De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat dan in de vrijheid (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat dan in de vrijheid (1)

9 minuten leestijd

Op 31 oktober 1990 hield ds. C. den Boer een toespraak in de Sint Jan te Gouda over het thema 'Staat dan in de vrijheid'. Dit thema is niet alleen actueel bij een Reformatieherdenking, maar is één van de kernnoties in de Reformatie zelf, die elke dag actueel zijn. In twee afleveringen plaatsen we de toespraak. Red.

Hoog boven op de citadel van de stad Budapest verheft zich het zgn. vrijheidsbeeld. De gestalte van een vrouw met een palmtak in de beide hoog opgeheven handen. En aan de voet ervan het bevrijdingsmonument, herinnerend aan de bevrijding die het Sovjetleger de Hongaren bereidde na de Tweede Wereldoorlog.
Toen wij daar deze zomer weer stonden op een stille avond — de monumentale stad aan onze voeten — luisterden we naar de zang van een groep evangeliserende jongeren. En hun moedig getuigenis. 'U kunt het mooiste huis hebben dat u zich kunt indenken, u kunt met de mooiste vrouw ter wereld getrouwd zijn; maar als u Jezus niet kent, bent u arm, straatarm. Hij is het die u tot de ware vrijheid brengt.' Daarna begaven deze zingende en getuigende jongeren zich onder de mensen om met hen te spreken over Jezus de Overwinnaar van de machten. Schrille tegenstelling: de woordenloze boodschap van die vrouw met de palmtak daar boven, verkondigster van een vrijheid voor de proletariërs aller landen, die van het communisme, een vrijheid die voor het volk van Hongarije de grootste verdrukking heeft teweeggebracht. En... de boodschap van Christus Jezus de Zoon van God die waarlijk vrijmaakt. 'Staat dan in de vrijheid waarmee Christus u vrijgemaakt heeft'.

Een toverwoord
Voordat ik over deze christelijke vrijheid iets meer zeg, eerst de vraag wat het woord vrijheid eigenlijk betekent. Dit woord speelt een grote rol in het mensenleven en het speelt een grote rol, vooral ook in onze 20e eeuw. Het is een toverwoord. Welk mens, welk volk wil niet vrij zijn? Vrij van boze machten die ons in de boeien slaan? Ons Nederlandse volk weet ervan. 5 mei 1945. Nationale bevrijdingsdag. Verlossing uit de wurggreep van het Nationaal Socialisme. De volkeren van de Oostblok-landen weten ervan. Sinds eind vorig jaar. Toen marxistische regimes die lange tijd de gewetens hadden gebonden, failliet gingen. Vrijheid. Hoevelen gaven er hun leven voor in de bloedige volksopstand in Roemenië. Hoevelen — tijdens de zgn. fluwelen revolutie in Tsjecho-Slowakije — riskeerden lijf en goed. Opdat de roep om vrijheid toch maar niet zou worden gesmoord. Vrijheid en democratie.
Toch is dat woord vrijheid een moeilijker zaak dan op het eerste gezicht lijkt. De mensen, de volkeren zijn nl. nog niet echt vrij, wanneer ze slechts bevrijd zijn van fascistische en terroristische ideologieën. Zijn de volkeren van de westerse wereld waarin wij leven, echt vrij sinds 1945? Of zijn zij misschien van de ene gevangenis in de andere terechtgekomen? Is het niet zo, dat wij met zijn allen verslaafd zijn geraakt aan andere machten? Die van de geldzucht, van sex en drank en drugs, van de sterrebeelden (horoscopen) en van de zwarte kunst? Ja, waar wordt het geestelijk vacuüm van de westerse wereld al niet mee gevuld?
Inmiddels neemt de criminaliteit, grote en kleine, hand over hand toe. Onze gevangenissen zijn meer dan vol. Toch wordt het ons van de daken gepredikt, dat wij vrije mensen zijn. Vrij om alles te doen wat ook maar enigszins ons geluk en onze welvaart lijkt te kunnen bevorderen. En daarbij gaat de mens over lijken, van ongeboren kinderen, van demente bejaarden. Inmiddels zijn wij druk bezig om ons milieu dusdanig onleefbaar te maken, dat het een vraag wordt, hoelang er op de aarde nog menselijk bestaan mogelijk is. Is dat vrijheid? Vrijheid, gelijkheid en broederschap? Zoals ons twee eeuwen lang is voorgehouden door de idealisten van de Franse revolutie?
De mensen, de volkeren zijn nog niet echt vrij, wanneer het hun eindelijk toegestaan is hun mening vrij te uiten. Of wanneer zij niet langer naar de wrede grillen van fascistische en terroristische overheden behoeven te handelen, maar zelf bepalen kunnen, wat goed en wat kwaad is. Het is blijkbaar altijd weer ontstellend moeilijk voor mensen om vrij te zijn. Kijk het na in de situatie van Oost-Europa, waar op dit moment de misdadigheid reeds hand over hand toeneemt. Vrijheid is eigenlijk weinig meer dan leegte. En het komt er maar op aan, hoe dat vacuüm zal worden gevuld. Vrijheid is nooit alleen maar vrijheid van iets. Het is ook altijd: vrijheid tot iets anders.
Zeg ik teveel, wanneer ik zeg, dat u en ik eigenlijk nooit vrij kunnen zijn? Tenzij de levende God eraan te pas komt. Totdat wij door de grootste bevrijdingsactie die er ooit op aarde is gevoerd, door de verlossing van het kruis op Golgotha uit al onze verslavingen worden weggehaald?

De bevrijdingsactie aller tijden
'Staat dan in de vrijheid, waarmee Christus u vrijgemaakt heeft'. Toen Maarten Luther en Johannes Calvijn in Gods Naam begonnen op te treden, waren de mensen ook — reeds eeuwen lang — in de boeien van verdrukkende systemen geslagen. De wereld, toen nog in vele opzichten een godsdienstige wereld, werd beheerst door menselijke — zij het pauselijke — decreten. Het Woord van God, de Bijbel was aan de ketting gelegd. Het was 'een wassen neus', gemodelleerd naar bedrieglijke mensenmeningen. Toen Luther 20 jaar oud was, had hij nog nooit een Bijbel gezien. En het domme volk had slechts te slikken, wat de geestelijkheid het voorkauwde. En was dat veel meer dan een dwanggodsdienst? Slaven en draven om met de hulp van Gods genade, van de Heere Jezus, van de heiligen, aan de toorn van God te ontkomen? Verdienstelijke werken opstapelen en tenslotte nog in angst op zijn sterfbed liggen?
Ja en toen heeft het God behaagd om Zijn kerk te bevrijden. Door een moedige monnik als Luther. Door een groot Schriftgeleerde als Calvijn. Zij zijn eerst zelf uit slaafse banden verlost. Luther, toen hij tot de ontdekking kwam, dat God geen brave monniken voorrang verleent, maar goddelozen vrijspreekt, enkel en alleen door het bloed van het Lam. Calvijn, hij schrijft over zijn bekering: 'Ik ben zelf uit de duisternis bekeerd tot het licht van Uw Woord. Ik heb niets om mijzelf tegenover U te handhaven.'
En vanaf die dagen is het gaan stormen in de wereld. Door de bevrijdende prediking van Gods souvereine genade. 'Staat dan in de vrijheid waarmee Christus u vrijgemaakt heeft'. Vrijheid van iets. Vrijheid tot iets anders. Het is te vergelijken met dat angstige vogeltje dat eens mijn kamer binnenvloog. Het arme dier fladderde heen en weer. Het wilde naar buiten. Maar het kon niet. Het vloog op het licht af. Tegen de ruiten aan. Daar immers was het vlakbij de vrijheid. Maar het zou zich doodgevlogen hebben. Als het niet tenslotte, moe en ten einde raad, zich maar had laten vallen. Het kwam op de vensterbank te­ recht. Het was voor 't grijpen. Een prooi van iedereen. Maar wat was het geval? Het raam was omhoog geschoven. En vanaf de vensterbank was het voor dat angstige en doodmoede dier niet moeilijk meer om naar buiten te komen, het vrije luchtruim in. Een 'narrow escape'.

Slaven der zonde
'Staat dan in de vrijheid'. Wij zijn allemaal mensen als dat stomme dier. We willen vrij zijn, maar we kunnen niet. Hoe zouden we? Hebben wij ons niet al in het paradijs van God afgewend? Zijn we niet allemaal verslaafd geraakt aan ons hoogmoedige en zelfzuchtige 'ik'? Op eigen benen gaan staan? En daarmee gedoemd om verloren te gaan? De Reformatie heeft ons weer opnieuw geleerd, wat Augustinus al veel eerder had geleerd, nl. dat onze wil onvrij is. Ganselijk onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Er is dus geen sterveling op aarde vrij. En wij worden ook niet vrij, als we onze toevlucht nemen tot één of ander wettisch systeem. In de dagen van Paulus in de gemeenten der Galaten probeerden christenen dat door het Evangelie te omringen met randvoorwaarden. Eerst de besnijdenis, eerst... Maar Paulus zegt in zijn brief aan de Galaten, wel genoemd 'het handvest van de christelijke vrijheid', dat zoiets gelijk staat met je doodvliegen tegen een ruit. Calvijn zegt in zijn Institutie (III.19: Over de Christelijke vrijheid), dat wij niet moeten menen, dat wij rechtvaardig worden door enig werk der wet. En Luther (in 'De vrijheid van de christenmens') houdt niet op te betuigen, dat 'wanneer wij niet eerst geloven..., al onze werken niets zijn,... enkel dwaze, verdoemelijke zonden'.
'Staat dan in de vrijheid'.
Maar hoe kan zoiets dan toch gezegd worden tot mensen die van huis uit slaven der zonde zijn? Om dat te verstaan, moeten u en ik het door Gods Geest leren verstaan, dat wij in een hopeloze situatie terecht zijn gekomen. Wij moeten er een keer mee ophouden om dwars door de ruiten heen naar buiten te willen vliegen,''k Erken mijn schuld die U tot straf bewoog; Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig'.

Mijn God sprak mij vrij...
In die weg komt het zicht vrij op de christelijke vrijheid. Ja, want waarin bestaat de vrijheid van de christenmens? In niets anders dan in het Evangelie van de rechtvaardiging van de goddeloze. Er is een raam opengezet. Er is een weg vrijgemaakt naar Gods Vaderhart. Op Golgotha. Daar zijn in Christus alle machten uitgetogen en in het openbaar ten toon gesteld (Kol. 2 : 15). Jezus is Triomfator. En om Zijnentwil neemt God mij zoals ik ben. Met 'al mijn dwaze, verdoemelijke zonden'. Dat is niet te doorgronden. Het is alleen te aanbidden. 'De vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt'. Een moe-gevlogen vogel die al zijn pogingen om vrij te worden staakt, die zich laat vallen en stervensmoe op de vensterbank komt te zitten om zo door het open raam naar buiten te vliegen.
Eens was ik een vreemd'ling voor God en mijn hart;
Ik kende geen schuld en gevoelde geen smart.
Ik vroeg niet: 'Mijn ziele: doorziet gij uw lot?
Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?'

Toen vluchtt' ik tot Jezus! Hij heeft mij gered;
Hij heeft mij verlost van het vonnis der Wet;
Mijn heil en mijn vrede en mijn leven werd Hij:
Ik boog m' en geloofde en mijn God sprak mij vrij.

(McCheyne)
Toen Luther dit ontdekte, 'was het hem, of hij geheel herboren was en door open poorten binnengegaan in het paradijs zelf'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Staat dan in de vrijheid (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's