Over de kerkelijke goederen (1545)
Historische 'kiekjes' over 'het beheer'
Hoe precies met de kerkelijke bezittingen gehandeld moet worden waarover de overheid, bv. na de opheffing van een klooster, de beschikking gekregen heeft, is een zaak die de kerken bezig houdt. Farel zoekt in 1545 in een discussie die in Neuchâtel met de overheid gevoerd wordt steun bij Calvijn. Maar het lijkt Calvijn beter, schrijft hij op 13 oktober aan Farel (CO 12, 189-190), zich niet tot de Raad in Neuchâtel te wenden, omdat een uiteenzetting over het gebruik van de kerkelijke bezittingen averechts zou kunnen werken. Immers, het is Calvijn zelf tot nog toe in Genève niet gelukt te bereiken wat hij wat dat betreft wil (zie ook de brief dd. 2 november aan Farel – CO 12, 205-206). Maar als Farel toch blijft aandringen zal Calvijn reageren. Misschien is dat ook gebeurd. In de bibliotheek van de predikanten in Neuchâtel bevindt zich een met de hand geschreven uiteenzetting, waar een ander boven geschreven heeft dat het Calvijns opvatting geeft over het wettige bezit en het gebruik van de kerkelijke goederen die eenmaal aan God gewijd zijn (zie voor de tekst CO 10a, 249-251).
Dr. W. de Greef: Johannes Calvijn zijn werk en geschriften. De Groot, Goudriaan-Kampen, 1989 (blz. 187-188).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's