De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De ouders en hun kind

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ouders en hun kind

9 minuten leestijd

Over de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs aan hun kinderen gegeven, is veel nagedacht en geschreven.
Terwijl ik archiefmateriaal erop nasloeg, vond ik een kenmerkende praktijkweergave uit de 19e eeuw.
Het hoofd van de christelijke school uit Bodegraven gaf het volgende weer: 'De verhouding van de ouders tot de christelijke school was niet nauwkeurig omschreven, nog minder geformuleerd, maar ze was er. Die eenvoudige schooltjes, gering van aanzien, allereenvoudigst ingericht, meest te vinden in een achterbuurt of straat van stad of dorp, weet ge hoe ze er kwamen?
Daar schoolden ergens in een kerkje of eenvoudige zaal, een boerenschuur of sober woonvertrek wat mensen samen, mannen maar ook vrouwen, laat me liever zeggen, vaders en moeders, om de mogelijkheid te bespreken dat ze een christelijke school kregen.
En dan was menigmaal de eerste vraag: 'Weet iemand een christelijke meester voor ons?' Dan werd niet zelden de man gezocht en gevonden, voor men nog wist waar en hoe het schoolgebouw er komen zou. Weldra leerde men in die samenkomsten de man kennen, aan wie men zo veilig hun kinderen zou toevertrouwen. Dan werd niet allereerst gevraagd hoeveel akten hij bezat, maar of hij God vreesde en een hart vol liefde had, om de kinderen te geven, wat ze voor de tijd nodig hadden, maar die in de school de geest van het christelijk huisgezin bewerkstelligde.
De meester leefde in de school en ook in de gemeente. Veel drukte voor studie, lessen en vergaderingen had hij niet. Als zijn school uit was, leefde hij in de kring van de ouders en de kinderen, delende in hun lief en leed. Waar feest was in de woning, waar zieken te vertroosten of doden te begraven waren, de meester was erbij. Zijn inkomen was karig. Het moest meestal met kleine gaven, doch dankbaar en blijmoedig bijeengezameld worden. Maar als de slacht er was, dan deelde de meester mee, als de aardappels gerooid werden, kreeg de meester zijn winterprovisie.
De meester was voor de ouders de school! De leerlingen hadden respect voor hem, die bij hun ouders zo hoog stond aangeschreven.
Wie zal ons zeggen, welke invloed — bij die zo eenvoudige, maar hartelijke verhouding — de school op het huisgezin en omgekeerd uitoefende. Dit is zeker, de vertrouwelijke omgang van ouders en onderwijzers had een gezegende uitwerking op de jeugd.
Als men in die tijd had gevraagd: 'Aan wie behoort de school?' Iedereen zou dan gezegd hebben: 'Aan de ouders'. Op de vraag 'Van wie gaat de school uit?', zou men geantwoord hebben: 'van de ouders.' Wanneer we zouden vragen 'Aan wie is de onderwijzer naast God verantwoording schuldig?', zouden we als antwoord krijgen; 'aan de ouders!'

Veranderingen in het gezin
Het gezin heeft in de loop der tijden veel functies verloren, met name in de economische en pedagogische sfeer. Bijna ieder gezin vormde in het verleden een arbeids- en een produktiegemeenschap. Tegenwoordig lijkt het erop, dat het gezin alleen een consumptiegemeenschap is.
Vroeger bevonden woonkamer en werkplaats zich dicht bij elkaar, onder één dak.
Men leefde en werkte met elkaar en voor elkaar, zonder een scherpe scheiding tussen huiselijke bezigheden en beroepswerk. Zo ging het bij de boeren, de ambachtslieden en bij de kooplui. In het gezin had men de belangrijkste contacten van het leven. Voor de jongens was de vader meteen patroon en leermeester in het vak. De moderne techniek maakte een einde aan het gezin als produktiegemeenschap.
Gezin en maatschappij zijn uit elkaar gegaan. Toen het gezin nog produktiegemeenschap was, vielen ze grotendeels samen.
Veranderingen in de gezinnen ontstaan ook door de toenemende onkerkelijkheid, samenhangend met het steeds verder voortschrijdende proces van de secularisatie.
Secularisatie is een proces geworden, waarin iedere herinnering aan de eeuwige dingen vervaagt en het aardse leven zichzelf volslagen tot heil en einddoel is geworden. Wat dit betekent voor de opvoeding van de kinderen is aan de werkers bij het christelijk onderwijs maar al te zeer bekend.
Een groot aantal leerlingen weet van-huis-uit niet meer van zonde, berouw, verlossing, genade en dankbaarheid.
In veel gezinnen, waaruit ook de christelijke school haar leerlingen betrekt, heeft men van deze realiteiten geen weet meer en leeft men los van de wortel van zijn bestaan, los van God en van Christus. Het gezin leeft zonder toekomstverwachting, zonder uitzicht, zonder werkelijk perspectief.
De gezinssituatie en de ontwikkeling ervan hangt direkt samen met de situatie en de ontwikkeling van de maatschappij. De beïnvloeding van de gezinsopvoeding door de school hangt ten nauwste samen met de positie en de taak van de school, de christelijke school, in de maatschappij van nu!

Veranderingen in de school
Een andere zaak die onze aandacht vraagt, is die van de toename van het aantal kinderen uit onkerkelijke gezinnen op onze christelijke scholen. Dit is geen probleem.
Het is mijns inziens geen probleem in die zin, dat we deze leerlingen tot onze scholen toelaten. En evenmin is het een probleem in die zin, dat ik me afvraag hoe ik deze kinderen bij de godsdienstles moet betrekken.
Deze kinderen zijn er. God heeft ze op de weg van onze scholen geplaatst. We hebben een taak ten opzichte van deze leerlingen. Sterker, een opdracht!
De moeilijkheden liggen anders. We hebben hier te maken met een vraagstuk met meerdere aspekten. We noemen het sociaal-ethisch aspekt: 'Welke invloed gaat er van deze kinderen uit op de kinderen uit de kerkelijke milieus in onze scholen?'
Verder noemen we het pedagogischdidaktisch aspekt: 'Welke gevolgen ondervindt het onderwijs van hun aanwezigheid in onze scholen? Hoe moeten we aan zo'n heterogeen gezelschap godsdienstonderwijs geven?'
Tenslotte noemen we het psychologisch aspekt:
'Wat betekent het leven in twee, vanuit godsdienstig standpunt gezien zo totaal verschillende milieus voor de psychische ontwikkeling van deze kinderen. Werkt dit leven-in-twee-werelden niet desintegrerend?
Ook het christelijk huisgezin staat anders dan vroeger tegenover de school, de eigen school met de Bijbel. Ook hier valt een uiteengroeien van gezin en school te constateren. De ontstane verhouding tussen gezin en school vervult ons met zorg voor de toekomst.

Gezinskind en schoolkind
Opvoeding vraagt om eenheid. Het kind dat èn gezinskind èn schoolkind is, vraagt om een gelijkgerichte behandeling thuis en op school.
Wanneer het gezin tekortschiet, kan en mag de school niet afzijdig blijven. De eis van eenheid in het leven van het kind vraagt dit. Hier ligt een geweldige taak voor de school. Wil de school met de Bijbel verantwoord, zinvol en effektief de huiselijke opvoeding beïnvloeden, dan kan dit alleen als de christen-leerkracht bereid is dagelijks uit dit roepingsbesef te leven
Tevens is het raadzaam na te gaan of binnen onze school werkelijk geprobeerd wordt 'school met de Bijbel' te zijn. Is de school met de Bijbel te vergelijken met de openbare school plus een paar uren bijbelkennis doorgeven? Of is het Evangelie de kracht waaruit wordt geleefd?
Wanneer men niet bereid is om zich te onderwerpen aan het gebod van de Christus van de christelijke school, van de school naar Hem genoemd, gaat er zeker invloed van de school uit op de kinderen en via hen op de gezinnen.
We zijn tegenwoordig erg sociaal ingesteld. We spreken veel over de mens in de gemeenschap en over de menselijke verhoudingen. Sociologie en psychologie houden zich voortdurend bezig met deze onderwerpen. Soms zou ik wensen, dat we alle boeken over sociologie en psychologie eens dicht lieten en de Bijbel eens wat meer openden.

De school met de Bijbel
De school met de Bijbel zal een christelijke gemeenschap moeten zijn. Het christelijke zit niet uitsluitend in het gebed en de bijbelvertelling, maar ook in de gehele sfeer in de school. De school is een gemeenschap vol volwassenen en niet-volwassenen, van leerkrachten, leerlingen en ouders. Het karakter van deze gemeenschap wordt dagelijks bepaald door de leerkrachten. Hun persoonlijkheid zet het stempel op de school, waarin zij werken. Christen-leerkracht zijn betekent: zich steeds weer bezinnen op zijn werk, voortdurend bezig zijn met zelfvernieuwing vanuit het Evangelie. Gunning schreef ergens: 'De leerkracht in de school met de Bijbel moet zijn: een werker, een gever, een diener.'
Tegenwoordig wordt de school met de Bijbel door een groot aantal kinderen uit onkerkelijke gezinnen bezocht. De leerkrachten van de school met de Bijbel hebben een bijzondere taak ten opzichte van deze gezinnen. Dit verzwaart hun taak en verantwoordelijkheid in niet geringe mate. De invloed op kinderen uit onkerkelijke gezinnen kan tot grote zegen zijn.
De volgende gebeurtenis is daarvan een duidelijke illustratie: Carla, een meisje uit een beslist onkerkelijk gezin gaat op de christelijke school. De ouders hebben deze school gekozen, volgens hun eigen zeggen, omdat de school goed bekend staat. Carla zit in groep zes. Op school heeft ze een aantal christelijke liederen geleerd. Ze zingt, zoals op ouderbezoek blijkt, deze liederen graag en vaak. Ze leert ze zelfs aan haar kleine zusje van nog geen vier jaar. Door een tragisch ongeluk sterft Carla. In de rouwadvertentie staat de eerste regel van een van haar lievelingsliederen. Bij een volgens bezoek aan de ouders komt natuurlijk het sterven van hun dochtertje ter sprake. De bezoeker hoort dan dat Carla veel en vaak zong en met haar moeder herhaaldelijk over de hemel sprak. Vaak had ze haar ouders gevraagd om samen de liederen te zingen.
Ik zie hier een zegen van de christelijke school, een invloed van de christen­-leerkracht van deze school.
Zo kan de school met de Bijbel door vertelling en lied de huiselijke opvoeding beïnvloeden. Ik haast met te zeggen, dat we ons over de vraag naar resultaten het hoofd niet behoeven te breken. We hebben een geweldige opdracht — ondanks het sociaal-ethisch, het pedagogisch didaktisch en het psychologisch aspekt —en zullen deze in alle eenvoud moeten vervullen. Alleen door de kracht van onze Opdrachtgever, alleen door de kracht van Christus kunnen we het vaak ontmoedigende werk van opvoeding aan.
Wanneer we dan in ons werk ervaren, dat dit iets goeds heeft teweeggebracht, dan spreken we niet van resultaten maar van zegen.
We zullen in alle eenvoud planten, zaaien, begieten en de groei aan onze God overlaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De ouders en hun kind

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's