Wonderen of mirakelen
Het is al weer een aantal weken geleden, dat ik het voor het eerst hoorde. 'Ouders van een vriend van een lid van de studentenvereniging' hadden het meegemaakt. Ze reden per auto over de snelweg en pikten een lifter op. Die begon met hen een gesprek over het Koninkrijk Gods. Op een bepaald moment kondigde hij aan, dat Jezus spoedig zou terugkomen. Men keek eens achterom om te vragen hoe hij dat bedoelde. Maar de lifter bleek verdwenen te zijn. Toen ze het meldden bij de eerstvolgende politiepost bleek het echtpaar 'het achtste geval te zijn'.
Ik uitte gerede scepsis bij het aanhoren van dat verhaal. Daarna heb ik het in allerlei toonaarden opnieuw gehoord. En intussen is er ruime aandacht aan gegeven in de krant en voor de radio. De politie heeft zelfs de corpsen in den lande opgeroepen melding te doen van de gewraakte gevallen. Maar dat blijkt tegen te vallen. En overigens blijkt het niet mogelijk te zijn ook maar iemand te vinden, die bereid is het verhaal uit eigen ervaring, uit de eerste hand te vertellen. Het is altijd weer een vriend van een vriend van een kennis, die een tante heeft, die het van een vriendin hoorde.
Heeft het dan zin aan zulke òn-zin nog een woord vuil te maken? Me dunkt van wel. Want wat zou de dieper liggende oorzaak van zulke fabeltjes kunnen zijn? Daarom ga ik toch op dit gegeven nog wat door.
Het opzienbarende
Het opzienbarende boeit. Wij, ik bedoel mensen van deze moderne tijd, hebben in onze tijd het christelijk geloof grosso modo uitgebannen. Maar de moderne mens haalt intussen anderssoortige ervaring vanuit een onzichtbare geesteswereld, uit de wereld van het irrationele, grif weer door een achterdeur binnen. Nú eens is er lange tijd aandacht voor het 'zwarte gat', waar sprake is van allerlei miraculeuze, niet-verklaarbare verschijnselen. Dàn weer duikt het spiritisme, het oproepen van geesten van overledenen uit oude tijden en van recenter datum in eigentijdse vormen op. Hier blijkt sprake te zijn van een gat in de geestelijke markt. Mensen — niet in het minst ook intellectuelen —, die het christendom ver achter zich hebben gelaten of er smalend de schouders voor ophalen, blijken opeens vatbaar te zijn voor de meest wonderbaarlijke uitingen van irrationale verschijnselen.
In zulk een tijd nu proberen ook christenen aansluiting te vinden bij zulke geestesuitingen van de eigen tijd. Vandaag sluiten bijvoorbeeld mensen vanuit hun christen-zijn (althans wat daarvoor moet doorgaan) aan bij de moderne beweging New Age. En de radiopastor van de IKON, ds. J.H.C. Stolp, heeft van zich doen spreken door luidop te verkondigen in reïncarnatie te geloven. Hij gelooft al meerdere levens achter zich te hebben. En wat te denken van de theoloog uit Zuid-Korea — we noemden deze in ons vorige artikel — die op de Wereldraadassemblee in Canberra het oproepen van geesten van overledenen in verband bracht met de Heilige Geest?
In ditzelfde licht moet dunkt me het verhaal van de liftende engel worden gezien. Het paranormale, dat wat zich buiten de normale horizon van ons mensen voltrekt, is in. Welnu, dan gaan ook 'wij' spectaculaire middelen gebruiken, bijvoorbeeld om mensen te doen geloven, dat Jezus zal wederkomen.
Het verhaal van de liftende engel is — zo blijkt nu — niet van vandaag of gister. Het blad 'Kerk' meldde, dat het verschijnsel zich al tien jaar geleden in Amerika voordeed. Het circuleerde daar in Pinksterkringen en de voormalige presidentscandidaat Pat Roberston, zelf een 'evangelisch voorman', heeft er in een televisieprogramma toen altegen gewaarschuwd. Vandaag schijnt het verhaal tijdens een jeugdweekend van de evangelische organisatie 'Jong en vrij' vanuit Amerika te zijn geïmporteerd. En sindsdien kreeg het vleugeltjes. Kennelijk wordt gedacht: ls mensen een liftende engel niet meer geloven, wie zullen ze dan nog wèl geloven? Daarom gooit men er het meest miraculeuze verhaal maar tegenaan om de boodschap ingang te doen vinden.
Intussen zijn we ver verwijderd van de Bron. Dat geldt zowel voor de Zuidkoreaanse theoloog, die geesten opriep, als voor ds. Stolp, die in reïncarnatie gelooft, als ook voor het verhaal van de liftende engel. Toen de rijke man van de gelijkenis in de hel de ogen opsloeg en van verre Lazarus in de schoot van Abraham zag, realiseerde hij zich, dat hij nog vijf broers had, die kennelijk net zo ver van Gods Koninkrijk leefden als hij, toen hij nog elke dag 'vrolijk en prachtig' zijn dagen op aarde doorbracht. Hij vroeg aan Abraham of Deze Lazarus naar zijn broer wilde zenden. De (geest van de) overledene moest de broers gaan waarschuwen, dan zouden die pas geloven. 'Ze hebben Mozes en de profeten, dat ze die horen'. Dat was het enige antwoord, dat hij kreeg. Dat is ook de enige boodschap waaraan wij vandaag een boodschap zullen hebben. Samen met die van de apostelen, zeggen we er nu bij! Die hebben ons alles verteld, geopenbaard omtrent het Koninkrijk Gods. Vanwege hun boodschap weten we ook over de komst van het Rijk in volkómenheid, als Jezus wederkomt op de wolken des hemels. Hij zal dan het Koninkrijk teruggeven in de handen van de Vader. Die boodschap vraagt geloof. Niets meer en niets minder. Daarvoor hebben we geen liftende engel nodig. 'Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen' (Lucas 16 : 31).
Ik wil het nog sterker zeggen. Zulke miraculeuze verhalen, die de Boodschap geloofwaardig moeten maken, maken deze in feite òn-geloofwaardig. De wereld spoelt er de mond mee. Uiteindelijk blijkt het allemaal een hersenschim, een luchtspiegeling te zijn. Dan behoeft men er niet verbaasd over te zijn als de buitenwacht één en ander al spoedig trekt in de sfeer van de grap of de klucht en uiteindelijk de spot drijft met wat wèrkelijk heilig is.
Het wonder
De titel, die ik aan deze bijdrage gaf, wil onderstrepen dat we wel onderscheid moeten maken tussen wonderen en mirakelen. Met mirakel bedoel ik dan de tweede betekenis, die Van Dale eraan toekent, namelijk 'iets wonderbaarlijks' of 'een bovenmenselijk kunststuk'. Dat is iets anders dan het wonder in de bijbelse zin van het woord. Misschien moeten we zeggen dat, nu het geloof in het wonder taboe is geworden, de aandacht voor bovenmenselijke kunststukjes toeneemt, als surrogaat om een bepaalde leegte op te vullen.
Maar, ook al komen we geen liftende engelen tegen, engelen bestáán wèl. Ze bestaan niet omdat we ze zien. Maar ze bestáán en dat mogen we gelóven. In psalm 91 wordt gezegd: 'Hij zal Zijn engelen aangaande u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen'. En in Hebreën 1 : 14 worden ze geduid als 'gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om degenen, die de zaligheid beërven zullen'.
Ooit kreeg ik na het middernachtelijk uur een lift van een joodse arts, nadat ik midden in de verlaten Flevopolder met de auto was gestrand. We kregen een boeiend gesprek. Bij het uitstappen vroeg hij: 'mijnheer, gelooft u in engelen?' Toen ik bevestigend antwoordde zei hij, dat zijn vader hem altijd voorhield, dat engelen zorgden voor goede ontmoetingen. Welnu, in de diepe zin van het woord zit daar best een diepe waarheid in. Engelen worden tot dienst uitgezonden. Ze behoren tot het universele van Gòds wereld. Zodra we ze met het blote oog zien, hebben we ze echter in ònze wereld getrokken. Maar we kennen ze alleen vanwege Mozes, de profeten en de apostelen. Die hebben ons ook de engelen geopenbaard. Ze behoren tot die bedeling, die geen oor heeft gehoord, geen oog heeft gezien en in het hart van een mens niet is opgeklommen maar die God bereid heeft voor degenen, die Hem lief hebben.
Dit brengt me tenslotte op het wonder in het algemeen. We zijn in onze dóór en dóór verrationaliseerde wereld het zicht op het wonder kwijt geraakt. Wij meenden alles rationeel, met ons verstand te kunnen verklaren. Al wat buiten het zichtbare, het waarneembare, het verklaarbare en het bewijsbare ligt, bestaat eenvoudigweg niet. Terwijl echter alles om ons heen wònder is. Als het er helemaal op aan komt is niets verklaarbaar. Al wat wij verklaren gaat terug op wetmatigheden in de natuur, die niet verklaarbaar zijn niet minder dan Scheppingswonderen van God zijn.
En God doet verder – dat is een tweede aspect van het wonder – alle dingen medewerken ten goede voor degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn (Rom. 8 : 28). Daarbij schakelt hij ook de wetmatigheden en de in Zijn schepping gegeven middelen in. We zijn echter vaak allang verleerd daarachter het wonder van Gods voorzienigheid en bewarende trouw, van Zijn Hand in al het gebeuren te onderkennen.
Maar het Woord openbaart ons ook het wonder in die derde gestalte. Dan doorbreekt de Heere Zelf de wetmatigheden, door Hem in de schepping gelegd. Zo komen we bij 'de wonderen van de Heiland', die eerst en vooral manifest geworden zijn in Zijn voor het menselijk verstand ondoorgrondelijke geboorte, opstanding en hemelvaart. Maar omdat Hij de Opgestane is en Zelf alle kaders, waarin wij met ons verstand gevangen zijn, doorbrak, kan Hij ook een wonderdoend Heiland zijn. Een Heiland zoals in oude middeleeuwse literatuur werd gezegd.
We moeten daarom vandaag niet toe naar de geheimzinnige wateren van het miraculeuze of het paranormale maar naar de klare bronnen van het Woord, waarin de wonderen van de Allerhoogste ons in Hem worden geopenbaard.
Wonderen en middelen
Nergens leert de Schrift ons intussen, dat de mens niet gebruik zal maken en moeten maken van de normale middelen voor het onderhoud van zijn leven. Maar het wonder van de zegen is onontbeerlijk. Dat geldt ook wanneer ziekte toeslaat. Ook in dat verband is er soms sprake van uitersten. In de eerste plaats: onvoorwaardelijk en absoluut vertrouwen op de middelen. Falen die dan wankelt alles. Anderzijds: het toevlucht nemen tot 'bovenmenselijke kunststukjes', tot het miraculeuze toe, gepraktiseerd door krachtpatsers van welke aard dan ook. Om het gechargeerd te zeggen: gebedsgenezers ontzien zich soms niet mensen met een houten been de waan bij te brengen hen weer te kunnen voorzien van benen van vlees en bloed.
Juist echter ook als het gaat om genezing bewerkt God geen mirakelen maar wel wonderen. Het is een wonder van Zijn Hand als Hij de middelen zegent. Het is zeker een wonder als Hij geneest op het gebed op een zodanige wijze, dat organen, die niet meer of onvoldoende functioneerden of die op welke wijze dan ook aangetast waren, weer gáán functioneren op de normale wijze. Als alle middelen zijn uitgeput kan Hij (nochtans) werken. Soms komt men binnen de christelijke gemeente ontroerende voorbeelden van genezing op het gebed tegen. Het is niet goed als getuigenissen daarover soms met wantrouwen tegemoet worden getreden. Wat is anders nog de waarde van het gebed? We moeten dan gebed vervangen door onvoorwaardelijk vertrouwen op kunstmest of medicamenten. God is ook vandaag een God van wonderen. Al staat het Hem vrij deze op Zijn tijd en wijze te betonen of ook niet te betonen.
Ook binnen de kerken hebben we soms te weinig nog het zicht op Gods Almacht (hoewel met de mond beleden), op Gods mogelijkheden dwars door onze menselijke onmogelijkheden heen. Maar wonderen zijn geen mirakelen. En ze zijn altijd dienstbaar binnen Gods Koninkrijk. Daarin verricht de Heere geen stuntwerk. Het is alles ten dienste van hen, die de zaligheid beërven.
Zo moeten en mogen we dunkt me ook zicht hebben op de engelen. Ik ben nog nooit een liftende engel tegengekomen. Toch hoop ik dat engelen meegaan wanneer we ons in het gevaar van het verkeer begeven. Om maar één voorbeeld te noemen. Maar ze openbaren ons niets aangaande de weg der zaligheid en inzake het Koninkrijk Gods. Daarvoor hebben we Mozes, de profeten en de apostelen. En hun getuigenis is te Boek gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's