Globaal bekeken
Uit een boekje met citaten van oude Griekse en Romeinse schrijvers, 'Socrates voor managers', uitgave Unieboek, Houten, de volgende uitspraken:
• De meesten wankelen en weifelen tussen vrees voor de dood en angst voor de kwellingen des levens. Zij weten niet te leven en wensen niet te sterven.
Seneca
• Nadat ik zelf getroffen werd door ongeluk, leerde ik de ongelukkigen te helpen.
Ovidius
• Menigeen is meester over steden en slaaf van vrouwen.
Democritus
• Toen men Pythagoras vroeg wat een vriend eigenlijk is, antwoordde hij: 'Een tweede ik'.
naar Stobaeus
• In de liefde moet men plechtige verzekeringen niet zo ernstig nemen.
• Beveel je hart, anders beveelt het jou.
Publilius Syrus
• Zodra de lust eigenmachtig gaat optreden, wordt hij uitspatting.
Seneca
• Slim is wie niet al te slim is.
Martialis
• Men moet de ernst van de tegenstanders door gelach ontwapenen, hun glimlach door ernst.
Gorgias
• Op de spits gedreven recht is vaak het toppunt van onrecht
Terentius
• Als er teveel plannen zijn, is er een plan tekort.
Publilius Syrus
Guido Gezelle als 'gelegenheidsdichter'. Uit het boek 'Mijnheer Gezelle' (recent verschenen bij Lannoo, Tielt), het volgende:
• 'Hij schrijft een jubeldicht voor een fabrikant en een jubeldicht voor een jubilerende dienstbode. Hij maakt gedichten voor jubilerende broederschappen en Mariacongragaties. Hij schrijft ze voor eerwaarde zusters in kroonjaren evengoed als voor de kloostergebouwen waarin zij wonen. Hij voorziet allerlei mensen die om een berijmde nieuwjaarswens vragen van passende verzen, of het nu een postbode betreft (1855) of een klokluider (1876).
Daar komt mijnheer Teirlinck van een tabakszaak in Zottegem langs. Hij wil op de papieren zakjes waarin hij zijn tabak en sigaren aan zijn klanten overhandigt graag een toepasselijk gedicht. De altijd dienstvaardige Gezelle levert het hem prompt:
Gij, rookers en gij snuivers,
goê waar, om weinig stuivers,
verkoop ik, en, nochtans,
mijn 'katte en kan geen fransch:
geleersd, geschoeid, gekloefd,
komt, kijkt er naar en... proeft!
• Een andere tabakshandelaar krijgt een 'Nieuwjaarswensch' van hem, beginnend:
Het oud jaar is in rook vergaan,
lijk smoor- en taubakblaren;
al de and're zullen ook vergaan,
of 't altijd nieuwe waren...
• Een nieuwjaarswens is ook wat Jan Hennion, de klokkenluider van de parochiekerk in Sint-Denijs graag van de dichter zou krijgen. Hij wordt op zijn wenken bediend:
De klokken roepen gansch het jaar
het volk bijeen, van verre en naar.
Waarom? Omdat ik vroeg ontwek
en krachtig aan de stringen trek...
Het oud jaar heb ik uitgeluid,
en 't nieuwe lacht mijn klokken uit,
't en waar dat gij, aan 't hert geraakt,
mij elk eentwat in d'handen staakt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's