Onze kinderen mogen falen
Met het oog op de jongeren
Zoonlief en de auto van pa
Zijn zoon had z'n rijbewijs gehaald.
En als vader had hij het natuurlijk allang voelen aankomen: zijn zoon zou hem nu regelmatig om de sleutel van zijn auto vragen!
Vaderlijke trots deed z'n borst zwellen, als hij eraan dacht, dat hij nu een zoon had die auto kon rijden.
Uiteraard zou hij z'n auto aan hem meegeven.
Hoewel... hij merkte bij zichzelf, dat hij daar meer moeite mee had dan hij tegenover anderen zou willen erkennen...
De vraag kwam op de dag waarop zoonlief het officiële document had opgehaald.
'Pa, mag ik vanavond een eindje rijden?'
Er was nu geen enkele reden meer om 'nee' te zeggen.
Royaal haalde hij de autosleutel uit z'n zak en gaf hem aan zijn zoon.
Hij keek hem na, terwijl hij zijn hart vasthield...
Twee uur later kwam zoon thuis.
Hij durfde amper binnen te komen.
Het hoge woord kwam eruit: 'Ik ben tegen een paaltje aangereden. Er zit een deuk in het achterspatbord'.
Hoe reageren?
We laten dit voorval als zodanig nu los en stellen onszelf de vraag, hoe wij zouden reageren. We verplaatsen onszelf hierbij in de situatie van de vader.
We zijn teleurgesteld. En we voelen waarschijnlijk direct boosheid in ons opkomen.
Zonde van de auto!
Had 'ie niet beter uit kunnen kijken?!
Misschien luchten we onze gevoelens tegenover onze zoon. We varen tegen hem uit.
En misschien straffen we hem.
Hij moet de schade zelf betalen. En voorlopig krijgt hij de auto niet meer mee...
Wellicht dat dit ongeveer onze primaire reactie zou zijn.
Bij nader inzien zouden we misschien moeten erkennen, dat een andere reactie wellicht toch beter zou zijn. Een reactie die overigens niet zo in de lijn van onze natuur ligt.
Laten we eerst eens een paar dingen op een rijtje zetten.
Falen
Onze kinderen moeten veel leren.
Uiteindelijk is het de bedoeling, dat zij zelfstandig hun weg door het leven gaan.
Dat leren ze niet één, twee, drie. Dat gaat met vallen en opstaan.
In tal van situaties falen zij.
Daarover hoeven we ons niet te verbazen. Herkennen we hierin niet ontzettend veel van onszelf?
Er is geen kind, dat alles wat het leert tegelijk goed doet.
In de omgang met onze kinderen moeten we daarmee rekening houden. We moeten niet verwachten, dat er nooit iets is aan te merken op wat zij doen.
Als ze iets niet goed doen — terwijl ze hun best doen om het juist wél goed te doen, — dan moeten we niet boos worden. En dan moeten we ze ook niet straffen.
Integendeel!
Ze hebben dan juist onze bemoediging nodig.
Met andere woorden: het is goed, dat we hen laten merken, dat ze mógen falen! Wij laten ze er niet om vàllen! Ze blijven onze kinderen, die we lief hebben en die we — zo lang als dat nodig en mogelijk is — blijven voorgaan en begeleiden.
Falen bij de Heere God
Misschien dat wij mogen zeggen, dat wij bij de Heere God ook mogen falen.
Als we ons dit realiseren, kan dit ons voor een zekere kramp bewaren.
Hij vraagt immers een volmaakt leven van ons. Maar dat zit er bij ons gewoon niet in.
Wordt Hij boos en gaat Hij ons straffen, als wij er niets van terecht brengen?
Niet als wij bij de Heere Jezus schuilen.
Jawel, Hij is verdrietig, als wij dan nog ongehoorzaam zijn. Dan kan Hij ons — soms met harde maar wel liefdevolle hand — terechtwijzen.
Maar als wij falen terwijl wij ernaar verlangen en erop gericht zijn om het Hem naar de zin te maken, dan zegt Hij niet: 'Ik ben boos op je en Ik zal je straffen, omdat je wat Ik van je vraag niet goed doet'. Dan zouden we altijd — tot het einde van ons leven — met een boze God te maken hebben. Er blijven, ondanks het vernieuwende werk van de Heilige Geest, immers zoveel dingen over, die wij niet goed doen!
Nee, dan kijkt Hij naar Zijn Zoon en dan ziet Hij één en al volmaaktheid, die Hij ons toerekent. En dat blijft altijd gelden!
Maar Hij rekent er mee, dat wij zwakke mensenkinderen zijn. En in onze zwakheden, ook in ons falen, komt Hij ons te hulp.
Ligt hierin voor ons niet een aanwijzing en richtlijn voor de omgang met onze kinderen?
Geen blijvende auto's
Zo'n deuk in het achterspatbord van onze auto mogen we jammer vinden. Maar onze zoon (of dochter) doet zoiets toch niet expres!
En bovendien, is een auto ook maar niet een auto?
Auto's hebben geen blijvende waarde.
Wat is schade aan een auto in het licht van de schade die onze kinderen oplopen, als zij van ons niet mogen falen?!
Eigenlijk biedt zo'n voorval een goede gelegenheid om onze kinderen — heel relativerend — ervan te overtuigen, dat wij in deze wereld niet alleen geen blijvende stad hebben, maar ook geen blijvende auto's.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's