De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het ambtelijk gebed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het ambtelijk gebed

12 minuten leestijd

In dit artikel wil ik niet ingaan op de historische achtergronden van het ambtelijk gebed. Veeleer is het mijn bedoeling om op de praktische kant daarvan te wijzen. Met de praktijk hebben ambtsdragers herhaaldelijk te maken. Hoe nuttig daarom een theoretische verhandeling kan zijn met daarin allerlei historische achtergronden van het ambtelijk gebed, toch laat ik die in dit verband schieten. De praktijk daarvan vraagt onze aandacht!

Een wezenlijke taak
Ambtsdragers worden nogal eens geroepen om te bidden. Niet dat zij altijd daartoe door de mensen worden geroepen, maar het hoort bij 'de roeping' van hun ambt om te bidden. Natuurlijk sluit ik niet uit dat een ambtsdrager letterlijk door iemand wordt geroepen om te bidden. Ik lees in Jacobus 5 : 14: Is iemand krank onder u? dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren.' Maar hoe het ook zij: het gebed behoort tot de roeping van het ambt en is een van de meest wezenlijke taken daarvan.
De plaatsen — waar door een ambtsdrager een gebed kan worden gedaan — kunnen heel verschillend zijn. Dat geldt ook van de omstandigheden. Predikanten worden geroepen in de kerk, in ambtelijke vergaderingen, op zieken- en huisbezoek en bij stervenden in gebed voor te gaan. Ik noem slechts een paar situaties. Zij zijn met vele anderen uit te breiden. Hetzelfde is van toepassing op de ouderling. Hij draagt zorg voor het consistoriegebed. Van hem wordt verwacht dat hij het huisbezoek afsluit met Schriftlezing en gebed. Gaat hij met de predikant mee naar het ziekenhuis om gemeenteleden te bezoeken, zo wordt er van hem verwacht dat hij aan het einde van een bezoek òf met het gemeentelid alleen òf met de gehele zaal een gebed doet.
De keren zijn vrijwel niet te tellen dat een ambtsdrager een gebed móet doen. En ook al is hij er zelf niet voor in de stemming, toch wordt het van hem verwacht. Niemand vraagt aan de ambtsdrager òf hij wel in staat is tot het doen van een gebed. De goe-gemeente verwacht het van hem. Het behoort bij zijn ambt. Inderdaad, het behoort bij zijn ambt als een zeer belangrijk onderdeel. Maar het is niet zo dat bij het ambt het gebed als een automatisch gegeven aanwezig is. Zonder dat ik dit passief bedoel, stel ik wel dat het gebed steeds opnieuw aan de ambtsdrager móet worden gegeven. En dan bedoel ik niet alleen dat de juiste woorden uit het hart over de lippen van de ambtsdrager komen, maar ook dat hij de heiderheid van geest zal bezitten om die juiste woorden op een ordelijke wijze naar voren te brengen. Dit laatste is werkelijk van belang. Men voelt dit het beste aan, wanneer men als ambtsdrager zieken op vijf òf zes verschillende zalen in een ziekenhuis heeft bezocht en op al die zalen een gebed heeft gedaan. Bij de vijfde òf de zesde keer moet men er voor oppassen, dat het geen klanken zijn die men maar voortbrengt. Het gebed dient eerbiedig en ordelijk te blijven. Hoezeer is daarom bij de voortduur de Heilige Geest nodig. Het is immers de Geest Gods Die de ambtsdrager het gebed geeft. Wel zeg ik erbij dat pas achteraf geconstateerd wordt dat het gebed werkelijk door de Heilige Geest is ingegeven. Vele ambtsdragers zoeken daarnaar reeds tijdens hun gebed, doch zoals met zovele dingen geeft de Heere het doorgaans achteraf te zien tengevolge waarvan wij ons verwonderen.

Hoe te bidden?
Het gebed is een tere zaak. Uit de aard der liefde neem ik aan, dat geen ambtsdrager zich van het gebed met een 'Jantje van Leiden' afmaakt. Gebeden moeten en mogen van tevoren overdacht worden. Biddend overdacht worden. Dat geldt voor allerlei soorten gebeden en dus ook voor het gebed dat door de predikant in de kerkdienst wordt gedaan. Ik ga hierin geen regels voorschrijven. Dat openbare gebed waarin de dienaar mond van de gemeente tot God is, dient overdacht en afhankelijk te zijn. Dat gebed behoeft niet redenerend en betogend te wezen. Het gebed op de kansel is geen preek. Het is dan ook onjuist als het dankgebed na de preek wordt gebruikt om de halve preek voor Gods aangezicht te herhalen. Daarvoor is het dankgebed na de preek niet en wat wel zeker is: vele gemeenteleden nemen dat hun voorganger niet in dank af.
Ook zal er in het openbare gebed opgelet dienen te worden, dat het gebed niet een copie gaat worden van de kerkbode, waarin allerlei personen en zaken worden opgesomd. Met het noemen van namen moet trouwens altijd met de grootste zorgvuldigheid en voorzichtigheid worden omgegaan. Want Leiden is in last, wanneer er één naam wordt vergeten. Daarom kan het noemen van namen doorgaans beter achterwege blijven, tenzij het een heel bijzondere situatie is. Uitzonderingen bevestigen de regel. Maar anders moet het maar nagelaten worden. Zelf heb ik deze stelregel: alleen zeer grote nood of zeer grote vreugde kan een reden zijn om namen te noemen. Dit dan wel ter beoordeling van de gehele kerkeraad.
Hoe te bidden op de kansel? Het antwoord is: steil en diep afhankelijk. Biddend en dankend op een bijbelse manier en toon.

Kort of lang?
Soms kan een gemeentelid de indruk krijgen dat een gebed alleen maar een echt gebed is, wanneer het lang is. Zo vertelde iemand eens, dat hij bij een nabegrafenis een ouderling wel twintig minuten had horen bidden. Naar zijn zeggen werden zulke ouderlingen niet veel meer aangetroffen. Mannen met zulke gebedsgaven, die waren met een lantaarntje te zoeken.
Ik oordeel niet over het gebed van de hierboven genoemde ambtsdragers. Toch denk ik niet, dat men kan zeggen dat ieder ambtelijk gebed van die tijdsduur altijd van de Heilige Geest is. Het kan ook wel zijn dat de ambtsdrager zichzelf graag hoort praten òf dat hij meent dat hij de predikant nog wat moet aanvullen, omdat laatstgenoemde naar zijn mening niet alles heeft gezegd wat er te zeggen viel. Ambtsdragers moeten nuchter zijn: soms horen zij zichzelf graag en worden graag door anderen op de handen gedragen en door hen geprezen. Ook een ambtsdrager is niets menselijks vreemd. Zelfs probeert hij wel zijn vrome vlees te voeden met een geestelijke zaak als het gebed. Nu haast ik mij neer te schrijven dat dit Gode zij dank niet altijd het geval is. Wanneer dan niet? Wel, wanneer de ambtsdrager niet zichzelf zoekt, maar de ere Gods en het heil van de zielen. Maar dan is hij wel zelf klein en nederig. Dat is de beste gestalte voor het gebed, ook voor het ambtelijk gebed: ootmoet, ootmoed en nog eens ootmoed (Augustinus).
Moet een gebed kort of lang zijn? Het antwoord daarop is: het hangt van de situatie af òf een gebed kort of lang is. Bij een ernstig zieke zal men de tijd in acht moeten nemen. Bij een stervende zal het doorgaans heel kort zijn. Bij een jubileum waar veel te danken is, zal het weer langer zijn. Kort of lang is eigenlijk niet het dilemma. Het gaat erom dat het gebed echt is. Waarbij ik niet zeg, dat men de tijd niet in de gaten moet houden. Ik denk in dit verband aan het huisbezoek. ledere ambtsdrager wil graag dat de kinderen bij het huisbezoek aanwezig zijn. Wanneer er nog kleine kinderen zijn, wordt er daarom meestal een huisbezoek vroeg in de avond afgesproken. Ik denk dat dit wijs is. Op die manier bereikt men ook de kleine kinderen en kan men tot hen een vriendelijk, d.i. een bijbels woord spreken. Maar dan moet de ambtsdrager wel in het gebed met die kinderen rekening houden. Niet alleen dat hij ze opdraagt in het gebed voor de Heere — op een kinderlijke manier —, maar ook moet de ambtsdrager ervoor zorgen dat het gebed binnen een bepaalde tijdsproportie blijft. Het kind òf de kinderen moeten niet in slaap vallen. ledere ambtsdrager moet maar voortdurend bedenken: wat goed is voor een kind, is ook goed voor een ouder iemand. Hiermee wil ik zeggen: wat een kind kan meemaken, kan ook iemand van zeventig of tachtig meemaken. Echt, onze religie bestaat niet in een bepaalde tijdsduur. Ik weet wel dat daarnaar de waarde van onze religie — althans van de echtheid daarvan — wordt afgemeten. Laten wij dit echter direkt vergeten. U vindt in de Schrift hele korte gebeden en hele lange gebeden. Bij Nehemia lees ik bijvoorbeeld een gebed van enkele regels, maar ook één van vele, vele regels. Nehemia bad kort of lang al naar gelang de situatie.

Concreet
Van belang is dat een ambtsdrager in het gebed concreet is. Ik bedoel daarmee, dat hij op concrete noden ingaat. Bij een alcoholist zal hij vragen dat de man òf de vrouw van die verschrikkelijke drankduivel verlost zal worden. Bij iemand die homofiel geaard is en daarmee een verschrikkelijke strijd heeft, zal men in het gebed op die strijd moeten ingaan en om krachten daarvoor vragen. Wanneer een ambtsdrager een gebed bij een zieke verricht, zal hij om genezing en indien de ziekte chronisch van aard is, om geduld vragen. In het gezin kunnen er speciale moeilijkheden zijn. Wel, de ambtsdrager dient deze zorgen en moeilijkheden heel concreet de Heere voor te houden. Spanning in het huwelijk, wrijving tussen ouders en kinderen, het mag alles heel subtiel, doch concreet voor de Heere gebracht worden. Is er werkloosheid of dreigt iemand afgekeurd te worden, alles, maar dan ook alles mag bij de Heere gebracht worden. Zowel de zaken van dit leven als voor het toekomende leven.
Ambtsdragers hebben hun gemeenteleden in alle dingen serieus te nemen: Vandaar dat ingaan in het gebed op concrete situaties. Het wil intussen wel inhouden dat degebeden veelvormig zijn. Maar dat is helemaal conform de Schrift. De Bijbel kent een veelvormigheid aan gebeden. Daarom kunnen de gebeden nooit naar één model beoordeeld worden. Er is een groot onderscheid in de gebeden al naar gelang de situatie. Wij onderscheiden tussen de gebeden van schuldbelijdenis en dankzegging, lofprijzing en aanbidding, verootmoediging en smeking. Maar welke vorm een gebed heeft in de Schrift, dit gebed gaat altijd in op een concrete situatie. Zo dienen de gebeden van de ambtsdrager te zijn! Zijn gebed mag vooral geen dogmatische verhandeling zijn. En als ik dit laatste neerschrijf, denk ik niet alleen aan al de gebeden die op huis- en ziekenbezoek worden gedaan, maar ik denk ook aan het zogenaamde consistoriegebed. Laat de inhoud en de tijdsduur daarvan toch door de ambtsdrager thuis in de binnenkamer overdacht worden. Het is toch niet stichtelijk en eerbiedig, wanneer een kerkeraad vijf minuten later dan in de kerkbode staat aangegeven de kerk betreedt, omdat een van de broeders een zeer lang consistoriegebed deed. Als ambtsdrager moet men door zijn lange gebed geen aanleiding geven dat het rumoerig wordt in de kerk en de gemeente zich gaat afvragen òf er in de consistorie iets gebeurd is tengevolge waarvan de kerkeraad de kerk zo laat binnengaat. Dit laatste is een praktische opmerking inzake de tijdsduur. Maar er is nog een andere praktische zaak en die betreft de inhoud. Het consistoriegebed dient eenvoudig te zijn. De ambtsdrager vraagt daarin een zegen voor de dienaar van het Woord en voor de gemeente. Hij doet geen voorbede voor zieken en bejaarden. Dat wordt op de kansel gedaan. Ook de noden in het Midden-Oosten bijvoorbeeld behoeft hij in het gebed niet breedvoerig aan de orde te stellen. Ook dat wordt op de kansel gedaan. Van oudsher diende het consistoriegebed alleen voor het vragen van een zegen voor voorganger en gemeente. Zeker diende het niet — en daarvoor mag het ook in het heden niet gebruikt worden — om de Heere Genesis 1 tot en met Openbaring 22 voor te houden. Het komt wel voor dat ambts­dragers in hun gebed — heel goed bedoeld — de gehele Bijbel doorwandelen. Maar dat is bepaald niet nodig. Nog minder is het nodig dat men de Heere de weg gaat voorschrijven die Hij met de gemeente moet gaan. Wanneer de vrijmacht Gods wordt beleden — terecht! — máár dan moet een ambtsdrager de Heere ook vrij laten in de weg die Hij in de prediking gaat. Zeker mag de Heere geen bepaalde weg worden voorgeschreven. Zoals geen twee blaadjes aan een boom gelijk zijn, zo worden er geen twee mensen op een en dezelfde manier tot de Heere gebracht. Er mogen kruispunten zijn waarop men elkaar ontmoet, maar daartussen is er nog heel veel variatie.
Ook na de dienst behoort het consistoriegebed concreet en zakelijk te zijn. Het moet een echt dankgebed zijn waarin de lofprijzing een plaats heeft. Het behoeft geen copie òf herhaling van de preek te zijn. En zeker mag dat gebed niet gebruikt worden om een aantal voltreffers onder de gordel van de dienaar uit te delen. Zeker, men kan iets gemist hebben in de preek. Beter is het om dit als ouderling onder vier ogen tegen de predikant te zeggen dan dat het consistoriegebed daarvoor wordt gebruikt.
Met dat iets missen in de preek moet men trouwens voorzichtig zijn, want niet in iedere preek kan altijd alles gezegd worden. De preek wordt bepaald door de tekst en de contekst. Een preek uit Psalm 51 zal anders zijn dan een preek over Psalm 150. Ook hierin is sprake van veelvormigheid die de rijkdom van de Schrift uitmaakt.
Ik weet dat er over dit alles nog veel meer te schrijven zou zijn. Vanwege ruimte en tijd moet ik afronden. Ik heb slechts wat praktische zaken rondom het ambtelijk gebed willen doorgeven. Als laatste stel ik, dat een ambtelijk gebed zonder Christus, de allerhoogste Ambtsdrager, niet mogelijk is. Moge er onder de gemeenteleden veel gebed voor het gebed van de ambtsdragers zijn. Zij schudden het gebed niet uit de mouw. Juist ambtsdragers hebben in dubbele mate de Heilige Geest nodig om de mond van de gemeente(leden) tot God te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het ambtelijk gebed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's