De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De actualiteit van de Catechismusprediking (2)

Bekijk het origineel

De actualiteit van de Catechismusprediking (2)

11 minuten leestijd

Lezing Predikantenconferentie G.B. 10 januari 1991

Heeft de prediking van de catechismus een antwoord voor deze mensen? Kun je hen met de klassieke waarheden (ik bedoel dat in gunstige zin) benaderen? Of hebben zijn een volstrekt eigentijdse, van belijdenissen en catechismi ontkoppeld getuigenis nodig? Het is broodnodig ons deze vraagstelling op z'n minst te realiseren! En daarnaast is er dan bovendien nog het gegeven dat in theologicis anderen beweren dat niet een belijdenis, maar een belijden de vorm is waarin de Kerk de confrontatie aangaat of weergeeft wat haar ten diepste in geloven en beleven drijft. Een belijdenis van vroeger is niet voldoende; wij hebben ons nu verder voort te bewegen op de weg van het belijden en dat heeft iets van een uitgaan, niet wetende waar men komen zal. Zeker, wij geloven niet in een oncorrigeerbare belijdenis. Wij geloven in God — de Drieënige — en niet in Ursinus of Olevianus, Luther of Calvijn, niet in Augsburg, Dordt of Barmen. Onze vaderen kunnen ook onze afgoden worden. Daarom moeten wij altijd weer bepaald worden bij onze roeping in het heden.

Eigentijds
In dit heden zullen wij nu alleen kunnen belijden in overeenstemming en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen. Want het is het geloof dat de vaderen is overgeleverd. Daarom — hoezeer ook betrokken op de tijd, waarin hij werd geschreven — de catechismus heeft de grote klassieke hoofdzaken van de Schrift en het geloof aan de orde gesteld. Logisch dat niet alle problemen waar wij in deze tijd mee geconfronteerd worden, behandeld worden of zelfs maar genoemd. Maar dat wil niet zeggen dat vanuit het klassieke van de catechismus geen antwoorden zouden zijn te geven op eigentijdse vragen en problemen. Ik ben er diep van overtuigd dat deze klassieke noties: zonde, verzoening, geloof, gebod en gebed, de zaken zijn, die ieder mens en elke generatie aangaan.

Hoofdmomenten
Moet ik aan mannen, die bijna wekelijks uit de catechismus preken, de relevantie van de grote hoofdmomenten van ons leerboek voor het heden nog aantonen? Met die vraag zat en zit ik, eerlijk gezegd, een beetje. Ik zou bij wijze van spreken Zondag voor Zondag met u kunnen nalopen. Uiteraard, dat is ondoenlijk. Maar wat hebben wij een stof tot preken. In de fabeuze drieslag van de Heidelberger. In de belijdenis van God, de Vader. Jawel, ook de zo geschoffeerde Zondagen 9 en 10. Zij wel bij uitstek geven ons de gelegenheid om heel het eigentijdse denken over schepping en voorzienigheid — zo u wilt: evolutie en toevalstreffer — te vertolken. Laat dat meeklinken. Ter herkenning voor hen, die in de stormen staan, die in eigen leven met afgrondelijke vragen over God bestaan en Gods regering te kampen hebben. Ter verklanking van wanhoop en vertwijfeling, die ook aan gelovigen niet altijd voorbijgaan. Want niets is ontzettender dan die gladde preekjes, waarin alles op z'n plaats staat en geen rimpeltje of plooitje het droomplaatje ontsiert. Zó is het leven niet. Ze zitten vóór u: mensen met schrijnende waaroms, met ervaringen van gebrokenheid, onder mokerslagen van leed en pijn en angst. Teister hen niet met vlotte conclusies en stichtelijke opmerkingen waarvan er dertien in een dozijn gaan. Hier is het één van de allerdiepste dingen hoezeer de belijdenis der vaderen christologisch en christocentrisch is gevuld en bepaald. Hoezeer de vleeswording van de Zoon aan dit scheppingsleven is verbonden, hoezeer Hij er in is gegaan. Hoezeer Hij geleden heeft in Zijn allerdiepste waarom. En hoe dan deze schepping, waarvan ik niet alles begrijp en het Godsbestuur dat ik niet ten diepste kan doorgronden, in de handen ligt van Hem, die om Zijns Zoons Christus' wil mijn God en mijn Vader is! En dan niet alles willen uitleggen — dat doet de catechismus ook niet — maar dan getuigend verkondigen! Ik kan het slechts aanstippen.

Actueel
Onze prediking dient van een gevulde actualiteit te zijn. Ook die van de catechismus en zij heeft ons vulling genoeg te bieden. Bedenk dat de actualiteit niet bepaald wordt en mag worden door de vraagstelling van de mens. Ik zeg dat met het oog op een noodzakelijk evenwicht. Hoezeer het noodzakelijk is aan de vragen van de mens in de ruimste zin van het woord, plaats te bieden, wij moeten er niettemin van overtuigd zijn dat de actualiteit die gevuld is met eeuwigheidsgehalte, ligt opgesloten in vele vragen waarvoor dit boekje ons stelt. Ik denk aan de vragen over wat en waar geloof is en over hoe een mens rechtvaardig is voor God, ook aan die betreffende de kennis der ellende en wat die ellende in diepste zin is. Deels leven die onder alle mensen, deels bepaald ook niet. En al preken wij — ik zeg het nog maar eens — goeddeels voor wat wij noemen een binnenkerkelijk publiek — de eerste de beste gemeente leert ons wat dat 'binnenkerkelijk' inhoudt... De vragen van de Heidelberger zijn klassiek, boventijdelijk en daarom actueel voor elke tijd. Zelfs al zou geen sterveling ze stellen... En onze catechismus is er zo uitnemend geschikt voor. Hij houdt ons niet bezig met abstracte bespiegelingen. Tegenwoordig wil men concrete preken. De catechismus biedt ons uitmuntend materiaal. Hij laat concreet weten waar een mens aan toe is en wat hij voor tijd en eeuwigheid nodig heeft.
Daarin wijst hij ook de weg. In diep geestelijke zin waar hij ons altijd weer zeer persoonlijk neerzet voor God en voor Christus, in de schuld èn in de vrijspraak. Waar hij ons voorhoudt hoe een mens heeft te leven, hoe het leven van een christen is en eruit moet zien. Ik denk aan ethiek in een nutshell, die de behandeling van het gebod ons biedt. De catechismus is één van de meest existentiële geschriften, die er bestaan. Het is — hoe zeer theologisch doorwrocht — geen academisch geschrift. Daarom hebben de geslachten door zovelen zich in dit boekje herkend. In hun vragen, in hun worstelingen, in hun diepste overtuigingen, in het geloof dat schier op elke bladzijde spreekt. Zij hebben zich in dit boekje en de prediking daaruit van Godswege aangesproken, gesticht en vermaand geweten. Tot in de gloed van de brandstapels en in de eenzaamheden van vervolgingen en gevangenissen toe. In brandend levensleed en in de doorademing van een hemelse vreugde. Het is daarom niet alleen een boek om uit te preken, maar ook om erover te mediteren, zelfs om er ons bidden mee te reguleren. Denk aan de diepgeestelijke en o zo praktische uitleg van het Onze Vader. Zo kunnen we zelfs van de vorm niet zeggen dat zij verouderd is. Want zelfs die trekt ons persoonlijk voor God en betrekt ons existentieel bij het delen in de baat en het nut des geloofs.

Kwade reuk
Tenslotte een overweging voor onszelf, die geroepen worden uit dit boekje te preken. Hoe komt het toch dat catechismuspreken nog steeds hier en daar in een kwade reuk staan? Daaromtrent riekt het dan stoffig, muffig. En saai. Nou zijn preken dat tegenwoordig al gauw want mensen kunnen vaak moeilijk luisteren. Hebben wij moeite met het preken uit de catechismus? Ik kan me dat indenken. Als ik nog aan m'n eerste catechismuspreken denk, dan denk ik voornamelijk aan de vracht verklaringen en preken, die m'n armetierig lege preekboekje omkransten en vanwaaruit menigten van godzalige leraars neerzagen op mijn zuchten en gekreupel. Je wilt dan vooral flink orthodox uit de hoek komen — links en rechts ferme opstoppers uitdelen. Recht in de leer zijn en vooral rechtop staan. Vooral niet laten merken dat je 't vreselijk moeilijk vindt. Dat lijkt allemaal wat in tegenspraak met het voorgaande over het bijbrengen van kennis aan de gemeente en zo. Maar orthodoxie is wel wat anders dan stijve, starre rechtzinnigheid en navenante preken, die zo hard zijn dat er geen spijker in kan. Zeker: ik benadruk met alle klem juist de prediking van de rechte leer. En het is duidelijk hoezeer dat één der aangelegen zaken is in de catechismusprediking. Collega Exalto schreef daarover in zijn boekje 'De enige troost' zeer behartenswaardige dingen waar hij handelt over het ware geloof. 'Niet alleen aan de oprechtheid van ons geloof ook aan onze orthodoxie hangt onze zaligheid'. Hoeveel er ook positief te waarderen is in de ethische slagzin 'niet de heer, maar de Heer', wij nemen haar toch niet voor onze rekening. Niet dát wij geloven is doorslaggevend, maar zeker ook wát wij geloven, al kunnen wij dat nimmer losmaken van 'in Wie' wij geloven. Maar wij geloven in God, de Drieënige, wél náár de Schriften en overeenkomstig onze belijdenis. In dier voege is catechismusprediking een genezend medicijn tegen velerlei zweverigheid en vaagheid van gevoelen die heden ten dage, ook onder ons, zijn duizenden verslaat. Het heet dan dat het er niet zo op aan komt wat je gelooft, als je maar in Jezus gelooft, of überhaupt ergens in gelooft. Ook dat komen wij in onze gemeenten tegen. De inhoud bepaalt de waarde van het geloof. En het christelijk geloof is niet enkel het geloof waarmee geloofd wordt, maar ook het geloof dat geloofd wordt. Zondag 7 gaat vóór Zondag 23, zogezegd. Buiten dit rechte, orthodoxe geloof is slechts dwaling, ketterij met als gevolg het missen van de zaligheid. Dat staat op het spel wanneer wij de Schrift én ook de catechismus preken. Dat is actualiteit van een geheel eigen soort.

Boek met een hart
Maar nu dan dat stille, sijpelende verwijt van dorheid, saaiheid, levenloosheid dat t.a.v. de catechismusprediking toch nog steeds opklinkt. Ik denk aan een dame, die eens in een ochtenddienst onder mijn gehoor kwam, niet wist dat er uit de catechismus zou worden gepreekt en zoals ze na afloop eerlijk opdiste bij het horen daarvan de verzuchting slaakte: 'Vreselijk!' En ze kwam toch uit een geheide Bondsgemeente... Een extreem voorbeeld? Ik hoop het... Maar hoe komt dat nu? Omdat er een wijze van catechismusprediking kan zijn, die buiten het leven staat, elke actualiteit, zeker die gevulde, mist. Er klinkt een afgetrokken, abstract verhaal, waarin de prediker zich uitput om goede, rechtzinnige, vrome en mooie dingen te zeggen, die menigeen beaamt, maar die niemand raken. Dat is prediking die louter reproductie van de orthodoxe leer is. Maar ze is geen prediking. En prediking is verkondiging van het Evangelie. Als catechismusprediking ontaardt in zielloze reproductie van de leer, is ze als een huiskamer waarin alle meubels pijnlijk nauwkeurig op hun plaats staan, maar er wordt niet geleefd. Zeker, onze catechismus is een hoogst-ordelijk boek. Hij is een ordelijke samenvatting van de Schrift. Maar hij is ook een levend boek. Er loopt bloed doorheen. Omdat het een boek is met een hart. Met een levende motor, een krachtige energie-bron. Als men klaagt over zielloze catechismuspreken, die geen kracht doen, niet bouwen aan de gemeente, haar hart niet raken, dan kunnen ze een o zo getrouwe weergave van de leer zijn, maar zonder de Heer, om het met de ethischen te zeggen.
Mij dunkt dat dit boek ons zelf de sleutel tot een levend-actuele bediening van het Woord in handen geeft in die allerklassiekste vraag uit Zondag 1. 'Wat is uw enige troost beide in het leven en het sterven'? Niet voor niets staat deze zondag voorop en vooraan. Dat is mede het eigene van de Heidelberger in vergelijking met andere catechismi. Zit daarin soms het geheim van zijn taaie bestaan en van zijn tijden en generaties omspannende betekenis? Wij moeten ons door de opening van ons leerboek laten leiden. Tweeënvijftig zondagen lang. Levens lang. Zo lang wij preken in ieder geval. En niet eens alleen wanneer wij uit de catechismus preken. Altijd. Tot in het pastoraat toe. Wilt u actueel over de catechismus preken? Vraag u altijd af: wat is de lijn van Zondag 1 naar deze waar ik nu aan bezig ben? Juist als troostboek wil de catechismus ons en ieder stellen voor de diepste vragen van ons persoonlijk leven. En als dat ons en anderen niet vermag aan te spreken, ligt dat niet aan de catechismus, maar aan onszelf. Aan het feit dat de vragen van ons hart en dat van anderen andere vragen zijn geworden dan de diepe religieuze vragen die ons in dit kostelijke boekje gesteld worden. De vaderen hebben ons de belijdenis, ook in deze vorm nagelaten, niet als een vaandel om mee te zwaaien, ook niet als een stok om ontzag mee in te boezemen, maar als een spijze om van te eten. Opdat ook heden de weg ons niet teveel zou zijn. Zet uw gemeente een smakelijke, voedzame maaltijd voor. In Heidelberg zijn alle ingrediënten bereid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De actualiteit van de Catechismusprediking (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's