De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor altijd getekend!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor altijd getekend!

4 minuten leestijd

De bekende reformator Maarten Luther had met houtskool op de muur van zijn werkkamer op de Wartburg geschreven: 'Ik ben gedoopt!' Dat had hij gedaan, omdat satan hem steeds in het oor fluisterde dat er voor zo'n grote zondaar als hij geen genade was. Dan wees Maarten Luther op de woorden op de muur en zei: 'Satan je liegt, want ik ben gedoopt!' Luther hechtte zoveel waarde aan zijn doop, dat hij er voortdurend aan herinnerd wilde worden.

Ook wij en onze kinderen
Ook wij en onze kinderen zijn gedoopt. Meestal werden we toen we nog heel klein waren de kerk binnengedragen om het sacrament van de Heilige Doop te ontvangen. De kerkeraad heeft na de doopplechtigheid een doopkaart uitgereikt als een blijvende herinnering aan onze doop. Maar willen wij — net als Maarten Luther — er wel telkens aan herinnerd worden dat we gedoopt zijn?
De Heilige Doop wijst ons immers de weg tot het zalig worden in het bloed van Christus. De Heere heeft zeer veel zorg aan ons besteed, want door de doop heeft hij ons en onze kinderen apart gezet. Door de bediening van de doop zegt de Heere tot ons: 'Ik schrijf het op je voorhoofd met onuitwisbaar schrift dat er bij Mij zelfs voor de grootste van de zondaren genade is, want het bloed van Mijn Zoon reinigt van alle zonden.
Nu kunnen we begrijpen, waarom Maarten Luther steeds aan zijn doop herinnerd wilde worden. Door de doop hebben we het zegel van het verbond ontvangen. Dit zegel is het 'familiewapen' van Gods kinderen.
Het zichtbaar bewijs dat God met ons van doen wil hebben, mist de ongedoopte. Een ongedoopte heeft alleen het Woord van God, een gedoopte heeft een persoonlijke verzekering, dat de Heere om Zijns Naams wil niet alleen anderen, maar ook ons persoonlijk roept tot geloof, bekering en zaligheid. God gaf ons Woord en sacrament om daarmee werkzaam te zijn tot Zijn eer en tot onze zaligheid.

De doop maakt ons niet zalig
De doop op zich maakt ons niet zalig. De doop is een teken en zegel en wijst heen naar de afwassing van onze zonden. De beloften van Gods Verbond met ons worden door de doop verzegeld.
Om zalig te worden is het nodig, dat we geloven, dat we opnieuw geboren worden! Vaak wordt gedacht, dat de doop voldoende is om zalig te worden. We lezen in Gods Woord: 'Maar... die niet geloofd zal hebben, zal niet zalig worden!'
De doop is een extra genadevoorrecht, waardoor we extra zekerheid ontvangen in de strijd tegen de onzekerheid. Die extra gave roept ons en onze kinderen op om het anker van de hoop op ontferming te werpen in de ankergrond van Gods eed, die Hij weleer aan Abram deed, van Zijn verbond dat van geen wankelen weet.

Verantwoordelijkheid
De doop geeft ons een grote verantwoordelijkheid. Dat het zich gedragen naar de verantwoordelijkheid en verplichtingen die het gedoopt-zijn met zich meebrengen alleen of hoofdzakelijk als een plicht of een last ervaren wordt, geeft echter aan dat het voorrecht van het gedoopt-zijn niet of niet voldoende wordt beseft. Door de doop zijn we apart gezette mensen! We mogen niet vergeten, dat we Christus' merk- en veldteken dragen. De Heere komt eenmaal op onze doop terug. Heeft onze doop ons al bij God gebracht? Maarten Luther zei: 'Ik lig wel verloren in zonde en schuld, maar er is een God Die de Eerste in mijn leven is geweest en Die heeft gezegd: 'Al wat u ontbreekt, schenk Ik zo gij het smeekt, mild en overvloedig'.
Onze doop vraagt om bezinning. Het heeft voor gedoopten konsekwenties hoe zij hun dagen doorbrengen. God vraagt van ons om elke dag van ons leven in te richten tot Zijn eer. De herten in een kamp van een Romeinse keizer droegen aan een kettinkje om de hals een penning. Op deze penning stond in het Latijn gegraveerd: 'Raak mij niet aan, ik ben van de keizer'. Zo mochten we als gedoopten het zegel van de Heere ontvangen. Door Gods Geest mogen we in de dagelijkse strijd tegen de duivel, de wereld en het eigen vlees wijzen op dit zegel: 'Raak mij niet aan, want ik ben het eigendom van mijn God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Voor altijd getekend!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's