Globaal bekeken
Bij de bijdrage voor de rubriek 'Torenspitsen — Gemeenteflitsen' over Scherpenzeel, die drs. C. van Sliedregt inzond en die binnenkort geplaatst zal worden, werd meegezonden een brochure met een historische beschrijving over hervormd Scherpenzeel. Daaruit de volgende passage over 'Abraham Capadose':
Als Abraham Capadose, na informatie te hebben ingewonnen naar plaatsen waar 'veel van Gods dierbaar volk woont' in 1831 Scherpenzeel als zijn nieuwe woonplaats kiest, gaat hij wonen in De Zandhoeve vlakbij de kerk, waar nu de Rabobank gevestigd is.
Hij was opgegroeid in een voornaam joods milieu maar beleed op 20 oktober 1822 openlijk samen met Isaac da Costa Israëls Messias als zijn Heiland en was mede één van de mannen van het Reveil, een geestelijke opwekking in de vorige eeuw, die van groot belang is geweest voor het godsdienstig en kerkelijk leven in ons land.
Liefdeband
Capadose moest in Amsterdam zijn dokterspraktijk opgeven en wenste in een bosrijke streek te gaan wonen, dit mede door zijn astmatische benauwdheden.
Er groeide al snel een liefdesband tussen de Scherpenzelers en Capadose. Daartoe werkte zeker zijn innemende persoonlijkheid mee en op de maandagavond kwamen weldra, meerendeel eenvoudige mensen, onder zijn leiding als gezelschap bijeen.
Deze samenkomsten groeiden, en niet alleen uit het dorp maar ook uit de omgeving kwamen er mensen naar de gezelschapsavonden. Dit tot grote ergernis van de plaatselijke predikant, ds. Nahuys, met wie Capadose op gespannen voet kwam.
Vertrek
Ook de eigenaar van de Heerlijkheid van Scherpenzeel, waarvan Capadose het huis huurde, wilde het huurcontract niet verlengen en al waren er vrienden die hem een ander huis aanboden, toch vertrok hij met zijn gezin na 2 jaar naar Den Haag.
Zijn vrouw was er niet helemaal rouwig om, want zij had in Scherpenzeel omgang met mensen van wat meer ontwikkeling dan de meeste dorpsbewoners, toch wel node gemist.
Attestatie
Eenmaal in Den Haag vroeg hij zijn attestatie op, maar de kerkeraad was van oordeel dat 's mans oefeningen en gedrag hadden gestrekt om wanorde en verdeeldheid te verwekken en dat hij zich tegen predikant en kerkeraad onbescheiden en onchristelijk gedragen had.
Ds. Nahuys ging na 31 jaar in Scherpenzeel te hebben gestaan in oktober 1853 wegens stemgebrek met emeritaat. Zijn afscheidspreek werd daardoor door zijn zoon, theologisch student op een 'regt gepaste en indrukwekkende wijze voorgelezen', waarna ds. Nahuys de preekstoel beklom en met weinig woorden en een kort gebed zijn bediening besloot.'
Sipke van der Land bracht in een bij Kok te Kampen uitgegeven bundel 'De mooiste gedichten van vroeger' bijeen. Hier volgen twee (bekende) markante gedichten.
Een dominee
'Een dominee, mensen, dat is een man
van wie men alles verlangen kan.
Hij moet kunnen zwijgen, overal,
maar ook weer praten als een waterval.
Vergaderingen leiden vroeg en laat
en geestelijk blijven bij 't zotste gepraat,
bezoeken brengen aan groot en klein
en steeds voor iedereen te spreken zijn.
Een ieder behoort hij de waarheid te zeggen
maar mij geen strootje in de weg te leggen.
Familiair mag hij niet wezen
"dominee" moet op zijn gezicht staan te lezen.
Een man van karakter, dat eist onze tijd
maar... wij houden niet van eentonigheid,
dus brenge hij om de twee-drie weken
weer geheel andere, pakkende preken.
Diep moet hij graven, maar niet te geleerd zijn,
dan zou hij weer niet door allen begeerd zijn.
Het heil aller zielen is hem opgedragen,
maar naar zijn ziel hoeft niemand te vragen.
Zo staat hij als wrijf plaats in 't moeilijke midden,
maar wie blijft er altijd voor hem bidden?'
J.H. Gunning (1858-1940)
Het Boek der boeken
Bij 't openslaan van 't Boek der boeken,
Bedenk, o christen, dag aan dag,
Dat wie dat woord wil onderzoeken
Geen eigen licht vertrouwen mag.
Geen mensenwijsheid zou hier baten,
Geen vlijtige arbeid hier volstaan.
Alle eigen wijsheid dient verlaten,
Een ander oog moet opengaan.
Voordat ge u dan begeeft tot lezen,
Val, christen, val uw God te voet.
En dat een heilig, heilzaam vrezen
Zich meester make van uw gemoed.
Vraag eer ge verder gaat een zegen,
Vraag ogen, oren en een hart.
En Jezus zelve komt u tegen
In dit zijn Woord bij vreugde en smart.
Isaäc da Costa (1798-1860)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's