Boekbespreking
Visioen van een nieuwe aarde. Een kleine theologie van de schepping. Johannes Thiele, Ten Have, Baarn, 1990, 123 blz. ƒ 21,50.
De schrijver, lector te Stuttgart, worstelt met zijn cultuur die de natuur knecht en het lied van de aarde doet verstommen. Hij wil geen ecologisch-theologisch programma bieden, maar wil, als antwoord op het tot- een-voorwerp- maken van deze wereld en op de slavernij waar wij de schepping aan hebben overgeleverd, opwekken tot een nieuw levensgevoel. Dit is er niet op uit in binnen de cultuur een vrijplaats te scheppen, een ark op de wateren, een plek binnen de aarde en de aardse werkelijkheid, maar dit levensgevoel vereenzelvigt zich met de aarde en meevoelend met de aarde spreekt het met de aarde unisono mee. Een kosmisch levensbesef dus, dat wortelt in het scheppende en vernieuwende spreken Gods.
Geen wonder daarom, dat de schrijver voor een woord als hersacralisering van de natuur niet terugschrikt. Tegenover onze wil tot ondergang, opkomt als deze uit onze wil tot welvaart en onze drang tot groei en vooruitgang, stelt de schrijver dat heel de aarde ark heeft te zijn voor de mens. Zo gaan het (her)scheppend handelen van God en onze eigen creatieve en op bevrijding gerichte daden wel heel dicht in elkaar schuiven. Er ontstaat een visie op de schepping met een sterk utopistische inslag.
Enerzijds is er de roeping de chaotische machten te bedwingen. Het scheppingsverhaal, dat van de zondeval en van de grote vloed, de mythen uit de Priestercodex, tekenen ons, in een oorlogsverklaring aan de bedreigende machten van het kwaad, het restauratieve dat God en ons handelen kenmerkt. Deuterojesaja gaat verder, en laat, vooruitgrijpend, zien hoezeer bevrijdend handelen uit is op het nieuwe, op de sjalom van God.
Deze scheppingstheologie doet zakelijk wellicht nog het meest denken aan die van Metz, maar is veel meer (rooms-katholiek) religieus gemotiveerd en doortrokken, en kent daarom ook minder verbetenheid en meer spiritualiteit. Maar daardoor ook meer optimisme.
S. Meyers, Zeist
Hans-Jürgen Sievers: Stundenbuch einer deutschen Revolution, uitg. G2W Verlag, Zollikon 1990, 159 S., geïll., DM 16,80.
Hans-Jürgen Sievers, predikant van de evangelisch-reformierte gemeente in Leipzig geeft in zijn boek een ooggetuigenverslag van de 'Wende', zoals die in de toenmalige DDR vanuit Leipzig tot stand kwam. Het is een indrukwekkend verslag, waarin uit authentieke bronnen geput wordt: krachtenberichten, gebeden, dagboekverslagen etc. Centraal staan de wekelijkse gebedssamenkomsten die aanvankelijk bedoeld waren als vredesgebed in het kader van het conciliair proces. Na de zomer van 1989 werden deze bijeenkomsten door de groeiende belangstelling steeds meer het hart van de vreedzame demonstraties, die tenslotte leidden tot de val van het regime van Honecker. De schrijver heeft een boeiend boek geschreven, dat van binnenuit zicht geeft op wat in die dagen onder de bevolking leefde. We maken als het ware van nabij mee, wat de mensen motiveerde. Dat geeft respekt voor hen, die vooraan stonden; het doet ons ook beseffen, hoeveel verloren dreigt te gaan, nu de golf van westers materialisme vanuit de Bondsrepubliek het land overstroomt. Ook in dat opzicht is dit boek waarschijnlijk helaas een verslag van een voorbije periode. De mensen van het eerste uur zijn inmiddels ingehaald door anderen, die hun plaats hebben overgenomen, maar hun idealen niet delen. De belangrijke bijdrage vanuit de kerken aan de omwenteling wordt in dit boek nog eens onderstreept. Tegelijk kan het ons duidelijk maken, waarom de kerken nu weer even leeg zijn als tevoren. Hoe groot de politieke en sociale waarde van de vredesgebeden ook was, in de verslagen van gebeden en toespraken mis ik telkens de verkondiging van de rechtvaardiging van de goddeloze, de verzoening van onze zonden door het bloed van Christus, en de noodzakelijkheid van wedergeboorte. Zou het ontbreken van dergelijke kernen van het belijden in de prediking naast alle goede dingen niet de diepste oorzaak zijn van het geringe kerkbezoek? Dat blijft na lezing van dit boek toch als een belangrijke vraag over. Desondanks is het boek een indrukwekkend document voor allen, die zich aan de christenen in de DDR verwant weten en de gebeurtenissen rond de 'Wende' nog eens willen volgen. Daar zijn we collega Sievers dankbaar voor.
A.W. van der Plas, Urk
Drs. P. de Vries, De orde van het heil bij John Bunyan, uitg. De Roos, Vlaardingen, 1989, 260 blz., prijs ƒ 33,50.
Met veel genoegen en instemming heb ik kennis genomen van 'De orde van het heil bij John Bunyan', geschreven door drs. P. de Vries (Opheusden). Het boek is een bewerking en naar ik aanneem ook sterke uitwerking van de scriptie die hij in 1981 schreef in het kader van zijn doctoraalstudie theologie. Het getuigt van een uitgebreide kennis van zaken niet alleen van Bunyans geschriften, maar ook van vele Engelse puriteinen, met wie de schrijver Bunyan voortdurend vergelijkt, leder die zich verdiepen wil in een aantal hoofdmomenten en de samenhangen daartussen in Bunyans geschriften, zal het boek van De Vries zeker als bijzonder verrijkend ervaren.
Voor zover ik oordelen kan, wordt in het boek van De Vries een goed en helder beeld gegeven van wat Bunyan bezielde. Zijn grote nadruk op de verkondiging van Christus als de bron van de zaligheid, op de rechtvaardiging van de goddeloze, van de wedergeboorte en het geloof als de weg waar langs de Heere zaligt... Er is van John Bunyan wel gezegd, dat hij bij zijn hoorders overkwam als een die uit de doden tot hen gezonden was. Het boek van De Vries zal zeker onze jonge dominees die in hun prediking niet nalaten willen om met de vele vragen van de heilstoeëigening bezig te zijn, een goede dienst bewijzen.
Over bepaalde interpretaties van bekende beelden uit de christenreis behoeft men het met de schrijver niet altijd eens te zijn. Zo kan ik ook niet inzien, dat bv. de Enge Poort in de Christenreis verstaan moet worden als een uitbeelding van de inwendige roeping of wedergeboorte of ook van Christus (blz. 144). Als het eerste het geval zou zijn, zou ik niet weten, welke plaats men in de orde des heils moet geven aan alles wat Bunyan van Christen vertelt, voor dat hij aan de Enge Poort toe is. Het lijkt me bepaald verwarrend om hier te gaan spreken over algemene werkingen van Gods Geest. En dat Christus bij Bunyan nooit en nergens een Enge Poort is (nadruk op eng), dat lijkt me nog al duidelijk.
Maar goed, waar het gaat over de orde des heils, moet men naar het oordeel van De Vries 'binnen de kerk van Christus voor accentsverschillen ruimte laten... Beslistheid in belijden houdt niet in, dat je van de ander verwacht dat hij de accenten op gelijke wijze legt als je dat zelf doet'. Dit lijkt mij een gezond uitgangspunt voor een broederlijk omgaan met elkaar in de kerk des Heeren, ook vandaag.
Ik wens dit boek over Bunyan in veler handen. Het is fraai uitgevoerd.
C. den Boer (Bennekom)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's