Globaal bekeken
In zijn boek 'De dingen hebben hun geheim' (uitgave Ten Have, Baarn; zie mijn hoofdartikel, v.d. G.), schrijft prof. dr. ir. A. van den Beukel over drie personen 'uit de wolk der getuigen', die indruk maakten in zijn leven. Behalve zijn vader en zijn vroegere leraar Nederlands (de latere prof. dr. C.C. de Bruin), noemt hij 'meester Bergsma'
'Meester (zo heette dat toen nog) Bergsma was het hoofd van de christelijke lagere school "Groen van Prinsterer" te Delft. De bovenmeester. Een kaarsrechte man, met een snor en een strenge blik. Hij wàs streng, als dat nodig was. Hij kon ook mild zijn. Mijn gevoelens jegens hem waren vergelijkbaar met wat christenen "de vreze Gods" noemen: liefde gemengd met ontzag. Rechtvaardig was hij ook. Hij heeft mij tweemaal voor een week van school verwijderd wegens wangedrag. Er viel niets op af te dingen, het was verdiend. Toen wij de school verlieten kregen we allemaal een hand van hem. Hij wist dat ik, als enige van de klas, naar het gymnasium zou gaan. Dat was hoog gegrepen, in dat milieu. Te hoog misschien? De hoogmoed lag op de loer "Zal je eenvoudig blijven, jongen?" zei hij en kneep mijn bedeesde hand vrijwel stuk.
Er is één dag in dat schooljaar 1943-1944 die ik nooit zal vergeten. Op een ochtend troffen wij hem, toen we het klaslokaal binnenkwamen, achter de lessenaar aan, licht gebogen. De tranen stroomden over zijn gezicht. Schuw, als door de bliksem getroffen, zaten we in onze banken en bezagen wat daar gebeurde als een verbijsterend, voor onmogelijk gehouden natuurverschijnsel. Na enige tijd begon hij te spreken en vertelde, met horten en stoten en onophoudelijk doorhuilend, wat er gebeurd was. Zijn oudste zoon Folkert had deelgenomen aan het verzet tegen de gehate bezetter; hij was door de Duitsers gepakt en gefusilleerd. Gisteren. De jongen had gedaan wat hij moest doen, een andere weg was er niet. Hij, zijn vader, was er trots op.
Toen rechtte hij zijn rug, begaf zich naar het schoolbord en nam een stukje krijt. "Schrijf maar over in je schrift," zei hij. Met vaste hand, in het fraaie schoonschrift dat wij van hem gewend waren, schreef hij:
Jezus, ga ons voor
deze wereld door
en u volgend op uw schreden
gaan wij moedig met u mede
Leid ons aan uw hand
naar het vaderland
en nog drie coupletten. Daaronder schreef hij: lievelingslied van Folkert Bergsma, gefusilleerd door de bezetter...
"We gaan het nu samen zingen," zei hij.'
Van mijnheer De Bruin (ook 'mijn' onvergetelijke leraar, v.d. G.) schrijft hij (o.a.) n.a.v. diens afscheidscollege in Leiden:
'Aan het eind van zijn schitterende college over Dante gekomen zei hij: "Ik ga mijn laatste les besluiten met een gedicht van Nicolaas Beets, dat al mijn oud-leerlingen uit het hoofd kennen. Het is als verwoording van een religieus-poëtische ervaring uit de stilte voortgekomen en keert terug tot een zwijgen dat welsprekender is dan het zeggen.
"De moerbeitoppen ruisten"
God ging voorbij
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij.
Sprak tot mij in den stillen,
Den stillen nacht.
Gedachten die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden
Verdreef hij zacht.
Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin:
'k Voelde zijn vaderarmen
Mij koestren en beschermen
En sluimerde in.
Den morgen die mij wekte
Begroette ik blij;
Ik had zo zacht geslapen
En Gij, mijn schild en wapen
Waart nog nabij.
Wat was het wonderbaarlijke aan deze gebeurtenis (...) Dit: dat hij als vanzelfsprekend aannam dat wij dit gedicht, dat hij ons nooit uit het hoofd had laten leren, desondanks uit het hoofd kenden. En zo was het ook. Ik kende het "by heart", zeggen de Engelsen en dat is veel mooier uitgedrukt. Hij wilde er dit mee zeggen: al die honderden lessen, die ik jullie jarenlang gegeven heb, ben je natuurlijk vergeten. Maar het enige wat ik had over te brengen, het enige waar het echt om ging, dat heb je natuurlijk onthouden. En zo was het.'
In het blad Ter Herkenning lazen we een vertaling uit het Hebreeuws van een 'vroeg-joods wijshedengeschrift' (afkomstig uit de Ibn Ezra synagoge te Caïro). Het gaat om een tractaat van 356 regels (een 'genizah'-manuscript van 18 bladzijden) waarin 130 keer het woord wijsheid voorkomt. Vele teksten zijn ontleend aan Spreuken en Prediker. De vertaler (P.W. van der Horst) stelt dat het geschrift doortrokken is 'van een hellenistisch aandoende wereldmijding'.
'1. Wijsheid is voor de dwaas zwaarder dan zand, hij kan het niet (ver)dragen.
2. Het hart van de dommen zijn hun ogen en het oog van de wijzen zijn hun harten.
3. Het begeren der wijzen is (naar) inzicht en raad, maar het begeren der dommen is voedsel en drank.
4. Wie de wijsheid minacht, houdt van begeerte, maar hij die wijsheid zoekt, haat hebzucht.
5. De liefde der dommen is eten en drinken, en liggen is hun bezigheid in de ijdelheden der wereld.
6. Een gruwel voor de dwazen zijn de deemoedigen en ze spotten over de wijze die zich vernedert (?).
7. De vreugde der dwazen is in hun begeerte, ze kunnen niet slapen als ze niets vinden.
8. Voor de dwazen is deze wereld genoeg en ze hebben geen behagen in de komende wereld.
9. De dwaas kan geen wijsheid indachtig zijn en niet luisteren naar de weg van de Heer
10. Want hij keert terug naar zijn uitbraaksel, en nog is dat voor hem geen schande.
11. Hij loopt achter de hebzucht van zijn hart aan; achter zijn rug werpt hij (...?).
12. De woorden der wijzen zijn gruwel voor de dwazen en ze zijn niet bereid naar onderricht te (luisteren?).
13. Wijsheid verlicht degenen die haar bezitten en de ziel van degenen die haar bezitten loopt snel.
14. De gedachten der wijzen zijn raad en kennis, de gedachten der dwazen zijn begeerte en hartstocht.
15. Hoogmoed en begeerte zijn een struikelblok voor wie hen bezitten, maar wijsheid en deemoed regeren hun bezitters.
16. Het einde van hoogmoed is vernedering en het einde van vernedering is trots.
17. Begeren hier en verlangen naar overtreding, hun einde is schaamte en schande.
18. Zij die hun (boze) neiging onderdrukken, komen niet beschaamd uit als zij zich inzetten terwille van de Almachtige.
Uit het boek van prof. Van den Beukel (zie boven) nemen we over het (vertaalde) opschrift op het graf van Isaäc Newton, de befaamde natuurkundige uit de zeventiende eeuw:
Hier rust
Sir Isaac Newton, Ridder
Die door een bijkans bovennatuurlijke geestkracht als eerste aantoonde
De bewegingen en figuren der planeten
De paden van de kometen en de getijden van de oceanen
Hij onderzocht met grote ijver
De verschillende brekingsindexen van de lichtstralen en de eigenschappen van de kleuren die zij veroorzaken.
Een onverdroten, scherpzinnig en nauwgezet vertolker van de Natuur, de Oudheid en de Heilige Schriften.
Hij bracht in zijn filosofie de majesteit Gods tot uitdrukking en vertoonde in zijn gedrag de eenvoud van het Evangelie.
Laten de stervelingen zich verheugen
dat eens geleefd heeft een zo groot
SIERAAD VOOR HET MENSELIJK GESLACHT.
Geboren 25 december 1642, overleden 20 maart 1727.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's