De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Uit de laatste 'rondzendbrief' van dr. G.H. Cohen Stuart, theologisch adviseur van de Nederlandse Hervormde Kerk te Jeruzalem, het volgende:

'We gingen 16 jan. laat naar bed. Alle voorbereidingen inmiddels getroffen. Channa was nog op, toen de aanval op Irak begon. Om 2 en 3 uur 's nachts belden eerst vrienden en daarna Avi op: "het is zover". Onze reactie was: laat ons nu maar slapen. Om 6 uur 's morgens weer telefoon: Liesbeth moest naar het ziekenhuis voor een laatste training medische hulpverlening bij gasaanvallen. Toen ze thuiskwam, vertelde ze: de oefening bestond vooral uit lekker eten.
We sliepen tot onze schande zo goed van donderdag op vrijdag, dat we het alarm niet hoorden! Achteraf bleek iedereen drie uur te hebben opgezeten met zijn gasmasker... Voor wie de nacht doorwaakt had, de langste periode met gasmaskers op. Sindsdien was het langste alarm drie kwartier — te kort voor een spelletje "mens erger je niet". Het is opvallend, hoe snel je geroutineerd raakt in het reageren op het alarm. Binnen twee minuten hebben we alles dicht wat dicht moet, de klaarliggende dweilen nat, de deur van de slaapkamer afgeplakt en het gasmasker op. Volgens voorschrift hebben we daarin voldoende voorraad voor een lang verblijf.
Op erev shabbat 18 jan. maakte Channa het alarm mee in het verpleeghuis, waar ze oppast bij een oudere dame. Het was toen nog grote paniek. Toen Marian in hetzelfde verpleeghuis 23 jan. was, liep de organisatie bij het alarm ook gesmeerd.
Sinds maandag keert het leven langzamerhand terug tot het gewone ritme. Op maandag 21 gingen de kraampjes op de markt (Machane Jehuda) dicht zodra het donker werd. Op donderdagavond maakten om 19 u. de marktkooplui nog geen aanstalten om te sluiten.
President Herzog werd geïnterviewd op de televisie. Hij riep de bevolking op zich niet te laten intimideren door Saddam Hussein en hem zo een morele overwinning te laten behalen. Hij stelde de plaatsen langs de Libanese grens ten voorbeeld, die jarenlang iedere nacht met Katusja's werden bestookt. Kinderen wisten niet beter, of de schuilkelder was hun normale slaapplaats. Toch gingen de mensen daar door met leven, met bouwen aan de toekomst. Er is werk aan de winkel, zei Herzog, voor de opbouw van een economie, waarin ook de immigranten aan de slag zullen kunnen.
Sommigen in Israël en elders zijn euforisch over het medeleven van Europeanen en Amerikanen. Anderen vragen zich af, hoe lang dat zal duren. De eerste sympathie met Israël wegens de terreuraanslagen in 1972 op de luchthaven Ben Gurion of tijdens de Olympische Spelen in München hebben ook niet lang geduurd. Met bewondering spreekt men over de staat Israël, die de andere wang toekeert. Maar zal die bewondering blijven of omslaan in het tegendeel, zodra van het recht op zelfverdediging gebruik wordt gemaakt?
Ondanks de helaas regelmatig herhaalde raketaanvallen en de verwachting dat dat nog wel enkele weken zal doorgaan, kom ik volgens afspraak naar Nederland. Ik zie er minder tegenop mijn vrouw Marian, Channa en Liestieth in Jeruzalem achter te laten dan afhankelijk te zijn van de berichtgeving in Nederland. Ook in augustus leek het in Israël veel erger dan het was. "Zonder aarzeling laat ik mijn gezin in Jeruzalem achter in de overtuiging, dat zij temidden van dit door God uitverkoren volk onder vrienden zijn, vrienden die men ook in benauwde uren niet in de steek laat."
We hopen dat u met ons zult blijven bidden om vrede voor het gehele Midden-Oosten, en ook met gulle hand Israël wilt helpen in de herbouw en de opbouw van een samenleving, waarin ook toekomst is voor de zelfs onder deze omstandigheden voortdurende stroom van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa en Ethiopië.'


Over openhartig taalgebruik gesproken! In jaargang 4 van het 'Jaarboek voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland' (uitgave Kok, Kampen), troffen we de volgende ontboezemingen 'in rondborstige taal' van Jan de Liefde in een brief aan Groen van Prinsterer (1868) aan:

'Gij hebt het, vermoed ik, nooit geloofd, gij hebt het althans nooit gehoopt, wat helaas toch maar al te waar was, namelijk, dat uw vijanden niet waren de Liberalen, noch Thorbecke, niet de Roomsen, maar uw vrome, orthodoxe dominees, die stomme honden, die om hunner huid wille, alle loyale, eerlijke strijd vermeden, die trouweloze huurlingen, die liever medelijden met de schapen uitdrukten dan met en voor de schapen leden; zulke oude wijven als Hasebroek en Heldring, zulke koele komkommers als Chantepie en Beets, zulke wandelende soepterrines als Doedes en Oosterzee. Deze hebben er altijd voor gezorgd dat het leger, waarop gij rekendet, geen kruit en lood had.'


Uit hetzelfde boek nog 'een liedje' uit de Kring der conservatieven toen Groen als kandidaten voor de Kamerverkiezingen in 1871 voorstelde het drietal A. Kuyper, L.W.C. Keuchenius en M.D. van Otterloo:

'Groen verdeelt, waar samenwerking
meer dan immer nodig is;
Uilenspiegel lacht in 't vuistje.
Juicht, als 't spel gewonnen is.
Otterloo is thans Groens roepen,
Of Keuchenius, wel bekend;
Dat zijn mannen die mij dienen.
De anderen zijn mij waard geen cent.
Kuyper zal ze zamen binden,
Hij, de man van De Heraut,
Die zijn best doet te trompetten,
Wat thans menig Christen rouwt.
Weet gij, wat gij kiezen moet?
Hollandsch, eerlijk, trouw en goed.'


Verder nog een rijpje van de liberalen!

'Al loeien bijbelteksten
Als stormen langs het strand,
Zij zullen ons niet hebben
't Zwart volk van Nederland'.


En tenslotte: toen ds. H. de Cock te Ulrum van 'de liberale richting naar de gereformeerde belijdenis' overging, liet hij aanvankelijk nog gezangen zingen. Hij legde zijn gemeente Gezang 169 : 6 en 7 op de lippen, volgens een beschrijving van Jan Egberts Broekema uit Garrelsweer:

'O ja! dat moeten wij belijden
Voor U, o God, die alles weet;
Och, dat het elk in waarheid deed,
Elk U 't verslagen hart mocht wijden,
En pleiten om vergiffenis
Die in Uw Zoon oneindig is.

Leer elk, hoe hij is afgeweken;
Bekeer ons, ieder tot zijn plicht,
Och, treed met ons niet in 't gericht;
Wil tot ons hart van vrede spreken,
Stort Uwen Geest op Neerland neer,
Opdat het tot U wederkeer.'

'De dienst maakte diepe indruk op Broekema; thuisgekomen gaf hij er uitvoerig verslag van aan zijn vrienden. Dit voorval moet hebben plaatsgevonden tussen 1830 en 1834. Maar reeds vóór de Afschei­ding een feit werd, heeft De Cock zich van het gebruik van de gezangen afgekeerd. Hij schreef zelfs een voorwoord in een werkje van de Delzijlse koopman Jacobus Klok, getiteld 'De Evangelische Gezangen, getoetst, gewogen en te licht bevonden'. Later gaf hij zelf nog een eigen publikatie van dezelfde teneur.
Zo ontwikkelde zich bij vele afgescheidenen een radicale richting; zij wilden van geen gezangen weten. Ze hadden immers de dwang tot het zingen ervan ervaren als een punt waarin zich het loslaten van de gereformeerde belijdenis manifesteerde.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's