging in op datgene wat in het rapport wordt opgemerkt over de niet-theologische factoren, die inzake de weerstanden tegen het Samen op Weg proces een rol spelen. Mensen 'mogen vaak niet ervaren' wat ze aan weerstanden gevoelen, vanwege de bijbels gezien als noodzakelijk bepleite eenheid. Maar als ruimte gemaakt wordt voor weerstanden grijpen mensen juist moed. Mevr. Van Bergen pleitte voor mentores die, met begrip voor de niet-theologische factoren, juist ook de classes voor kunnen lichten.


In het rapport kwam ook noodzakelijke schuldbelijdenis over scheidingen en breuken in het verleden aan de orde. Ds. C. Vroegindewey, Rotterdam, wilde van een dergelijke schuldbelijdenis niet weten. Hij meende dat geen schuld kon worden beleden voor wat door anderen honderd jaar geleden is gedaan. In de beantwoording werd gezegd, dat ook vandaag (bijvoorbeeld in Groningen) mensen nog de pijn voelen van wonden, die in het verleden geslagen zijn, terwijl het ook vandaag nog zo is dat Jantje niet met Marietje trouwen mag vanwege de kerkelijke gescheidenheid.

Geestelijk leven
Ds. P. van der Kraan, Bleskensgraaf, achtte het hoofdstuk, dat ging over het geestelijk leven in de gemeente teleurstellend. Visitatoren vragen daar soms toch voorzichtig naar! Hij heeft visitatie zelf daarom vaak als bemoedigend ervaren. In het rapport wordt, naar het schijnt, een is-gelijk-teken te worden gezet tussen kèrkelijk leven en gééstelijk leven.
Ds. L. Korevaar, voorzitter van de visitatie, had in zijn inleidend woord op de synode gezegd, dat de kerk àrmer is dan zij lijkt — dit vanwege onmacht, onkunde, onvermogen, onzekerheid, onwil en schuld als het gaat om de rijkdom van de pluriformiteit vruchtbaar te maken voor de gemeenten als geheel — en dat zij rijker is dan zij denkt (vanwege de schatten in de Schriften, de traditie en het beschikbare arsenaal van mensen). Ds. Van der Kraan zei daarvan, dat een kerk wel arm en rijk tegelijk maar niet ziek en gezond tegelijk kan zijn. Hij vroeg zich af of we het nog over dezelfde kerk hebben als het gaat om geestelijk leven.
Ds. R. Holwerda, Pijnacker, ging ook in op de kwestie van pluriformiteit als zodanig. Pluriformiteit wèl maar pluraliteit néé. We hebben als het om pluriformiteit gaat wel in respect voor elkaar, maar dan op de weg van het belijden der kerk, verder te gaan. Het gaat om het belijden van de Naam. Hij refereerde aan wat door de Hongaarse bisschop was gezegd en voegde daaraan toe: 'Wij hebben te veel welvaartspraatjes'.
De heer G. de Klerk, lid van de visitatie, zei dat geestelijk leven in de kerk moeilijk te meten is. Er mag inderdaad geen is-gelijk-teken staan tussen kerkelijk leven en geestelijk leven maar een tegenstelling kwam ook niet. Dat kweekt dualisme. Er zijn verder veel stillen in den lande, die niet zo gemakkelijk de roerselen van hun ziel bloot leggen.
Ds. J.G. van Loon, Sint Maartensdijk, vroeg zich af hoe we de moed erin houden. Vergeleken met tien jaar geleden is de toon van het visitatierapport anders geworden. Toen was er de verontrusting over de afkalving. Maar in het rapport van nu is al het denken en doen van na de Tweede Wereldoorlog (waarmee we vast gelopen zijn) nog aanwezig. Dat we terug moeten naar het centrum, de Woordverkondiging, vond hij te weinig terug.
Diaken J.J. Visser, Zwijndrecht, vond de aandacht voor het diakonaat te mager. Hij achtte het tekenend, dat, blijkens het nieuwe jaarboek van de Hervormde Kerk, geen diakenen deel uit maken van provinciale visitaties of de generale visitatie. Juist in het diakonaat blijken de tegenstellingen tussen de modaliteiten te vervagen. Maar diakonaat is toch kennelijk nog het vergeten ambt.
Ds. F.S.J. van der Sar, Maasbracht, wees op de spanning tussen de gemeentelijke en de bóven-gemeentelijke structuren. De winst, die geboekt is op bovengemeentelijk niveau, moet vruchtbaar gemaakt worden in de gemeente. Dat ontbreekt te vaak.
Ds. M. Ravenhorst, Muiden, zei dat een nota als deze leert, dat de kerk buiten het paradijs ligt. Maar gelukkig is er een kerk buiten het paradijs. Met beleidsombuigingen, hoe noodzakelijk ook, komen we er niet. We mogen wel meer vragen of de Meester spoedig weerkomt. Dat doen we wellicht te weinig, omdat we te weinig doordrongen zijn van het feit dat we buiten het paradijs kerk zijn. Het gaat om persoonlijke bekering om dat ook te doorleven.
Verder was er nog aandacht voor Israël. Dr. H. Vreekamp meende, dat de visitatoren bij hun visitatie de vraag naar het gesprek met Israël binnen de gemeente als vast punt moeten opvoeren. Hij vroeg zich af of de kerk geestelijk tot ontplooiing komen kan zonder het gesprek met het levende Israël.
En ds. C. Bergström, Hervormde Jeugd Raad, vroeg aandacht voor de jongeren: 'jongeren hebben de kerk iets te zeggen. Een gemeente zonder jongeren ìs al dood.


In het besluit, dat volgde op de bespreking is onder andere opgenomen dat het rapport aan kerkeraden, classes en proviciale kerkvergaderingen wordt toegezonden. Welnu, dit verslag van het groothuisbezoek aan de gemeenten is de aandacht van de kerkeraden ten volle waard. Het gaat om heel wezenlijke zaken, die in kerkeraadsvergaderingen inhoudsvolle gesprekken kunnen opleveren. De visitatoren verdienen ons aller dank. En dat het gesprek ter synode leidde tot een zeker eerherstel voor de catechismusprediking, althans in aanzet, mag met name met dankbaarheid worden onderstreept. 'De Heidelberger, de eenvoudige Heidelberger, houdt daaraan vast kinderen' (Kohlbrugge).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eerherstel voor catechismusprediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's