Heilig Avondmaal en voorbereiding (1)
Het is onmogelijk om in enkele artikelen alle facetten van het Heilig Avondmaal en de voorbereiding op de viering ervan op een behoorlijke wijze uiteen te zetten. Ik wil mij daarom vooral beperken tot enkele gedachten over het Heilig Avondmaal en tot de voorbereidingsprediking. Mogelijk kan in een later stadium op andere zaken worden ingegaan, indien daar in de lezerskring behoefte aan is.
Woord en sacrament
Wie over het sacrament van het Heilig Avondmaal nadenkt, komt onherroepelijk voor de vraag te staan: wat is de verhouding tussen Woord en sacrament, met name het sacrament van het Heilig Avondmaal?
Het mag als bekend worden verondersteld dat er verschil van inzicht is over de vraag of het Woord al dan niet op één lijn staat met het sacrament. Met andere woorden: staat het Woord boven het sacrament, zijn zij gelijkwaardig of staat het sacrament boven het Woord? Omdat deze laatste gedachte — dacht ik — onder ons niet voorkomt, laat ik dat buiten beschouwing.
In zijn 'Van het Avondmaal des Heeren' schreef D. Broeren reeds in 1953 'wij zouden het Heilig Avondmaal (en ook de Heilige Doop) stellig niet in rangorde willen stellen onder de prediking des Woords, en willen in de uitdrukking 'Woord en sacramenten' het voegwoord 'en' niet zien als onder- maar als nevenschikkend.' Deze gedachte — niet altijd even helder uitgesproken — leeft toch in een deel van de gereformeerde gezindte.
Het lijkt mij echter duidelijk, dat het Woord en de prediking ervan boven het Heilig Avondmaal dient te worden gesteld. In de eerste plaats, omdat het Woord en de prediking (door de Heilige Geest) middelen zijn om het geloof te werken, maar ook om het geloof te versterken en te bevestigen. Alleen hiervan geldt dat het een kracht Gods is tot zaligheid. Het sacrament van het Heilig Avondmaal — in haar tekenen heenwijzend naar het lijden en sterven van Christus tot verzoening – dient uitsluitend om het geloof te versterken. In de tweede plaats, omdat het sacrament van het Heilig Avondmaal geen waarde heeft zonder het Woord. Het Avondmaal is door het Woord van Christus ingesteld en wordt door het Woord verklaard. In de derde plaats kan gewezen worden op de aandacht die in het Nieuwe Testament besteed wordt aan de prediking in vergelijking tot die welke besteed wordt aan het Heilig Avondmaal. Het hele Nieuwe Testament geeft overvloedige aandacht aan de prediking doch slechts relatief weinig aan het Heilig Avondmaal. Behalve de berichten over de instelling in de evangelieën en de mededelingen van Paulus in de eerste Corinthe brief (in verband met wantoestanden), kom je in geen enkele brief van de apostelen iets over het Heilig Avondmaal tegen. Dat laat — naar mijn overtuiging — toch wel duidelijk zien de betekenis van de prediking boven die van het sacrament.
Nu wijst men over het algemeen ten aanzien van het Heilig Avondmaal ook wel op enkele teksten over 'de breking des broods' b.v. in Handelingen 2 en 20, maar die teksten lijken mij onvoldoende helder om daar zonder meer het Avondmaal uit af te lezen. Je kunt bovendien de vraag stellen waarom de wijn niet wordt genoemd. Het gaat toch om de tekenen van brood en wijn?
Het geheel overziende kan ik moeilijk anders dan tot de conclusie komen, dat het Woord en de prediking ervan staan boven het sacrament van het Heilig Avondmaal. Dat betekent overigens geen minachting of verachting van dit door Christus ingestelde sacrament. Hij heeft bevolen aan Zijn gelovigen: Doet dit tot Mijn gedachtenis! (1 Corinthe 11).
De tekenen en de zaak waarom het gaat
Het gaat in het Heilig Avondmaal om twee tekenen: brood en wijn. Deze tekenen wijzen heen naar het gebroken lichaam van Christus en naar Zijn vergoten bloed. Anders gezegd: zij wijzen heen naar het verzoeningswerk van de Heere Jezus. In de tekenen wordt zichtbaar voor ogen gesteld Zijn volbrachte werk.
De woorden 'doet dat tot Mijn gedachtenis' willen de gelovigen brengen tot het gedenken van wat eenmaal is geschied. En dat is meer dan alleen maar een zich herinneren van dat gebeurde, want dan zou het alleen maar een zaak van ons verstand zijn. Gedenken is in de Heilige Schrift een zaak van ons hele leven. We zijn er met ons hele bestaan — door het geloof —bij betrokken.
De Avondmaalsviering bestaat echter niet alleen uit een gelovig gedenken, maar ook uit het verkondigen van de dood des Heeren. Niet alleen aan de Avondmaalstafel, maar straks in de praktijk van het leven. Proclameren, verkondigen, aanzeggen wat Christus door Zijn dood heeft verworven.
Wat bij brood en beker ontvangen wordt door het geloof doet — in de derde plaats — uitzien naar de toekomst, naar het moment dat Jezus de wijn nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader.
Bij de viering van het Heilig Avondmaal gaat het ten diepste om de versterking van het geloof in Hem, die eenmaal Zijn werk volbracht, maar ook om bekrachtiging van het geloof dat openbaar komt in een getuigenis in woorden en daden en tenslotte om een steeds sterker zien op Jezus, Die met Zijn volbrachte werk is gezeten aan de rechterhand van de Vader. Onze Heere is in de hemel. Zijn volbrachte werk is in de hemel. En wij zijn — zo getuigt het geloof — met Hem gezet in de hemel. Daar ligt het heil voor eeuwig vast. Dat zegt het Woord en daarvan geeft de Heilige Geest getuigenis in het hart. En omdat de duivel niet stil zit, en omdat vele beslommeringen ons hart zo vaak van deze dingen aftrekken, en omdat ons vlees zo tegenwerkt, heeft de Heere naast de verkondiging van Zijn Woord de zichtbare tekenen gegeven om Christus voor ogen te stellen en het geloof te versterken.
Het geloof versterken is het versterken van de gemeenschap met Christus, waaraan altijd de schenking van de gemeenschap door Christus voorafgaat. Niet alleen voor het eerst — door Woord en Geest — maar ook telkens opnieuw door prediking en sacrament werkt de Heere het Heil van Bovenaf. Nooit komt het op uit de mens, ook niet uit de gelovige mens.
Uit die gemeenschap van en met Christus vloeit de onderlinge gemeenschap der gelovigen voort. Daarom heeft het Heilig Avondmaal ook alles te maken met de gemeenschap der heiligen.
Overwaardering en onderwaardering
Ten aanzien van het Heilig Avondmaal en de viering ervan kunnen wij spreken zowel over een overwaardering als over een onderwaardering. Het is in het bestek van enkele artikelen uiteraard onmogelijk om alle facetten daarvan te noemen.
Er is sprake van onderwaardering wanneer (ware) gelovigen de Avondmaalsgang achterwege laten, omdat zij vinden dat de toestand van de kerk en/of van de gemeente — naar hun oordeel — duister is. Zij zien soms een duidelijke toeneming van het aantal Avondmaalgangers, maar merken weinig in de gemeente van geestelijk leven. Zij kunnen dat niet begrijpen en zij vragen zich af of op deze wijze het Heilig Avondmaal niet wordt gedegradeerd of zelfs ontheiligd.
Wie ten aanzien van deze mensen met de botte bijl gaat werken, heeft niets begrepen van de werkelijke zorg van deze mensen. Want hun zorg is — zo mag ik uit de aard der liefde aannemen — de zorg over het zieleheil van hun naaste. Hun vraag is: hebben al die Avondmaalgangers wel een levende band met Christus? Als die levende band er is, zal je dat toch op één of andere wijze merken? Het geloof kan toch niet verborgen blijven?
Ik moet eerlijk zeggen, dat ik goed kan inkomen in deze zorgen.
En toch... is het afblijven van kinderen Gods van de Tafel des Heeren niet goed. Want niet mensen, niet de kerk, maar Christus heeft het verordend voor zijn gelovigen! Doet dat tot Mijn gedachtenis.
Wij hebben geen oordeel over het hart der Avondmaalgangers. Zo lang iemand geen onware leer aanhangt en geen ergerlijk leven lijdt, kan ook de kerk de toegang tot het Heilig Avondmaal niet weigeren.
Alleen God oordeelt en Hij oordeelt naar Zijn Woord. En daarom is de voorbereidingsprediking van zo'n grote betekenis.
Uiteraard zouden meer soorten van onderwaardering van het Heilig Avondmaal genoemd kunnen worden, maar ik wil toch nog wat sterker wijzen op de overwaardering van het Avondmaal des Heeren.
Deze overwaardering kwam ook voor in de tijd van de nadere reformatie. Het gebeurde wel (o.a. in Middelburg), dat heel wat kerkgangers op een Avondmaalszondag het kerkgebouw pas betraden vlak vóór de bediening van het Avondmaal. De voorafgaande prediking sloeg men gemakshalve maar over. En zelf heb ik het in mijn jeugd wel meegemaakt dat in de grote stad mensen aangingen aan het Heilig Avondmaal en direct daarna de kerk weer verlieten! Men had kennelijk zijn 'plicht' gedaan.
Wij idealiseren vaak de tijd van de nadere reformatie. Maar als je leest dat hier en daar een grote toeloop was tot de Dis des Heeren, en dat tegelijk de predikanten steen en been klagen over gebrek aan geestelijk leven, moet je je toch afvragen hoe dat te verklaren is. Ik denk dat je in het oog moet vatten, dat de toenmalige gereformeerde kerk volkskerk was.
Naast de onderwaardering komt ook de overwaardering tot in onze tijd voor. Niet alleen door het Avondmaal te stellen boven het Woord, maar ook door het stimuleren van de Avondmaalsgang op onbijbelse gronden. In zijn boek 'Vragen rondom het geloof' schrijft H. Goedhart: 'Erger is het dat de houding, welke tegenover Doop en Avondmaal wordt ingenomen, veelal geen geloofshouding is. Zeer duidelijk blijkt dat bij het laatstgenoemde sacrament. De zelfbeproeving wordt in het Avondmaalsformulier geheel anders beschreven dan het doorgaans in de voorbereidingsprediking wordt voorgesteld. De zelfbeproeving in het formulier stelt heel andere voorwaarden voor een juiste viering van, het sacrament dan de gemiddelde gereformeerde voorbereidingspreek. In deze laatste worden zwakgeloof en kleingeloof als minimumeisen gesteld, terwijl uit de erbij gegeven uitleg duidelijk wordt, dat we hier in het geheel niet met geloof te maken hebben. In de plaats van geloof in een vergevend God om Christuswil wordt gevraagd een begeerte daarnaar. Zo gaat de kracht van het sacrament verloren. Het blijft niet een door Christus ingesteld middel tot versterking van het geloof der christenen, maar het wordt een middel om tot geloof te komen. Men maakt van het Avondmaal een versterking van onze waanopvatting, dat wij zonder geloof God kunnen behagen. Sinds eeuwen heeft de hier bedoelde prediking het sacrament krachteloos gemaakt en in de hand gewerkt, dat door velen misbruik wordt gemaakt van de heilige tafel des Heeren. Wanneer men erover klaagt, dat hier en daar velen toelopen tot de Dis des Verbonds zonder enig blijk te vertonen van het beleven der genade Gods, mag men niet vergeten, dat de afbuiging van de rechte Bijbelse lijn in veel gereformeerde prediking de weg voor dit misbruik heeft gebaand...'
Theorie en praktijk
Veel beschouwingen over het Heilig Avondmaal en de toelating tot het Avondmaal zijn nogal — het woord zegt het reeds — beschouwend-theoretisch van aard. Er wordt vaak uitgegaan van een ideaal-beeld van de kerk. De confrontatie met de weerbarstige werkelijkheid wordt te veel over het hoofd gezien.
Het is wel waar dat het doen van openbare belijdenis van het geloof is: toegang vragen tot het Heilig Avondmaal. Maar de werkelijkheid is, dat vele belijders na verloop van tijd breken met kerk en geloof En de realiteit is ook, dat velen die niet openlijk breken met deze dingen slechts uiterlijke belijders blijken te zijn.
Dat legt opnieuw — ik wees er reeds op — een grote verantwoordelijkheid op de prediker, die een rechte voorbereidingsprediking behoort te houden. In die voorbereidingsprediking gaat het niet om onze mening of om wat in de loop van de geschiedenis is beweerd — hoe goed het ook is om daarvan kennis te nemen — maar om die rechte Bijbelse lijn.
Over de voorbereiding
Niet alleen in de tijd van de reformatie, maar ook daarna is voortdurend gesproken en geschreven over de voorbereiding. Op diverse synoden vanaf 1571 te Emden — maar ook in de 16e eeuw in Londen — werd vastgesteld dat het Heilig Avondmaal 6 keer per jaar moest worden gehouden. Toegang hadden alleen de belijdende leden van de kerk met een vrome levenswandel. Er werd ook gesproken b.v. in de 17e eeuw over de voorbereidingspreek. Dat moest een preek zijn die handelde over 'der beproevinghe des mensen en de verzoeninghe met Godt ende den naesten'.
In de kerkorde van de Palts lezen we zelfs, dat het Avondmaal in de steden minstens iedere maand zal worden bediend en in de dorpen eens in de twee maanden. Belijdenis werd vaak al gedaan vanaf het veertiende levensjaar. Ik wil mij echter maar beperken tot de Nederlandse situatie, waarin het klassieke Avondmaalsformulier een grote rol speelde en speelt. Er is veel over dit formulier geschreven, zodat ik mij maar beperk tot enkele kanttekeningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's