De gemeente basis van de kerk
Ontmoeting met Leslie Newbegin
Enkele jaren geleden heeft de anglicaanse bisschop Leslie Newbegin, die zich al jarenlang intensief bezig houdt met vragen rondom zending en evangelisatie, de combisynode van de Hervormde kerk en de Gereformeerde Kerken toegesproken. Zijn toespraak maakte indruk. Ook zijn geschriften, getiteld (vertaald) 'Dwaasheid voor de Grieken' en 'De andere kant van 1984' kregen brede aandacht en bekendheid.
Het geschrift, dat vanwege de hervormde synode werd uitgegeven onder de titel 'Kerk zijn in een tijd van Godsverduistering' (opgesteld door het moderamen), was mede geïnspireerd door de analyse van onze westerse cultuur in de geschriften van Newbegin. Vooral datgene wat hij stelde over 'feiten en waarden' kreeg brede aandacht. Onze vertechniseerde en verzakelijkte cultuur rekent nog slechts met harde, wetenschappelijke of economische feiten. Wáárden, met name gééstelijke waarden, hebben nauwelijks betekenis meer in de samenleving.
Die behoren tot de privé-sfeer van de mensen. Zo is geloof ook een privaatzaak geworden. De consequenties ervan voor de samenleving zijn nauwelijks meer van belang. In dit verband valt dan de term Godsverduistering, wat zoveel wil zeggen als: in het openbare leven is God niet meer aanwezig. Hij is teruggedrongen tot de privé-sfeer.
Apostolaat in Nederland
In het oktobernummer van Kerk en Theologie, dat geheel gewijd was aan 'apostolaat in Nederland', schreef Newbegin een artikel over 'evangelisatie in de context van secularisatie'. De strekking van dit artikel mag temidden van alle stemmen, die de afgelopen decennia klonken over zending en evangelisatie, opmerkelijk heten. Toen enkele jaren geleden buitenlandse visitatoren Nederland bezochten om ons kerkelijk leven door te lichten, was het één en al maatschappij wat de klok sloeg. Bij Newbegin gaat het allereerst om de geméénte. 'De sleutel tot evangelisatie in een seculiere maatschappij moet liggen in de plaatselijke gemeente'. Voor recht verstaan is bijgaand het slot van zijn artikel afgedrukt, waarin hij de hoofdlijn van zijn visie samenvat in vijf punten.
Ontmoeting
Dezer dagen nu vond een ontmoeting in besloten kring plaats met Newbegin in het Hendrik Kraemer Instituut in Oegstgeest. Ds. B. Wallet, praeses van de hervormde synode, liet ter inleiding de revue passeren hoe de visie van Newbegin was opgepakt in Nederland. Wallet sloot zijn inleiding af met de volgende stelling: 'Teneinde de Godsverduistering te boven te komen in de kerk en in onze cultuur is het noodzakelijk het geloof te versterken, alsook de spiritualiteit en het gemeenschapsleven van de plaatselijke gemeente door middel van Bijbelstudie en (godsdienstige) vorming'.
Een andere spreker, reagerend op de inleiding van Wallet, vond die prioriteit van de gemeente maar zó zó, ondergeschikt in ieder geval aan allerlei andere presentie van de kerk in de wereld. Ook tijdens deze bespreking viel echter weer op van hóéveel belang Newbegin de gemeente acht. 'Alleen God bekeert de harten', zo zei hij. Maar daarvoor is de christelijke gemeenschap, de gemeente de tijden door ingeschakeld. Als aan mensen de vraag wordt gesteld hoe men tot geloof is gekomen, is meestal het antwoord: in de geméénte. Ondanks veel schuld en veel wat binnenkerk en gemeente ergerlijk genoemd moet worden, is de realiteit van Gods aanwezigheid toch steeds weer merkbaar in de gemeente.
Een punt, dat mij overigens, na het aanhoren van de opmerkingen van Newbegin, lang bezig hield, was wat hij zei over de kerk in de Sovjet-Unie. Hij stelde dat het gemeentelijke leven in de kerk aldaar (in de orthodoxe kerk althans) vrijwel teruggebracht is tot de liturgie en dat desalniettemin toch mensen tot geloof zijn gebracht binnen de kerk, in de gemeente. Hoewel het kerkelijk leven van de oosters orthodoxe kerk niet het 'onze' is — qua inrichting van de eredienst niet en qua confessie niet — moeten we inderdaad zeggen, dat in de moeilijke jaren, die achter ons liggen vanuit de Sovjet-Unie, toch heel wat getuigenissen doorklonken van ontroerende volharding in een tijd van onderdrukking.
Hoe het ook zij, ook hier onderstreepte Newbegin de aanwezigheid en de werkzaamheid Gods in de gemeente.
Verkwikkend
Het moge duidelijk zijn, dat ik deze aandacht voor het centrale in de kerk, namelijk het werk Gods in Christus door de Heilige Geest binnen de gemeente, verkwikkend acht, gezien althans in het licht van de ontwikkeling van kerk en theologie wereldwijd. Voor velen in de oecumenische wereld gaat de kerk vrijwel op in wereldwijde assemblees, consultaties, conferenties, waar uitspraken worden gedaan over wereldwijde politieke en maatschappelijke vragen, en in sociale dienstverlening. De samenkomsten van de gemeente lijken vaak nog nauwelijks van betekenis. Soms werd dat ook openlijk gezegd, zoals nog onlangs geschiedde door een predikante, die ooit een apostolair diakonale taak vanwege de kerken had in Oost Berlijn. Zij sprak over christenen, die 's zondags tussen tien en elf uur 'ook nog wat hebben', in de kerkgebouwen namelijk.
Newbegin werpt in ieder geval het net aan de andere zijde. Zijn uitgangspunt ligt bij 'het verhaal', dat is voor hem de boodschap van kruis en opstanding, zoals dat verkondigd wordt in en vanuit de christelijke gemeente. Treffend was ook, dat bij het afsluiten van de avond door Newbegin nog eens het opstandingsevangelie werd gelezen en een lied werd gezongen (in de franse taal), waarin ook dit grote heilsfeit van de opstanding wordt uitgezongen.
De kerk heeft zich de afgelopen decennia soms (vaak) op wereldwijde problemen geworpen en is vaak zodanig maatschappijgericht geweest, dat totaal vergeten werd, dat de kerk zelf, in de gemeente en de verkondiging van Gods grote heilsdaden daarin, van eigen aard is. Die grondhouding was ook kenmerkend voor bezinning op de zending. De antithese — de tegenstelling tussen kerk en wereld — werd zo maar àl te vaak uit het oog verloren. De notie solidariteit (met de wereld) kreeg alle accent en de kerk had in feite geen profetische, maar ook geen priesterlijke boodschap meer naar buiten. En de spiritualiteit – over dit woord hierna méér –, het geestelijk karakter van de gemeente werd het kind van de rekening.
Daarom is het verkwikkend als men de stem van Newbegin hoort, die niet aflatend benadrukt het belang en geheimenis van de gemeente, waarbinnen en vanwaaruit moet worden uitgezegd dat God regeert: 'goed nieuws voor hen die het geloven, slecht nieuws voor hen die het verwerpen'.
Aangevochten
Intussen is ook om een nog àndere reden de gemeente méér en méér een aangevochten zaak. Wij leven in een tijd, met name in onze westerse cultuur, van mondigheid, ik-gerichtheid en individualisme. Moderne mensen verdragen geen autoriteit, geen (ambtelijk) gezag van bovenaf meer. Dat betekent ook dat het gezag van het Woord Gods op zìch meer en meer een aangevochten zaak is geworden. Dit verregaande individualisme en de afname van het aanvaarden van het gezag van Gods Woord op alle terreinen van het leven, betekenen heel concrete bedreigingen voor de gemeente in haar zichtbare gestalte. De gemeente is vaak geen gemeenschap meer maar een geheel van individuen, elk met een eigen visie en elk vragend om inspraak, om ook een duit in het zakje te mogen doen.
Wat we daarbij ten diepste (vaak) missen is een gemeenschappelijke spiritualiteit, ik zeg liever: geestelijke beleving van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid (moeten) hebben. We moeten ons afvragen of we in het geheel van de kerken überháúpt nog spreken kunnen van spiritualiteit, laat staan van gemeenschàppelijke ervaring.
Naar twee kanten
Wat dit betreft zou mogen worden verwacht dat daar, waar de confessies als accoord van kerkelijke gemeenschap in ere zijn, althans als noodzakelijk voor het welzijn van kerk en gemeente worden beleden, de gemeenschap sterker functioneert. In zekere zin is dat ook wel zo. Feit is dat daar het sámenkomen van de gemeente grosso modo beter functioneert dan dáár, waar de belijdenis en daarmee vaak ook wezenlijke elementen van de Schrift zelf zijn losgelaten. Maar dat betekent nog niet dat de gemeente dan als geestelijke gemeenschap op de hoogte der Schriften functioneert.
Ook in kerken en bewegingen van gereformeerde confessie slaan het individualisme en de moderne mondigheid toe, hàrd toe zelfs. Ook daar is de verwarring groot. En gemeenschappelijke beleving van de dingen, die qua confessie volkomen zekerheid hebben, is ook vaak ver te zoeken. En dan bedoel ik nog niet eens het feit, dat ondanks formulieren van Enigheid, de belijders daarvan kerkelijk uiteengeslagen zijn. Ook binnen de kerken zelve vreet namelijk het desintegratieproces door.
Mensen zoeken, buiten de eigen gemeente, hun eigen dominee.
Dominees ontzien zich niet om in de gemeentelijke tuin van anderen te wieden. Collegialiteit staat ook in de geestelijke stand soms onder spanning.
We moeten zelfs zeggen, dat hier en daar (her en der) getracht wordt boven-gemeentelijke actie te ondernemen om onrust te zaaien in de gemeenten, waardoor de directe arbeid in de gemeente bemoeilijkt wordt of onder spanning komt te staan. Kortom, het kleinnood van de gemeente staat in een tijd van mondigheid allerwégen onder spanning.
Gemeente of groep
De gemeente is nog altijd lichaam van Christus en niet een groep mensen, die eigenwillig of op eigen initiatief samenkomen, omdat men het samen zo goed kan vinden (zo lang het duurt). De gemeente is rijker en duurzamer dan de groep. Het is griezelig als gesproken gaat worden over 'ons publiek' of 'mijn gehoor'. Het gaat om de gemeente van Christus in al haar geledingen: schapen en bokken, gewillig gemaakten en onwilligen, afgedwaalden en meelevenden, rijk en arm, ontwikkeld en minder ontwikkeld, meer of minder geestelijk doorgeleid.
Als de gemeente echter zelf niet een gemeenschap is, waar liefde woont en onderlinge verbondenheid wordt beoefend en geoefend, wat zal de wereld dan nog aan reuk en smaak ontdekken in datgene wat de gemeente naar buiten toe vertoont!
Wat we nodig hebben is een geestelijke herleving over de hele linie. Het is met ach en wee roepen over de verloedering in de samenleving niet te doen. Dat kan zelfs een bliksemafleider zijn voor geestelijke armoede. We zullen diep doordrongen moeten zijn van de geestelijke malaise, voor zovèr die en wáár die in de kerk zèlf voorkomt en die ook hierin haar exponent heeft, dat het geestelijk ferment in de gemeente maar al te vaak ontbreekt. Waar het zicht op de gemeente (als geheel), als lichaam van Christus en als werkplaats van de Heilige Geest, ontbreekt, daar móét het geestelijk leven wel ineen schrompelen. Daar biedt ook geen enkele groepsvorming een alternatief. Dat is uitstel van executie. Intussen besef ik dat spiritualiteit een aanvechtbaar begrip is. Vandaag is de wereld vol van allerlei 'spirits', van geestelijke stromingen, die desalniettemin vanuit het Woord Gods als dwaling moeten worden onderkend en afgewezen. Maar de Heilige Geest héét in het Engels Holy Spirit en in het Latijn Spiritus Sanctus. In die strikte, aan de Heilige Geest gebonden zin mag tòch over spiritualiteit worden gesproken. De werkingen van de Geest zijn onmisbaar voor verlevendiging van de gemeente. Het gaat om Christus en Dien gekruisigd. Maar het gaat om meer dan om dit objectieve heilsfeit. Het gaat ook om het werk van de Heilige Geest, die de heilsboodschap aangaande Christus laat in-dalen in harten. Maar diezelfde Geest smeedt ook gemeenschap. Daardoor alleen komen we het individualisme te boven. In de smidse van de Heilige Geest, dat is de gemeente!
Newbegin heeft een boodschap, die ons allen raakt. Maar we moeten ons wel realiseren, dat zijn boodschap dáárom zo aanspreekt omdat de kerken in hun brede geheel vaak van hun bijbelse ankers zijn losgeslagen, zowel als het gaat om de waarheid als met betrekking tot de eenheid. Hij herinnert ons slechts aan elementaire bijbelse noties.
Een kerk, die in de geméénte niet (meer) leeft, is reeds dood. Maar daar waar de geméénte (nòg) is en waar ze leeft zal telkens weer de bede oprijzen om geestelijke gemeenschap, door telkens nieuw gewèkt geestelijk leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's