De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tweemaal Gereformeerde Spiritualiteit (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweemaal Gereformeerde Spiritualiteit (1)

10 minuten leestijd

Als psychiater kom ik in aanraking met mensen uit de gereformeerde gezindte. Mensen die worstelen in en met hun geloof. Ik houd in ieder geval voor mogelijk dat dat kan. Ik behoor niet tot die enkelingen, die menen dat men ernstig aan de waarheid van iemands geloof moet twijfelen wanneer die persoon een psychiater nodig heeft. Want een waar-gelovige zou nu eenmaal — zo luidt de redenering — nimmer een psychiater nodig hebben of het moest zijn vóór zijn of haar bekering. In dat geval zou Luther zijn belangrijkste reformatorische geschriften ver voor zijn waarachtige bekering geschreven hebben. (Hij raakte in 1527 ernstig depressief) In dat geval valt er ook een schaduw over de Christenreis van Bunyan. Er zouden op die manier nog wel een paar geloofshelden door de mand vallen.
Ik kan niet anders zeggen, dan dat in de praktijk veel vragen leven rond het grote thema 'hoe ga je om met... vanuit je geloof?'. Vragen die samenhangen met de vragen rond geloofsbeleving, werkzaamheden van het geloof, spiritualiteit en geloofspraktijk. Er is een groot gemis, wat niet altijd zo ervaren wordt, maar dat naar mijn stellige overtuiging een gemis aan de gewone werkingen van de Heilige Geest beduidt. Dat geldt natuurlijk niet slechts de cliënten van een psychiater. Vorige zomer voegde een 'pinksterman' mij toe: Als bij jullie iemand vol is van de Heilige Geest, denken ze dat zo'n persoon onwel is geworden en vragen ze of hij of zij een glaasje water wil. Of dat de dokter wellicht gebeld moet worden.' Ai, dacht ik, dat doet pijn. Zou het echt zo erg zijn?

Persoonlijk
Naar aanleiding van het voorgaande kan de lezer zich wellicht voorstellen dat ik grote behoefte heb aan goede informatie en voorlichting over de gereformeerde geloofspraktijk, de gereformeerde spiritualiteit. Laat ik mij niet verschuilen achter mijn werk. Ik heb daar ook persoonlijk groot belang bij. De boeken van Graafland en Velema zijn mij dan ook zeer welkom. Over mijn leeservaringen wil ik een en ander aan de lezer voorleggen.
Nu beoog ik geen boekbespreking in de gebruikelijke zin. Het gaat me veel meer om een impressie met als achtergrond mijn dagelijks werk als psychiater. Maar laat ik eerst beginnen met mijn positie, mijn relatie — zo u wilt — ten opzichte van de auteurs bepalen. Die zal immers onmiskenbaar een rol spelen. Ik heb er geen bezwaar tegen dat u dat weet.
Prof. Graafland ken ik al jaren. Voor het eerst hoorde ik heb preken toen ik 14 of 15 jaar was, in Gouda, over de bruiloft te Kana. Ik weet nog dat Maria te ver was gegaan. Maar wat is te ver in de nabijheid van Jezus? (Deze laatste zin herinner ik me niet. Die voeg ik er nu aan toe.) Ik hoorde hem nadien vaker en nog. Op mijn 18e jaar ging ik theologie studeren en ik wist van de theologie niets. Nu gaat het hier niet om de weg die de Heere met mij ging in alle details. Want dan zou ik hier een verhaal moeten vertellen, waarin mijn geliefde meester ds. L. Kievit een onvergetelijke plaats inneemt. Van theologie wist ik alleen dat het meer dan de moeite waard moest zijn om te studeren. En toen was daar Graafland. Hij behandelde de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Aan de orde van behandeling was artikel 20. Ach, ik moet eerlijk zeggen dat ik van theologie nog niet veel afweet, behalve artikel 20. 'Wij geloven, dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is. Zijn Zoon gezonden heeft...' Nou ja, ik neem aan dat ik de lezer niet hoef uit te leggen, wat het is om een kind van God te horen, meegenomen te worden op de wind van de Geest, ingeleid te worden in de kennis van God. Ik heb deze dingen Graafland niet eerder gezegd; dit is een goede gelegenheid. Wat nadien volgde kan ik hier weglaten. Het ligt geheel in het verlengde van het voorgaande.


Daarentegen ken ik prof. Velema eigenlijk niet. Onlangs, 17 november 1990, gaven wij elkaar in het voorbijgaan een hand. Ik hoorde hem nooit preken. Ik kom ook pas sinds oktober 1989 in de Christelijk Gereformeerde Kerk. Daarvoor nooit. (Wij zijn overigens geen gastleden.) Behalve artikelen in de Theologia Reformata las ik alleen zijn: 'Het Woord werkt door' (1973), en 'Hoe Christelijk is de Christelijke ethiek?' (1983). Als de lezer nu denkt het verder wel te weten, dan realiseer ik me, daartoe aanleiding te geven. Maar zo simpel en voorspelbaar is het vervolg toch ook weer niet. Ik ken prof. Velema eigenlijk niet, schreef ik zoëven. Maar dat is betrekkelijk. Het heeft mij getroffen van zijn hand in Theologia Reformata (juni 1990) te lezen na het overlijden van ds. L. Kievit: 'Het houdt mij nog steeds bezig dat toen de rouwstoet naar het graf ging, zeer gelijkmatig alle verzen van Psalm 116 door de velen werden gezongen. Vlak bij het graf: Ik zal met vreugd in het huis des Heeren gaan, om daar met lof Uw grote Naam te danken. Als deze boodschap en deze spiritualiteit niet meer het eigene van de theologie is, moet de gemeente zonder haar verder gaan.' Ik wil dit van harte beamen en stem het Velema toe. Psalm 116, die zongen we altijd met ds. L. Kievit aan het Heilig Avondmaal des Heeren.

Het boek van Velema
Laat ik om te beginnen opmerken, dat ik na Velema's bespreking van het boek van Graafland in dit blad temeer benieuwd was naar zijn boek. Nu het er is, valt het me op, hoe weinig vergelijkbaar de twee boeken in feite zijn. Velema zoekt al ordenend en structurerend een weg in het omvangrijke materiaal rond het thema spiritualiteit. Want de omvang van het materiaal is enorm. Men moet daar niet te gering over denken. Is het trouwens niet zo, dat belangrijke vernieuwingen en opwekkingen in de kerken voorafgegaan en ingeleid worden door het zoeken naar en hervinden van spiritualiteit als hernieuwde verdieping van de geloofsrelatie tot de Heere God en daarna pas en daarvan uit van de relatie tot de wereld? Ondertussen geeft dat ordenen en structureren door Velema iets van een zekere haast aan zijn boek. Beter gezegd: een gedrevenheid. Een gedrevenheid om in die veelheid van materiaal een weg te vinden die tot een gereformeerde spiritualiteit leidt, die een voluit bijbels fundament heeft. Dat leidt tot een hoogtepunt in hoofdstuk 10. Dan is het materiaal voldoende geordend om tot een voluit praktische uitwerking te komen. Want spiritualiteit die bijbels en gereformeerd wil zijn, vraagt om oefening. Anders komt het er niet van. Geestelijke oefeningen! Ik acht dat van het grootste belang. Ik maak in mijn werk ook gebruik van geestelijke oefeningen. Ik probeer in samenspraak met cliënten geestelijk oefeningen te bedenken en toe te passen in het kader van een behandeling of therapie. Mij valt telkens weer op hoe weinig vertrouwd mensen daarmee zijn. Hoe vreemd mensen het vinden om op zo'n manier werkzaam te zijn. Niet zozeer uit onwil als wel uit onwetendheid. Het kan mij daarom niet praktisch genoeg zijn. Het zou denk ik ook zeer de moeite lonen indien Velema bij gelegenheid de oefeningen nog eens met casuïstiek uit het pastoraat zou kunnen illustreren. Niet om een receptenboek samen te stellen, maar om een oefenboek bij de hand te hebben. Want het is natuurlijk wel duidelijk dat zulke oefeningen in onderscheiden situaties om een onderscheiden aanpak en invulling vragen.
Het vervolg in hoofdstuk 11 sluit hier heel goed bij aan. Hierin stelt Velema voor spiritualiteit in de vorm van een vak in te voeren in de theologische studie. Dat is een uitstekend idee. Een geloofsprakticum voor studenten. Men kan alleen maar treuren over het feit, dat dit in de gereformeerde gezindte niet (of toch wel?) eerder bedacht en uitgevoerd is. In mijn vak is het overigens voorgeschreven dat men zichzelf geeft in wat men straks van cliënten zal vragen. De Nederlandse Hervormde Kerk heeft een zeer goede voorziening in het Theologisch Seminarium, maar dat is pas aan het eind van de opleiding gesitueerd en daarna. Op hoofdstuk 12 kom ik nog terug in verband met het boek van Graafland.

Bijbels beeld
Ik heb mij afgevraagd — bij wijze van oefening — op welke wijze ik mijn impressie in een bijbels beeld, in een bijbelse figuur zou kunnen uitdrukken. Ik hoor Velema in zijn ordening en structurering oproepen tot waakzaamheid. 'Hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt' (Matth. 13 : 37). Het is vooral een intens appèl om nuchter te zijn en te waken. Hoe zouden we nuchter en waakzaam kunnen zijn, als we ons niet oefenen in de kennis van de Heere en in de omgang met Hem om het heilsgeheim te ontdekken. Hoe zouden we dat zender oefening kunnen nu de ervaring van Godsverduistering ons door merg en been gaat? Nuchter en waakzaam te zijn want het einde van alle dingen nadert (1 Petr. 4 : 7) en de tegenpartij zit ook niet met de handen in de schoot (1 Petr. 5 : 8). Ik hoor Velema oproepen om op te passen en op te wassen (1 Petr. 3 : 17-18). Onze groei en weerbaarheid ligt in de oefening in het geestelijke leven. Onze weerbaarheid is dan ook te verhogen. Overigens, er ligt tussen het oppassen en opwassen een gecompliceerde relatie. Immers kan men zozeer op het oppassen gefocust zijn, dat er voor opwassen weinig of geen ruimte meer over is. En dat is daarom niet best, omdat het opwassen, opwassen in de genade en kennis is. Zonder het opwassen is het oppassen een lege, een uitwendige gestalte, die naar mijn indruk uit de praktijk, gemotiveerd wordt door angst. Zo'n geloofstype noem ik niet slecht, maar wel onvolwassen en kwetsbaar. Is het omgekeerde er ook? Een opwassen zonder oppassen? Het laat zich wel denken en in menige preek wordt er wel voor gewaarschuwd omdat een dergelijk type makkelijk geassocieerd wordt met oppervlakkig­heid. Ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik heb er in de praktijk niet veel ervaring mee. Maar ik denk dat de kwetsbaarheid ook hier in de weerbaarheid ligt. Ondertussen kunnen we bij Graafland lezen, dat hier een fundamenteel probleem geraakt wordt als het gaat om het werk van de Heilige Geest (blz. 200). Het zogenaamde 'algemene' werk van de Geest heet te oppervlakkig en is onechte geloofservaring, zo werd gezegd. (Onder meer op dit punt werd in De Saambinder tegen de analyse van Graafland (3 jan. '91) protest aangetekend. Wat zulks kan inhouden heb ik in ander verband zelf onlangs meegemaakt.) Hoe dan ook, het lijkt mij in ieder geval het kunststuk in de geloofsopvoeding om het goede evenwicht te bewaren tussen het oppassen en opwassen. Een gewetensconflict is een kind snel genoeg bijgebracht wanneer een poging tot opwassen bestraft wordt met de vermaning dat er beter opgepast had moeten worden. Temeer wanneer de paedagogische motivatie vooral bestaat uit een verwijzing naar de Heere, Die toch alles ziet! Hoe dan? Ook om op te voeden in het geloof is oefening onontbeerlijk. Ik hoor Velema als de wachter op de muur, die de horizon afspeurt en onderwijl de stadsgenoten erop attent maakt dat ook al is de vijand nog niet in zicht, er wel geoefend moet worden omdat anders van de weerbaarheid niets overblijft. Dat zullen niet alle stadsgenoten hem in dankbaarheid afnemen. Maar dat laat onverlet dat hij gedaan heeft wat hem is opgedragen. Bij Graafland staat mij een totaal ander bijbels beeld voor ogen. Wellicht kan de .lezer het geduld oefenen mij een volgende keer nog een moment te volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tweemaal Gereformeerde Spiritualiteit (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's