Boekbespreking
drs. F. van Ruitenburg, De eerste brief van Johannes, Lezen in de Schrift, Den Hertog, Houten 1990, 110 blz., prijs ƒ 19,75
Een korte Schriftverklaring van de eerste Brief van Johannes. Dit handzame boekje dat ik uitnemend geschikt acht voor persoonlijke bijbelstudie en voor gebruik door bijbelstudiekringen, is de schriftelijke bewerking van een aantal bijbelstudies, oorspronkelijk voor studenten bedoeld, later behandeld op de cursus voor godsdienstonderwijs (CGO). In de inleiding vergewist de schrijver zich van zijn omgang met de Schrift (vanuit een Schriftgeloof in de zgn. organische inspiratie van de Schrift) en van zijn methode van exegetiseren. Daarna de behandeling van de brief die op zich weer voorafgegaan wordt door inleidende opmerkingen over de achtergronden van de brief (schrijver, doel, datum en plaats van ontstaan en opbouw). Bij de uitleg geeft v. Ruitenburg eerst de pericoop die hij behandelt weer (Statenvertaling), daarna een uiteenzetting over de structuur van die pericoop, dan de exegese vers voor vers (kort) en tenslotte een aantal vragen ter overdenking met een aanzet tot discussie (citaten meest van Calvijn). Aan het slot van het boekje: een behandeling van een drietal kernwoorden: gemeenschap, liefhebben, kennen.
Ondanks enkele forse vraagtekens die ik in de kantlijn plaatste bij de lezing van dit boekje, ben ik dankbaar voor het hier gebodene. Er wordt eerbiedig geluisterd naar wat het Schriftwoord ons zegt. Daarna worden de lijnen doorgetrokken naar de belijdenisgeschriften. En tenslotte worden de lezers door de gespreksvragen tot nadenken gebracht over het bestudeerde bijbelgedeelte. Want de Schrift is nuttig tot...
Een paar kritische vragen mag ik niet onvermeld laten. Blz. 22: 'Het woord "getuigen" komt in de Bijbel alleen voor in de ambtelijke zin. Heeft dat nog gevolgen voor onze visie op evangelisatie, evangelisten en medewerkers?'. Een wat suggestieve vraag. N.a.v. Matth. 28 : 8, 9 waar tot tweemaal toe van de vrouwen bij Jezus' open graf gezegd wordt, dat zij het de discipelen boodschapten, zou het tegenovergestelde kunnen worden gevraagd. En dan blz. 75 (weer bij een gespreksvraag): 'Kunnen we zeggen, dat de Heere "iedereen" gebiedt te geloven of moeten we het iets voorzichtiger zeggen?' Hierop zou ik antwoorden: ls de Dordtse Leerregels voor ons een authentieke weergave zijn van het Bijbels getuigen, moeten we het vooral niet voorzichtiger zeggen. In D.L. II. 5 lezen we, dat de belofte van het Evangelie alle volken en mensen... zonder onderscheid moet worden verkondigd en voorgesteld, met bevel van bekering en geloof. Dat hoeft toch niet voorzichtiger gezegd te worden? Zomaar een paar vragen waaruit moge blijken, dat ik graag met de schrijver heb meegedacht. Verder zou ik willen zeggen: Ga met dit boekje aan het werk. Het verdient uw aandacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's