Recht en gerechtigheid – maar hoe?
N.a.v. 'Een palestijnse bevrijdingstheologie'
Al meerdere malen hebben we in deze kolommen geschreven, dat de christenheid in het Midden-Oosten grosso modo de arabisch-nationalistische gedachte is toegedaan. Ooit schreef derhalve (na de zesdaagse oorlog in Israël in 1967) een koptisch theoloog: 'Mijn godsdienst is het christendom, mijn nationaliteit is islam.' Van enig 'Zicht op Israël' vanuit de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament is ook geen sprake. De vervangingsgedachte (de kerk is in de plaats van Israël gekomen) is daar ook springlevend, met alle politieke consequenties van dien. In het Midden-Oosten heeft nu eenmaal elke religie consequenties voor het zicht op de politieke verhoudingen tussen de volkeren aldaar, met daarbij als brandhaard Israël.
Bevestigd
In één en ander worden we nog weer eens bevestigd bij lezing van een boek van dr. N.S. Ateek, anglicaans theoloog en als kanunnik verbonden aan de St. George Kathedraal te Jeruzalem. Deze palestijnse theoloog (Israëlisch staatsburger) schreef een boek, dat nu in het Nederlands is vertaald en dat de titel draagt 'Recht en gerechtigheid, een Palestijnse bevrijdingstheologie'.
Het boek is in de Nederlandse editie uitgegeven met een voorwoord van prof. dr. D.C. Mulder, voorzitter van de Raad van Kerken, die al diverse malen zijn vooringenomenheid inzake het israëlisch-palestijnse conflict toonde. Dat dit boek in Nederland wordt uitgegeven met kennelijke adhesie van (de voorzitter van) de Raad van Kerken, betekent dat opnieuw een steen in de kerkelijke vijver wordt geworpen. Dat de Golfcrisis, met Israël als mikpunt van Irak en van de PLO (in broederlijke verbondenheid), illusies wreed verstoorde, was op het moment waarop dit boek verscheen, kennelijk zó nog niet voorzien.
No-nonsens
Dit gezegd hebbende zouden we niet graag willen beweren, dat we hier hebben te maken met een nonsens-boek. Eerder is het een no-nonsense boek. Ateek weet waarover hij schrijft. Hij kent de joodse geschiedenis. Hij kent zijn Bijbel en laat deze op vele plaatsen spreken.
Eerst beschrijft hij in dit boek zijn afkomst en zijn ervaringen tijdens de 'bezetting' in 1948 van zijn woonplaats (Beth Shean) door 'de zionisten'. Hij vermeldt dat toen zijn vader stierf, deze een brieve in zijn bijbel naliet voor zoon Naim met de tekst uit psalm 37 : 5: 'Wentel uw weg op de Heere en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken.'
Vanaf dat moment is die tekst altijd zijn 'favoriete vers' geweest. Ik vermeld dit om duidelijk te maken, dat Ateek niet zo maar een politiek boek heeft geschreven, maar kennelijk bij en uit zijn Bijbel wil leven.
In het tweede hoofdstuk van het boek wordt de politiek-historische achtergrond van het arabisch-israëlische conflict beschreven. Tekenend daarbij is dat Ateek (door het hele boek heen) blijft spreken over Israël-Palestina, in die dubbele onderscheiding. Wie thuis is in de geschiedenis van de laatste eeuw, vanaf het moment dat de zionistische beweging van Theodor Herzl de terugkeer van de joden in de wereld naar Palestina (het land van de vaderen) inluidde, vindt in deze beschrijving geen nieuws. Ateek geeft adequate informatie, zij het dat de palestijnse positie telkens nadrukkelijk wordt onderstreept.
Vervolgens geeft Ateek een doorkijkje door de positie van de christenheid in Israël onder de titel 'Palestijn- en christen-zijn in Israël'. Een uiterst negatieve benadering krijgen de christen-zionisten (met de Internationale Christelijke Ambassade). Hij omschrijft hen als fundamentalisten, die de oprichting van de staat Israël zien als de vervulling van hun eschatologische hoop voor de toekomst en intussen 'blind zijn voor de flagrante schendingen van de mensenrechten van Palestijnen in de immorele en onrechtvaardige praktijken van de staat tegen de Palestijnen'.
Dan volgt een hoofdstuk over wat de Bijbel over bevrijding zegt, waarbij Ateek één en ander plaatst in 'palestijns perspectief'. Een centrale bijbelse notie is daarbij voor hem de kwestie van de wijngaard van Nabot, die Achab in bezit nam: 'theologisch gezien is de staat Israël schuldig aan dezelfde misdaad als Achab; Ateek wil echter niet de nadruk leggen op de consequenties van Achabs misdaad en de manier waarop hij en zijn vrouw op bittere wijze aan hun eind kwamen'. Waarom overigens niet? vraagt men zich af. Ateek beveelt geen 'genadeloze gerechtigheid' aan. Dus kennelijk geen vergelding. Maar hij maakt ook niet duidelijk, waarom het bijbelse verhaal over Nabot maar ten dele voor hem van toepassing is.
Landsbelofte
Nadruk valt verder op het feit, dat de aarde des Heeren is. Zo ook het land Kanaän. Van hieruit ontwikkelt Ateek de gedachte dat 'op geen enkele manier de leerstelling van de belofte op het land gescheiden mag worden van de leerstelling van JHWH als Schepper van het universum' (Eigenaar van de gehele wereld). De zegen van Gods bekommernis om één volk omvat vandaag ieder land en ieder volk. Van die zegen zijn de joden en de huidige staat Israël niet uitgesloten. Maar ze rechtvaardigt ook niet 'het beroep dat zij doen op een oude belofte', gegeven in een bepaald stadium van de menselijke geschiedenis en ontwikkeling.'
Met andere woorden: Ateek wijst de geldigheid voor vandaag van de eenmaal gegeven belofte aan Abraham, dat zijn nageslacht het land Kanaän zou hebben tot 'een eeuwigdurende bezitting', af. Hier ligt de sleutel voor het verdere verstaan van het boek van Ateek. Wie op dit punt met hem van mening verschilt, zal de rest van zijn boek niet alleen met grote reserves, maar met toenemende weerstand lezen. De Schrift blijft verder gesloten als het over Israël gaat. De kwestie van recht en gerechtigheid is verder toegesneden op de rechten van de Palestijnen.
In de ene na de andere passage gaat het nu verder over 'de onderdrukking en ellende van de Palestijnen'; en dàt van de kant van een volk 'dat een zo groot lijden en een zo grote ontmenselijking heeft ervaren door toedoen van de nazi's'. Vrijwel afwezig is dan het onomstotelijke gegeven, dat de arabische volkeren in 1948 niet hebben bewilligd in een tweedeling van Palestina voor joden en Palestijnen. Ateek erkent wel, dat 'de joodse kolonisten' dat in 1948 wel wilden en dat de Palestijnen dit verwierpen (p. 204). Maar nu accepteren de Palestijnen het wel 'terwijl de Israëlische joden het herhaaldelijk verworpen hebben'.
Met geen woord wordt er gesproken over de niet aflatende terreur, die de jaren door van arabische (ook palestijnse) zijde is geoefend in de richting van de staat Israël, als ook in de richting van joden elders in de wereld. Ateek wil wel de weg van de geweldloosheid. Maar – zegt hij – soms hebben zij (ook de christenen in het Midden-Oosten) 'uit pure wanhoop hun toevlucht gezocht tot geweld om zichzelf te beschermen en te verdedigen. Dit heeft echter over het geheel genomen slechts averechts gewerkt en geresulteerd in het uitmoorden van duizenden mensen.
Pragmatisch
Wanneer Ateek uiteindelijk tot conclusies gaat komen, komt hij méér en méér tot een pragmatische benadering. Méér en méér wordt de eigenlijke kwestie in het israëlisch-palestijnse conflict dan ook versluierd. Het zionisme staat gelijk met kolonialisme. Maar Ateek heeft wel geleerd om 'het onacceptabele te accepteren: een joodse staat op de plek van "ons" Palestina'.
Hij accepteert de 'noodzaak van het bestaan', niet het 'bestaansrecht' van Israël. Palestina moet een land zijn voor zowel de joden als de Palestijnen. Dat heeft de PLO — aldus Ateek — altijd als de ideale oplossing voor ogen gehad: 'een verenigde en democratische staat voor alle Palestijnen en joden'.
Dit laatste lezende kan men zijn ogen niet geloven. Hier laat Ateek de feiten van de geschiedenis buikspreken. Alsof het handvest van de PLO niet spreekt over het in de zee drijven van Israël. Zelf spreekt Ateek er intussen over dat, 'als de staat Israël op de één of andere wijze zou verdwijnen' dit een beslissing moet zijn van de joden zelf. Een naïeve veronderstelling, dunkt me, om het zacht te zeggen.
Enfin, de conclusie van Ateek is uiteindelijk: een palestijnse staat op de Westoever en in de Gazastrook. Dat is geen nieuwe optie. Ateek heeft naar die conclusie toegeschreven en daarop zijn 'bevrijdingstheologie' gebaseerd. Intussen heelt hij de breuk op het lichtst door het bestaansrecht van de staat Israël te ontkennen. Hij komt niet verder dan verkláárbaarheid van het bestaan van de staat Israël vanwege de Holocoast. Palestijnen moeten nu als 'gastheer' (sic!, v.d. G.) het beste deel van Palestina maar aan de joden overlaten, maar niet omdat die er 'enig recht op hadden'. Over eigendomsrecht gesproken! Alles bij alles geeft dit een uiterst zwakke basis voor een dialoog over de Israëlisch-palestijnse kwestie.
Vrienden
Toen Ateek zijn boek schreef, was hij optimistisch. Sinds de Intifada in Israël is men in de wereld – zo meent hij – 'de falsificatie van het beeld van de Palestijnen', als 'onmenselijke en bloeddorstige terroristen', die de joden de zee wilden indrijven, gaan ontmaskeren.
Vandaag is het beeld van Israël en 'zijn handjevol verstokte vrienden' aan het tanen. Aldus deze bevrijdingstheoloog!
Ik zei al eerder dat de Golfoorlog illusies wreed heeft verstoord. Thans blijkt opnieuw hoe de PLO staat aan de zijde van de terreur. Op het moment, dat de terreur van Saddam Hoessein (met aan zijn zijde Yasser Arafat) in Israël toesloeg, toen de raketten burgerdoelen troffen, bleek het intussen met het 'handjevol vrienden' van Israël in de wereld nogal mee te vallen. In onze dagen worden de maskers hardhandig afgeworpen.
Ergens zegt Ateek: 'Vrede en vernieuwing moeten worden opgebouwd uit de ravage, die is aangericht door oorlog, haat en wrok! Dat schreef hij vóór de Golfoorlog. We zeggen het hem na. Voor de schrijver van het voorwoord van dit boek – prof. ds. D.C. Mulder – een uitdaging om daarover vandaag ook iets te zeggen. Israël heeft er recht op.
Mijn conclusie, na lezing van dit boek is: versluierend en misleidend, al lijkt er soms sprake te zijn van een verzoenende toon.
Het is niet echt bijbels onderbouwd als het gaat om recht en gerechtigheid voor een volk, dat eeuwenlang dolende was over de aarde.
'Israël, Palestina, Jordanië en Libanon', damen deel uitmakend van het Heilige land – zoals in dit boek wordt bepleit – lijkt vooralsnog geen optie, waarin aan Israël echt recht wordt gedaan.
Dat het ook gaat om recht doen aan het palestijnse volk is zonneklaar. Maar hoe? Niet onder leiding van de PLO. En naar mijn overtuiging niet met het basisprincipe van dit boek als uitgangspunt. De tweezijdige solidariteit is aan herziening toe, is de laatste weken gesteld. Men kan immers niet solidair zijn met de verklaarde vijand van je vrienden. Een vijand zelfs, die gemene zaak maakt met hen, die dagelijks tonen dat het hen ernst is met vernietiging van die vrienden.
N.a.v. Naim Stifan Ateek, Recht en gerechtigheid. Uitgave W.D. Meinema, 's-Gravenhage, 236 pag., ƒ 29,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's