De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Jezus en de Koran
Het dagblad 'De Volkskrant' bood zijn lezers bij de krant van 22 december 1990 een interessante bijlage volgeschreven over de Islam. Allerlei facetten van deze wereldgodsdienst, dichtbij en veraf, worden uitvoerig belicht en toegelicht door deskundigen. Een greep uit de inhoud: ontdekkingsreis naar de moskee op de hoek, opmars in ons land van de islamitische basisschool, de moeizame integratie van moslims in Nederland, uiteraard ook over de Rushdie-affaire belicht vanuit de Engelse stad Bradford waar de woede tegen Rushdie en zijn Duivelsverzen zijn oorsprong kreeg. De wereld telt op dit moment ongeveer 1 miljard moslims. Islam (= overgave aan God), moslims (= zij die zich overgeven aan God), een religie die uiterst snel groeit. Het is een manier van leven die alles regelt en alles omvat, zowel in je privé-bestaan als ook het openbare leven. De islam biedt richtlijnen voor alle levensterreinen. Je wordt een moslim door in aanwezigheid van twee getuigen te verklaren dat er geen godheid is dan God (Allah) en dat Mohammed Gods profeet is.
Mohammed is volgens de islam niet de enige maar wel de laatste profeet. Moslims noemen hem wel 'Zegel der profeten'. God zond al eerder talloze andere profeten: Noach, Abraham, Jakob, Jozef, Mozes, David, Salomo, Elias, Jona, Job, Johannes. En in deze rij staat dan ook: Jezus.
Hoe is de positie van Jezus? Een vraag die ons christenen uiteraard zeer interesseert. Jezus is slechts één van de vele profeten. In een uitvoerig artikel gaat dr. J.J.G. (Hans) Jansen in op de positie van Jezus in de islam.

Het spreekt vanzelf dat ook over Jezus zelf de koran het een en ander heeft mee te delen. Ook hier zijn er zowel verschillen als overeenkomsten met het christendom. De koran vermeldt dat Jezus in de wieg al sprak, en laat hem zo bijvoorbeeld zeggen: 'Ik ben de Knecht des Heren... God heeft mij de Schrift gegeven... God heeft mij tot profeet gesteld... Vrede over de dag dat ik geboren ben, de dag dat ik sterf en de dag dat ik tot leven word gewekt...'
Hoewel zulke koranverzen er voor christenen misschien veelbelovend uitzien, bevatten ze voor de geoefende lezer direct al verwijzingen naar het verschil tussen het christendom en de islam: Voor de islam is Jezus slechts een Knecht des Heren (zoals eigenlijk iedereen behoort te zijn), en niet Gods zoon, wat dat ook moge betekenen. Voor de islam is Jezus slechts een profeet (zoals bijvoorbeeld ook Mozes en Mohammed dat waren), en niet een zoon van God of, al helemaal ondenkbaar, een van de personen van de goddelijke drie-eenheid waar het christendom in gelooft en die bestaat uit God de Vader, God de zoon en God de heilige geest.
Volgens de tekst van de koran heeft Jezus blinden en melaatsen genezen, en doden opgewekt. Ook vertelt de koran een verhaal waarin Jezus levende vogels uit leem maakt. De korantekst bevat verder niet alleen toespelingen op wonderverhalen uit de vier evangeliën die tegenwoordig door de kerken gebruikt worden, maar ook toespelingen op 'apocriefe' evangeliën, die niet meer door de kerken worden gebruikt.

Jezus als Messias
Ook de Koran noemt Jezus de Messias. Vanuit de Islam gezien is in het christendom het werk van Jezus als Messias uitsluitend gericht op de menselijke zonde en de verzoening en wegneming daarvan. Hoe denkt een moslim daar over?

Een moslim denkt daar anders over. Voor hem is een Messias niet iemand die de zonde in abstracte vorm bestrijdt, maar iemand die in de meest letterlijke zin het kwaad uit de wereld wegneemt. De komst van de Messias, zo geloven moslims, luidt het begin van het Einde der Tijden in, en hoort hij het voorspel van de Laatste Dag en het Laatste Oordeel. Wanneer de Messias eenmaal gekomen is, 'regeert God zelf de volkeren', en behoren onderdrukking en ontrecht tot het verleden. De leeuw ligt dan bij het lam, en zwaarden worden tot ploegscharen omgesmeed. Elk mens leeft dan verder volgens de Goddelijke Wet. Zonde en kwaad zijn niet meer.
Er kan dan ook geen sprake van zijn dat de Jezus waar de christelijke kerken in geloven, de functies van een Messias heeft vervuld in de moslimse zin van dat woord. Na de dood en de opstanding van Jezus is het kwaad, zoals iedereen weet, immers niet afgeschaft of verdwenen. Wel geloven moslims dat het Eind der Tijden wordt ingeluid door de wederkomst van Jezus, die dan, pas op dat moment, de functies van Messias en verlosser zal vervullen. Hiermee in overeenstemming leert de koran dan ook dat Jezus niet gekruisigd is, en derhalve evenmin uit de doden wererom opgestaan.

Preken over Jezus
Een moslimse voorganger preekt regelmatig over de levens van profeten, dus ook over het leven van Jezus.

Voor de moslimse predikant is het preken over de kvens van de profeten een normale zaak. Aan de profeten moet de gelovige immers in allerlei opzichten een voorbeeld nemen, en in de geschiedenissen van de profeten zitten lessen verborgen waarmee de gelovigen hun voordeel kunnen doen. Ook te preken over het leven van Jezus is dus voor een moslimse voorganger niet ongewoon. Populaire moslimse predikanten in delen van de Arabische wereld waar nog veel Arabisch-talige christenen wonen, lijken soms wel een zekere voorkeur te hebben voor preken over Jezus.
Dat is voor hun christelijke toehoorders soms verwarrend. Christelijke toehoorders zullen snel geneigd zijn te denken dat de moslimse predikant het over 'hun' Jezus heeft, die de zoon van God wordt genoemd. Maar zo'n moslimse predikant heeft het in zulke preken natuurlijk over de 'moslimse' Jezus, die slechts een van de vele profeten is, die net als Mohammed, de stichter van de Islam, niet meer was dan een 'gewoon mens' van vlees en bloed, en die niet beschikte over een goddelijke natuur van wat voor aard ook.

Moslims-christelijke dialoog
Is de dialoog tussen christenen en moslims niet eenvoudig vanwege het gemeenschappelijk kennen van Jezus? Dr. Jansen laat zien dat dat juist niet het geval is om redenen die hij ook aangeeft.

Christelijke zendelingen in de islamitische wereld proberen soms aan te sluiten bij de moslimse opvattingen over Jezus, maar veel succes heeft die benadering nooit opgeleverd. Moslims weten heel precies (de koran is daar immers heel duidelijk over) dat Jezus volgens moslimse opvattingen slechts een profeet was, en niet is gekruisigd of opgestaan uit de doden. De moslims-christelijke dialoog wordt, zo lijkt het soms, eerder bemoeilijkt dan vergemakkelijkt door de frappante overeenkomsten tussen de koran en het Nieuwe Testament met betrekking tot Jezus en Maria. Moslims ergeren zich niet zozeer aan de verschillen tussen bijbel en koran (moslims verwachten niet anders dan dat die verschillen er zijn). Wat moslimse vromen vooral aanstoot geeft is de 'vrijzinnige' manier waarop moderne christenen de bijbels-koranische wonderen rond Jezus en Maria bagatelliseren.
De ongelijkheid van islam en christendom wordt goed geïllustreerd door de kwesties rond Jezus: de islam beschikt over een theologie omtrent Jezus en het christendom, en heeft een op de koran berustend antwoord klaar voor de vragen die een christen zou kunnen stellen. Christenen daarentegen kunnen in hun eigen godsdienst eigenlijk niet goed een antwoord vinden op de vraag wat nu de islam is, en wat zij van Mohammed moeten denken.

Fundamentalisme en Messianisme
Ik denk dat velen soms vrees kennen voor wat wij hier in het Westen ervaren als een ongekend fanatisme waarmee moslims hun overtuigingen trachten te realiseren. Het is goed te bedenken vanwaar deze ijver en bezetenheid komen. Dr. Jansen geeft daarvan nog deze analyse:

De moderne moslimse fundamentalisten hebben, zoals uit hun zelfgetuigenissen blijkt, een ideaal dat de droom van het messianisme (een wereld zonder onrecht en kwaad) dicht benadert. Zij willen dat ieder mens leeft volgens de wetten van God. Wanneer dat eenmaal zo is. geloven zij, is alle onrecht en alle kwaad uit de wereld verdwenen.
Bovendien kennen de moderne moslimse fundamentalisten de wetten van God beter dan wie ook. De wetten Gods, zo geloven zij, zijn identiek met de moslimse wet, de zogenoemde Shari'ah, in de westerse handboeken traditioneel aangeduid als 'de Mohammedaanse Wet'.
Die wet is alomvattend en behandelt alle mogelijke menselijke gedragingen. Die wet verbiedt bijvoorbeeld rente, en maakt zo een einde aan de 'onmenselijkheid van het kapitalisme'. Die wet beschermt het individuele eigendom, en voorkomt zodoende de 'onmenselijkheid van het communisme/socialisme'. Het is niet anders dan terecht, zo menen veel moslims, dat wie in zo'n ideale rechtvaardige moslimse maatschappij nog steeds steelt, streng gestraft wordt, en wel door het afkappen van een hand. Messianisme en het islamitisch fundamenta­lisme liggen dicht bij elkaar. Beide komen voort uit onvrede met de wereld zoals hij is. Zoals het christendom hoopt dat naastenliefde de wereld een voor mensen prettiger plek zal maken, zo hoopt het islamitisch fundamentalisme dat de onmiddellijke en totale toepassing van de islam en de islamitische wet hetzelfde effect zal hebben.

Fundamentalisme en fanatisme
Het Kerstnummer van Hervormd Nederland was voor een deel gewijd aan het vragen naar 'waarheid'. Kunnen we er eigenlijk nog wel een waarheidspretentie op na houden? Vervallen we dan al niet spoedig in een onverdraagzaam fanatisme? Is een fundamentalist niet het best te typeren als een mens die ervan overtuigd is de waarheid in pacht te hebben? Deze vragen werden ook voorgelegd aan de intussen zeer bekend geraakte prof. dr. P.C. Kuiper, emeritus-hoogleraar psychiatrie en auteur van het in 1988 verschenen 'Ver heen'. 'Star vasthouden aan een opvatting is vaak een manier om je angsten de baas te worden', aldus dr. Kuiper. 'Op godsdienstig terrein is een fundamentalistische levenshouding vaak het gevolg van angst voor het eigen geweten. In de trant van: als ik daar niet aan vasthoud, overkomt me iets'.
Aan prof. Kuiper wordt dan de vraag voorgelegd:

In fundamentalistische kring gaat een zoektocht naar de waarheid al snel over in onverdraagzaam heid.
'De manier waarop wordt gezocht moge soms tot benauwende consequenties leiden, maar ik zou willen dat iedereen er ernst mee maakte. Het zijn immers geen kleine vraagjes, die in die kring aan de orde worden gesteld: waarvóór leef je en waar leef je naar toe? Het gaat echter mis zodra men vergeet dat geloofswaarheden van een andere orde zijn dan wetenschappelijke waarheden. Geloofswaarheden zijn bevindelijke waarheden die pas voor je gaan leven in relatie met je medemens. Geloven is iets anders dan het je eigen maken van een verstandelijke waarheid. Geloven is iets anders dan het je eigen maken van een verstandelijke waarheid. Het is geen passieve bezigheid, maar een actieve: het komt aan op handelen. Aan een systeem van rationele zekerheden heb je niets.'
Maar het is juist dat handelen, waar buitenstaanders beducht voor zijn. Zie de islam en de affaire-Rushdie.
'
Als fundamentalisme gekoppeld wordt aan fanatisme, komen we op een hellend vlak terecht. Maar ik ken gelukkig ook fundamentalisten die geen vlieg kwaad doen, laat staan een mens.'

Verderop in het gesprek geeft prof. Kuiper aan dat een positieve levenshouding een mens voor het vervallen in fanatisme behoedt. Daarop stelt Hervormd Nederland de hier volgende vraag en geeft prof. Kuiper dit antwoord:

Dat klinkt mooi, maar in de praktijk blijkt weinig van zo 'n houding. Begint de maatschappijvernieuwing op Urk of in Staphorst?
'Als ik moest kiezen tussen een fundamentalistische levenshouding en een houding waarbij ik niets zou geloven en me niets zou afvragen, dan zou ik honderd keer zo lief gelovige in Staphorst zijn. Ik heb m'n jeugd in een orthodox, bevindelijk milieu doorgebracht en ik heb voor mensen in die kring nog steeds grote bewondering. Ik begin meestal met het goede in mensen te waarderen, te onderzoeken waar ze voor in zijn. Ze doen namelijk meestal niet zomaar iets. Ik zet pas vraagtekens zodra de verkettering van andersdenkenden om de hoek komt kijken. Niettemin kan ik ook enige sym­pathie opbrengen voor iemand als Philips II, een rasfundamentalist die voor de opgave stond hoe hij z'n onderdanen in het rechte spoor moest houden. Of neem bisschop Gijsen. Voor beiden geldt: ik kan begrijpen waarom ze zo geworden zijn.
Godsdiensten kunnen echter makkelijk ontaarden in een terreursysteem. Duivelse technieken om iemand klein te krijgen, zijn er genoeg. Ik heb een eenvoudig meetlatje: als mensen er slechter van worden, deugt het niet. Aan de vruchten kent men de boom.'

Relativisme of fundamentalisme?
Tenslotte komt het gesprek uit op wat beter is: dat je alles betrekkelijk acht. Of dat je volhardt bij je ingenomen standpunt als het enige ware en juist.

Bent u, globaal gesproken, meer beducht voor relativisme dan voor fundamentalisme?
'Een algemeen antwoord is altijd onvolledig. Alles waarbij de medemens uit het oog wordt verloren, is verkeerd. Dat is mijn maat voor elk systeem: vaart de mens er wel bij of niet? Iemand die niets ernstig wenst te nemen, is volgens mij verkeerd bezig. Maar iemand die op alle vragen een antwoord weet, ook. Plato heeft gezegd: "Ik meende te weten wat zijn is, maar nu ben ik in verlegenheid gekomen". Dat is toch een ontroerend relativisme? Alleen met een combinatie van fundamentalisme en relativisme komt de wereld verder. Toch gebiedt de situatie soms een zeer fundamentalistische uitspraak te doen, bijvoorbeeld over rassenhaat. Daar valt natuurlijk niet over de onderhandelen.'

Gevoel voor de nuance is vaak ver zoek. Wie niet genuanceerd denkt, vervalt snel in ongenuanceerd oordelen. En het is waar wat prof. Kuiper hier zegt: oordelen leidt heel snel tot veroordelen en zelfs tot verketteren. De polarisatie onder christenen juist in onze tijd geeft de waarheid van deze stelling maar al te zeer aan. We huiveren soms a­ voor het fanatisme onder moslims en onder islamvolkeren. Maar is polarisatie en het bevorderen daarvan niet van hetzelfde hout gesneden? En valt voor de gevolgen daarvan niet zeer te vrezen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's