Globaal bekeken
Het Nederlands Bijbelgenootschap gaf dezer dagen het volgende door onder het opschrift 'Je Bijbel of je leven!'
'In de onrustige Indiase staat Bihar waren drie jaar geleden zelfs secretarissen van het bijbelgenootschap het doelwit van roofovervallen. Terugkerend van een spreekbeurt reed dr. P.M. Mathew in een val. Bandieten richtten hun revolvers op hem en zijn chauffeur en grepen zijn Bijbel, die naast hem op de achterbank lag.
Vervolgens dwongen ze hen beiden uit te stappen en ook hun portefeuilles af te staan. De bandieten stapten in hun auto. Vlak voordat ze wegreden, adviseerde dr. Mathew hen, wijzend op de Bijbel: "Vergeet niet om dat boek vaak te lezen".
Eind vorig jaar ontving de secretaris van het bijbelgenootschap in Bihar een brief van een van de overvallers. Hij schreef: "Ik heb uw Bijbel altijd bewaard en las er van tijd tot tijd in. Uiteindelijk begreep ik dat ik op de verkeerde weg was en liet ik de bende waartoe ik behoorde in de steek. Ik heb zojuist gehoord dat mijn vrienden van die groep tijdens een roofoverval zijn doodgeschoten. Kennelijk heb ik mijn leven aan het boek te danken."
"Jammer dat de jongen geen adres vermeldt", merkte dr. Mathew op. "Dan had ik hem kunnen verwijzen naar Lucas 19. Daar staat dat Zacheüs viermaal teruggaf wat hij de mensen had afgenomen. Dan had ik misschien ook mijn geld teruggekregen".'
Uit het proefschrift van dr. B.J. Wiegeraad over 'Hugo Visscher, 1864-1947 (waarvoor onze hartelijke gelukwensen aan de nieuwe doctor!), lichtten we de volgende 'krenten'. Het helder geschreven proefschrift, dat binnenkort uitvoerig besproken zal worden, laat zich lezen als een spannende historische documentaire.
• In 1940 heeft prof. Visscher een correspondentie met de G.Z.B., waarin hij de oprichter was maar waarvoor hij direkt na de oprichting als bestuurslid bedankte.
Wiegeraad citeert uit en zegt over deze correspondentie: 'men mag de jonge kerken geen belijdenis opleggen. Deze dient uit hen zelf voort te komen'
'Visscher blijkt dus in zijn missionaire visie ruimte te willen geven aan het eigen karakter en de zelfstandige ontplooiing van het geloof in de zendingsgebieden. Dit komt overeen met zijn algemene mening dat de plaatselijke omstandigheden er een gegeven vormen.'
• Bij zijn 25-iarig jubileum als hoogleraar citeerde Visscher G. Wildeboer, die opmerkte 'dat het hoogleraarsambt uitgevonden was in het paradijs, maar de examens na de val.'
• In de vooroorlogse jaren was prof. Visscher jarenlang medewerker van het Geref. Weekblad. In de oorlogsjaren kwam er een breuk. Daarover zegt Wiegeraad:
'Visscher had de nieuwe toekomst van het G.W. (Geref. Weekblad, v.d. G.) op het oog. Hij wilde namelijk tot een "Gereformeerde blad ter omzetting van het volksbewustzijn" komen. Zijn ideaal daarbij was "dat deze door de Voorzienigheid ons bereide Regering in de Chr. zedelijke normen haar richtsnoer vinden zal".'
• Toen Visscher op 22 mei 1947 in Delft begraven was, schreef prof. dr. J. Severijn in De Waarheidsvriend:
'In 1922 ging hij naar de Tweede Kamer. Helaas, zouden wij zeggen, want zijn politieke loopbaan is een teleurstelling en zelfs een noodlottige mislukking geworden. Van de eene illusie in de andere gedreven, is hij zelfs een bondgenoot geworden van de vijanden van ons volk en van hen, wier beginselen wortelen in een geest, dien hij in zijn beste dagen zou gestriemd hebben met zijn scherpe critiek. Tragisch einde van een man, die zoovele verwachtingen heeft gewekt. Het is ontroerend. Een schoone levensavond is een zegen Gods en in het harnas te sneven kan voor veel smart en teleurstelling bewaren. Het is hem niet gegeven geworden. Hij is heengegaan als een eenzame en verlatene... wij zwijgen.'
• In het interview ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum als hoogleraar in 1929 vertelt Visscher, dat hij 'eerst zonder hetzelve te beseffen' een bange strijd doorleefde en tot de ontdekking kwam van Gods souvereine majesteit en de nietigheid en de zonde van het schepsel, maar ook tot kenis van Hem, die het Lam Gods is.
'Tenslotte werd ik bewust en principieel Calvinist. Daar ik echter nooit, althans zeer weinig, onder het Gereformeerde volk had verkeerd, kende ik wel de leer, maar niet de mystiek van het Gereformeerde leven'.
Hij zegt later ook, dat hij steeds meer afstand nam van het modernisme van de andere hoogleraren, met name van Van Manen en spreekt hij over het 'cynisch, doode, dorre, wezenlijk ook wetenschappelijk onbeduidende modernisme' uit zijn Leidse studententijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's