Geboorte
Het grote ruisen van de regen
Weeft nu een mantel van geluid
Over de natte, duistre wegen
En dooft de Herdersvuren uit.
Maar binnen is de stilte veilig,
Zodat er elk gerucht ontroert:
Het rinkelen klinkt bijna heilig
Wanneer een koe haar kop verroert.
Maria, met verschrikte ogen
Is rusteloos van angst en pijn;
En Jozef, over haar gebogen,
Weet zich onmachtig en te klein.
Zijn donkere, verlegen handen
Zoeken het wit van haar gezicht;
De regen ruist aan alle wanden
Van zondvloed en het laatst gericht.
Maar wondre wijzen gaan zich mengen
In 't ruisen, zwaar en monotoon:
De zang van regen en van engelen
Verheerlijkt Jezus: mensenzoon!
Uit: De mooiste Kerstgedichten,
uitgave Kok, Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's