Licht (2)
'De Heere is mijn Licht en mijn Heil; voor wien zou ik vrezen?' Psalm 27 : la
Psalm 27 is een heerlijk getuigenis van één van Gods kinderen, namelijk van David, de man naar Gods hart. Het is ook een van de meest geliefde psalmen van Gods Kerk op aarde. Het is een medicijn van de hemelse Geneesmeester voor een door zonde en schuld verslagen zondaarshart. Wat komt in het leven van David toch rijk Gods werk openbaar. Zijn verlossingswerk in de grote Davidszoon, de Heere Jezus.
Want een 'zondaar' dat was David. Een door God ontdekte zondaar. Hij leerde zichzelf door Gods Woord en Geest kennen als een zondaar voor de heilige God.
De Heere kwam reeds vroeg in het leven van deze koning van Israël. Reeds van kindsaf aan leerde hij zijn God vrezen en liefhebben. Wat is dat nameloos rijk! Want dan ligt er nog een heel leven voor ons om te besteden in Zijn dienst en tot Zijn eer, maar ook tot heil en zegen voor elkaar.
Wat kan er ook een droefheid in ons hart zijn, als wij beseffen, dat we zoveel kostbare tijd lieten voorbijgaan van de korte dagen van ons leven en we die kostbare tijd besteedden in de dienst van de wereld en van de zonde. Wat is zo'n leven toch tot oneer van de Heere en ook tot onheil van elkaar.
Een leven in de vreze des Heeren is een wervend leven, wervend voor de Heere en Zijn heerlijke dienst. Een liefdesdienst, waar we nooit verdriet van zullen hebben. Het is toch zo'n wonder als de Heere ons gebruiken wil om zondaren voor de Heere te winnen. Zo deed de Heere dat ook met Zijn knecht David.
David heeft kennelijk door Gods Woord en Geest de duisternis en de gebrokenheid van zijn leven leren kennen door de zonde. De Heere opende hem daartoe zijn blinde zieleogen. En dan leren wij ons leven zien. zoals de heilige God ons leven ziet.
Dan leren wij iets kennen van datgene wat de hoorders van de eerste Pinksterpreek van Petrus leerden kennen, namelijk verslagenheid van het hart. Een hart dat doorstoken werd van de schrik des Heeren, de heilige God. Dan wordt er in ons hart beleefd wat het betekent om God kwijt te zijn geraakt door de zonde.
Zo'n verslagen zondaar leert hunkeren, verlangen naar het Licht van Gods genade in Christus Zijn Zoon. Zo'n hart leert verlangen om door de grote Heiland, de hemelse Geneesmeester genezen te worden van al de zonden. En wat een heerlijk wonder dan als de Heere dan tot ons hart spreken wil: 'Ik ben uw Heil alleen'.
Dat Hij nu met zijn heiligheid en Zijn onschuld al mijn onheiligheid en schuld voor het heilig aangezicht van God bedekken wil. Dan worden we heel blij in de Heere en dan verheugt ons hart zich in God onze Zaligmaker.
Vanuit deze wetenschap zingt David deze psalm uit. Hij weet, Wie de Heer voor hem, zondaar, is geworden, namelijk zijn Licht en zijn Heil. Heel persoonlijk. De trouwe Verbondsgod is zijn Licht en zijn Heil. Alles wat er aan licht in zijn leven gevonden wordt, heeft hij van de Heere ontvangen. In en van zichzelf is er sprake van alleen maar duisternis en donkerheid. En dat getuigt van de dood. In en van zichzelf is hij alleen maar een zondaar die voor de heilige God niet kan bestaan. Maar door het licht van Gods genade in Christus is het licht geworden. Hij leerde de vergeving der zonden kennen. En dat is een groot wonder!
Nu loopt hij echter niet te pronken, alsof hij het zelf allemaal zo bewerkt heeft, maar hij mag de eer geven aan zijn trouwe Verbondsgod. De Heere deed het en Hem komt daarvoor de lof toe. En daarom roept hij het in verwondering en aanbidding uit: 'De Heere is mijn licht en mijn Heil.' Hij genas mijn leven. Hij en niemand anders. Daarom roemt David in de onverdiende goedheid van zijn God.
Als Gods kinderen deze psalm lezen, dan beginnen de snaren van de ziel te trillen. Daarom is deze psalm ook zo heerlijk voor allen, die in datzelfde geloof aan Christus zijn verbonden. Deze psalm getuigt zo rijk van Hem, Die het Licht der wereld is.
Het zou ook kunnen dat u of jij die toonhoogte niet bereiken kunt. Misschien moet u of jij integendeel wel getuigen van de duisternis in uw en jouw hart. Misschien getuigt alles wel in uw of jouw leven van de gebrokenheid in het leven buiten de Heere. Misschien gaat u daar wel onder gebukt omdat het allemaal zo donker is, zo uitzichtloos.
Laat er dan toch een bemoediging van deze psalm voor u uit mogen gaan. Bedenk dan dat deze man Gods ook vanuit diezelfde duisternis door de Heere geroepen werd tot Zijn wonderbaar licht. David spreekt uit ervaring. Hij heeft het van God geleerd, dat zijn duisternis het niet uithield tegen het Licht van de Heere. En dat betekent: er is voor u en voor jou ook nog hoop! In die hoop mocht David zijn leven vervolgen. In die levende hoop wordt hij zalig. De hoop, die de zekerheid in zich heeft van het geloof De Heere is zijn Licht en zijn Heil; wien zou ik vrezen?
De vrees mag buitengesloten worden. De Heere belooft het immers: 'In het aangezicht van de dood dan zal ik u nog vertroosten'. Het is Kerstfeest voor David geworden. Feest van het Licht.
De vraag kan zijn: Is dat nu altijd wel zo merkbaar? Neen, dat niet. Juist omdat Licht gemaakt werd, kan de duisternis vaak zo duister zijn. Maar de Heere is geen God van uiterste donkerheid. Hij zal er telkens weer voor zorgen dat Zijn Licht het duister zal laten verdwijnen. Als het echt Kerstfeest voor ons werd, dan zal de Heere Zelf ervoor zorgen, dat het telkens weer vernieuwd wordt, totdat het eeuwige Kerstfeest in ons leven zal zijn aangebroken.
Dat is dat ogenblik dat de Heere Zijn kinderen boven de tijd zal uittillen in de eeuwigheid. En dat betekent boven de zonde, de moeite en het verdriet uit, in het Kanaän der rust, wat boven is. Daar waar de Heere is. Om daar ons eeuwig in Zijn heerlijk Licht te mogen verheugen. Wat een blijdschap zal daar onze ziel mogen smaken, als wij daar in verwondering en aanbidding mogen neerknielen. Om daar voor altijd de liefelijkheid van de Heere te mogen aanschouwen en onderzoeken in Zijn Tempel.
Zij, die iets van dat Licht en van dat Heil in hun leven leerden kennen door Gods Woord en Geest, die zien telkens weer uit naar dat Licht en dat Heil. Dat zijn echte Advents-christenen. Zij mogen uitzien, soms met een groot verlangen, naar Hem, die het Licht van hun leven is, hun Heiland. En hoe meer licht, des te minder vrees is er. Laten wij met de bede in het hart het Kerstfeest tegemoet gaan: 'Heere, weest U ook mijn Licht en mijn Heil. Dan zal ik niet vrezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's