De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De actualiteit van de Catechismusprediking (1)

Bekijk het origineel

De actualiteit van de Catechismusprediking (1)

9 minuten leestijd

Lezing Predikantenconferentie G.B. 10 januari 1991

Ten aanzien van het onderwerp dat ons bezighoudt, vallen er merkwaardige, aan elkaar tegengestelde opvattingen te constateren. Enerzijds is er namelijk de gedachtengang dat de catechismus zijn tijd nu wel heeft gehad. Er moet maar niet meer uit gepreekt worden en het catechetisch onderricht aan de jeugd doet er goed aan andere bronnen tot uitgangspunt te nemen. Men kan immers aan de hand van de catechismus niet meer op een toereikende manier ingaan op de problemen van deze moderne tijd, die ons in vele opzichten voor zulke andere vragen stelt dan waarmee onze voorgeslachten werden geconfronteerd. Er heeft zich een geweldige omslag in het denken en doen van de mensheid voltrokken tengevolge waarvan diverse vraagstellingen van een oud boek als de catechismus worden ervaren als volslagen uit de tijd en buiten tijd staande. De mens van nu zou door een boekje als dit niet meer worden aangesproken, ook niet meer kùnnen worden aangesproken. Gedurende een reeks van jaren heeft op deze manier de prediking uit de catechismus steeds meer terrein verloren.
Wie schetst echter, in dit licht gezien, onze verbazing nu anderzijds recentelijk ter synode een pleidooi, zelfs door een motie gesteund, is gevoerd voor een herwaardering en her-invoering van de catechismusprediking? Heeft Oorthuys dan toch gelijk gehad in zijn spreken over de 'eeuwige jeugd van Heidelberg'? Velen zullen het ter synode gebeurde misschien ervaren hebben als 'een wolkje als eens mans hand'. Toch een teken van herleving? Zijn wij eindelijk door stormgetij heen, door velerlei theologische wirwar en moderniteiten heen, terug bij het klassieke, het geloof van de Kerk der eeuwen?

Didactisch
Oorthuys heeft gezegd: 'Juist deze catechismus wil maar niet verouderen. Niet één der andere is nog zo ten volle een levend volksleer-boek als onze catechismus het is in de Nederlandse Kerk'. Daarmee hangt samen de lange traditie die de Heidelberger kent als leer-, preek- en troostboek van de Kerk. En afgezien van deze catechismus nog, de prediking over de leer van de Kerk bezit oude papieren. Augustinus preekte bijv. reeds over de Twaalf Artikelen. Daarin was hij trouwens al niet eens de eerste. Ook de Tien Geboden en het Onze Vader — daar hebt u het skelet van de Heidelberger reeds — zijn van oude tijden af al bepreekt. De reformatoren en de theologen na hen, ook die der Nadere Reformatie, kenden aan de catechismuspreek een hoge waarde toe met het oog op de vorming van de gemeente. Onze vaderen hebben beseft dat daar van een groot gedeelte van de toekomst van de Kerk afhing. Men wilde een kerkvolk kweken dat in staat was zich rekenschap te geven van de leer des heils en dat dientengevolge niet door allerlei wind van leer zou worden omgevoerd. Jarenlang is dat de kracht van de gereformeerde Kerk geweest. Wanneer de Kerk bij de overheid aandrong op de handhaving van de zondagsrust ook op zondagmiddag, dan was dat vaak omdat men het volk, zogezegd, onder de catechismus wilde brengen. Ongetwijfeld heeft zo de catechismusprediking in vroeger dagen een sterk didactisch karakter gedragen, meer dan homiletisch. Zij was in feite catechese aan kinderen en volwassenden. Daarachter zit een stuk diepe overtuiging. Men heeft het onderrichtend element in de vorm van de catechismusprediking aangegrepen om het kerkvolk kennis bij te brengen. Geen dorre letterkennis, maar levende geloofsmatige kennis, maar wèl kènnis, in die gezegende samenhang zoals de zevende Zondag van de Heidelberger erover spreekt: het kennen van de waarheid Gods en het vertrouwen op Christus, Die ons in het Woord geopenbaard wordt. Machtige samenhang van intellect en hart! En daarmee zitten wij intussen ook in het hart van ons onderwerp.

Uitroepteken
Het zal u niet vreemd voorkomen dat wij de titel van ons onderwerp in een bevestigende zin opvatten. Wij zetten er een uitroepteken achter en geen vraagteken. En dat is uiteraard bepalend voor wat ik nu over genoemde actualiteit wil gaan zeggen. We willen daarbij beide aspecten van de catechismus het polemische en het thetische, het getuigende zo u wilt, betrekken. Beide hebben immers hun belang wat betreft de relatie tussen dit leerboek en de actualiteit.
Wij zeggen daarom dat geregeld onderricht in de leer die naar de godzaligheid is, heden meer dan ooit wellicht nodig is. De gemeente moet weerbaar zijn en als zij dat niet is, dient zij het gemaakt te worden. Er is immers altijd het front tegen en het conflict met de geest en de dwalingen van de tijd. De gemeente leeft niet in een luchtledig, een tijdsvacuüm. En het is een gouden greep geweest om door middel van de catechismusprediking de gemeente te scholen. We moeten goed weten wat we doen wanneer we met deze prediking de hand lichten, al komt dat onder ons waarschijnlijk nauwelijks voor — of de frequentie ervan nodeloos verlagen zodat ze slechts incidenteel plaatsvindt.

Leven
In de catechismusprediking krijgt namelijk de binding aan en het leven uit de belijdenis gestalte. De reformatoren hebben verstaan dat de Kerk niet leven kan als ze niet uit haar belijdenis leeft. De belijdenis is a.h.w. de stok waarlangs een plant wordt opgebonden opdat hij recht zal groeien. Als dat niet gebeurt, groeit hij scheef en met de jaren steeds schever (S. Gerssen). Daarin is de zin van het catechismusonderricht in catechese en prediking onder woorden gebracht: de rechte leer kennen en beleven is voor de Kerk van levensbelang. De bekommernis daarover, vroeger en nu, moet voor ons een legitieme zijn. Wij moeten ook niet buiten de realiteit gaan staan. Elk leven heeft begeleiding, normering, besnoeiing en besnijding nodig. Een belijdenis, in casu een catechismus heeft o.a. ook deze functie. Men stelt zich mijns inziens, wellicht met de beste bedoelingen, buiten de realiteit wanneer men stelt dat catechismusprediking niet nodig, want niet legitiem is, omdat een catechismus mensenwerk is. Alleen de Bijbel is genoeg om daaruit te leven, te preken en er ons aan te normeren. Zoiets klinkt uitstekend en wie zou het er op zichzelf niet mee eens zijn? Dit argument komt vaak aan de orde van uit de eerbied voor het Woord Gods: een menselijk geschrift kan en mag nooit de plaats van het Woord innemen. Zo'n leerboek kan zijn wat het wil en het kan zo goed zijn als het maar wil, maar het is toch altijd anders en minder dan de Schrift. Zo betwist men de bijzondere plaats van de catechismus dus juist vanuit de eerbied voor Gods Woord. Echter, men geeft blijk van de geschiedenis in dezen of niets te weten dan wel niets geleerd te hebben. Wij mogen ons immers van de eerbied van de reformatoren van de Schrift overtuigd houden. Zij is in hun geschriften met de handen te tasten. Wie uit de catechismus dan preekt, die preekt de Schrift, al kiest hij geen tekst. Hij preekt in dat geval over een samenstel, zeg gerust symphonie van teksten. Een catechismuspreek is er één waar muziek in zit, instrumentaal en vocaal in de viva vox van de dienaar, die al prekend-betogend en betuigend, een zanger is van het lied van de leer. Ik wil in dezen zeggen dat de prediking van de Kerk, die staat in de linie der historie, zo veel vóór heeft op die van de groep, die al wat naar catechismus en belijdenis riekt, als nodeloze ballast overboord heeft geworpen. Wij zijn de eersten niet die geloven en ook de eersten niet die preken. Wij staan op de schouders van de geslachten en wij dragen méé en wij dragen over, wat men aan heerlijkheid en inzicht uit het Woord Gods bijeen heeft gebracht om daarop het leven des geloofs te gronden en het daaraan te normeren. Samengevat: het ging er helemaal niet om de Schrift, althans gedeeltelijk te vervangen door iets anders; men wilde juist de Schrift zelf laten spreken door middel van de catechismus. De belijdenis dient te worden opgevat als een repetitie, een harhaling van de Heilige Schrift. Ik meen dat niet minder dan ongeveer 670 keer naar de Bijbel wordt verwezen in de reeksen teksten, die onder de verschillende antwoorden worden opgesomd. Alsof men wilde zeggen: Luister: hier hoort u de Schrift. De catechismus laat het grote spel der hoofdlijnen van de Bijbel zien in een bondige samenvatting. Daarin zegt hij niet alles. Hij zegt wel genoeg. Hij zegt in ieder geval het wezenlijke wat over God en mens te zeggen valt. Met het oog op het geloof en de troost der gemeente. Maar dat geloof heeft een houvast nodig en die troost dient gefundeerd te zijn. Het gaat immers om een troost in leven en sterven beide... Dat geeft een bepaalde strakheid en weerbaarheid in de strijd der geesten. Maar dat geeft aan de troost het vaste, betrouwbare en onwankelbare dat een mens, waar en wanneer hij ook leeft, nodig heeft.
Toch wordt er gevraagd en gesteld: dit boekje, heeft het ons echt nog wat te bie­den? De vragen van de catechismus zijn niet meer die van ons en daarom slaan zijn antwoorden voor veler besef nergens op. Onze problemen liggen anders, zegt men. Wij doen er goed aan zulke vragen niet met een brede zwaai van tafel te vegen. Laten we ons niet meteen bedreigd voelen. Het is goed om het tijd-eigene te verstaan en te kunnen plaatsen. Verkrampt reageren — dat kan gebeuren wanneer men 'vlucht' in 'de belijdenis' — lost niets op en werkt uitermate vervreemdend. Wie overtuigd is dat dit boekje en de prediking daaruit ook aan de moderne mens het meest wezenlijke te bieden heeft, dient zich open te stellen voor de mens van heden, die veelszins van allerlei wortels in historie en traditie is losgeslagen, losgewrikt of losgeraakt al naar gelang eigen levensgeschiedenis en — bepaaldheid vanuit het verleden. Niet alle vragen die hij stelt, horen thuis in de categorie 'onzin' of 'vijandschap'. Hij heeft over vele dingen soms beter en grondiger nagedacht dan menige trouwe kerkganger. Uiteraard, hier doemen de duistere contouren van zaken als kerkverlating en godsverduistering op. (Daaraan is overigens gisteren de nodige aandacht besteed.) Maar het laat zich verstaan dat juist een boekje als de catechismus dan in de vuurlinie ligt en de prediking eruit de nodige projectielen te verduren krijgt. Als wij er maar van doordrongen zijn datje problematiek vaak onder ons gehoor in vlees en bloed aanwezig is. Bij jongeren. Maar wij hebben ook al heel wat jongeren, die 'ouder' zijn geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De actualiteit van de Catechismusprediking (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's