Staat dan in de vrijheid (2)
Vrijheid is een begrip in onze tijd. Er is een onstuimig verlangen in het hart van de mens om niet gebonden te zijn. Maar vrijheid in de Bijbel is nooit alleen maar vrijheid van iets. Het is ook altijd vrijheid tot iets. Vrijheid van alle valse bindingen waarmee wij ons zelf aan de boze machten van ons ik-zuchtig bestaan hebben vastgeklonken. Maar ook vrijheid tot een leven in gebondenheid aan de levende God en Zijn Woord.
Vrijheid tot...
Wanneer de apostel Paulus in zijn brief aan de Galaten de lezers heeft opgeroepen om door het geloof in Christus vrij te zijn van de vloek van de wet, wekt hij hen in de laatste hoofdstukken van die brief tevens op om van die vrijheid een goed gebruik te maken. Vrijheid is niet hetzelfde als losbandigheid. Vrijheid om te doen en te laten wat goed is in onze ogen. 'Ni Dieu ni maître' – geen God, geen meester.
Maarten Luther begint zijn tractaat over de vrijheid van de christenmens met twee zeer tegenstrijdige stellingen:
a. Een christenmens is een vrije heer van alle dingen en niemands onderdaan en
b. Een christenmens is een dienstknecht, onderworpen in alle dingen en ieders onderdaan.
De christelijke vrijheid is meer dan gewetensvrijheid, maar dan vrijheid van meningsuiting. Nooit spreekt God een zondaar vrij om het bloed van Christus, zonder hem tegelijk ook vrij te maken tot een leven in heiligmaking. Wat God werkt in het mensenhart is uitgedrukt in een zeer kernachtig woord van onze Dordtse Leerregels, waarin ons van de wedergeboorte wordt gezegd, dat God daardoor het blinde verstand verlicht, het harde hart vertedert, de stugge en weerbarstige wil vernieuwt. Dat moeten we niet vergeten. Dit stuk van de Reformatorische traditie is slechts tot grote schade van het geestelijk leven te verwaarlozen. U en ik, wij komen slechts tot ware vrijheid, als de Zoon ons door Zijn Geest waarlijk vrij heeft gemaakt. En dat betekent in de praktijk, dat wij innerlijk bereid zijn gemaakt om ons in alles te onderwerpen aan het gebod des Heeren. Het is nodig om dat nog eens hardop te zeggen. Want er lopen tegenwoordig christenen rond, die denken, dat christelijke vrijheid betekent, dat je geen wet van God meer nodig hebt. Je bent vrij om bij elkaar te slapen, ook al ben je nog niet getrouwd. Je bent vrij om de christelijke gemeente waarin je bent geboren en getogen, de rug toe te keren, ook al is daar best nog wel wat goeds te vinden en je heil te zoeken in de kleine kring van gelijkgezinden.
Een christenmens is vrij. Maar hij is geen vrijgevochten revolutionair die alleen maar alle dingen op zijn kop zet. Toen we deze zomer in Wittenberg waren, proefden we iets van die sfeer. Men heeft in de DDR Luther graag als een klein marxistisch/leninistisch revolutionairtje ten tonele willen voeren, die bestaande orden omver wilde werpen. Maar Maarten Luther is niet de man van de klassestrijd, door revolutie te ontketenen. De vrije christen van Luther is niet de autonome mens die vrij is om te doen en te laten wat hij wil, als hij maar aan zijn recht komt. De vrije christen van Luther is vrij om te doen en te laten wat God wil. Om de Heere lief te hebben als het hoogste goed. Om zichzelf op te offeren in de dienst van de naaste en van daaruit te staan naar een samenleving waarin alle mensen tot hun recht kunnen komen. Dat is het ook wat Gods majesteitelijke Woord van ons vraagt. Op God vertrouwen en in Zijn vrees wandelen.
Geen twijfelachtig christendom
Of zijn wij dit Gereformeerde erfgoed misschien kwijt? 'Staat dan in de vrijheid.' Zijn wij mannen van stavast?
Als Paulus deze woorden neerschrijft, wil hij waarschuwen tegen wetteloosheid. Maar ook net zo goed tegen wetticisme. Hoe moeilijk valt het ook een door Christus bevrijd mens om goed met zijn vrijheid om te gaan. Soms lijkt het veel aantrekkelijker om in een vast dienstverband bezig te zijn. Toch weer op een slaafse manier God dienen. Er zijn christenen die best beseffen, dat God een God is, die dienenswaardig is. En toch dienen zij Hem niet, althans niet van harte. Zij koesteren voortdurend de vrees, dat alles wat zij doen, hun bidden, hun dagelijkse bezigheden zo onvolkomen zijn, dat ze er God toch niet mee behagen kunnen. Heel hun doen en laten wordt daardoor lamgelegd. En zo komt het dan bij hen nooit verder dan onzekerheid en angst. Is dat niet slaafs en twijfelachtig christendom?
Calvijn wijst er in zijn Institutie op, dat zoiets gelijk staat met de mentaliteit van de slaaf, die altijd maar bang is, dat hij onder de door zijn heer gestelde maat blijft. Maar een kind doet anders. Die kan zijn vader blij in de ogen kijken, ook al beseft hij, dat wat hij gedaan heeft 'pas begonnen en half af is'.
Laten onze gevoelens van onvolkomenheid ons niet lamslaan. Laten we de handen uit de mouwen steken om de Heere op alle terreinen van het leven in kinderlijke ootmoed en liefde te dienen. In de vrijheid van het kindschap Gods. Dient de Heere met blijdschap. Een verschiet a.u.b. niet al uw kruid op futiliteiten en bijkomstigheden. Laten de Gereformeerde belijders vandaag de puntjes op de 'i' zetten. Laten onze jonge mensen goed weten, wat de Gereformeerde belijdenis inhoudt en wat het betekent om daar zelfs de brandstapel voor over te hebben. Maar laat ons ook bedenken, wat dat alles voor de praktijk van ons dagelijks leven met zich meebrengt. In elk geval niet, dat we elkaar de haren uit het hoofd trekken om middelmatige zaken of dat we elkaar bedreigen met het ultimatum van een aantal uiterlijke kenmerken van gereformeerd leven. Wat komt er zo terecht van de vervulling van onze dure roeping in een apocalyptische tijd als de onze, waarin alle dingen op een eind gaan lopen en de satan bezig is aan zijn laatste stuiptrekkingen? Zou het geen tijd worden, dat we weer opnieuw gaan verstaan waar het op aankomt en dat we in vrijheid, onverschrokken en kloekmoedig voor het onverwoestbare Evangelie van Gods genade opkomen? In een land en in een wereld die zieker is dan de meeste leidslieden van de volkeren denken.
De goede werken in gevaar
De Reformatie heeft ons van alle verdienstelijke werken willen verlossen. Maar bij ons zijn helaas de goede werken in gevaar. Daar weten we vaak helemaal geen raad mee. En die moeten toch altijd met het ware geloof meekomen? Christenmensen zijn slaven die op vrije voeten zijn gesteld. Maar zij zijn ook bedelaars die elke dag hun handen opsteken en elke dag hun handen uit de mouwen steken.
'Gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders. Alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde' (Gal. 5 : 13). Dat zij – ook in de 20e eeuw – de kracht van de Reformatie. Staan in de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt. Een vrijheid die er zelfs kan zijn, als iemand om zijn geloof het grootste deel van zijn leven in gevangenissen doorbrengt. Een vrijheid, zelfs in de vlammen van een brandstapel.
Delf vrouw en kind'ren 't graf
Neem goed en bloed ons af.
Het brengt u geen gewin.
Wij gaan ten hemel in
En erven koninkrijken.
BENOEMINGEN G.Z.B.
Tot buitengewoon zendingsarbeider van de GZB zijn benoemd de heer en mevr. De Wit-Hasselaar te Zwartebroek. De GZB stelt de Wycliffe Bijbelvertalers in staat dit echtpaar in te zetten ten dienste van bijbelvertaalwerk in Oost-Zaïre. Daar zijn verschillende bevolkingsgroepen waarvan de taal nog niet op schrift staat en die daardoor de bijbel ook niet in hun eigen taal kennen. In de komende maanden zullen de heer en mevr. De Wit in Engeland en Frankrijk hun opleiding voltooien alvorens zij zullen worden uitgezonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's