De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De crematoria van de beul uit Bagdad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De crematoria van de beul uit Bagdad

Welke koers vaart de kerk?

11 minuten leestijd

'Tel Aviv is één groot crematorium'. Dat was de meest onthutsende uitspraak van de dictator van Bagdad de afgelopen dagen. 'Onzin', zei generaal Schwarzkopf van de Verenigde Staten. Inderdaad, onzin, maar dat de wens de moeder van de gedachte was bij Saddam Hussein is zonneklaar.
Toen de Golfoorlog net was losgebarsten zei de ambassadeur van Irak bij de Verenigde Naties, dat het helemáál niet om Koeweit ging maar om Israël. Hij bedoelde daarmee te zeggen, dat het Amerika helemaal niet begonnen was om de bevrijding van Koeweit maar om steun aan de agressie van Israël. Deze Iraakse gevolgmachtigde gaf hiermee echter te kennen waar het Irák in werkelijkheid om begonnen is. Deze ambassadeur verboog de waarheid honderd en tachtig graden door in plaats van zichzelf Amerika te beschuldigen maar intussen sprak hij — als de ezel van Bileam weleer — een diepe waarheid uit, zij het een lugubere.


De telkens weer in het vooruitzicht gestelde aanval op Israël werd spoedig geëfectueerd. Was er de eerste dag van de oorlog nog opluchting omdat Israël niet was aangevallen, reeds de tweede dag werden de maskers afgeworpen. De laffe raketaanval op burgerdoelen in Tel Aviv was begonnen. Het mag een wonder heten, dat de schade na dit bruut geweld zo beperkt was gebleven. Maar intussen, de bevolking van Israël werd met de neus op de harde feiten gedrukt. Dat in Israël zelf de ernst van de situatie wordt beleefd blijkt uit het feit, dat dagelijks duizenden joden bij de Klaagmuur in Jeruzalem zijn om te bidden; op de maandagmorgen vóór het uitbreken van de oorlog zelfs tachtigduizend!


De beelden van de mensen in Israël met de gasmaskers op zijn niet met droge ogen aan te zien. Op de morgen na de nacht van de grote raketaanval spoedden joden, met hun gebedsmantels om, zich ter synagoge, nota bene met het gasmasker op. De duizenden joodse Sovjetemigranten, die nog dagelijks op het vliegveld in Tel Aviv aankomen, krijgen bij aankomst een gasmasker uitgereikt. En dan de bedenken, dat het oorlogsleed van de vernietigingskampen van Hitler pas nu psychisch in de volle diepte wordt verwerkt door diegenen, die van de ontkomenen nog in leven zijn. Welk een psychische ravage moet de mogelijke nieuwe kennismaking met 'gas' bij hen niet teweeg brengen.
De bekende schrijver Elie Wiesel, die aan de gasovens van het vernietigingkamp, waarin hij als kind terecht kwam, ontkwam, schrijft in zijn boek De Nacht, dat een gedetineerde bij binnenkomst in het concentratiekamp tegen hen zei: 'Stakkers, jullie gaan allen naar het crematorium'. Wiesel vervolgt dan met te zeggen: 'Het leek wel alsof hij de waarheid sprak. Niet ver vandaar sloegen vlammen uit een grote kuil, reusachtige vlammen. Er werd iets verbrand. Een vrachtwagen reed naar de kuil en wierp zijn lading erin. Baby's, ja. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien... kinderen in de vlammen'.
Als het aan de dictator van Bagdad ligt roken vandaag opnieuw de schoorstenen van de crematoria. Ze behoeven niet speciaal te worden gebouwd. Men behoeft er 'slechts' raketten met chemisch gif voor op burgerwijken te werpen. Wiesel zag kinderen in de vlammen. In Israël liggen baby's vandaag in plastic kastjes, met bescherming tegen gas.
God heeft tot nu toe een chemische ramp verhoed. Moge dit in de geschiedenis zo diep geteisterde volk bewaard blijven voor een dergelijke nieuwe genocide.

Beschamend
Het mag opvallend heten — of juist ook niet — dat we thans met de twééde dictator in deze eeuw te maken hebben, die de wereld in de ban heeft en intussen, evenals de eerste Hitler, met wie hij te vergelijken is, zijn vurige pijlen in de richting van Israël afvuurt. Moest Hitler zijn antisemitische gruweldaden nog via de concentratiekampen laten lopen, de nieuwe werelddictator behoeft zich nu maar te richten op de plek waar de joden thans hun nationaal tehuis hebben om hetzelfde te bereiken. Blijkens zijn uitlatingen ziet hij Israël vandaag graag veranderd in één groot Auschwitz.

Het is intussen hartverwarmend, dat wereldwijd een golf van deernis en solidariteit met Israël, gegeven de laffe aanval van Irak, is losgekomen. Onze regering heeft zich niet onbetuigd gelaten. De solidariteit met Israël is door premier Lubbers en Minister van den Broek onverhuld uitgesproken en de bereidheid deze solidariteit in daden om te zetten is, tot vreugde en ont­roering in Israël, ook duidelijk getoond.


Maar er is ook alle reden tot beschaamdheid der aangezichten. De Wereldraad van Kerken, altijd direct bereid tot het uiten van verontwaardiging in bepaalde situaties in de wereld, deed er wat betreft Iraks aanval op Israël het zwijgen toe. De Paus — in Israël toch gezien als een wereldleider van 'christenen' — onthield zich ook van énige uitspraak over de agressie jegens Israël. De man, wiens kerk in de oorlogsjaren, juist ook op de 'Heilige stoel', ten aanzien van Israël zoveel boter op het hoofd had, beperkte zich tot de algemene problematiek in het Midden Oosten. Daarmee verbond hij impliciet de Palestijnse kwestie aan de Golfcrisis, waarmee hij in feite inspeelde op de anti-Israëlgevoelens in de Arabische, zeg de Palestijnse wereld.
Maar laat ik dicht bij huis blijven. Ook in Nederland zijn er beschamende symptomen. Her en der wordt de Palestijnse zaak direct gekoppeld aan de Golfcrisis. O zeker, de Raad van Kerken in Nederland heeft het OJEC (Overlegorgaan van Joden en Christenen) laten weten geschokt te zijn door de aanval op Israël — en dat is kennelijk al heel wat — maar men weigert ook maar één woord van veroordeling uit te spreken in de richting van de PLO, die op niet mis te verstane wijze gemene zaak maakt met Saddam Hussein. 'Het zal nog lang, héél lang duren voordat over de houding van de Raad ten opzichte van de PLO duidelijkheid kan komen', aldus ds. W.R. van der Zee, secretaris van de Raad van Kerken in een gesprek met de joodse rabbijn L. van der Kamp. Is het wonder, dat de joodse gemeenschap zo langzamerhand schouderophalend voorbijgaat aan wat de Raad van Kerken zegt? Intussen wordt momenteel een palestijns bevrijdingstheoloog (Naim Stifan Ateek, met zijn boek over een Palestijnse bevrijdingstheologie, waarover volgende week in deze kolommen méér) door de Raad van Kerken op het schild geheven. Alsof dit tijdsgewricht het niet van ons vraagt om een 'ja', zonder kanttekeningen, met betrekking tot de solidariteit jegens Israël uit te spreken en een 'nee', zonder ja-maars, uit te spreken t.a.v. de palestijnse solidariteit met Irak, mitsgaders de agressie jegens Israël.


Intussen roep ik 'mijn', 'onze' kerk tot de orde. We zijn met al onze kerkelijke raderen betrokken bij de Wereldraad, de Raad van Kerken alsook het IKV. Het IKV organiseerde mede een lafhartige demonstratie (met vermenging van de Golfcrisis en de Palestijnse kwestie). Tekenend is — een signaal van hoop overigens! — dat de oud-voorzitter van het IKV, Ben ter Veer, zich distantieerde van de demonstratie. Hij gispte terecht de onheuse kritiek op Amerika, dat de kastanjes uit het vuur mag halen om het brute geweld van Saddam Hussein een halt toe te roepen.
Ik kan mij niet indenken dat onze kerk al deze zaken geruisloos laat passeren. Het hele gruwelijke gebeuren in het Midden Oosten is nog te kersvers om voorbarig een beschuldiging te uiten. Maar ik kan op het moment dat ik dit schrijf niet anders doen dan vurig hopen, dat de synode het juk van Van der Zee en Mulder, van Emilio Castro en Mient Jan Faber eens van zich zal afwerpen en met een eigen, onafhankelijk geluid zal komen, waarvan het kerkvolk ophoren zal. Want dat de solidariteit met Israël wel diep leeft in de gemeente is zonneklaar. De spraakmakers van de Raad van Kerken vertolken niet de stem van het volk maar slechts hun eigen elite. Wat zij beweren is een klap in het gezicht van de kerk. Een blamage naar de kant van de joodse gemeenschap. Solidariteit met Israël vraagt om doorbreking met al die kerkelijke kaders waar dubbelzinnigheid – om het maar zacht te zeggen – troef is. Of zitten we zo langzamerhand in zoveel webben ingesponnen, dat we vooral voorzichtig moeten zijn om de dialoog met de islam niet te schaden, de oecumene met Rome niet te beschadigen en de solidariteit met de Palestijnen (via de Raad van Kerken voor het Midden-Oosten) niet te breken, terwijl we zo intussen monddood worden als het gaat om solidariteit met Israël?

Gebed
Toen Elie Wiesel in Hitlers vernietigingskamp werd geconfronteerd met het ophangen van een volksgenoot, zei een stem in hem: 'Waar is God toch?' Misschien komt vandaag ook die vraag in ons op. Waarom hebben tyrannen het, naar het schijnt, voor het zeggen en waarom gaan duizenden en miljoenen onschuldigen onder hun juk door? Voor we echter die vraag (mogen) stellen moeten we de vraag stellen: waar is de mèns toch? De humanist vraagt zich af of de mensheid dan nooit iets leert van de wreedheden en de gruwelijkheden in de geschiedenis en of de mensheid dan nooit eens anders, humaner wordt. 'Neen', moet het antwoord luiden. De dagelijkse praktijk van mens en wereld leert, dat we leven in een gevallen, door de zonde geteisterde wereld. Dat vertaalt zich ook telkens in oorlogsgeweld. En gegeven de snelle ontwikkeling van de techniek moeten we zelfs zeggen, dat de oorlog en de oorlogsmethoden steeds in-humaner, steeds òn-menselijker worden. Gegeven ook de snelle vlucht van de van de communicatiemedia beleeft de wereld de hel van de moderne oorlog van minuut tot minuut mee.


'Waar is de mens?' Buiten het paradijs! Maar dat betekent niet dat mensen niet volledig verantwoordelijk worden gesteld voor de gruweldaden die ze verrichten. De mens komt in het gericht Gods. Tyrannen zullen dan hebben te verantwoorden wat ze hebben aangericht. Intussen leert de Schrift ons, dat we ook de wraak Gods van de hemel mogen afbidden. 'O God, der wraken! o HEERE, God der wraken! verschijn blinkende. Gij, Rechter der aarde! verhef U; breng vergelding weder over de hovaardigen... O HEERE, zij verbrijzelen Uw volk, en zij verdrukken Uw erfdeel... En zeggen: de HEERE ziet het niet, en de God van Jacob merkt het niet', (psalm 94)
Maar de God van Abraham, Izak en Jacob, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus ziet en hoort het wèl.
God zal recht doen. En daarom mogen we met de psalmisten mee bidden om de wraak over de goddelozen, ook om de val van tyrannen.
We lezen vandaag de psalmen ook met het oog op de wereldsituatie. Het zijn de psalmen van Israël. In die psalmen gaat het ook over de volkeren en over Gods heerschappij. In de psalmen worden we meegenomen tot het doen van boete. We staan als volkeren, ook als Nederlands volk, onder de oordelen Gods. Ook wij hebben deel aan de schuld van de verschrikkingen in het Midden-Oosten. En dat niet alleen omdat het Westen mede het wapentuig aan Irak leverde. Dat ook! En dat niet alleen omdat ten aanzien van Israël gezwegen werd waar gesproken had moeten worden. Dat zéker ook! Maar vooral omdat allerwegen in de wereld het recht struikelt op de straten. Het recht struikelt vooral en allereerst in het hart van mensen. 'Ik heb tegen U, zwaar en menigmaal misdreven'.
Daarom zijn we aangewezen op rechtvaardiging door een Ander.
Vandaag roept de islam God te hulp, de joden roepen God te hulp en wij christenen roepen God te hulp. Wij mogen en zullen vandaag dan echter ook de psalmen lezen in nieuwtestamentisch licht. Christus heeft op het Kruis de machten overwonnen, over hen getriomfeerd. Daar ligt onze Hoop, bij Hem die onze Vrede is. Eenmaal zal het messiaanse rijk van vrede en gerechtigheid ten volle doorbreken. Zover is het nog niet. Maar het komt wel.
Zolang het zover niet is bidden wij psalm 122 mee: bid om de vrede van Jeruzalem. Wel moeten zij varen, die u beminnen.
Door de gruwelen van de geschiedenis heen openbaren zich de weeën van de komst van het Koninkrijk Gods in volle heerlijkheid. Hoe het daarin met Israël gaan zal, zullen we niet voorspellen. Wel blijven we ook in deze eerbiedig luisteren naar de Schrift.


In de wereld gáát het ogenschijnlijk om de olie maar het drááit klaarblijkelijk (toch weer) om Israël. Dat moet ons te denken geven. Dat moet ons te bidden geven. Ook voor het arme volk van Irak, dat meegetrokken wordt door de beul van Bagdad in de bedreiging van Israël.
En tenslotte: ons meeleven gaat, behalve met het joodse volk in Israël, ook uit naar diegenen, die vanuit ons land daarheen zijn getrokken en ook vandaag, door er te blijven, tonen dat hun solidariteit niet alleen bij mooi weer van kracht is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De crematoria van de beul uit Bagdad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's