De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Twijfel aan Europa, door Ton Lemaire, Ambo, Baarn, 1990, 103 blz., 1990, ƒ 19,50.
De geschiedenis van Europa heeft veel kritiek te verduren gehad vanwege de inhumane smetten die eraan kleven. De Europese beschaving is ook die van kolonialisme, imperialisme, en laatstelijk die van verval van waarden, van de skepsis.
Met name onder (linkse) intellectuelen is de kritiek op Europa gemeengoed geworden. Er is een anti-westerse houding ontstaan die stelselmatig wordt gevoed door een kritiek die zich aandient als een anti-kritiek op het Westen.
De grondgedachte van de schrijver is nu, dat deze kritiek wordt gevoed door dezelfde wortels die ook Europa voeden. Zelfs Lévi-Straus, een kriticus van het westerse imperialistische denken als weinigen, doet met zijn structuralisme niets anders dan het westerse denken bevestigen, omdat zijn denken geënt is op hetzelfde grondpatroon: dat van de autonome rede, die de Europese cultuur alleen maar bevestigen kan. De kritische reden en de moderne skepsis staan dus niet tegenover de autonome rede, maar bevestigen deze.
Hoewel ook de schrijver zichzelf een zoon van de verlichting weet, wijst hij ons toch een andere weg. De moderne natuurwetenschap is bezig langs een omweg, oog in oog met de eigen consequenties, te ontdekken hoezeer zij zichzelf heeft verabsoluteerd. Daarop moet een nieuw denken inhaken dat niet wordt gevoed door anthropologische constructies, maar door de dimensie van de mystiek die aan iedere cultuur ten grondslag ligt. Deze dimensie uit zich in de werelbeelden van de culturen en in de mythologie die een cultuur voortbrengt en daarin verraadt zij haar diepste wortels. Culturen zijn niet zulke gesloten, autonome en zichzelf rechtvaardigende blokken als wij vaak denken, maar ze liggen ervoor open om, met behoud van de eigen identiteit, te worden opgenomen in een pluriform zich ontwikkelend geheel waarbinnen niet het vooruitgangsgeloof de eerste doelstelling kan zijn, maar het behoud en de inbreng van de eigen identiteit in het geheel, via een proces van innerlijke transformatie.
Een utopistisch getinte cultuurcritiek met mystieke ondertoon, omdat heel deze visie staat of valt met de veronderstelling van een grondervaring die de rede relativeert, en daarmee de westerse cultuur, en die vooral daarin sterk is dat zij zien laat dat Europese cultuurkritici zelf de vruchten zijn van de akker die zij verfoeien. Het is ook een beetje een élitair boekje, vanwege het groot appèl òp en verwachtingspatroon ván de intellectuele élite die de nieuwe cultuur maken moet.

S. Meijers

M.R. van den Berg, Getuigen in bijbels perspectief; uitg. Buijten & Schipperheijn, 86 blz., ƒ 12,50.
Dit boekje, een Telos-boek, nr. 39 in de serie 'Zicht op de Bijbel, is een bewerking van het in 1975 verschenen boekje 'Getuigen; de bijbelse opdracht en onze praktijk', dat in dezelfde serie verscheen. Het accent ligt op de bijbelse gegevens met betrekking tot getuigen. Het is een goed boekje geworden, dat op eenvoudige wijze ingaat op wat getuigen is, een wezenlijke en centrale zaak in het christelijke leven, zegt de schrijver. Aan de orde komt o.a. de verhouding woord en daad in het getuigen (beiden horen onlosmakelijk bij elkaar, zegt de schrijver), het solidair zijn met de wereld (de schrijver zegt: als dat betekent zo min mogelijk laten merken dat je christen bent, is dat vreemd aan de Geest van Christus), Gods Geest en onze verantwoordelijkheid (op ons rust de opdracht het evangelie zo te presenteren, dat er geen kortsluiting bij de hoorders ontstaat), aanpassen van het evangelie aan de moderne mens (wat een verduistering van het evangelie betekent, zegt de schrijver), het syncretisme (alle godsdiensten gelijk) en vele andere zaken meer. De schrijver zegt: We moeten niet optreden met schetterende fanfares, met machtsmiddelen, met geweld of met methoden die door menselijke wijsheid worden uitgedacht, maar met de dwaasheid van het evangelie en het getuigenis niet laten opgaan in een sociaal program. En: Massa's mensen verstaan de bijbelse woorden en termen niet meer, daarom zullen we in toenemende mate moeten zoeken naar omschrijvingen van de bijbelse kernwoorden als gerechtigheid, goedertierenheid, genade, verzoening enz. Als het nog eens tot een heruitgave van het boekje komt, zou het goed zijn dat een hoofdstuk werd toegevoegd over de weerstanden tegen het evangelie in onze tijd en hoe daar concreet in het getuigenis op ingespeeld kan worden.
H. Veldhuizen, Hillegersberg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's