De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Grootste opwekking aller tijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grootste opwekking aller tijden

De komst van Christus

10 minuten leestijd

Wie verlangt vandaag niet naar een opwekking, naar een geestelijke verlevendiging van kerk en gemeente, die ook in de bredere verbanden van de samenleving merkbaar wordt? Temidden van veel dorheid en dodigheid, van geesteloosheid en liefdeloosheid, van twist en tweedracht, kan het soms tot stikkens toe benauwd worden. Ook al zijn er nog vele 'goede dingen in Juda'. Het kan ook zo stil zijn in de gemeente dat de vraag gewettigd is wat de wekelijkse prediking nog uitwerkt. Zij, die weten van de levende klacht over Godsverberging, kennen ook de levende bede 'och dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt'.


Intussen is het zo dat God neergekomen is. Gods Zoon werd Zoon des mensen. De duif daalde op Hem neer en ten aanhore van de boeteprediker Johannes de Doper klonk het getuigenis uit de hemel: 'Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik Mijn welbehagen heb'.
In de duistere eeuwen, voorafgaand aan de komst van Christus, hadden de profeten nochtans de hoop levend gehouden op de komst van de Messias. En een wegbereider als Johannes is verder nodig geweest. Maar toen het zo ver was, dat Hij geboren was, brak de hemel zelf in jubel uit: ere zij God, vrede op aarde.

Klein begonnen
We mogen zeggen dat met de komst van Christus Zèlf de grootste opwekking aller tijden doorbrak in de geschiedenis. Die opwekking is klein in de ogen der mensen begonnen. Van tijd tot tijd was de schare rond­om Jezus en leek Hij veel aanhang te hebben. Maar als puntje bij paaltje kwam ging de schare heen en bleef het handjevol vissers over, die Hij geroepen had van achter de netten. En ook die hebben vaak helemaal niet gezien hoe in Hem de vervulling van de profetie gestalte had gekregen. Al was er de spontane belijdenis van Petrus geweest 'Tot Wie zouden we heengaan. Gij hebt de woorden van het eeuwige leven' en 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God', toen de contouren van het kruis zichtbaar werden, hebben ze ook onbegrijpend erbij gestaan. Hun hoop verging met Christus in het graf.
En wat het volk betreft. Hij kwam tot de Zijnen maar ze namen Hem niet aan. In de geschiedenis van de joodse 'Omzwervingen', geschreven door de befaamde schrijver Chaim Potok, hekelt deze de apostel Paulus, die een bovenaardse betekenis toekende aan een man, die hier een poosje op aarde heeft rondgewandeld. Niet aangenomen, tot vandáág niet!


De grootste opwekking aller tijden ging uiteindelijk door de diepste diepte heen. Er bleef weinig kerstromantiek over toen Christus alleen achter bleef in de diepte van Zijn lijden en Hij van God en mensen verlaten was. Hij heeft de pers alleen getreden en er was niemand van de volkeren met Hem. Het 'vrede op aarde' was verstomd en wat voor de Zoon des mensen overbleef, was de toorn van God, waaronder wij eeuwig hadden moeten verzinken, maar die door Hem alléén in bange uren gedragen werd, tòt verzoening.

Grote uitwerking
Intussen werkte de eeuwige God, door het dieptepunt van de geschiedenis heen, toen niemand meer overbleef, die met Christus mee kon gaan die diepte van het lijden in, een wereldschokkende omwenteling en opwekking.
Er is nauwelijks reden voor romantische, zoetelijke kerstsfeer als we bedenken dat de vrede op aarde via het nulpunt van Golgotha en het graf met een steen ervoor verwerkelijkt is geworden. Maar de triomf van Christus was dan ook volkómen. Door lijden tot triomf! Zó, dat de Heilige Geest werd uitgestort op alle vlees. Wijfelende en twijfelende discipelen werden krachtige getuigen van de Opstanding en verbreidden het grote nieuws wereldwijd. De zege van Christus zorgde voor een regen des Geestes. De toenmalig bekende wereld werd veroverd door het Evangelie.


Getuigen waren tegelijk martelaars, dat wèl. Het getuigenis van de Opgestane hebben de brengers van het nieuws — de apostelen — vaak zelf met de dood moeten bekopen. En ook hun volgelingen gingen voor de leeuwen. Maar het mag kenmerkend zijn voor het echte van de opwekking dat, door de hitte van de vervolgingen onder Nero heen, de standvastigheid van het geloof is gebleken en gelouterd, bepróéfd gebleken.
Het getuigenis van de martelaren is tot voor koningen en overheden gehoord. En door de kracht van het Evangelie zijn machtigen van de tronen gestoten, hebben ellendigen moed gevat, zijn volkeren gekerstend, zijn levensverbanden vernieuwd en doorzuurd door de zuurdesem van het Woord Gods, door wet en Evangelie, door de goede boodschap van de Vredevorst.
Een wereldwijde opwekking, de grootste en meest blijvende aller tijden!

De kerk
De kerk is zo in de grootste opwekking aller tijden betrokken geweest en de nawerking daarvan is tot in onze tijd merkbaar. De kerk zelf is gestalte van de opwekking. Van geslacht op geslacht is het Woord wereldwijd doorgegeven. Het kerkvergaderende werk des Geestes is doorgegaan tot op de dag van vandaag.
Eén en ander betekent echter niet, dat de kerk zelf altijd en overal op de toonhoogte van Woord en Geest is gebleven.
Vaak werd na kortere of langere tijd de eerste liefde verlaten.
Diepgang van het werk des Geestes maakte soms plaats voor oppervlakkigheid.
De levensheiliging, als vrucht van de Heilige Geest, kwam onder spanning.
Velen verkozen, de eeuwen door, met Demas de tegenwoordige wereld.
Zelfgenoegzaamheid kwam soms in de plaats van ootmoed.
Het Woord werd in twijfel getrokken, zowel in zijn bedreigingen als in zijn beloften als in de historische betrouwbaarheid ervan.
Ten gevolge van dit alles week de Geest van de gemeenten soms vanwege ongehoorzaamheid aan het Woord of omdat God niet geloofd werd te zijn een Màn van Zijn Woord.


Daarom zijn er de tijden door ook heel concrete opwekkingen nodig geweest en zijn ze er ook geweest. Maar opwekkingen hadden dàn pas werfkracht en diepgang en blijvende betekenis wanneer ze ook door de diepte heen gingen. Wanneer om zo te zeggen de Romeinenbrief weer werd herontdekt. Dáárin immers gaat het over de radicale verdorvenheid van de mens maar ook om de radicaliteit van de genade. Zo was ook de Reformatie een grote opwekking in de geschiedenis. Maar elke opwekking, die in de loop der eeuwen heeft plaatsgevonden, hing aan de gróte opwekking, die met Pinksteren is doorgebroken in de wereld. Van die opwekking is de geboorte van het kind in de kribbe het grote begin geweest.

Vandaag
We beleven vandaag een tijd, waarin allerwegen verwarring en onzekerheid heersen. Het grote manco — bij alle gesignaleerde Woordverzaking — is ongetwijfeld ook het gebrek aan liefde en gemeenschap. O zeker, ook vandaag zijn de ritselingen van het werk van de Heilige Geest hoorbaar en merkbaar. Maar, ondanks de grote aanval, die de kerk van Christus in deze tijd te verduren heeft van het Rijk van de antichrist, leven we als kerken en gemeenten nog vaak uit en in triomfantelijkheid. Er is wellicht te weinig sprake van echte verootmoediging om de breuken, die geslagen zijn, om het kwijnen van geloofsleven, om te weinig beoefenen van liefde en gemeenschap.
De gemeente zelf heeft een opwekking nodig, her en der. Ook dáár, waar het gezag van de Schrift hoog wordt gehouden en genade met de mond wordt beleden! Zou de Heere niet vandaag een twist met Zijn kerk hebben, die daarin tot uitdrukking komt, dat velen kittelachtig van gehoor zijn en derhalve in onderlinge twisten de vrede en de blijdschap van Gods wereldwijde werk ten onder houden?

Naar buiten
Opwekkingen in de geschiedenis hadden intussen niet alleen hun uitwerking binnen de gemeente maar (vandaaruit) ook naar buiten. Wanneer we als zodanig opwekkingen in de geschiedenis bezien dan vak op hoe bepaalde opwekkingspredikers niet alleen voluit de vrede van Christus, aangeboden in en door het Evangelie, hebben verkondigd maar ook metterdáád hebben getoond. Indrukwekkend is in dit opzicht de levensarbeid van de Engelse opwekkingspredikers John Wesley (1703-1791) en George Whitefield (1714-1770) geweest. De bazuin van het Evangelie gaf bij hen geen onzeker geluid. Ze hebben Jezus Christus en Dien gekruisigd gepredikt voor verloren zondaren.
Waar lag het geheim van de zegen, die op hun arbeid rustte? George Whitefield staat ons nader, omdat hij meer in directe zin in de traditie van Calvijn stond als het gaat om b.v. de leer der verkiezing en de vrije genade. Maar hij hield de meer methodistische (wij zouden zeggen arminiaanse) Wesley in hoge ere. Die hield volgens de eigen wens van Whitefield in 1770, na zijn verscheiden, een gedachtenisrede.
Deze twee grote opwekkingspredikers, hoewel verschillend van ligging, hielden elkaar vast en in ere, en hebben beoefend, dat het geloof door de liefde werkt. Mogen we hieruit niet leren, dat alleen waar liefde woont de Heere de zegen geeft en niet daar, waar onverdraagzaamheid en hardvochtig oordelen de boventoon voeren?


Maar er valt nog meer te zeggen. Whitefield preekte op de hellingen van de heuvels in Wales, waar de mijnwerkers hun ellendige leven leefden. Hij zocht de ellendigen op, was in sociaal opzicht bij hen en verkondigde hun de onvergankelijke boodschap van het onvergankelijke leven. En Wesley bezocht (samen met de leden van de Holy Club) de gevangenen van Oxford in hun muffe cellen. Ook hij was de marginalen van de samenleving nabij, in dienstbetoon en in de prediking van het Evangelie, zelfs met de sacramenten. Hij was wars van het concrete zondige leven maar schuwde de concrete zondaars niet met de boodschap van Gods opzoekende zondaarsliefde.


Moeten we niet eerlijk belijden, dat we als kerken teveel verburgerlijkt zijn om nog dicht bij de ellendigen in de samenleving te kunnen (of te willen) komen? Zijn we niet te zelfgenoegzaam, te zeer in ons zelf gekeerd, om de netten nog buiten te kunnen (of te willen) werpen? Sterker nog: staat arbeid, die onder de verschoppelingen van de samenleving geschiedt, niet vaak onder verdenking? Wordt het al niet spoedig 'te ruim' bevonden? Het zou kunnen zijn dat we mede daardoor de zegen des Geestes verspelen en een opwekking uitblijft.

In armoede geboren
Christus zelf is in diepe armoede en diepe nederigheid geboren. Zijn leven stond in het teken van dienen in plaats van gediend en vereerd te worden. Is die gestalte van Christus ook kenmerkend voor de Zijnen vandaag? Christus zocht de zondaars en de melaatsen, de terzijde geschovenen en verachten op en toonde hun Zijn liefde. Hij ging ook concreet op hun noden in.
Christus toont in het gewaad van Zijn Woord en door de dienst der zijnen de wereld Zijn wonden en kan zo ook barmhartig Hogepriester zijn, die Zelf olie giet in wonden, die geslagen zijn. Een opwekking vandaag raakt als het goed is mensen ook in hun totále bestaan. We mogen de diakonale invalshoek daarom niet onderschatten.
Christus had harts-tocht voor een wereld verloren in schuld en zocht het afgewaaide. Opwekkingspredikers hadden de hartstocht van Christus. Maar niet alleen zij, want er zijn ook de duizenden getrouwen geweest — en ze zijn er tot vandaag — dienmet zo aan de weg hebben getimmerd maar met hetzelfde vuur des Geestes waren en zijn bedeeld. Doordrongen van de hartstocht van Christus!
John Wesley heeft zijn tijd uitgekocht door 's morgens al om vier uur op te staan, omwille van de last, die hem was opgelegd. Zo behoeft niet ieder het te doen. Maar een hartstochtelijk dienaar kan geen luie dienaar zijn. Om hartstocht gáát het wel. 'Ik ken maar één hartstocht, dat is Hij, slechts Hij', zei graaf Ludwig von Zinzendorff.


De grote opwekking in de geschiedenis is begonnen toen Augustus zei, dat de hele wereld beschreven moest worden. Sindsdien is het Evangelie uitgeschreven en doorgegeven in de gehéle wereld en is er vroege en spade regen geweest. Een grote opwekking brak door.
Met minder dan een opwekking, die in de lijn ligt van de engelenzang, kunnen we ook vandaag niet toe. Opdat Christus aan Zijn eer kome!

Bijschrift foto: De Bocardo-gevangenis in Oxford waar John Wesley soms preekte voor de gevangenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Grootste opwekking aller tijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's