De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

11 minuten leestijd

Diaspora: vloek of zegen?
Over bovenstaande problematiek stond in het januari-nummer van het maandblad voor geschiedenis en archeologie Spiegel Historiael een interessant artikel te lezen van de hand van mevrouw R.G. Fuks-Mansfeld. Ze is sinds 1989 bijzonder hoogleraar Geschiedenis en Cultuur van het moderne jodendom aan de Universiteit van Amsterdam. Nu Israël opnieuw in het brandpunt zich bevindt van dreiging en geweld en mede haar bestaan op het spel staat, leek het me nuttig kennis te nemen van wat mevr. Fuks over de geschiedenis van de joodse diaspora schrijft. Sinds de deportatie uit Judea, aldus de schrijfster, door Nebukadnezar heeft het merendeel der joden buiten hun stamland gewoond. Deze diaspora zagen ze op een gegeven moment als Gods straf waaraan de komst van de Messias een eind zou maken. Dat moment brak aan toen het christendom als staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk was gevestigd en aanhangers van andere godsdiensten zwaar onder druk werden gezet. Toen ontstond, aldus mevr. Fuks, de idee van de diaspora (= Grieks voor: verspreiding of verstrooiing) als een door God opgelegde straf voor de joden van het volk Israël als theologisch idee. Ik moet wel zeggen: is dat helemaal correct gesteld? Hadden niet al veel eerder Israels profeten de ballingschap geduid als een strafoefening Gods vanwege de zonden van Zijn volk? Wellicht hebben velen die profetische boodschap naast zich neergelegd en hebben latere generaties niet meer geweten van deze interpretatie van hun leven in den vreemde?
Er was in Babel een belangrijk joods centrum ontstaan. De joodse gemeenschap aldaar was grotendeels buiten de invloedssfeer van het hellenisme gebleven. Hier ontstaat dan de zogeheten 'Babylonische talmoed'. In samenwerking met geleerden uit Judea hadden de joodse geleerden van 'Babylon' de joodse overlevering op schrift gesteld, de joodse wetten gecodificeerd en van commentaar voorzien. Deze talmoed heeft de grondslag gelegd voor de religieuze cultuur van het joodse volk in de diaspora. 'Het volk zonder land had een vaste burcht gekregen, waarin het zich kon terugtrekken en van waaruit het de buitenwereld bezag', aldus mevr. Fuks.

Diaspora als straf
Lange tijd heeft de visie standgehouden dat de diaspora een straf van God was.

In de Babylonische talmoed is de visie op de eigen geschiedenis religieus verankerd: het verblijf in ballingschap onder de volkeren moet door het volk Israël als straf voor zijn zonden ondergaan worden. Slechts met Gods wil en op een door Hem bestemde tijd zal Israël door de Messias verlost worden en in het land der vaderen terugkeren. In de tijd van wachten op de verlossing heeft de jood slechts de plicht de wetten en voorschriften zo nauwkeurig mogelijk na te leven. De idee van verlossing op een van Gods wil afhankelijk tijd­ stip, maakt het de joden mogelijk de diaspora als een vast gegeven in hun historische situatie te aanvaarden. De lijdzame onderwerping aan vreemde overheersing werd een door God gewilde opgave en de joodse leiders hebben hierop steeds grote nadruk gelegd. Al verstoorden pseudo-Messiassen in tijden van grote spanning de rust van bepaalde gemeenschappen, in het algemeen berustten de joden in de verstrooiing en aanvaardden deze als Gods wil. Daarom hebben de joodse gemeenschappen die onder de heerschappij van christelijke en islamitische vorsten leefden vervolgingen en verbanningen lijdzaam ondergaan en alleen de vlucht naar gastvrijer opvangplaatsen als uitweg gekozen.

Deze houding heeft ook gevolgen gehad voor de geschiedschrijving: daar was lange tijd geen of nauwelijks belangstelling voor in de joodse cultuur. 'De cruciale lotgevallen van het volk Israël waren vastgelegd in de Heilige Schrift, na de verwoesting van de Tempel begon de ballingschap en eens zou met Gods wil de Messias het volk Israël weer naar Zion terugvoeren. De lange wachttijd tussen deze twee fasen was te onbelangrijk om er serieuze aandacht aan te wijden', aldus mevr. Fuks.
Welnu, deze visie op de diaspora der joden werd in later eeuwen overgenomen door de Kerk.

In de, katholieke Kerk heerste een bijna gelijkluidend standpunt ten opzichte van de verstrooiing der joden als de rabbijnen hadden. Het verlies van het joodse vaderland was de straf voor het zondigen van het volk Israël. De zonden bestonden echter niet uit wetsovertreding, het was de verwerping van Jezus als de Messias die de ballingschap teweeg had gebracht. De pausen zetten in de loop van de middeleeuwen de theologische visie op de diaspora van het joodse volk om in steeds stringenter praktische bepalingen omtrent de levensomstandigheden van de onder hun jurisdictie verblijvende joden. Uitgeroeid mochten zij niet worden, want zij moesten getuige zijn van hun historische vergissing bij de wederkomst van Christus, maar het leven tot die tijd moest hun zo onaangenaam mogelijk worden gemaakt. De Kerk moest daarbij haar pogingen om de joden reeds voor het einde der dagen te overtuigen, onverminderd voortzetten. De bul Cum nimis absurdum die Paus Paulus IV op 15 juli 1555 uitgaf, regelde voor lange tijd de verhouding tussen de Kerk en de joden.

Deze visie op de joden werd door de in de 16e eeuw opgekomen protestantse stromingen grotendeels overgenomen, ook al waren er bij de verschillende genootschappen en sekten wel verschillen in de feitelijke benadering en tolerantie van joden. De moeiten voor de joden hielden echter nog lang niet op.

De 17e eeuw bracht nieuwe rampspoeden voor een deel van de joodse diaspora. Nu werden de joden in het koninkrijk Polen bedreigd door een grote kozakkenopstand in 1648-1649 en door de oorlog tussen Polen en Zweden, die van 1650 tot 1652 woedde. Tienduizenden joden kwamen om het leven, duizenden vluchtten westwaarts en het eens zo belangrijke Pools-joodse centrum raakte langzaam in verval. De tijding van deze rampspoed werd in de joodse wereld op de traditionele wijze bekend: via klaagzangen en kronieken.
De ongunst der tijden had de belangstelling voor mystiek en eschatologie bij de joden sterk aangewakkerd. In 1666 ontlaadden zich de spanningen in het optreden van Sabbetai Zwi uit Smyrna, die zichzelf tot Messias uitriep. De gehele joodse diaspora werd vervuld van hoop op een spoedige veriossing en terugkeer naar het land der vaderen met koning Messias aan het hoofd van de legerscharen. Bitter was de ontgoocheling over het smadelijke einde van de illusies, toen Sabbetai Zwi onder dwang van de Turkse sultan tot de islam overging, het gevolg was een afkeer van mystiek en messianisme, maar er kwam geen nieuwe visie op de diaspora van het joodse volk.

Diaspora niet langer als straf gezien
Na de Franse revolutie breken nieuwe gezichtspunten terzake, de diaspora onder de joden door. Tijdens het gewennings- en aanpassingsproces van de Westeuropese joden aan de culturen van de landen waarin zij als min of meer gelijkberechtigde staatsburgers waren opgenomen, veranderde ook de visie op de diaspora der joden. Veel joodse geschiedschrijvers meenden vanuit een eigentijds optimisme dat het nog slechts een kwestie van tijd zou zijn, of alle juridische belemmeringen en vooroordelen tegen joden zouden overal verdwenen zijn.
Helaas werd alle optimisme wreed verstoord.

Het tegendeel van het verwachte geschiedde echter. Naast en in weerwil van de toenemende integratie van de joden in het Westeuropese leven ontstonden moderne antisemitische bewegingen, die zich wel bedienden van oude christelijke anti-joodse stereotypen, maar die veel virulenter en gevaarlijker voor joden zouden blijken te zijn dan het traditionele christelijke anti-judaïsme geweest was. De opkomst van het moderne nationalisme had veel enthousiasme, idealisme en nieuwe culturele impulsen losgemaakt. Als bijverschijnselen kwamen hier echter chauvinisme, vreemdelingenhaat en de verheerlijking van het eigen volkskarakter achteraan. Verschillende nationalistische groeperingen gingen zich bedienen van begrippen uit de vergelijkende taalwetenschap. Zo kregen theorieën van de verschillende taalfamilies een gevaarlijke racistische lading en werd de mythe van de superioriteit van het Arische ras geboren.

Onder de druk van deze ontwikkeling ontwerpen joodse geschiedschrijvers een ander beeld van het jodendom: een volk van geleerden en denkers dat de zware last van de diaspora torst en gedreven van de ene wijkplaats naar de andere zijn geestelijke erfenis uitbouwt.
Dan komen in Rusland en Oost-Europa de beruchte pogroms tegen de joden.

In 1881 was een eeuw van Russische overheersing van een groot deel van het Oosteuropese jodendom geculmineerd in door de staat uitgelokte pogroms in verscheidene Russische steden. Te veel hadden de joodse onderdanen van de tsaren moeten dulden: samengeperst in een gebied waar zij zich economisch niet op de been konden houden, geteisterd door voortdurende staatsinmenging in hun religieuze aangelegenheden, gekneveld door een machtige censuur en machteloos uitgeleverd aan de grillen van een autocratisch bestuur, was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Tussen 1881 en 1905 ontvluchtten meer dan anderhalf miljoen Russische joden het land en vonden een nieuwe woonplaats in de Verenigde Staten, waar toen goedkope arbeidskrachten zeer welkom waren.

Moderne politieke ideeën verkrijgen grote aanhang onder de joodse jeugd in Rusland. Zowel het nationalisme als het socialisme krijgen in 1897 hun organisatorische vorm.

Het joodse nationalisme in Rusland richtte zich op een nieuwe nationale toekomst in het joodse vaderland, het onder Turks bestuur staande Palestina. Daar zou men de gehate ketenen van het diaspora-bestaan voorgoed van zich afschudden en als vrije mensen het eigen land tot bloei brengen. Alle negatieve karaktereigenschappen die het joodse volk in de diaspora had opgedaan, moesten afgeworpen worden. Geen onderdanigheid meer, geen onderwerping aan Gods wil en aan die van een heerser. De nieuwe jood moest weer strijdbaar worden, zoals eens de Makkabeeën het waren geweest.
Het Russisch-joodse nationalisme verenigde zich in 1897 met de door Theodor Herzl geïnspireerde zionistische organisatie in West-Europa. Met vereende krachten werd een modern joods centrum in Palestina opgebouwd, dat tijdens de eerste wereldoorlog van Engeland de status van Joods Nationaal Tehuis kreeg. De joodse socialistische partij, de Bund, daarentegen ontplooide haar activiteiten in Oost-Europa en onder de Oosteuropese joodse immigranten in de Verenigde Staten. Naast politieke acties voerde de Bund ook een belangrijk programma van educatie in het Jiddisch door. Na de officiële breuk met de Russische socialistische partij in 1905 streefde Bund naar het verwerven van culturele autonomie voor de joodse nationale minderheid.

Diaspora een vloek
In de moderne joodse geschiedschrijving, aldus mevr. Fuks in haar artikel, wordt de diaspora duidelijk anders gewaardeerd en beoordeeld. Er is een volkomen breuk ontstaan met het diaspora-verleden, het joodse volk heeft de Messias niet meer nodig, het heeft zijn lot in eigen hand genomen na alle vreselijke rampen die de joden hebben getroffen in de voorbije eeuw. Een heroïsche strijd ontbrandde gedurende de voorbereiding en recent tijdens de verdediging van de jonge staat Israël. 'Het waren waarlijk Messiaanse visioenen die de zo zwaar getroffen Europese joden voor ogen stonden toen de eigen staat, waar de ballingen eindelijk bescherming, rust en een waardig bestaan zouden vinden, voor hun ogen verrees, aldus het artikel in Spiegel Historiael. De diaspora als straf wordt niet meer genoemd, veeleer het tegendeel: diaspora is een vloek die het volk der joden eeuwenlang heeft achtervolgd.

In de jaren vijftig en zestig kwam de historische evaluatie van de afgelopen decennia op gang. De diaspora was zo duidelijk een vloek gebleken, dat van aanvaarding van dit historische gegeven voor het joodse volk geen sprake meer kon zijn. Diaspora betekende ballingschap, vervolging, onderdrukking en kon uiteindelijk slechts tot fysieke vernietiging of totaal verlies van de eigen identiteit leiden. Deze visie werd onder meer met veel overtuigingskracht vertolkt door L. Poliakov in zijn geschiedenis van het antisemitisme. Hij beziet de hele joodse geschiedenis in het licht van vervolging en jodenhaat en tracht hiermee een antwoord te geven op de klemmende vraag hoe het tot de genocide van het nationaal-socialistische bewind in Duitsland heeft kunnen komen. Joodse historici hebben in het kielzog van Poliakov de wortels van het moderne antisemitisme reeds in de 18e-eeuwse verlichting gezocht, die tot de emancipatie van de Westeuropese joden had geleid. Door het opgeven van hun nationaal-religieuze cultuur hadden de joden hun laatste afweer tegen de vijandige buitenwereld prijsgegeven. (...)
Het is duidelijk dat het ontstaan van de staat Israël een einde heeft gemaakt aan de eeuwenlange inwoning van joden in de islamitische wereld. Deze zo lang vergeten groep eist thans haar deel op van de aandacht van de geschiedschrijvers. Het verloren gewaande Russische jodendom, dat na een aanvankelijk gunstig begin in de Sovjetunie sinds 1936 in een steeds benarder situatie kwam te verkeren, blijkt in 1990 een gehavende, maar zeker nog bewuste groep te zijn. Er komen vele nieuwe en hoopgevende signalen uit het gedecimeerde Europese jodendom, waar een jonge generatie op eigen wijze uitdrukking geeft aan de beleving van haar joodse identiteit.

Diaspora: zegen of vloek? Dat zijn de twee polen waartussen zich nog altijd de existentiële problematiek van het joodse volk zich bevindt. Naast en met de joodse staat is ook de diaspora een vast bestanddeel van het joodse volk.
Wie het veel uitvoeriger artikel zelf wil lezen, kan terecht in genoemd nummer van Spiegel Historiael. U kunt terecht op het adres: Postbus 1064, 7940 KB Meppel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's