De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

A. van den Beid, Is geloof een deugd? Studies over God, deugd en eeuwig leven, 175 blz. ƒ 29,50. Ten Have, Baarn 1990.
Op knappe wijze wordt in deze bundel opstellen de draad van het betoog vastgehouden. De bundel opent met een opstel over de vraag of het in onze tijd niet onredelijk is in God te geloven (Is geloof een deugd?). In beide volgende hoofdstukken komen Marx' godsdienstkritiek alsmede betekenis van de verwachting van het Koninkrijk voor het hier en nu ter sprake. Daarop volgen opstellen over vrijheid, verantwoordelijkheid, morele toerekenbaarheid, alsmede het deugdkarakter van de ethiek en de vragen over de aard van de wilszwakte, waarbij de schrijver zowel het leven hier en nu als het leven na de grens van de dood in zijn overwegingen betrekt.
De verschillende opstellen worden behandeld vanuit de optiek van de godsdienstwijsbegeerte en de (wijsgerige) ethiek. Via scherpzinnige wijsgerige analyses verheldert de schrijver de begrippen en probeert hij de problematiek op het spoor te komen.
Men zegge niet te snel: 'Wat hebben Jeruzalem en Athene met elkaar te maken?'. Juist de filosoof kan ons helpen de vragen helder en klaar te formuleren en verantwoording af te leggen van wat we geloven. Voor de ontmoeting met de moderne mens is dat van uitermate grote betekenis. Bovendien heeft men van ouds in de kerk geweten van het 'fides quaerit intellectum', dat wil zeggen: Geloof zoekt kennis. Vgl. de uitspraak van Anselmus: 'Ik zoek niet te kennen opdat ik gelove, maar ik geloof, opdat ik kenne'.
Bovendien kan een dergelijke benadering juist in de confrontatie met het huidige denken van belang zijn om allerlei schoonklinkende redeneringen contra het christelijk geloof 'door te prikken'. Het opstel over Marx is daarvan een schoon voorbeeld. Van den Beld aarzelt niet om allerlei modieuze theologische denkbeelden kritisch te bezien.
Zo nam hij het in 1976 op voor de oerchristelijke notie van de 'vreemdelingschap' contra moderne theologen die dit afdeden als 'hemelgeloof'. Terecht wijst de schrijver op de betekenis om ons te helpen in ons denken over de verbinding tussen prediking, pastoraat en politiek-sociaal handelen. Ook dit opstel richt zich kritisch op de optimistische theologie zoals die met name in de kringen van de Wereldraad gangbaar was. Maar ook aan het adres van de klassieke theologie stelt de auteur vragen. Is het juist, zo vraagt hij, om met Augustinus, te zeggen dat de mens in de staat der heerlijkheid niet meer kan zondigen? Van den Beld verwerpt deze gedachte. Ze doet z. i. tekort aan de morele verantwoordelijkheid, aan de aard van de relatie tussen God en mens: Liefde is liefde in vrijheid. In dit leven zondigt de mens z. i. niet noodzakelijk, in het eeuwig leven is evenmin sprake van noodzakelijk­heid. Ik begrijp Van den Belds bedoeling. Hij wil de aansprakelijkheid en veranwoordelijkheid van de mens handhaven. Maar mijn vraag is of hij niet uitgaat van een filosofisch, formeel vrijheidsbegrip. Vrijheid in bijbelse zin is niet de keus van de mens op de tweesprong, maar het gaan op de weg van het gebod ten leven (vgl. S.C. Berkouwer).
Het niet-kunnen zondigen in het eeuwig leven is voorts geen kwaliteit van de mens, maar gave van God, zoals Augustinus duidelijk maakte. Bovendien: wat is bedoeld met het 'niet-kunnen' in de door Van den Beld gekritiseerde uitspraak? Is dat niet eerder een religieuze notie, samenhangend met de overvloed van de genade van God, dan een morele categorie? Ik volsta met deze opmerkingen. Van den Beld schreef een diepgravend werk dat evenwel de nodige kennis van wijsbegeerte en ethiek vereist om het betoog te kunnen volgen. Als lezerskring zal hij niet in de eerste plaats aan het gewone gemeentelid gedacht hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's