De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Trekt God de armen voor?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Trekt God de armen voor?

Van Overzee

7 minuten leestijd

Is de term 'voorliefde voor de armen' niet een typische term die uitgevonden is door degenen die zelf niet arm zijn?
'Ik maakte het een keer mee,' vervolgt Guttiérrez, 'dat na één van mijn lezingen iemand opstond en zei: Ik hoef niet voor de armen te kiezen want ik ben zelf arm. Maar ik zei toen: Een arme moet ook voor de armen kiezen. Er zijn immers legio armen die voor de rijken kiezen of alleen maar voor hun eigen hachje.' Zo mag die voorliefde door iedereen gedeeld worden, ook al zijn de wegen waarop we die voorliefde utleven verschillend. Ik zeg niet 'moet'. Het is een voorliefde die niet verplicht beoefend word, maar in vrijheid. De ware vrijheid leeft zich uit in de liefdedienst (Galaten 5 : 13). Ten diepste is er echter niets wat exigenter, veeleisender is dan de vrije genade die ons bewezen wordt. Die gratuite liefde, die vrije genade heeft ons gemaakt. 'Made in gratuidad', dat karakteriseert ons ten voeten uit. Wij zijn niet gezaligd vanwege onze kwaliteiten en onze werken. Dit ligt ons niet.
Concluderend: theologie is spreken over God. Er zijn twee manieren om over God te spreken: de profetische taal en de contemplatieve taal (het gebed). De profeet spreekt in naam van God en waakt er voor dat wij de relatie tot God niet scheiden van de relatie tot de arme. De profetische taal roept ons voortdurend in herinnering dat God zich in de geschiedenis geopenbaard heeft. God maakt Zijn voorliefde bekend midden in de geschiedenis. Dat ligt ons helemaal niet. Ook het vrome vlees pikt dat niet. Een dichter-profeet zei het eens zo: 'Velen bidden. Onze Vader die in de hemelen zijt, blijf daar maar!' Maar Hij is daar niet gebleven. Hij valt ons lastig. Hoe? Onder andere door armen aan de kant van onze weg te leggen. Wie gaan er aan de beroofde voorbij in de gelijkenis? De theologen. De dominees. De diakenen. Wie helpt? Een Samaritaan! Solidariteit is je eigen weg durven laten onderbreken omdat je naaste wilt zijn van de gewonde. Iemand zei eens tegen mij: 'Pastoor, ik ben een goed christen'. Ik weet niet waarom men dat zo graag tegen een pastoor zegt. Zeker om er wat mee te worden! Hij zei: 'Ik ga van mijn huis naar het werk en vice versa. Nooit ga ik van de weg af.' Ik zei: 'Dat is er nu juist een teken van dat je geen goed christen bent! Je moet juist wel als er een arme op je weg komt, van je eigen weg afslaan!' Het is goed om ook bijvoorbeeld in je beroepskeuze je door die voorkeur voor de armen te laten leiden. De contemplatieve taal, het biddend leven is diep onder de indruk van die liefde waarmee God ons eerst heeft liefgehad. Die liefde vraagt van ons meer dan ons streven naar rechtvaardigheid toelaat. De rechtvaardigheid heeft een plafond. De gratuite liefde niet. Bedenk wel: die liefde is geen toetje na het hoofdgerecht: de gerechtigheid. Het gaat om een inzet voor concrete personen die een naam hebben. Ik ben bezorgd over al die mensen die zonodig zich in moeten zetten voor de arme, voor de onderdrukte klasse, voor het rassenvraagstuk. Ik ontken niet de collectieve begrippen niet kunnen helpen om het probleem beter te onderkennen. Maar ik benadruk nu het persoonlijk aspect.
Lazarus had een naam. Maar de rijke kende hem niet. Zag hem niet. Armen hebben een naam. Ze hebben ook waarden. Dat moeten we niet vergeten. We mogen niet alleen op hun gebreken letten. Luister maar eens naar wat José Maria Arguedas schrijft over de schoonheid van de indianencultuur.
Tenslotte we moeten beide èn de profetische èn de liefde-taal spreken. Uit de vragenbeantwoording licht ik de volgende opmerkingen: 'Met mensen die anoniem christen willen zijn weet ik geen raad. Eens vroegen vier moderne Spaanse nonnetjes me om raad over waar ze moesten gaan werken en hoe. Ik zei: Ga in een parochie werken. Maar dat wilden ze niet. Ze wilden een flatje huren en gewoon tussen de mensen als mensen wonen en niet als religieuzen en ze hoopten dat het Evangelie aanstekelijk (letterlijk Spaans: besmettend) zou gaan werken. Ik zei toen: Dan kunt u lang wachten want er zijn hier zoveel ziekteverwekkende bacillen dat het Evangelie wel een hele grote bacil moet zijn om de mensen te besmetten! We moeten niet bang zijn om christen te heten. Wee ons als we het Evangelie niet verkondigen. We hebben zoveel van God gekregen, dat moetje toch uitdelen! Als we geen identiteit hebben als christenen, valt er eigenlijk niet over God te praten.'
Op de vraag of de theologie van de bevrijding ook iets te zeggen heeft op Cuba zegt hij: 'In de eerste plaats: het gaat mij niet om de theologie van de bevrijding en of ze succes heeft. Ik ben niet de secretarisgeneraal van de theologie van de bevrijding! Ze is maar een instrument dat me helpt herinneren wat ik moet doen. Wat interesseert is het Evangelie en dat is voor iedereen. Ook voor Cuba is het zinvol de grenzen van het menselijk kunnen aan te geven en zo het Evangelie bekend te maken. Over het socialisme en het kapitalisme heb ik nooit in de Bijbel gelezen, over de arme wel. We mogen geen christenen zijn die over het slagveld lopen met een bloem in de hand. We mogen naasten zijn van de arme.'
Zo dat was Gustavo Guttiérrez. Ik weet niet wat voor beeld u van hem had of nu hebt, in ieder geval kan het geen kwaad eens wat van hem doorgegeven te hebben in 'De Waarheidsvriend'. Want wie vriend van de Waarheid is mag niet tevreden zijn met karikatuurbeelden. Er zijn nogal wat boekjes van hem in het Nederlands vertaald. Begint u maar met zijn boekje over Job.
Of ik geen kritiek heb? Bent u wel eens een Nederlander tegengekomen die geen kritiek heeft op andermans theologie? Mijn kritiek is o.a. dat Gutiérrez mijns inziens te optimistisch is wat betreft de verwoestende doorwerking van de zonde in personen en te oppervlakkig wat betreft de verlegenheid over: wat te doen?, juist onder hen die waarachtig voor de armen kiezen en ook dat hij te weinig kritiek heeft op zijn eigen kerk. Strookt het machtsinstituut en de Roomse hiërarchie met zijn theologie? Waarom blijven de sacramenten een grotere rol spelen dan de prediking? Ik merk iets van een reformatiebeweging bij hem en bid om een nog radicalere kerkhervorming in Latijns-Amerika. Ook bid ik om een blijvende doorwerking van de protestantse Reformatie in Nederland. Een van de instrumenten voor die permanente Reformatie zou wel eens Gutierrez kunnen zijn. Er zijn genoeg redenen om op hervormingsdag eens beide: Calvijn èn Gutiérrez te lezen.
De kerk van de armen is de gemeenschap van armen en van arme zondaren die leren leven van de pure genade om niet en dat uitleven in hun voorliefde voor andere arme zondaars en bedelaars om hen brood te geven en hen te wijzen op het Brood des Levens, Jezus Christus. Wat vindt u van deze definitie? Nog belangrijker: behoort u bij de kerk van de armen? Dan zingt u graag 'Ik ben nooddruftig, arm en naakt, O God, mijn Helper uit ellenden, haast U tot mij, wil bijstand zenden. Uw komst is 't, die mijn heil volmaakt.' Psalm 70 (berijmd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Trekt God de armen voor?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's