Globaal bekeken
In een boekje 'Zoektocht' (Ten Have, Baarn) troffen we het volgende verhaal van de joodse theoloog/filosoof Joshua Heschel (geboren in 1907):
'Er was een klein, geïsoleerd joods stadje, ver van alle grote wegen van het land. Toch had het wel alle noodzakelijke gemeenschapsvoorzieningen: een badhuis, een begraafplaats, een ziekenhuis, een school en een rechtbank. Ook waren er allerlei handswerkslieden – kleermakers en schoenmakers, timmerlieden en metselaars. Slechts één beroep ontbrak: er was geen klokkenmaker. In de loop der jaren gingen vele klokken zo hinderlijk ongelijk lopen, dat de meeste mensen ophielden hun klok op te winden, en er niet meer naar omkeken. Maar anderen vonden dat de klokken, zolang ze nog liepen, niet verwaarloosd mochten worden. En dus bleven ze hun klok elke dag opwinden, ook al wisten ze dat hij niet meer de juiste tijd aanwees. Op zekere dag deed het nieuws de ronde dat er een klokkemaker in de stad was aangekomen. Iedereen haastte zich zijn klok te halen en bij de klokkenmaker te brengen. Maar alleen de klokken die al jaren waren opgewonden, kon hij nog repareren. De andere waren teveel verroest!'
Dezer dagen verscheen een uit het Engels vertaald boek over de geschiedenis van De Franken (uitgave Ambo, Baarn). Ene Sidonius Apollinaris vergeleek 'op dichterlijke wijze' de Franken uit het begin van onze jaartelling met 'de monsters die door de Centauren werden verslagen'
'Monsters, waarvan de kop wordt bekroond door naar voren gekamd haar, terwijl de nek, aldus van bedekking ontbloot, sterk glimt. Hun ogen staan vaag en zijn licht van kleur, met een blauwgrijze glans. Hun wangen zijn geheel glad geschoren; in plaats van baarden hebben zij dunne knevels waar zij een kam doorheen halen. De lange ledematen van de mannen worden omspannen door nauwsluitende kleding, zo hoog opgetrokken dat de knieën bloot komen; brede riemen geven hun smalle middel steun. Het is een sport voor deze mensen om bijlen met een grote boog door de lucht te slingeren, precies wetend waar de klap zal aankomen; zij doen hun schilden wervelen en kunnen met grote sprongen voor de speren die zij geworpen hebben uit snellen, zodat zij de vijand eerder dan hun speren bereiken. Reeds in de jongensjaren is hun liefde voor de strijd al tot wasdom gekomen.'
Na de achtste eeuw werden zij (in een proloog bij de Salische wetten) als superieur aan de Romeinen beschreven 'omdat ze christenen waren'.
'De illustere natie der Franken, door God uitverkoren, heldhaftig onder de wapenen, standvastig in vrede, diepzinnig in wijsheid, edel van lichaam, smetteloos in zuiverheid, in schone gestalte zonder gelijke, stoutmoedig, doortastend en onstuimig, onlangs bekeerd tot het katholieke geloof en, vrij van ketterij... Dit is het volk dat met kracht het zware juk afwierp dat de Romeinen hun hadden opgelegd; nadat zij de doop hadden ontvangen, bedekten zij met goud en edelstenen de lichamen van de heilige martelaren die de Romeinen ter dood hadden gebracht op de brandstapel of door onthoofding en die waren verscheurd door wilde dieren.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's