De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Er is in Roemenië nog niet veel veranderd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Er is in Roemenië nog niet veel veranderd

Prof. Molnar Janos op predikantenconferentie

8 minuten leestijd

De predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond stond dit jaar in het teken van wat vandaag heet de 'Godsverduistering'. Onder massale belangstelling refereerden op de eerste dag de predikanten W. Verboom (Hierden) en W. Dekker (Rotterdam) over het thema 'Prediking in een tijd van Godsverduistering'. Het kon niet anders of op de tweede dag moest de belangstelling wel minder zijn. Desalniettemin waren ook de tweede dag vele predikanten aanwezig om 's morgens een referaat te horen van prof. Molnar Janos uit Roemenië over 'Kerkelijk en geestelijk leven in Roemenië' en 's middags een referaat van ds. A. Beens (Lunteren) over 'De catechismusprediking'. In totaal bezochten ongeveer 250 predikanten de conferentie. Het referaat van ds. A. Beens zal binnenkort in ons blad worden geplaatst. Op het thema, dat de eerste dag aan de orde was, hopen we de komende tijd in breder verband terug te komen. Hieronder treffen de lezers een impressie van wat aan de orde kwam in de lezing van prof. Molnar Janos en in de daarop volgende discussie.

Prof. Molnar Janos (in gewoon Nederlands prof. Jan Molenaar) is hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Akademie in Klausenburg (Cluj) in Roemenië. Hem was gevraagd op de predikantenconferentie te refereren over het kerkelijk en geestelijk leven in Roemenië. Op het laatste nippertje kon hij afreizen naar Nederland, nadat hij grote problemen had ondervonden met het tijdig ontvangen van een visum, dit ondanks het feit dat de uitnodiging (met afschrift aan de Nederlandse ambassade) hem ongeveer vier maanden vóór datum had bereikt. Zelfs echter toen hij op de woensdagmorgen, voordat hij donderdags op de conferentie moest spreken, (reeds) in Boedapest wachtte op afwikkeling van de formaliteiten en de zaak niet rond scheen te komen, had hij vertrouwen dat hij gaan mocht. In ieder geval was de visumafwikkeling er een bewijs van, dat het momenteel allemaal in Roemenië nog uiterst moeilijk toegaat. Het is een land in chaos en onzekerheid.


De causerie van prof. Molnar vond plaats nadat de avond tevoren de onderhandelingen in Genève omtrent de Golfcrisis zonder resultaat waren afgebroken. De wereld scheen (schijnt, als ik dit schrijf) rechtstreeks op een nieuwe ramp af te stevenen. Telkens weer worden onze vredesdromen wreed verstoord. We leven in een wereld, waar telkens op het wereldtoneel tyrannen verschijnen en hun verwoestende spoor achterlaten. De laatste woorden, die we hoorden toen we op die morgen de auto uitstapten, was dat Irak (opnieuw) had gedreigd als eerste Israël te zullen aanvallen. Het gáát om de olie maar het drááit kennelijk om Israël. Dreigende taal van een keiharde tyran. Intussen werden we op de conferentie geconfronteerd met een mens, een christen, die wist wat het betekent onder tyrannen te leven. Eén en ander kreeg een plaats in onze voorbede.

De situatie
Prof. Molnar komt uit het Roemeense Siebenburgen, het gebied dat Roemenië aan zich trok (van Hongarije) na de Eerste Wereldoorlog. In dat Siebenburgen was de Oosters Orthodoxe Kerk de staatskerk.
Na de Tweede Wereldoorlog echter vervielen de bijzondere rechten, al behield die kerk 'als aanhanger van de communistische staat' (aldus prof. Molnar) nog wel veel privileges. Na de revolutie van 22 december 1989 dankten de leken echter verschillende priesters, professoren en patriarchen, zijnde 'lakeien van de dictatuur' af.
Prof. Molnar gaf een summier doorkijkje door het kerkelijk leven bij Oosters Orthodoxen, Grieks Orthodoxen en Rooms Katholieken om vervolgens uitvoerig stil te staan bij de kerk, waartoe hijzelf behoorde, de 'Gereformeerde Kerk'. Deze kerk is al in het jaar 1550 ontstaan. In 1559 heeft de synode van Neumarkt/Tirgu-Mures de reformatorische avondmaalsleer aangenomen. In 1622 heeft de vorst Bethlen Gábor in Karlsburg een Theologische Akademie laten vestigen, die in 1662 werd overgebracht naar Enyed Áiud en in 1895 naar Klausenburg/Cluj, waar sedert het midden van de 19e eeuw de gereformeerde bisschopszetel gevestigd is (de gereformeerde kerk in meerdere landen van Oost Europa kent bisschoppen). Na de Tweede Wereldoorlog is vanwege de onzekere politieke situatie een tweede bisdom ontstaan in Grosswardein.

De opleiding van predikanten vindt dus plaats aan de Theologische Faculteit (met universiteistgraad) in Klausenburg. Men wil de naam universiteit vermijden, omdat universiteiten staatsuniversiteiten zijn en derhalve de laatste decennia ook besmet zijn met het communisme. Desgevraagd zei prof. Molnar Janos later, dat er ook geen sprake van kan zijn, dat men de theologische faculteit aan de universiteiten wil integreren, omdat zó de theologiebeoefening horig wordt aan de staat en er sprake zal zijn van gewetensdwang.
Tijdens het communistisch bewind mocht het instituut jaarlijks 12-15 studenten aannemen (van de in totaal 90-100 aanmeldingen). Nu de 'numerus clausus' is opgeheven zijn dit jaar 104 eerstejaarsstudenten toegelaten.
Het bisdom Siebenburgen heeft 437 predikanten, terwijl er 60 vacatures zijn. Het bisdom Grosswardein telt 236 dienstdoende predikanten, terwijl er 44 vacatures zijn. Dit alles los van een groot aantal zogeheten 'diasporagemeenten', gemeenten in de verstrooiing. In totaal telt de kerk ongeveer 800.000 leden.


Tijdens de communistische overheersing nam de staat van de kerk de scholen af (250 basisscholenen en 14 gymnasia). Daardoor werd niet alleen de 'confessionele opvoeding' opgeheven maar werd ook de mogelijkheid van het onderwijs in de moedertaal (het Hongaars) sterk beperkt. Eén en andermaal zei prof. Molnar dan ook, dat het communistische regiem aan de kerk de scholen ontnam, de taal en de cultuur. De Gereformeerde Kerk was en is een minderheidskerk van een minderheidsvolk, van wie alles afgenomen werd. Na de omwenteling van 1989 kreeg de kerk weliswaar één kerkelijk gymnasium met 260 studenten terug maar.... zonder gebouw!

Omwenteling
Gegeven dit alles was prof. Molnar uitermate sceptisch als het gaat om de vraag of er een revolutie plaats vond in Roemenië. Zijn antwoord was eigenlijk 'neen'.
Gevraagd werd namelijk welke plaats de kerk nu in feite had ingenomen tijdens de revolutie. De revolutie, het verzet tegen de staat, zat in het hart van de gemeente.
Daarvan was de gemeente van ds. Laszlo Tökes het voorbeeld, de vooruitgeschoven post. Maar het verzet tegen de communistische staat zat allerwegen in de harten van de mensen in de gemeente. Er blijkt nu in de staat zèlf geen echte omwenteling te hebben plaatsgevonden. In de harten van de mensen, juist ook binnen de gemeente, leeft dan ook nog hetzelfde verzet tegen de staat als voorheen. In de staat zelf moet de eigenlijke omwenteling nog komen.

Godsverduistering?
Verkwikkend was de onbevangen benadering vanuit de Schrift en de belijdenis der kerk (met name de Heidelbergse Catechismus), waarmee prof. Molnar de vragen tegemoet trad. Over zijn eigen vakgebied — het Oude Testament — zei hij, dat hij alles las wat hij maar op zijn vakgebied binnen bereik kreeg. Het antwoord echter op de vraag of de inhoud van de geschriften voor hem theologisch acceptabel was hing alléén af van de vraag of één en ander paste binnen de kaften van het Boek (hij nam dan zijn Bijbel tussen duim en wijsvinger). Hij wenste de Bijbel niet te lezen met daarop één of andere theologie van welke oudtestamenticus dan ook.


En toen kwam een vraag over de Godsverduistering, waarmee de conferentiegangers zich de dag ervóór hadden bezig gehouden (althans degenen, die toen aanwezig waren). De beantwoording liep uit op een krachtig getuigenis inzake het bestáán, het zíjn van God: 'God existiert!'. Als God niet bestaat, hoe zouden we dan nog theologiseren. 'Dan kan men beter knollen gaan rapen in de tuin'. Het bestaan van God is de basis van de theologiebeoefening.

Prof. Molnar merkte op, dat tijdens de communistische overheersing mensen verhinderd werden naar de kerk te gaan, omdat ze daarvoor werden bestraft, onderdrukt. Maar als men aan mensen buiten de kerk, ook aan communisten de vraag gesteld had of God bestond, zou het antwoord bevestigend zijn geweest.


Voor goed verstaan dient bij één en ander de volgende kanttekening te worden gemaakt. Wanneer we vandaag spreken over Godsverduistering, bedoelen we daarmee niet te zeggen, dat God niet zou bestaan. Wel is de vraag waar we Hem in onze cultuur, in wetenschap en techniek, in de processen in onze moderne maatschappij nog ervaren. Godsdienst — beleving van het bestaan van God — is louter een privézaak ('Privatsache') geworden. Eén en ander laat ook de kerk hier niet onberoerd. Velen, oorspronkelijk behorend tot de christelijke gemeente, hebben bewust afscheid genomen van (het geloof in) God. Die ontwikkelingen zijn aan de kerken in Roemenië nog bespaard gebleven. De vraag is of dat nog komen zal. Ik moest daaraan denken toen prof. Molnar, in een toespraak tot de hervormde gemeente te Huizen, 's zondags na de predikantenconferentie, opmerkte, dat één van de gevaren, die de kerk daar nu gaan bedreigen, het gevaar van de secularisatie is. Welnu, het is met die secularisátie te onzent gegeven, dat de vraag van de Godsversduistering is opgekomen.

Spiegel
Toch werd ons intussen ook een spiegel voorgehouden. Hoezeer ook de vragen van de dag ervóór brandende vragen zijn in ónze situatie, we moeten ons wel realiseren, dat het vragen zijn, die opkomen in onze dóór en dóór verzadigde welvaartscultuur, waarin het leven een hoge technologische vlucht heeft genomen. Hier kwam een christen, een christen-theoloog aan het woord uit een samenleving, die arm is en waarin de technologische ontwikkelingen nog lang zo ver niet zijn — 'bij ons is nog veel handwerk' — en waarin de communicatiemogelijkheden slecht zijn (alleen een telefoonverbinding met Boekarest al!). Maar intussen, hier was een christen aan het woord, die weet wat de prijs is, die het christenzijn vraagt onder tyrannen. 'God existiert', was zijn klare getuigenis. Zijn loutere aanwezigheid was er een toonbeeld van. We moeten het woord Godsverduistering ook maar niet al te vaak gebruiken. We zouden er zelf een soort doemdenken aan kunnen overhouden.

Op de zondag, waarop prof. Molnar in Huizen iets tot de gemeente zei, merkte hij op, dat het énige wat we voor onze jongeren in de kerk te zoeken hebben was: Jezus! Zo hebben Maria en Jozef hun Kind gezocht in de tempel.
Prof. Molnar Janos is weer teruggekeerd naar Roemenië, naar de onzekere situatie van zijn volk, ook voor de kerk. Ons gebed vergezelt hem. Een gebed, dat grond vindt in het geloof, dat 'God existiert'. Hij leeft, en de kerk met Hem. daar en hier.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Er is in Roemenië nog niet veel veranderd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's