De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zelfinkeer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zelfinkeer

8 minuten leestijd

De titel boven deze bijdrage is bepaald niet in de mode. Trouwens, wie weet eigenlijk nog wat zelfinkeer inhoudt? Het moderne leven heeft zulk een haastig karakter, zulk een naar buiten gekeerde zijde, dat een stille zelfbeschouwing een medelijdende glimlach opwekt. Wij denken daarbij aan monniken die in stil gepeins verzonken door lange kloostergangen schuifelen of in zichzelf verdiept een kloostercel bewonen. Nu zijn dat geestesbeelden die in een protestantse omgeving bepaald niet zo inheems zijn. Welnu, laten wij dan maar een wat ander portret zoeken te tekenen. Onlangs voerde onze weg ons naar een wat afgelegen straat in de wijk, waar weinig verkeer is. Je hoort er bijna nooit een auto, het toetert of belt daar niet. Het enige verkeer vormt de vuilniswagen, een paar schooljongens en enkele bewoners, die langs de straat lopen.


Wij fietsten dan in de straat gedurende de schemering. Je kon zo in de huiskamers zien. Dat is een kostelijke bezigheid, die volgens de etiquette niet geoorloofd is, maar die ons ganse volk nijver bedrijft. Hier zat een gezin aan de avondmaaltijd, elders deed iemand een dutje in de gemakkelijke stoel en zowaar zagen we ook hoe vader een ondeugende jongen een klap om zijn oren gaf. Geboeid bleef ik kijken. Dat mag natuurlijk helemaal niet. Maar wie mensen wil leren kennen, moet ze bezien. Opeens trof ons oog een verlicht raam. Een oude dame zat alleen aan de tafel. Voor zich had ze een groot dik boek liggen. Opmerkzaam en aandachtig schoof ze met haar hand langs de regels. Af en toe hield ze even op met lezen en een nadenkelijke rimpel vormde zich op haar voorhoofd. Ze streelde soms de bladen van het oude boek.


Dat duurde zo even en opeens bemerkten wij dat ze helemaal niet meer las, maar in stilte zat na te denken. Geboeid bleven wij uit de verte toekijken. Het beeld prentte zich diep in onze gedachten. Dat was het nu. Opnemen en verwerken. Leren en bepeinzen. Wie altijd leest en nooit nadenkt wordt niet rijp. Wie doorholt, holt zich uit. Wij moeten tijd nemen om tot onszelf in te keren en onze indrukken verwerken. Wie dat niet en nooit doet, vervlakt in ongekende mate. Alles rolt aan onze geest voorbij evenals regen langs de vensterruiten. Een bekend Duits auteur heeft eens geschreven: uit ieder moment van goede lectuur moest ons een vonkje kracht toespringen, een zweem van verjonging, een trek van nieuwe frisheid. Nieuwe werelden openen zich voor ons. Wij laten even de drukke wereld achter ons en wij zijn met onszelf alleen. Opeens bemerkten wij dat de oude dame een potlood in haar hand had en in een schrift een paar regels opschreef. Wij zagen hoe haar deze handeling een weinig moeite kostte, maar een spoor van vergenoeging schoof over haar gezicht. Ze onderging haar lectuur met volle vermogens.


Zo moeten wij van tijd tot tijd ook eens de hand in eigen boezem steken. Aan die eis tot zelfinkeer kunnen wij niet ontkomen, wanneer wij met een nuchtere blik de toestand van wereld, kerk en de afzonderlijke gelovigen gadeslaan. Op dit drievoudige terrein is er veel, dat teleurstelt en zorg baart. Wij willen natuurlijk niet uitsluitend pessimisten zijn. Er is nog veel goeds te vinden onder ons. Maar hoeveel zegen er ook onder ons nog is, er zijn ook symptomen die ons de toekomst donker doen inzien. Veel is dermate krom en scheef in ons midden, dat wij eenvoudig onze ogen niet kunnen sluiten voor de misstanden. Eerlijkheid gebiedt ons dit ruiterlijk te erkennen.


Wij kijken nu eens de wereld aan. Wij zoeken op dit gebied echt niet het geestelijk leven in de bijbelse zin aan het Woord. De natuurlijke mens begrijpt nu eenmaal niet de dingen die des Geestes Gods zijn. Zij zijn hem dwaasheid en hij kàn ze niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden worden. De moderne religieuze stromingen werpen deze uitspraak niet omver. Ze spreken wel van hogere behoeften in de mensheid dan het platte materialisme alleen, maar het komt toch bovenal aan op het woord van Jezus tot Nicodemus: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk der hemelen niet zien. Bovendien betreffen de moderne godsdienstige stromingen maar een zeer klein deel van de mensheid. In het algemeen genomen vertoont het leven van de wereld buiten Christus geen enkele veredeling of verheffing. Eer is er van toenemende ontaarding te spreken. Het huisgezin of in breder zin genomen het gezinsleven is vaak verwilderd. De discipline geldt niet meer door de naweeën van de anti-autoritaire opvoeding. Het is waarlijk realistisch om te zeggen dat de hedendaagse generatie geen respect meer heeft voor het gezag. Wij zien heus wel, de uitzonderingen. Maar het gehele gezinsleven is veelszins dof. Er heerst veelal platheid.


Uiteraard treffen wij hier en daar nog steeds groepen aan, waarin men vasthoudt aan orde en tucht, liefde en trouw. Er zijn zelfs tekenen te vinden van elementen, die goede idealen najagen. Maar het doorsnee peil van het gewone leven stijgt niet, maar daalt. Wie in de kieren van het leven speurt, verwondert er zich gedurig over, dat de uitkomst niet nog erger is. Het schuimt doorgaans in de gezinnen, van het gif dat gespoten is. De huwelijkskeuze is veelal triviaal. Het amusement werkt menigmaal verslavend. De goede toon in de omgang is vaak zoek. Een algehele verruwing in het openbare leven is gaande in alle kringen.


Wij kijken ook de kerkelijk gemeente eens aan. Wij sluiten ons ook niet af voor de zegen, die de gemeente op vele terreinen heeft gebracht. Het zou werkelijk niet veel moeite vragen om na te speuren in welk een mate het Evangelie de wetenschap heeft veredeld, het onderwijs heeft verdiept, de cultuur verrijkt. De invloed van de gemeente van Christus doet zich zelfs gevoelen op het gebied van het sociale leven en op het terrein van de barmhartigheid. Maar wie kan nu ontkennen dat er vele melaatse plekken zijn aan te wijzen? Wie dieper dan de oppervlakte gluurt, klaagt over een grenzeloze wereldgelijkvormigheid in leven en denken. Er is een grote veruitwendiging van het christelijk leven. Natuurlijk, er valt waar te nemen in menige gemeente meer besef van keuze, een grotere directheid. De catechisaties vertonen meer betrokkenheid van de jonge mensen dan voorheen het geval was. Het is alles waar. Maar is nu alle formalisme verdwenen? Wij noemen een brede verwaarlozing van de saamhorigheid der gemeente. Wij ontdekken een droef verval van het kerkelijk besef onder ons. Om maar niet te spreken van een kerkelijk toerisme op de zondagen, dat alle perken te buiten gaat.


Er is dus wereldgelijkvormigheid en veruitwendiging. Ook onder degenen die op hoge normen prijs stellen. De diepste oorzaak van beide verschijnselen ligt in een gebrek aan persoonlijk geestelijk leven. Dat mist de nodige diepte. Het ontbreekt veelal aan lust tot onderzoek van de Heilige Schrift, ook al erkennen wij grif dat er tal van middelen en gelegenheden zijn om ons daarin te voeden. Men leest veel te weinig. Men denkt veel te spaarzamelijk na. Het snelle woord, de vluchtige blik, het vlotte gesprek – alles moet snel en haastig gebeuren. En daarom laat het geen indruk na. Juist het persoonlijke leven is van groot belang. Het is het middelpunt waaromheen de bredere kringen van de gemeente en de wereld liggen. Hier geldt daarom voor ieder de eis van streng zelfonderzoek. De kerk is naar haar diepste wezen immers niets anders dan de vergadering of de gemeenschap van alle christgelovigen. Om die reden kan de kerk niet beter zijn dan de afzonderlijke discipelen. Er wordt veel en mateloos geklaagd over de gemeente. Zij is geroepen om de ongelovige wereld te zegenen. Maar hoe zal zij hiertoe bekwaam zijn, als er geen bloeiend, groeiend geestelijk leven bij haar leden gevonden wordt? Haar invloed op de wereld rijst en daalt met het innerlijke gehalte van haar particuliere leden. De bezielende geest, waarvan door middel van het gepredikte Woord een herscheppende kracht uitgaat, woont niet in tempels met handen gemaakt, maar in levende harten, die met elkaar samengebonden zijn door de band van geloof en liefde. Een ieder beproeve daarom zichzelf het allermeest.


De grootste reis van de wereld is die van het hoofd naar het hart. Het komt op zelfkennis aan. Dat is zeer moeilijk. Maar zullen wij genezen van dwaling en verstrooiing, dan zullen wij toch daar moeten beginnen. De gehele geest van onze levensperiode is op het uiterlijke om ons heen gericht. Daarom moeten wij terug naar de inkeer. De reden waarom er zo weinig zelfveroordeling is, is dat er zo weinig zelfonderzoek is. Door gebrek aan deze deugd gelijken velen op reizigers die in andere landen overal de weg weten, maar niet in hun eigen land. Wij leven op deze wijze aan onszelf helemaal voorbij. Het christelijk ge­loof kàn op deze manier een vernis worden, die het diepe bederf verheelt. Ken dan uzelf allereerst!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zelfinkeer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's