De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Keert God terug in de Nederlandse politiek? (1)

Bekijk het origineel

Keert God terug in de Nederlandse politiek? (1)

7 minuten leestijd

Misschien doet de vraag boven dit artikel sommige lezers ietwat profaan, oneerbiedig of zelfs wat spottend aan. Dat zou het geval kunnen zijn, ook al is het geenszins de bedoeling om te kwetsen. De zaak waar het om gaat is bovendien een serieuze aangelegenheid. Dit opschrift is voorts ook geen originele vondst. Het is de in vraagvorm gegoten stelling van de politiek redacteur van één van onze landelijke ochtendbladen. Hij schreef boven een zaterdagse bijdrage in oktober vorig jaar de kop: 'God is weer terug in de Nederlandse politiek'. Op de gebeurtenis waarop hij deze uitspraak baseerde, hoop ik hieronder nog wel terug te komen.
De vraag zou gesteld kunnen worden of God, beter gezegd misschien: Gods Naam, wel ooit afwezig is geweest in de Nederlandse politiek. Het is wel gesteld toen een aantal jaren geleden de bede uit de troonrede verdween. Die situatie is inmiddels al weer geruime tijd gewijzigd. Vorig jaar sloot Hare Majesteit af met de woorden: 'Van harte wens ik u toe dat Gods zegen op uw werk ruste'. Ook in het intitulé van elke wet komt tot vandaag de Naam van God voor. Zo zou er nog wel één en ander te noemen zijn. Dus geheel afwezig is God in de politiek en de staatkunde niet. Waarom dan toch die vraag boven dit artikel?

Christelijke burgerzin
De aanleiding vormt de kop boven een krantebericht eind vorig jaar, die luidde: 'Hirsch Ballin vraagt meer christelijke burgerzin'. Die kop trok de aandacht omdat het bepaald geen alledaags verschijnsel is dat een bewindsman, in dit geval de huidige minister van justitie, over burgerzin spreekt en daar dan ook nog het woord 'christelijk' voor durft te plaatsen, zelfs niet al betreft het een minister van christen-democratische huize. Het is een betrekkelijk zeldzaam verschijnsel dat christen-politici, wanneer ze eenmaal de functie van bewindspersoon bekleden, in het openbaar, binnen of buiten het parlement, een verbinding leggen tussen hun geloof in de God van de Bijbel en een politieke stellingname. Meestal wordt het christelijk geloof dan tot een privé-zaak, een aspect waarover het niet gepast wordt geacht daar naar buiten toe uitdrukking aan te geven.

Hirsch Ballin
De minister, praktiserend Rooms-Katholiek, zoon van een niet-orthodoxe joodse vader en een Rooms-Katholieke moeder, heeft er ook in zijn publieke optreden geen geheim van gemaakt dat het geloof voor hem vanaf zijn studententijd een levende zaak is. Al voordat hij minister was, gaf hij er blijk van in zijn denken zowel door oude Rooms-Katholieke leermeesters (Thomas van Aquino o.a.) als door moderne (Karl Rahner bijv.) beïnvloed te zijn. Zijn denken is sterk geënt op de joods-christelijke en humanistische traditie. Dat mocht nog min of meer algemeen geaccepteerd worden zolang hij binnen de partij-politieke kaders opereerde, opmerkelijker is dat hij met die stijl niet gebroken heeft toe hij lid van een coalitie-kabinet werd. Het is toch min of meer usance geworden dat men vanaf het moment dat men tot een kabinet als van de huidige samenstelling toetreedt, in godsdienstig en levensbeschouwelijk opzicht kleurloos wordt in zijn openbare optreden. Niet alzo deze minister. We waren zoiets eigenlijk niet meer gewend. Dan gaan de gedachten in elk geval al gauw terug naar de dagen dat Van Agt minister van justitie en premier was en opriep tot een 'ethisch réveil'. Dit gegeven brengt ons op de vraag of de 'publieke belijdenis' van de minister op zichzelf staat of dat er meer signalen zijn die in dezelfde richting lijken te wijzen, namelijk in de richting van een nadrukkelijker accent op het verband tussen geloof en politiek kan toch niet afhankelijk gemaakt worden van één zwaluw die zich vertoont terwijl de vrieskou nog lang niet is geweken.

Vrieskou
Als hier het woord vrieskou valt, wordt geduid op het ganse complex van verschijnselen en ontwikkelingen waarmee wij in het bijzonder in de afgelopen dertig jaar op een bijzondere wijze in onze samenleving zijn geconfronteerd. Wij moeten volstaan met het noemen van een aantal termen, waarvan de inhoud enigermate duidelijk is voor ieder die in die periode getracht heeft de maatschappelijke ontwikkelingen enigszins te volgen. Als eerste valt te wijzen op de processen van ontzuiling en deconfessionalisering van instellingen en organisaties die opgericht waren op een christelijke grondslag. Niet altijd verdween die grondslag uit de statuten, maar de 'vertaling' ervan in praktisch handelen werd een steeds groter vraagteken. Ten tweede vallen te noemen diep ingrijpende ontwikkelingen als de democratisering en de individualisering. Maatschappelijke bindingen vielen weg en daarmee een stuk sociale controle. Desintegratie bevorderde verschijnselen als criminaliteit, ziekteverzuim, fraude e.d. Ook trad individualisering van de levensbeschouwing op. Grondwaarden voor de dagelijkse levenspraktijk kregen een vrijblijvend karakter. Mensen trekken zich minder van elkaar aan en hebben minder respect voor elkaar en eikaars spullen.
Er valt uiteraard veel meer te noemen, maar we laten het bij deze aanduiding. Deze schets stemt niettemin uiterst somber. Men moet er zelfs voor oppassen om zich niet te laten meeslepen in een bui van zwartgalligheid en defaitisme. Zelfs zou men elk lichtpuntje uit het oog kunnen verliezen. Want hoe men die lichtpuntjes waardeert en hoeveel betekenis voor de toekomst men eraan toekent, ze zijn er wel. De opstelling van de minister staat niet op zichzelf. Enkele feiten die onze aandacht dan trekken, verdienen hier vermeld te worden.

Aanroepen van Gods Naam
Het krantenartikel waaraan het opschrift boven deze bijdrage werd ontleend, had betrekking op een ontbijt-gebedsdienst, die op de vrijdag na Prinsjesdag om zeven uur 's morgens in een Haags restaurant werd gehouden door politici, mensen uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de wetenschap, waarin om kracht en inspiratie voor het komende parlementaire jaar werd gebeden. Dit initiatief was ontleend aan de Amerikaanse traditie om een jaarlijks National Breakfast Prayer, ook wel de President's Prayer genoemd, te organiseren, — in 1953 ingesteld door president Eisenhower. Of dit initiatief dit jaar op herhaling mag rekenen is niet bekend.
Overigens moet hierbij opgemerkt worden dat er in Nederland al een vele jaren lange traditie bestaat van een kerkdienst op de ochtend van Prinsjesdag, tegenwoordig in de Kloosterkerk te Den Haag en die wordt georganiseerd door de Haagse kerken.
Naast deze jaarlijkse bijeenkomst vinden er in het Haagse maandelijks zogenoemde residentie-pauze-diensten plaats, waarin o.a. voorbede voor land, volk, regering en volksvertegenwoordiging wordt gedaan. Een korte overdenking van een predikant en een politicus behoren tot de vaste programmapunten. Eigenlijk zou in dit verband ook de voorbede in de zondagse eredienst in veel kerken kunnen worden genoemd. Het verschil met de andere genoemde gebeurtenissen is echter dat in de eredienst geen publiek-actieve bijdrage van politici wordt gevraagd; in de kerk hoeven politici niet openlijk 'kleur te bekennen'. Er zijn evenwel ook nog enkele zaken te noemen waarbij de betrokken politici zich wel min of meer duidelijk uitgesproken hebben over de verbinding tussen hun persoonlijke geloofsovertuiging en hun politieke of maatschappelijke standpunten.

H.M. de Koningin
Allereerst mag dan gewezen worden op de traditionele Kersttoespraken van ons staatshoofd H.M. Koningin Beatrix, die op eerste Kerstdag laatstleden, niet alleen duidelijk bijbelse begrippen hanteerde maar ook direct de Bijbel (Psalm 8) citeerde. Hiermee geeft de Koningin een persoonlijk getuigenis, maar men moet tevens beseffen dat de minister-president heel haar toespraak voor zijn politieke verantwoording heeft willen nemen. Zo is dat immers in ons staatsrecht geregeld, de Koningin mag in belangrijke mate zelf bepalen wat zij wil zeggen, maar haar uitspraken mogen geen politieke stellingnamen bevatten, die door het kabinet, dan wel de eerst verantwoordelijke minister niet worden gedekt.

Regeringsverklaring
Nu toch de minister-president ter sprake is gekomen, is het gepast om te herinneren aan het slot van de regeringsverklaring van het derde kabinet-Lubbers, die op 27 november 1989 door de minister-president werd uitgesproken. Daarbij deed zich overigens een complicatie voor.
De heer Lubbers kon niet afsluiten met een citaat van de Rooms-Katholieke theoloog E. Schillebeeckx, waarin mensen 'woorden uit het verhaal van God' werden genoemd. De premier maakte ervan, zonder de naam van Schillebeeckx als bron te noemen: 'Mensen vormen de woorden in het verhaal van de geschiedenis; anderen zouden zeggen in het verhaal van God'. Vice-president Kok had zich verzet tegen het al te direct en exclusief noemen van de naam van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Keert God terug in de Nederlandse politiek? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's