Meditatie
'En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij dat wij het bereiden? En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik met water. Volgt hem in het huis daar hij ingaat.' Lucas 22 : 9-10
Vlak voor Zijn lijden en sterven gaf Jezus dus Petrus en Johannes de opdracht, om naar Jeruzalem te gaan en daar voorbereidingen te treffen voor de viering van het Pascha. Die twee discipelen vragen Hem dan: 'Waar wilt U, dat wij dat Pascha bereiden?' Waarop Jezus hen antwoordt: 'Ziet, als u in de stad gekomen bent, dan zult u daar een mens — een man — ontmoeten, die een kruik met water draagt. Volgt hem in het huis, daar hij binnengaat.' En dan vervolgt Jezus: 'U zult zeggen tot de huisvader — de beheerder — van dat huis: De Meester zegt, waar is de eetzaal waar Ik het Pascha met Mijn discipelen eten zal? Hij zal u een grote toegeruste opperzaal — bovenvertrek — wijzen. Bereidt het aldaar.' Jezus heeft het dus over een mens — een man — volgens het oorspronkelijke woord. In het Midden-Oosten, ook in Jeruzalem — haalden de vrouwen water uit de gemeenschappelijke bron of waterput. Mannen deden doorgaans dit werk niet — zagen de twee discipelen bij hun binnenkomen in Jeruzalem dus toch een man met een kruik, dan wisten zij direct dat dit iets ongewoons was, en dat deze man degene was door Jezus bedoeld. Wij moeten, zo wisten zij dan, met deze man meegaan. Die zal ons bij het huis brengen, dat onze Meester heeft aangeduid!
Hier schittert weer een lichtstraal van de heerlijkheid van onze Borg en Middelaar. Die van Zijn Alwetendheid! Hij zag hier, waar reeds voor gezorgd was, door God. Zijn Vader. Wij belijden Gods bijzondere voorzienigheid. Die houdt in, dat Hij reeds van te voren ziet en zorg draagt voor wat tot Zijn eer en ten goede voor al Zijn volk geschieden moet. Hier krijgt dit een bijzondere spits. Het gaat hier immers om het lijden van Christus ten goede van Zijn volk. Daarbij behoort ook dat Jezus dat Pascha met Zijn discipelen eten zou. Hoe 'stijlvol' moest dit alles verlopen. Zo was ook hier alles naar de raad Gods ordelijk geregeld. Waarbij toch ook het menselijk doen een rol speelde.
Het is alles 'voorzien' door de Vader. Over alles ging Zijn bijzondere zorg. Jezus, mens — en toch Gods Zoon, weet van dit alles. Ziet! Hij is eerst in Bethanië, aan de ene kant van de Olijfberg. Aan de andere kant ligt Jeruzalem. Wat is het daar druk in verband met het Paasfeest. Hij ziet die man, en ook het huis waar die man naar binnen zal gaan. Ook kent en ziet Hij de beheerder van dat huis. Hij leest in diens hart, wat daar gewerkt is door Zijn Vader. Die man moest ook een positieve rol spelen in het lijdensprogramma van de Zoon, zoals de Vader dat voor ogen had. Dat kon niet buiten diens hart omgaan. Daarin moest een bijzondere bereidheid gewekt zijn, Jezus leest die in het hart, namelijk om in zijn huis voor dat Pascha een bepaalde ruimte beschikbaar te stellen. Blijkbaar was dit geen noodverblijf, in haast in orde gemaakt, maar — zoals Jezus zelf daarvan sprak — een weltoegeruste ruimte, die geheel paste bij de viering van dit 'heilige' Pascha. God de Vader had in Zijn bijzondere voorzienigheid reeds op deze ruimte beslag gelegd.
Evenzo op die man, zodat die direct bereid was om die ruimt af te staan. Tijdens het Paasfeest waren de inwoners van Jeruzalem verplicht om een deel van hun woning beschikbaar te stellen voor degenen, die van buiten kwamen. Waarmee moesten die zich tevreden stellen? Hier, voor de viering van dit Pascha, is dit laatste zeker niet het geval geweest. Integendeel! Die beheerder hoort, dat het gaat om het Pascha, dat de Meester met Zijn discipelen vieren wil. Er is blijkbaar zo'n relatie met Hem, dat hij terstond bereid is de vraag van de discipelen positief te beantwoorden. Zeker van Zijn zaak licht Jezus Zijn discipelen tevoren over dit alles in. Hij weet — niet zomaar — maar naar het voorzienig bestel van Mijn Vader, is die man daar. Hij zegt precies wat die man zou doen en waartoe die bereid zou zijn. Hij zag het reeds alles voor Zich!
En zo gaan die twee discipelen op weg. Vertrouwend op de woorden van hun Meester. Daarin worden zij niet beschaamd. Zij vinden alles 'zoals Hij gezegd had'. Zo kunnen zij hun gang gaan en de handelingen verrichten met het Paaslam en het gereed maken van de tafel. Hierover zwijgt de evangelist.
Wat hebben wij allen te maken met deze Alwetende Heere! Vanuit Bethanië zag Hij die man in Jeruzalems straten, Nathanaël zag Hij onder de vijgeboom. Vanuit de hoge Hemel ziet Hij ons. Dit geldt van de Vader en ook van de Zoon. Hij slaat ons gade op al onze wegen. Niets in ons doen en laten, zelfs in onze geheimste gedachten, is voor Hem verborgen. Er gebeurt in ons leven ook niets buiten de beschikking van de Heere om. Hoewel dit onze verantwoordelijkheid niet uitsluit. Wat een ernstige zaak is dit voor ons als er in ons leven nog niet echt plaats is voor Christus als onze Borg en Zaligmaker.
Wij hebben dan nog genoeg aan de tijdelijke dingen, volgen de inspraak van ons eigen niet vernieuwde 'ik'. En wij zondigen zonder te beseffen wat dit eigenlijk inhoudt, daarover oprecht bedroefd te zijn. Ook dan zijn Zijn ogen open over ons. Ze zien ons op onze schadelijke weg. Wat wil Hij dan? Dat wij, hierover verontrust, uitgedreven zouden worden tot de Heere in het gebed. Voordat Wij Hem eens als Rechter zullen ontnioeten, is er dan de bede 'Heere wil zo met Uw Woord en Geest in ons werken dat wij onszelf recht leren kennen en buiten die Zaligmaker niet meer kunnen'.
In de tekst schittert iets van Christus' Alwetendheid. In de Hebreeënbrief staat, dat alle dingen naakt en geopend liggen voor Hem, met Wien wij te doen hebben. Hoe komen wijzelf 'open' te liggen als de Heere ons in ons leven tot die Zaligmakende kennis van Christus wil brengen! Het is mogelijk dat de schrijver van de Hebreeënbrief denkt aan het offerdier in de offerdienst onder Israël. Het lag daar met de kop achterover gedrukt om de dodelijke steek te ontvangen. Zo liggen wij dan 'open' voor God, weerloos als het offerdier. De dodelijke slag moet ons treffen, tenzij –! Dat laatste wordt realiteit. Juist in diezelfde brief gaat het over Christus als Borg en Middelaar... Hij bracht het offer, dat volkomen verzoening met God bewerkte. Alle verdere zegen vloeit daaruit voort! Waar het voor ons om gaat? Dat wij worden opgewekt om te doen wat de Heere vooral wil werken door Zijn Woord en Geest, namelijk dat wij dan in oprechte overgave van het geloof de toevlucht zullen nemen tot die Christus ook als onze Zaligmaker! Als dit geloofsleven realiteit werd voor ons, wat is het dan een troostrijke gedachte dat wij in Christus ook een alwetende zaligmaker hebben! Dan gaat over ons, die Hij kocht met Zijn bloed. Zijn bijzondere zorg. Ja, Hij leest zelfs ook in ons binnenste. Hij weet hoe het daar nog gesteld is, maar dat wij toch niet meer zonder Hem kunnen.
Hij weet van onze noden, ook van ons struikelen en vallen. Hoe licht zijn wij tot dat laatste geneigd! Maar dat is, opdat wij Hem niet uit het oog verliezen zouden en steeds weer Hem vragen: 'Doorgrond mij, Heere en ken mijn hart. Beproef mij en zie of bij mij een schadelijke weg zij en leid mij op de eeuwige weg.' Hij de Alwetende, weet wat in ons leven nodig en nuttig is, tot Zijn eer en tot onze zaligheid. Wat kunnen wij dan beter doen, dan Hem telkens weer te vragen: 'Heere, leer mij aan Uw hand te gaan. Uw Woord te raadplegen, naar Uw leiding te vragen'. Soms zien wij de uitkomst van Zijn leiding niet en zijn Zijn wegen tegen ons in. Maar uiteindelijk worden wij niet beschaamd. Wel wil Hij dan in nog diepere zin dan bij die man uit de tekst beslag leggen op ons hart, op onze gaven en bezit, om die te stellen in Zijn dienst. De uitkomst ziet Hij reeds. Ook wij zullen dat gewaar worden, 'gelijk Hij gezegd heeft!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's