Uit de pers
Wat is waarheid?
We herkennen bovenstaande woorden als de levensfilosofie van de Romeinse stadhouder, die onze Heere en Heiland ter dood verwees, hij geeft daarmee aan dat er voor Hem kennelijk niet zoiets als 'waarheid' bestaat, terwijl nota bene de vleesgeworden Waarheid Zich in zijn directe nabijheid bevindt. Onze tijd is er een die te typeren valt met o.a. het woord 'relativisme'. Dat wil zeggen: er staat weinig meer echt vast. Een absoluut criterium waaraan 'waarheid' te meten valt, is voor velen een onhaalbare zaak, afgezien nog van het feit dat velen het helemaal niet nodig vinden. Wie nog het lef heeft de pretentie te voeren, dat hij van een aantal zaken wel heel erg zeker is op grond van Gods openbaring, wordt al snel gerekend onder de onverdraagzamen. Waarheid is iets louter subjectiefs, iets strict persoonlijks geworden. Het tijdschrift 'Wapenveld' uitgaande van de RRQR (reünistenvereniging van de CSFR), besteedt in het 4e nummer van de 40e jaargang enige aandacht aan dit verschijnsel van het relativisme. Er staat een interessant gesprek in te lezen met prof. dr. M.J.G. van der Velden over 'het relativisme als grondtrek van de westerse cultuur'. Het relativisme gaat ervan uit dat er geen absoluut criterium bestaat dat kan oordelen of iets al dan niet waar is. Nu constateert Van der Velden terecht dat dit verschijnsel niet iets nieuws is. Denkt u maar aan Pilatus' woorden, zoëven geciteerd. Als mensen denken, twijfelen ze ook menigmaal. Twijfel is bijna eigen aan denken. Maar ook al kom je het relativisme in alle tijden en culturen tegen, het is in deze tijd dominant, overheersend geworden. In vroeger tijden bleef er altijd nog wel een aantal vaste uitgangspunten overeind staan. Thans durft bijna niemand meer zijn hand in het vuur te steken voor een absoluut waarheidscriterium. Van der Velden constateert dat daar allerlei oorzaken voor te noemen zijn. Hij somt er enige op. Daar is om te beginnen de historische kennis. Wie grondig kennis neemt van de verschillende waarheidssystemen die er in de loop der eeuwen zijn geweest, maar intussen voor een belangrijk deel ook weer verdwenen zijn, die wordt sceptisch over de vraag of er wel een constante factor te vinden is.
Verder noemt Van der Velden ook het tekort schieten van de grote waarheden. We hebben in de recente geschiedenis te maken gekregen met de mislukking, het grote tekortschieten van het gedachtengoed van de Verlichting. We bevinden ons daarom mede in een ingrijpende crisis in de westerse cultuur.
Als derde oorzaak noemt Van der Velden het sterk om zich heengrijpende verlies van het geloof in God of een god. Er is geen tegenover meer voor de mensen. Voor het geloof in de waarheid heb je een tegenover nodig. Wanneer je alleen maar de mens overhoudt, dan is het relativisme nog slechts de enige mogelijkheid die overschiet, aldus prof. Van der Velden.
Theologie en waarheid
Dit alles blijft ook niet zonder uitwerking als het gaat over de huidige theologiebeoefening.
'Theologiebeoefening gebeurt nu eenmaal nooit los van de tijd waarin men leeft. Het is niet voor niets, dat in de tijd waarin Descartes zijn filosofie van de twijfel propageert en de mens terugwerpt op zichzelf met zijn subjectivisme, ook het piëtisme opkomt met de subjectieve ervaring als criterium voor een waar geloof. Dit subjectivisme met ervaring als norm werkt nog steeds door in de theologie, ook in de moderne. Veel theologieën leggen meer accent op de ervaring van het heil of van God in plaats van de nadruk te leggen op het objectieve heil van God en het bestaan van God.
Bovendien is er een geschiedenis van de theologie. Die geschiedenis laat zien dat er in de loop der eeuwen heel verschillend over het geloof is gedacht. Als je dan historiserend naar de theologie kijkt, vraag je je af wat waarheid is, wat blijvend is.
We spreken trouwens wel erg over de negatieve kant van het relativisme. De theologie heeft vaak wel oog gehad voor het betrekkelijke. Men sprak bijvoorbeeld over de "middelmatige zaken", waarover men verschillende opvattingen kan hebben. De theologie zoekt dan in de veelheid naar datgene, waarmee de zaak van het geloof staat en valt, naar het onopgeefbare, zonder hetwelk van Waarheid niet meer gesproken kan worden. Dat wijst op de noodzaak van bescheidenheid in de theologie. Het tegendeel van relativisme is absolutisme. We hebben als kerk en theologie wel eens uitspraken over allerlei zaken gedaan, die achteraf niet bleken te gelden, bovendien is die bescheidenheid gepast, omdat we moeten zeggen, dat eeuwen van christendom niet alleen maar positieve dingen heeft opgeleverd.'
Je blijft hier staan voor de vraag naar Waarheid en waarheden. Gods Waarheid voor ons geconcentreerd in de persoon van Jezus Christus (Joh. 14 : 6) en dat wat mensen in alle tijden en om allerlei redenen voor 'waarheden' hebben uitgedragen. Het blijft altijd nodig te letten op dit onderscheid. In onze confessie komen we toch ook het vermaan tegen om de waarheid Gods vervat in de Heilige Schrift nimmer te laten overheersen door geschriften van mensen of door gewoonten aan een bepaalde tijd of cultuur gebonden (art. 7 NGB)?
Bescheiden theologie
Prof. Van der Velden krijgt dan de vraag te beantwoorden of hij niet veel te positief oordeelt. Moeten we niet ronduit erkennen dat de theologie gefaald heeft en niet bij machte is gebleken een dam op te werpen tegen het hier bedoelde relativisme? En heeft zelfs niet de reformatie met haar eis dat alles onder het beslag van het Woord Gods dient te liggen, het onderspit moeten delven?
'Is dit niet te positief? Moet je niet simpelweg erkennen dat de theologie gefaald heeft en niet in staat is geweest om een dam op te werpen tegen het relativisme? Heeft de reformatie met haar eis, alles onder het beslag van het Woord te laten liggen, niet het onderspit moeten delven?
Van der Velden wil in het midden laten of dit een kwestie van schuld of lot is. "Zo zou je je kunnen afvragen of de Reformatie niet krachten heeft losgemaakt die zich later verzelfstandigd hebben. Zo heeft de theocratiegedachte de staat onder het juk van de kerk vandaan gehaald. De staat werd gezien als dienaresse Gods, maar ze was wel vrij van de overheersing van de kerk. Dat is ook gebeurd op het gebied van wetenschap."
Gewezen wordt op het falen van de kerk in onze tijd. Van Ruler kan wel heel mooi zeggen dat de waarheid evident is en ds. Abma in zijn SGP-tijd kan wel wijzen op oplossingen in Gods Woord, maar als dan de overheid kort na de tweede wereldoorlog de kerk om advies vraagt over de doodstraf, krijgt ze verschillende antwoorden. Van der Velden erkent dat dit een zwakheid van de kerk is. "De plurale samenleving weerspiegelt zich in de kerk. Dit pluralisme wordt zelfs verdedigd met de opmerking dat geen mens Gods waarheid kan bevatten. Het relativisme uit zich ook in het feit dat niemand meer spreekt over de eenheid van de kerk. Onder de verdeeldheid wordt niet geleden. De oecumene is hierdoor verworden tot een abstractum. Het pluralisme wordt door sommigen zelfs in verband gebracht met de verscheidenheid aan gaven, waar Paulus over spreekt. Men maakt zich geen zorgen meer over de institutaire aspecten van het kerk zijn. We dienen als kerk en theologie ook in die zin bescheiden te zijn, dat we erkennen, dat we niet in staat zijn gebleken, de Waarheid zo te verwoorden, dat ze gehoord wordt in cultuur en samenleving en als relevant wordt ervaren. Dat is niet de enige kant, maar in elk geval ook een kant! Dat de kerk en haar boodschap naar de zijkant is gedrongen heeft vele oorzaken, maar het is ook een aanleiding tot grote ootmoed en van daaruit tot de strijd om het rechte woord voor de tijd te vinden".'
Was het maar waar, zo denk ik dan, dat die bescheidenheid gevonden werd onder hen die zeggen voor de waarheid Gods te staan ook in deze tijd. Wat een gebrek aan ootmoed, juist onder hen die beter moesten weten. Wie een enigszins afwijkende mening zelfs maar noemt, wordt in de verdachtenbank gezegd, terwijl er nauwelijks nog geluisterd is naar zijn eigenlijke intenties. En dat alles onder het vaandel van 'de waarheid'.
Gereformeerde theologie
Kun je van één theologie zeggen dat ze geloofwaardig is gebleken en gebleven?
'Dat de ontmoeting met andere theologische stromingen relativerend werkt is op zich niet erg. Als we maar vasthouden aan het onopgeefbare. We moeten bedenken dat de Geest op vele wijzen werkt: We beproeven de geesten of ze uit God zijn! We mogen openstaan voor verrassingen!
Een publicatie als "Gereformeerden op zoek naar God" van professor Graafland geeft blijk van een geweldige crisis. Persoonlijk vind ik de titel niet zo sterk. Misschien is God wel meer op zoek naar gereformeerden.
Dat wil niet zeggen dat de hele gereformeerde theologie op de helling moet. Het onopgeefbare moeten we vasthouden. Theologie is altijd een reflexie op het geloof in een bepaalde tijd. Dat betekent dat verschuivingen mogelijk zijn. Voor het onopgeefbare moeten we echter terug naar de Schrift. Onopgeefbaar is dat God in Christus heil en verzoening tot stand gebracht heeft en dat dat vandaag de dag nog objectief geldt en verkondigd moet worden. Dit heil is niet subjectief of afhankelijk van mijn geloof. Dit heil gaat het persoonlijk geloof te boven. Dat klinkt pretentieus in een tijd van relativisme, maar ik waag het erop.
Juist op dit punt is er in de gereformeerde gezindte vaak iets mis. Daar is soms veel meer aandacht voor de subjectieve beleving van het heil dan voor het objectieve Woord. Met een variant op Descartes: Ik voel, dus ik ben een kind van God. Op die belevingsproblematiek is de prediking vaak afgestemd.'
Veel meer dan we waar willen hebben, zijn we hierin ook eigentijdse mensen geworden. Mensen die de ervaring zo niet boven dan toch wel op ongeveer gelijke hoogte zien als Gods geopenbaarde Woord. Pas als je het ervaren en gevoeld hebt, is het echt waar. De een voelt het zus, de ander weer zo en eer we het beseffen, zitten we in het vaarwater van het relativisme.
Prediking
Kan wellicht de wekelijkse verkondiging mensen helpen zich te weren tegen het relativisme van onze dagen? Prof. Van der Velden gaat ook op deze hem gestelde vraag in.
'Op de mogelijkheid door de prediking het relativisme te bestrijden wordt dieper ingegaan. "Het is wel nodig. Want laten we wel zijn, kent niet iedereen de vraag: Houden we ons in de kerk, als het erop aankomt, niet met één grote illusie bezig?
Uit de communicatietheorie is gebleken dat de negatieve elementen in een preek langer blijven hangen, of meer indruk maken, dan de positieve elementen. Hierdoor werken veel preken bevestigend op het gevoel van mensen. Er moet daarom niet gepreekt worden in de zin van: wij twijfelen, maar... We moeten niet inzetten met de ellende. Laten we weer beginnen met zondag 1. Preken moet het uitroepen van het Andere zijn, ook al klinkt dat misschien Barthiaans. Deze kritische noties raken niet allen de klassiek gereformeerde prediking. De prediking, die gericht is op de moderne mens met zijn geloofstwijfel, kan zozeer stilstaan bij de geloofsworsteling, dat het heil niet verkondigd wordt, maar de klacht overheerst. De toehoorders herkennen zich dan wel in de preek, maar worden niet geholpen. In de Bijbel overheerst de lofprijzing. Paulus begint al zijn brieven met zo'n lofprijzing en het bezingen van de grote daden Gods, ondanks zijn klachten over die gemeente. Het is onzin om te beweren dat de eerste christenen een beter geloofsleven hadden dan de mensen in de eeuwen daarna. Ook zij kenden hun twijfels en zonden. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer de geloofstwijfel, en dan zijn voor mij de klassieke en moderne twijfel identiek, vanuit die lofprijzing aan de orde worden gesteld, dat ze allereerst veel existentiëler beleefd worden, maar ook een antwoord vinden".'
Wie het recente boek van prof. Graafland, Gereformeerden op zoek naar God, kent, proeft hier een accentverschil. Prof. Graafland acht de invalshoek voor de prediking naar de mens van deze tijd veeleer te liggen in de toeleidende weg, zoals we die in de Heidelberger vertolkt vinden vanaf vraag en antwoord 2. Proberen te beginnen in de diepte, om zo te zeggen. Prof. Van der Velden wil eerder beginnen op de hoogte van het heil bij zondag 1. Pas dat zou de zoekende en verlegen mens pas echt helpen. Ik zou beide aspecten niet tegen elkaar willen uitspelen. Gereformeerde mensen zijn mensen, die leven in deze tijd en bijna allen een tik van de eigentijdse molen hebben meegekregen. Van zichzelf wat moeite met objectieve waarheden, blijkbaar meer gevoelig voor gevoelige waarheden. We hebben te leren dat gevoel zonder objectieve grond drijfzand is, waarin je stikt. Maar dat waarheid die niet landt in het hart, een mens koud laat en daarom in de existentiële kou van de tijd laat staan.
Wat is wijsheid? Die uit Gods waarheid is, ons geopenbaard in Jezus Christus, door de Heilige Geest ons verkondigd en geleerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's