Tweemaal Gereformeerde spiritualiteit (2)
Vorige week werd het eerste van twee artikelen geplaatst van drs. P.J. Verhagen (theoloog-psychiater bij o.a. Gliagg De Poort te Schiedam), waarin hij vanuit zijn dagelijkse praktijk reageert op de inhoud van het boek van prof. dr. C. Graafland 'Gereformeerden op zoek naar God' en van prof. dr. W.H. Velema 'Naar een nieuwe gereformeerde spiritualiteit'. Het boek van prof. Graafland is in een reeks van vijf artikelen al eerder in ons blad door prof. Velema besproken. Binnenkort zal prof. Graafland het boek van prof. Velema bespreken. Daarna zal prof. Graafland in enkele artikelen nog eens verduidelijken wat hij in zijn boek aan de orde wilde stellen en ook ingaan op reacties op zijn boek, die tot heden verschenen zijn. Ter afronding gaan ds. J. Maasland, ds. C. den Boer en ds. J. van der Velden dan nog in op wat prof. Graafland te berde brengt. Het was de bedoeling dat de artikelen van drs. Verhagen in die laatste ronde een plaats zouden krijgen. Nu het eerste stuk van zijn hand vorige week al geplaatst werd (door een communicatiefout), plaatsen we nu uiteraard ook het tweede artikel. Het nadeel is dat het boek van prof. Velema nog niet besproken is. Anderzijds laten de artikelen van drs. Verhagen zich ook onafhankelijk daarvan lezen. Red.
Het boek van Graafland
Net zomin als in het vorige deel gaat het mij in dit deel om een boekbespreking in de gewone zin van het woord. Het gaat mij er veelmeer om de indruk, die de boeken van Velema en Graafland op mij hebben gemaakt te verwoorden. Bovendien probeer ik die indruk te ver-beelden in een bijbelse gedachte, een bijbelse figuur. Vooraf heb ik de relatie die ik met Graafland en Velema heb beschreven. Zodoende hoeft daarover geen misverstand te bestaan. Ik heb alle belang bij materiaal over de gereformeerde spiritualiteit vanwege mijn werk als psychiater. Terwijl ik het ook van groot persoonlijk belang vind om mij te oefenen. Nu, daarmee, heb ik de inhoud van het vorige deel in grote lijn weergegeven en tevens het kader voor dit tweede deel.
Ik hoor Velema oproepen tot waakzaamheid en nuchterheid. Ik hoor hem zich als wachter van zijn taak en opdracht kwijten. Bij Graafland staat mij een totaal ander beeld voor ogen, zoals ik al aankondigde. Maar eerst nog dit. Ik merkte al op, dat Velema het omvangrijke materiaal over spiritualiteit ordent en structureert. Graafland doet dat helemaal niet. Dat is dan ook een van de redenen waarom hun beider boeken zo weinig vergelijkbaar zijn. Graafland heeft veel minder de bedoeling te ordenen en te structureren zoals Velema dat doet. Hij ordent niet, hij ontregelt. Ik ontleen dit woord aan mijn vak. Het gaat om een methode, die toegepast wordt in de psychotherapie. (Niet iedere cliënt gaat in psychotherapie, want niet iedere cliënt kan ontregeling verdragen.) Ontregelen houdt in dat een cliënt binnen en voldoende veilig kader uit zijn evenwicht gebracht wordt om een nieuw, gezonder evenwicht te vinden. Ik volsta met deze korte omschrijving en herhaal: Graafland ontregelt de lezer. Ook al weet je als cliënt dat ontregeling nodig en goed is — in ieder geval op langere termijn —, dat betekent nog niet dat het alleen-maar-leuk is. Integendeel, ontregeling gaat gepaard met verwarring, pijn, angst dikwijls. En toch is het nodig om middels zulke momenten van ontregeling tot diepere zelfkennis te komen en door de ervaring van zulke momenten in de relatie met de therapeut te groeien naar een nieuw evenwicht. Wanneer Graafland geïdealiseerde reformatorische gedachten, stellingen, instituten, ja zèlfs het reformatorische erfgoed (kritsich) bespreekt, dan ontregelt hij de lezer, die daar niet op zat te wachten.
Verwantschap
Er is wel enige verwantschap tussen de woorden 'ontregelen', 'ontregeld worden' en 'ontdekken', 'ontdekt worden aan'. Dat element is — de lezer weet dat — in hoge mate karakteristiek voor gereformeerde spiritualiteit en... voor het boek van Graafland (niet alleen voor dit boek trouwens). Maar wie weet wat het is, die weet dat 'ontdekt worden aan' niet alleen maar leuk is. Integendeel.
Nu wil ik eerst voor een misverstand waarschuwen. Ik beweer dus niet dat Velema meer of minder gelijk heeft dan Graafland. Ik beweer ook niet de een meer of minder goed gereformeerd spiritueel is dan de ander. Ik probeer aan te geven, dat ik al lezend bij de één een heel ander proces doormaakte dan bij de ander. Graafland ontregelde mij, Velema gaf orde en structuur. En dat ordenen en structureren is evenzeer een methode in mijn vak. Sommige cliënten zijn meer gebaat bij het eerste, anderen zijn meer gebaat bij het tweede. Beide methoden roepen weerstand op. Dat pijnlijke ontregeling weerstand oproept laat zich raden. Maar ook ordening en structuur roepen weerstand op zodra de therapeut de verantwoordelijkheid voor de structuur legt waar deze hoort: bij de cliënt. Toen ik voor Velema het beeld van de wachter gebruikte, heb ik al aangegeven dat niet alle stadsgenoten het hem in dank zullen afnemen. Niet alle stadsgenoten zullen verantwoordelijkheid willen nemen voor de consequenties van wat de wachter roept. Graafland heeft de mogelijkheid willen nemen voor de consequenties van wat de wachter roept. Graafland heeft de mogelijke weerstand zelf al aangevoed door te stoppen onder het hoofdje: Ik hoop, dat ik verstaan ben. Dat is natuurlijk een dubbelzinnige opmerking. Waarom zou hij niet verstaan zijn? Er staat toch geen woord Spaans in zijn boek? Neen, de ontregeling is de hobbel. Ik vat zijn afsluiting zo op, dat het er niet zozeer om gaat of men het aan het eind met Graafland eens is. Het gaat er om dat men te weinig met zijn verhaal doet, als de lezer de ontregeling niet toelaat en zodoende de weg niet mee aflegt tot het einde.
Ik zei al de methoden zijn in waarde gelijk. De ene is op zichzelf niet beter dan de andere. De kunst is om te beoordelen in welke situatie deze of gene methode beter toegepast kan worden. En dat is daarom zo belangrijk, omdat het welslagen ermee gemoeid is. Is gegeven de problematiek van de Godsverduistering en het gebrek aan authentieke spiritualiteit ordening en structurering het meest aangewezen? Heeft Velema daarom gelijk, omdat de gereformeerde gezindte ontregeling niet aankan? Omdat bij ontregeling de weerstand alleen maar torenhoog oploopt? Dan gaat men toch alleen maar pleiten voor de geïdealiseerde waarden. Dat leidt uiteindelijk toch tot niets. Dat weet je van tevoren. Er lijken nogal wat aanwijzingen te zijn, dat deze veronderstelling juist is. De gereformeerde gezindte kan ontregeling maar moeilijk verdragen. Het is daarom beter de gereformeerden niet alleen te ontmoedigen. Velema wil ze ook bemoedigen. Hij vindt dat ook noodzakelijk.
Is dit juist, dan is het meteen ook niet best. Want ontregeld worden in de zin van 'ontdekt worden aan' is toch juist zo karakteristiek voor de gereformeerde spiritualiteit. 'Een mens moet toch... etc.' Is deze redenering juist, dan raken we hier wel een heel zwakke plek. Want dan zou om zo te zeggen 'het hoog nodige' door de pleitbezorgers zelf moeilijk verdragen worden.
Of is gegeven de door beide schrijvers onderkende problematiek toch de ontregeling de meest geëigende methode? Heeft Graafland daarin gelijk, omdat zonder ontregeling er waarschijnlijk niets verandert? Omdat men anders te snel en te gemakkelijk de geïdealiseerde waarden omhoog zal steken zonder wezenlijk getroffen te zijn door de vragen, die het hart van het belijden raken, zonder geraakt te zijn in het hart? Omdat men anders toch te makkelijk en te snel zal antwoorden met de verdediging: ja maar... wij toch...? Zonder werkelijke ontregeling loop je immers het risico dat de bemoediging komt nog voor de ontmoediging door merg en been is gegaan. En indien dat laatste niet gebeurt, dan gebeurt er uiteindelijk niets. Dat weet je van tevoren. Is dit juist, dan is dat ook niet zo best. Want dat zou betekenen dat er sprake is van een enorme rigiditeit, die alleen met ingrijpende middelen te beïnvloeden is. Een rigiditeit die onmiskenbaar in strijd is met het 'semper reformanda'; de kerk die steeds weer hervormd moet worden.
Abraham
Het bijbelse gebeuren, de bijbelse figuur die mij voor ogen staat bij de gang van het boek van Graafland, is de tocht die Abraham gedurende drie dagen maakt om de nog nader te bepalen plaats te bereiken waar hij Izaak moet offeren naar het Woord van de Heere. Waarom toch? Welk hoger doel is daarmee gediend? Zo staat toch de toekomst op het spel? Zo is toch de belofte in het geding? Het pand? Als zoiets tot de mogelijkheden behoort, waar kan een mens dan eigenlijk nog van op aan? Of speelt er nog iets anders? Zou het soms kunnen dat het de geïdealiseerde waarde is, die doel in zichzelf is geworden en daarom losgerukt moet worden uit de handen van mensen om weer te worden wat het naar Gods bedoeling werkelijk is: belofte? Hoe intens verheugd is Abraham wanneer hij zijn zoon opnieuw ontvangt. Doet u uw ogen dicht, zet u alle vrome verklaringen een moment uit uw gedachten en tracht u even in te leven in deze toestand. De verbijstering die het oproept is toch zeer ontregelend! Wat moet Abraham doen? Zijn zoon offeren! Drie dagen is hij onderweg. Drie dagen op weg naar een nader te bepalen plaats om alles te verliezen. Vergeet u niet, dat wij wel weten hoe het afloopt, maar Abraham weet dat niet. Calvijn is in zijn verklaring ook aan enige verwarring ten prooi gevallen. Althans zo versta ik het. Calvijn oppert namelijk een aantal mogelijkheden met betrekking tot de vraag in wat voor toestand Abraham zich bevindt. Eerst heet het dat Abraham in een mum van tijd de beproeving overwint; nog voor hij op weg is. Vervolgens is hij kalm, heeft hij zijn gedachten goed bijeen en maakt hij tegenoyer de knechten vooral geen drukte. Toch is er ook sprake van veinzerij en leugen in de woorden van Abraham. Maar, aan de andere kant, dat zou ook wel eens profetie kunnen zijn. De leugen als profetie? Vervolgens is het toch vooral Abrahams geloof waarin hij zich verlaat op Gods voorzienigheid. Maar uiteindelijk is er niet ongerijmds in, als we aannemen dat Abraham verward heeft gesproken. Zo spreekt Calvijn bij vers 3 en 4. In vers 7 heeft hij het dan weer overliet onbewogen gemoed van Abraham. Waar zou hij dat nu weer vandaan halen, Calvijn bedoel ik. Maar het 'ongewogen gemoed' is bij Calvijn wel vaker een deugd, zoals we weten. Vergelijkt u het met de volgende zinnen: Zo dikwijls de Heere het een of ander voorschrijft, komen er plotseling vele dingen opdagen, die ons aan het wankelen brengen; de middelen ontbreken ons, van overleg zijn wij verstoken, alle wegen schijnen voor ons gesloten te zijn. In zulke engte is het enige middel om niet te gaan wanhopen, dat wij de afloop aan God overlaten, dat Hij door de woestenij een weg zal banen. Dat klinkt weer heel anders.
Niet uitsluitend
Hoe is dat allemaal te rijmen? Dat is het niet of het wordt een 'vierkante cirkel'. Velema heeft in het twaalfde hoofdstuk van zijn boek gesteld dat de wijze van positiekeuze van Graafland hem de indruk geeft van een vierkante cirkel. Ik heb daar grote moeite mee, net zozeer als ik er moeite mee zou hebben Calvijn op dit punt in zijn commentaar te berichten van het construeren van een vierkante cirkel. Ik meen juist dat daarin de ontregeling of de verlegenheid — zoals Graafland zich uitdrukt — manifest wordt. Dat zegt mij eerlijk gezegd meer dan de constatering dat het een en ander niet te rijmen is. Vanuit de benadering van Velema kan ik het wel begrijpen. Maar het doet m.i. geen recht aan de benadering van Graafland. Het verschil in methode lijkt mij dan ook een van de knelpunten in de discussie.
Met de tocht van Abraham voor ogen zie ik Graafland op een buitengewoon zware weg gaan. Zwaar, omdat het om een existentiële crisis gaat, die dagen lang. ledere stap is een trap op de gereformeerde ziel. (Variant op een zin van Kierkegaard.) Abraham gaat op een ezel, niet op een gevleugeld paard. Hij is niet in een mum van tijd boven en hij ziet de ram in de struiken op het moment dat het nodig is. Niet eerder!
Nu zijn de twee methoden niet elkaar uitsluitende methoden. Dat zijn ze in mijn werk ook niet. Alleen, er is wel een essentieel verschil tussen wat ik denk dat goed is voor iemand aan de ene kant en wat haalbaar, mogelijk en gewenst is aan de andere kant. Ik heb de indruk, dat beide schrijvers hebben aangegeven wat zij denken dat goed en noodzakelijk is. Maar wat is nu haalbaar, wat behoort tot de mogelijkheden, wat is wenselijk? Een goede probleemanalyse moet ook op die vragen antwoord kunnen geven. Anders loop ik kans met mijn methode — hoe schoon of nuttig ook — de plank flink mis te slaan. Ik ben het er helemaal mee eens dat meer oefening en meer aandacht voor het charisma en wat allemaal nog meer geopperd is goed en nuttig is. Maar behoort het tot de mogelijkheden? Is het haalbaar? Wat zijn de te verwachten knelpunten? Of weten we nu al dat de Heere daarin zal voorzien? Ik vraag me af of de ezel wel zo snel loopt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's