Boekbespreking
André Leysen: De nieuwste wereld, Europa na het communisme, uitg. Lannoo, Tielt (Belg.) 1990, 88 blz.
De schrijver is een vooraanstaande Belgische industrieel. Hij beziet de toekomst van Europa dan ook voornamelijk vanuit het economisch gezichtspunt. Daarbij trekt hij de lijnen vanuit de geschiedenis naar het heden. Centraal staat zijn overtuiging, dat een verenigd Europa een grote toekomst te wachten staat, wanneer het bestaat uit democratische landen. Het communisme is een mislukt experiment, dat alleen maar schade heeft aangericht. Een humane en sociale markteconomie is de voorwaarde voor een vreedzaam en welvarend Europa. Gezien de globale problemen, vindt Leysen samenwerking tussen de volkeren meer dan positief, al zal alleen een echte democratie in de Sovjetunie tot de vorming van een 'Europees huis' kunnen leiden. Hij voorspelt een moeilijke tijd voor de satelliet-landen van het voormalige Oostblok. Maar de grootste problemen liggen toch in de verandering van de Sovjet-samenleving. De plan-economie heeft daar geleid tot inertie en verarming. De grote vraag is echter of Gorbatsjov erin slaagt een oplossing te vinden voor de gigantische problemen waarvoor men in de S.U. staat. Leysen is sceptisch over een mogelijk slagen van diens politiek. Hij verwacht niet, dat Gorbatsjov spoedig vervangen zal worden, wel, dat men misbruik van hem zal maken. Naarmate de macht van de partij taant, zal hij steeds meer een gevangene van het leger kunnen worden, voorspelt hij. We zien dat momenteel gebeuren. Leysens boek boeit, mede door de pakkende wijze van schrijven. Het geeft een heldere analyse van met name de economische problemen van Oost-Europa. Toch wekt het ook de nodige vragen. Is het despotisme in de S.U. vreemd aan de Europese wezensaard? De autoritaire vorsten in West-Europa waren ook despoten! Mijn voornaamste bezwaar is echter, dat Leysen de oplossing voor alle vragen met name in het economische vlak zoekt. Welzijn is meer dan welvaart. Waar geluk wordt niet gebracht door verandering van een economisch systeem. Het materialisme, dat nu in het oosten opbloeit, betekent allerminst een geestelijke verrijking. Het communistisch systeem heeft naast een economische chaos ook een groot geestelijk vacuüm nagelaten. Dat blijkt ook uit de wijze, waarop de mensen omgaan met elkaar en de inertie van de samenleving. Terwijl Leysen wijst op de economische problemen, blijft die geestelijke nood buiten beschouwing. Dat maakt zijn analyse te oppervlakkig. Behalve een afwijzing van de Rooms-Katholieke ethiek — 'men kan de problemen van de 21e eeuw niet oplossen met een moraal van de 19e eeuw' — en een signalering van de groeiende invloed van de Islam in de S.U., blijft Leysen bij zijn pragmatische visie. Daarom pleit hij voor een 'ethiek die gebaseerd is op principes die overleving van het menselijke ras mogelijk maken en rekening houdt met de werkelijkheid'. De slotzin van zijn boek is veelzeggend: 'In de geschiedenis is evenwel niets vooraf bepaald. Alleen als we ons daadwerkelijk inzetten en ervoor strijden, zullen we slagen.' Het eerste deel geldt voor sommige veronderstellingen in zijn boek, die nu al gelogenstraft worden. Het tweede deel geeft aan, dat zijn uitgangspunt meer humanistisch dan christelijk is te noemen. Leysen schreef een boeiend boek, dat helaas in geestelijk opzicht te schraal is. Tenslotte blijft het de vraag of de eenwording van Europa werkelijk dé zegen is, waar de mensheid op wacht.
A.W. van der Plas, Urk
Kijk, maar kijk met verwondering, Hans Stolp, Ten Have BV Baarn 1990, 94 blz. ƒ 17,50.
De auteur, radiopastor, ontvouwt in dit boek zijn gedachten over reïncarnatie, bijna-doodervaringen, dromen, magnetisme enz. Reïncarnatie biedt de mogelijkheid als mens een zuiveringsproces mee te maken, dat uiteindelijk eindigt in het volle licht. Dat is zelfs voor Hitler mogelijk.
Voor zover dit van pas komt, wordt de Bijbel geciteerd. De selectieve wijze waarop dit gebeurt, maakt het bijbelgebruik echter ongeloofwaardig. Stolp ziet een nieuwe tijd aanbreken, waarin muren vallen. De arrogante mens van het verleden maakt plaats voor de bescheiden mens.
Men moet wel over een grote mate van fantasie beschikken om aan deze gedachten veel waarde te hechten, nu de golfoorlog in alle hevigheid woedt.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Jezus is het antwoord, Ype Schaaf, Kok Kampen 1990, 204 blz., ƒ 15,90.
In dit boek gaat de schrijver, die vooral bekend is vanwege zijn werk bij het Ned. Bijbelgenootschap, in op geloofsvragen van onze tijd. Hij begint bij de vragen en wil daarna luisteren naar het antwoord dat Christus ons geeft in Zijn Woord. Het boek is verdeeld in vier onderdelen (de vragen in het algemeen, vragen betreffende het godsdienstige leven, betreffende de kerk en betreffende de samenleving).
Vooral de uiteenzettingen over de ideologieën vond ik goed. Er worden rake dingen gezegd over diverse konkrete dingen die vandaag aan de dag spelen. Duidelijk wordt steeds dat Jezus Christus het hart van de Schrift is.
Toch is wat de schrijver zegt niet altijd bevredigend. Dat is het risico dat aan een meer populaire trant van schrijven verbonden is. Vooral als het gaat over de kerkelijke verdeeldheid en ethische zaken had het voor mij best wat duidelijker en diepgaander gemogen. Soms komen overlappingen voor.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Milan Kundera, Onsterfelijkheid; uitg. Ambo, Baarn, 370 blz., ƒ 49,90.
Wie denkt dat met het woord 'onsterfelijkheid' het bijbelse begrip onsterfelijkheid bedoeld wordt, komt met dit boek bedrogen uit. De schrijver, Tsjech van origine (het boek is een vertaling vanuit het Tsjechisch) bedoelt in deze roman weer te geven hoe iemand onsterfelijk gemaakt wordt door zijn omgeving: hij of zij leeft voort m de geschiedenis of in de herinnering van mensen. Daar kan hij zelf debet aan zijn, door de indrukken, woorden en daden die hij achterliet, maar ook anderen kunnen indrukken van hem of haar nalaten in beeld (foto, film) of geschrift. Het is een 7-delige roman geworden, die niet makkelijk te lezen is en allerminst stoelt op bijbelse bodem. De gedachte achter deze roman is die van de reïncarnatie: we hebben al in een eerder leven geleefd en zullen na de dood in een ander leven weerkeren. O.a. worden Goethe en zijn geliefde Bettina ten tonele gevoerd: Bettina maakte Goethe onsterfelijk door wat ze over hem schreef en dat was lang niet allemaal positief. Datzelfde geldt voor de beroemde Amerikaanse journalist Ernest Hemingway. De schrijver voert hem ten tonele als een tijdgenoot van Goethe, hoewel hij minstens honderd jaar na deze leefde, daardoor de reïncarnatie-gedachte benadrukkende. Onsterfelijkheid zoals de schrijver het bedoelt, is verschrikkelijk: alles wat journalisten of vrienden van iemand schrijven of vertellen, vertrouwelijkheden, overdrijvingen, roddel enz., gaat mee de geschiedenis in en maakt hem onsterfelijk in positieve of negatieve zin. Al met al interessant om te lezen. Maar de schrijver past het in een raam dat het onze niet is. Daarbij heeft het boek sensuele passages waar we niet direkt op zitten te wachten. Een boek dat geen plaats heeft in onze christelijke lezerskring en waarvan het lezen voor mij een vermoeiende bezigheid is geworden.
H. Veldhuizen, Hillergersberg
Uitgekozen, De Vuurbaak, Barneveld 1990, 89 blz. ƒ 15,75.
In dit boekje wordt de leer van de uitverkiezing op eenvoudige wijze behandeld. Verschillende aspecten ervan worden besproken aan de hand van enkele schriftgedeelten die worden uitgelegd. Na elk hoofdstuk volgen enkele gespreksvragen. Het gaat om vragen betreffende de heilszekerheid, de levenswandel en de verwerping. Besproken worden: Deut. 7 : 6-8; Efeze 1 : 3-6; Fil. 2 : 12-13; Rom. 9 : 14-18; Rom. 9 : 19-24. Het is een pastoraal boekje, waarin op eerlijke wijze wordt ingegaan op vragen die leven rondom de uitverkiezing. Benadrukt wordt dat de leer van de uitverkiezing niet onzeker of lijdelijk of slordig in de levenswandel wil maken, maar het tegenovergestelde bedoelt. Er is evenwicht tussen Gods souvereiniteit en Zijn liefde. Ik miste twee dingen: 1) De blijvende verkiezing van Israël. 2) De verkiezing tot dienst van God aan de wereld.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Ds. J. Westerink, Joël en Amos, profeten van het recht van God; uitg. Buijten & Schipperheijn, 110 blz., ƒ 17,50.
Al vele jaren wordt door de Evangelische Omroep de radiorubriek 'De Bijbel open' uitgezonden. Dit boek bevat in dertien hoofdstukken de tekst die uitgesproken is door ds. J. Westerink over de profeten Joël en Amos (resp. 4 en 9 hoofdstukken). Een goed verzorgde uitgave met een goede inhoud. Ds. Westerink verstaat de kunst om de boodschap van deze niet zo bekende profeten helder over te brengen voor onze tijd. Over Joël zegt hij: Zijn boodschap is voor alle eeuwen actueel en heeft ook voor het eind van de 20e eeuw nog niets van zijn actualiteit verloren. Hetzelfde geldt Amos. Elk hoofdstuk eindigt met een aantal gespreksvragen. Een paar voorbeelden: Moeten ook de heidenen, als volk en ieder persoonlijk, zich houden aan Gods geboden? Is de prediking van Amos te bestempelen als politieke prediking? Waarom is verloren gaan met een gedoopt voorhoofd erger dan verloren gaan zonder gedoopt voorhoofd? Is welvaart bevorderlijk voor het geestelijk leven? En armoede?
Zeer aanbevolen. Voor persoonlijke bijbelstudie en voor bijbel- en gesprekskringen.
H. Veldhuizen, Hillegersberg
Doen wij het dan verkeerd? Corinth van Schaik, Meinema, 's-Gravenhage 1990, 61 blz. ƒ 10,25.
Dit boekje is nr. 53 in de serie 'ter Sprake'. De schrijfster stelt er de problematiek van de schuldgevoelens van ouders die naar hun gevoel gefaald hebben in de opvoeding aan de orde. Temidden van de vele literatuur over dit onderwerp heeft dit boekje toch weer een eigen invalshoek. Er staan veel ervaringsverhalen in, als neerslag van ontwikkelingen waarin anderen zich kunnen herkennen. Ruimte, echtheid, warmte en geborgenheid in de opvoeding is belangrijk. Geen tegenspraak, maar samenspraak brengt ouders en kinderen verder. Duidelijk wordt gesteld dat geloof niet overdraagbaar is. Wie dat wil en faalt, krijgt oneigenlijke schuldgevoelens.
In plaats van de vraag: hebben wij gefaald?, kan gevraagd worden: kunnen wij het anders doen? (58). Er staan veel goede dingen in dit boekje, ook al ben je het niet altijd met de schrijfster eens. Wat dit laatste betreft, vind ik datje moet oppassen te antithetisch te spreken over objectieve leer en symbolen (46), het geestelijke en het financiële in de kerk (52). Na elk van de 5 hoofdstukjes staan gespreksvragen en volgt literatuuropgave.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Met twee woorden. W. Kats, Filippus, Arnhem, 72 blz. ƒ 11,50.
Bij het Gereformeerd tractaatgenootschap Filippus verscheen een nieuw boekje van de hand van drs. W. Kats. Het is een werkboekje ten dienste van catechese (oudere groepen) en gesprekskringen, waarin de hoofdlijnen van het christelijk geloof worden toegelicht. Het bijzondere van dit boekje is dat dit gebeurt aan de hand van 31 begrippenparen, waarmee bedoeld wordt een evenwicht in benadering van geloofszaken te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld God en mensen, tijd en eeuwigheid, lichaam en ziel, zonde en genade. Woord en Geest. Elk lesje bestaat uit: informatie, leesopdrachten en gespreksvragen. Het boekje biedt in kort bestek erg veel. Het beweegt zich duidelijk binnen de Gereformeerde belijdenis. De gespreksvragen veronderstellen een bepaald niveau. Laat de gespreksleider zich daarom goed voorbereiden.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Maksym S. Weremchuk, John Nelson Darby en het begin van de beweging van de 'Broeders'; uitg. H. Medema, Vaassen, 264 blz., ƒ 29,90.
Een boek, dat een levensbeschrijving geeft van John Nelson Darby, stichter van de Darbisten of Vergadering der gelovigen of kortweg de 'Broeders' genoemd. Het boek werd in de eerste plaats geschreven voor de Broeders zelf. Dat is goed te merken. Het is niet eenvoudig geschreven, mede doordat de schrijver op allerlei details uit het leven van Darby ingaat, waardoor de lezer gemakkelijk de grote lijnen kwijtraakt. De schrijver behandelt vooral de beginjaren van Darby, die volgens hem de karaktervormende periode zijn. We lezen over Darby's afkomst uit rijke ouders, zijn doop als kind, zijn vader (onverbiddelijk van aard en hard als graniet; het kwam tot een scheiding tussen zijn ouders), zijn studietijd in Dublin en promotie (Darby was zeer begaafd), zijn bekering op 20- of 21-jarige leeftijd, zijn toegewijde ambtsbediening als geestelijke in de anglicaanse kerk, zijn onvrede met zijn eigen geestelijke leven, zijn zeer sober leven, zijn latere breuk met de anglicaanse kerk en de avondmaalsvieringen met allen die Christus in oprechtheid liefhadden. Darby geloofde, dat de gelovige in Gods ogen, één in Christus is en dat hij, wanneer men eenmaal bevrijd is uit de toestand van Romeinen 7, men daarin nooit weer zal terugvallen. Hij zag de gemeente als wedergeboren christenen, verspreid over de verschillende kerken ('door hen zelf opgerichte lichamen'). Hij zag een duidelijk verschil tussen Israël en de Gemeente. Voor Israël is nog hier op aarde een toekomst weggelegd waarvan de Oudtestamentische profetieën spreken. Darby's visie op de gemeente als een gemeente van wedergeborenen wier plaats niet op deze aarde is, maar in de hemelse gewesten, heeft alles te maken met zijn gedachte over de opname van de gemeente voor de komst van de antichrist. In een aanhangsel lezen we van twee verschillende visies bij de Broeders ten aanzien van de doop. Darby zelf was niet tegen de kinderdoop, getuige zijn uitspraak: 'Ik ben er ten diepste van overtuigd dat een christen er verkeerd aan doet wanneer hij zijn kinderen niet doopt'. Een interessant boek, met veel foto's voor ieder die meer over de Broeders wil weten.
H. Veldhuizen, Hillegersberg
Rondom de Bijbel, Deel 3, Nieuwe Testament, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1990, 92 blz., ƒ 9,60 (kortingsmogelijkheden).
In de catechisatie-serie: Rondom de Bijbel verscheen een nieuw deeltje voor de jongeren vanaf 16 jaar. Het behandelt het Nieuwe Testament en voltooit daarmee de serie Bijbel en geloof. Het deeltje past in een leerplan voor catechese, zoals in een bijgevoegd schrijven uiteengezet wordt. Het boekje, ook in een multomap te gebruiken, bestaat uit 15 lessen. Elke les bestaat uit de volgende onderdelen: gespreksvragen, bijbelstudie, toelichting (belangrijkste onderdeel), lesvragen, bijbeltekst, leskern, opdrachten en verwerkingen. De lessen zien er weer goed verzorgd uit en bieden veel informatie. Op informatie ligt meer nadruk dan op ervaring. Catecheten die het boekje gebruiken moeten er rekening mee houden dat men meerdere uren catechese nodig heeft om een les te behandelen. Een eigen wijze van gebruik is trouwens heel goed mogelijk. Er staan heel wat illustraties in dit boekje. Op zich zijn ze prima, maar ik had ze graag wat meer als werkvorm gezien. Dan had ook het beeld meer gebruikt kunnen worden als middel om het affectieve element een plaats te geven in het leerproces van de catechese. Een handleiding voor de catecheet met algemene aanwijzingen is bijgevoegd.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's