Ik weet waar gij woont...
Van overzee
Openbaring 2 : 13
Ik herinner me dat ds. De Groot uit Gorinchem destijds z'n doctoraalscriptie over de kerk in Peru deze passende titel meegaf: 'Ik weet waar gij woont'. Ik weet niet of Peru de troon van de satan is, maar 'k weet wel dat hij ook hier huishoudt. Het is een troost te mogen weten dat Jezus Christus weet waar ik woon én te weten dat Hij er ook zelf eerst gewoond heeft. In die zin laat Christus ons niet daar wonen waar Hijzelf eerst niet is geweest en nu nog wil wonen door Zijn Woord en Geest. Ons wonen is in ieder geval niet iets puur toevalligs of een puur zakelijke, materiële kwestie.
Het wonen heeft altijd een geestelijke lading omdat we er niet omheen kunnen dat we als christenen vreemdelingen en bijwoners zijn op deze aarde. Ook omdat 'Ik weet waar gij woont' direct verbonden is met 'Ik weet uw werken'. Wonen en werken hebben alles met elkaar te maken. Eén van de redenen van de verloedering van de samenleving is dat wonen en werken zo van elkaar gescheiden zijn. De buurman in de flat weet niet wat ik doe. 't Interesseert hem wellicht niet eens. God wil dat onze werken daar opgemerkt worden waar we wonen. Als we als buren vreemden voor elkaar zijn hoe zullen onze niet-christelijke buren dan Christus leren kennen?
Ik ken een christelijk gezin dat bewust in de oude binnenstad van Rotterdam blijft wonen, omdat ze geloven dat God hun getuigenis daar gebruikt! Vroeger zagen we elkaar wel eens te veel. Nu zien we elkaar te weinig. Onze woonomgeving is een slaapstad, waar ieder de leus aanhangt: 'Val me niet lastig' of 'wacht u voor de hond: privé'.
Het is geen onverschillige zaak waar we wonen. Dát wil ik maar zeggen. Verhuizen of niet is een geestelijk probleem. Als een mens bekeerd wordt gaat hij bewuster wonen. Zelfs kan het tot gevolg hebben dat ik verhuis! Mijn huis mag nooit een 'heilige koe' worden, waar ik niet op bevraagd mag worden door God en een medechristen.
Voor ons had 'regeneración' (wedergeboorte) met 'reubicación (verplaatsing) te maken. We gingen de zending in. Toen we in de grote stad Lima aankwamen moesten we weer beslissen: waar gaan we wonen? In een gegoede wijk zoals een grote meerderheid van de zendelingen doet? In een 'veilige' woning? Een rustig huis? Maar is het in een rijke wijk wel zo veilig en rustig? Kun je het theologisch en cultureel-antropologisch verdedigen dat een zendeling die in een arme wijk moet gaan werken daar niet gaat wonen? Zou dat niet in strijd zijn met de stijl van de Grote Gezondene: Jezus Christus, die persé onder ons heeft willen wonen? (Joh. 1 : 14). Wij waren ervan overtuigd dat het noodzakelijk was om dáár te gaan wonen waar we werken en we hebben er nooit spijt van gehad, eerder profijt: sneller leer je de taal van de mensen spreken; sneller voel je aan wat de noden van de mensen zijn; als er geen christelijke school dichtbij is voel je dat zélf het eerst; als je de werkloosheid van dichtbij merkt ben je sneller bereid de wasmachine in te ruilen voor de wasvrouw; als de honger om zich heen grijpt, grijp je de telefoon om hulp te zoeken. Of beter: je wordt gebeld: 'Zeg jij woont daar tussen die mensen in de volkswijk, zouden jullie een voedselprogramma willen organiseren en administreren? We hebben meer vertrouwen in een kerk om de noodhulp te kanalizeren. En jullie hebben al ervaring in diaconaal werk.'
Het Peruaan met de Peruanen worden (volgens een van de gulden regels van de zending 1 Cor. 9 : 19-23) wordt erdoor vergemakkelijkt. Het van buitenaf mopperen op de Peruanen wordt erdoor geremd. De 'beste' stuurlui staan immers op de wal. Zo gemakkelijk is het allemaal niet voor een Peruaan uit de volkswijk om Jezus te volgen.
Toch hebben we na hier nu 7 jaar in de straat gewoond te hebben niet de illusie dat we ons compleet met de Peruanen geïdentificeerd hebben. Integendeel. Hoe langer je er bent en hoe meer je ze kent, des te meer voel je dat je anders bent en dat identificatie onmogelijk is. De Peruanen zelf laten je dat ook soms wel eens voelen. Juist als ze meer vertrouwen in je hebben. Wij kunnen altijd in het vliegtuig stappen, zij niet. Wij kunnen op vakantie op retraite, zij niet. Dus noodzakelijk was het om hier te wonen, maar juist de laatste weken zijn we tot de conclusie gekomen dat dit niet betekent dat we hier persé tot 't laatst moeten blijven. De onderbrekingen van mijn werk en ons gezinsleven zijn door de crisistijd alleen maar toegenomen. Je wordt er moe van. Elke bel die gaat doet ons zuchten. Bezoeken worden een bezoeking. Je wordt kortaf, 't Geduld raakt op. En je krijgt het beeld voor je van een afgedraaid stel wat straks doodmoe in Holland aankomt, zonder energie om daar weer door God gebruikt te kunnen worden in een gemeente.
Het bezoek van onze terreinsecretaris van de GZB, ds. Van Roest kwam op 'n goed moment. We hakten de knoop door: dit kàn de bedoeling van God niet zijn. We besloten dus te gaan verhuizen en van wat meer afstand beter te kunnen werken, 't Is beter dat ik mijn leden van het pastorale team op de vaste dagen bezoek en duidelijker de overdracht van het werk kan voortzetten. De beslissing heeft ons moeite gekost, maar nu hebben we er allemaal vrede mee. We verlangen naar de verhuizing. In ieder geval is weer bevestigd: de plek waar je woont of gaat wonen is een praktisch èn geestelijk probleem. Het is ook voor ons nu weer een troost te mogen weten dat God ook straks in 't nieuwe huis weer tegen ons zegt:
'Ik weet waar gij woont'.
'Ubi bene, ibi patria', zegt een Latijnse spreuk. 'Waar het goed is, daar is mijn vaderland'. Als we maar bedenken dat Gods kriteria voor wat goed is niet samenvallen met de onze! Tegen mensen die om geestelijke redenen willen verhuizen of juist niet willen verhuizen èn tegen mensen die een beroep krijgen van de zending lijkt het ons goed dit te schrijven.
Trouwens: Het Vaderhuis is het Koninkrijk en niet ons eigen huis of ons vaderland. Vreemdelingen blijven we. Op doorreis.
Met verlangen zien we er naar uit om eeuwig bij Jezus Christus te wonen. U ook?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's