De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Na de val van Haman

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Na de val van Haman

11 minuten leestijd

Het zal nog wel geruime tijd duren alvorens de werkelijke omvang van de schade, die in de Golfoorlog is aangericht, bekend zal zijn. De eerste berichten zijn om te duizelen. De materiële schade wordt niet becijferd in miljoenen maar in vele miljarden dollars.
Als we alles op een rij zetten wat de 'beul uit Bagdad' aan leed en ellende over de wereld heeft gebracht — want met hem is het drama begonnen, vóórtgegaan en àfgesloten — dan is dat ronduit verbijsterend. Eerst heeft hij zijn volk meegetrokken in een oorlog met Iran, waarbij tienduizenden om het leven kwamen. Voorts ontzag hij zich niet de Koerden binnen zijn eigen volk uit te moorden en daarbij van chemische middelen gebruik te maken.
Tenslotte stortte hij zijn volk en de omringende volkeren in de ellende van de Golfoorlog. Milieuvervuiling op grote schaal. Gijzelaars en eigen burgers gebruikt als menselijk schild. En de tol, die betaald moest worden door het volk, dat maar had te volgen, is hoog gebleken. De eerste cijfers spreken van 100.000 à 150.000 doden. Alleen al de vage omschrijving van dit aantal duidt aan hoe onzeker alles nog is. En de aanstichter van al dit brute geweld leeft (nog). De tijd zal leren hoe het hem verder zal vergaan. We hebben gebeden om de val van tyrannen. Welnu, voorlopig is zijn val al groot.


Wat dit laatste betreft, als nooit te voren hebben we kunnen constateren, waartoe in deze moderne tijd militair overwicht leidt. Het is bijna onvoorstelbaar, dat in deze gruwelijke oorlog zóveel slachtoffers vielen aan iraakse zijde, terwijl van geallieerde zijde sprake is van 'slechts' ongeveer honderd doden. Met uiterste perfectie is het iraakse leger door de geallieerden vernietigd, met spáring van eigen manschappen. Als de berichten juist zijn, zijn van de 4500 iraakse tanks 4200 stuks vernietigd. Dit is moderne oorlogvoering ten top.

Dankbaarheid
Er zijn in de afgelopen tijd vele en velerlei gebedssamenkomsten gehouden. Welnu, er is vandaag alle reden tot danken. De dank gaat uit naar de Allerhoogste, die het oorlogsgeweld een halt toeriep. We beseffen zeer wel dat, als we dit zo zeggen, de vraag oprijst of God dan deze oorlog heeft gewild en bedoeld. De laatste tijd is over de plaats van God in deze oorlog veel geschreven en gesproken. Het mag dunkt me voldoende zijn om te zeggen, dat er ook sprake is van rechtvaardige oorlogen, van oorlogen, die bedoelen recht en veiligheid te herstellen. Deze oorlog móést worden gevoerd vanwege de onmiskenbare agressie van de beul uit Bagdad. Alle middelen om zijn brute machtsdrift in te tomen hadden gefaald. Toen was de oorlog onvermijdelijk en ethisch verantwoord.
Uniek was ook intussen dat de wereld deze oorlog van stap tot stap, van minuut tot minuut heeft kunnen meebeleven, dank zij de snelle communicatie. Dat betekende, dat wisselende stemmingen in de kortste keren over de hele wereld sloegen. Binnen tien minuten kon er sprake zijn van wereldwijde stemmingen van euforie of teleurstelling. In ieder geval is nooit eerder een oorlog zó meebeleefd en derhalve door ieder becommentarieerd als deze. We leven mondiaal, als nooit tevoren.

Wij mogen in dit verband ook respect en dankbaarheid uiten jegens mensen, die hun leven veil hebben gehad om bevrijding te brengen uit de ban van de agressie. We denken aan de honderdduizenden militairen, die naar het slagveld gingen. Op het slagveld worden immers mensen slacht-òffer. Opnieuw waren het intussen geallieerden, onder leiding van Amerika — zoals te onzent in 1945 —, die de bevrijding hebben bevochten. Wie moest, bij het zien van de beelden van bevrijd Koeweit, niet denken aan 1945, toen de geallieerden juichend werden binnengehaald, nadat Hitler was onttroond! De Tweede Hitler van deze eeuw is eveneens onttroond. God gebruikte daarvoor mensen. We hebben er geen moeite mee — integendeel! — om hier hulde te betuigen aan het adres van president Bush, die stond als een rots in de branding. Tot in de vergadering van de Wereldraad van Kerken toe is hij ook mikpunt van kritiek geweest, maar hij bleef vastberaden. Ook toen de euforie enkele malen toesloeg — omdat Irak zou hebben toegegeven — ging Bush onverbiddelijk verder. Ook toen het ging rommelen binnen de coalitie, hield hij de lijn vast. Aan àlle voorwaarden moest zijn voldaan. Hij liet de dictator uit Bagdad geen millimeter ruimte om te ontsnappen. Intussen duurde de grondoorlog slechts honderd uren. Bush mag met recht een kérel worden genoemd. Maar we zagen hem ook als mens, die zich niet schaamde de Naam van de Allerhoog­ste te noemen en die 's zondags met de gemeente opging onder de verkondiging.

Haman
Nog eens zet ik boven een bijdrage over de Golfcrisis intussen de naam van Haman. Net na het uitbreken van de Golfoorlog zette ik boven een artikel 'Israël heeft ook Haman overleefd' (Whvr. 16 augustus). Het werd geschreven boven op de Olijfberg in Jeruzalen, enkele dagen na de inval van Irak in Koeweit De hele wereld was op dat moment eenparig tegen Saddam Hoessein. Dat kwam tot uitdrukking in eenparig aanvaarde VN-resoluties. Yasser Arafat van de PLO had evenwel 'begrip' en verzwagerde zich al spoedig met Bagdad. Toen de Amerikanen landden in Saoudi Arabië was de reactie uit Bagdad, dat Israël de schuldige was. Israël was de agressor. En bij de eerste de beste aanval van amerikaanse zijde zou Israël — zo meldden toen de berichten — met chemische wapens worden bestookt.

Ik schreef 's morgens vroeg, met het uitzicht over Jeruzalem: 'ze hebben Haman overleefd en zullen hopelijk ook Irak overleven. En hopelijk zal het kind van Hagar eenmaal spelen in de tent van Sara. (Martin Buber). Vrede zal toch, nochtans over Israël zijn).'


Sinds de eerste dreigende taal uit Bagdad is in Israël ernst gemaakt met de dreigementen. Israël leefde maandenlang onder de bedreiging van gas. De gasmaskers waren maandenlang onder handbereik, thuis en op het werk. En toen de eerste scuds op Tel Aviv vielen, brulde de man uit Bagdad — we schreven er al eerder over — dat heel Tel Aviv één groot crematorium was. De wens was de moeder van de gedachte.
Uitgerekend nu op de dag van het joodse Purimfeest konden de Israëli's de gasmaskers opbergen en hun afgeplakte kamers weer in de oude staat terug brengen. Purim, het feest van de herdenking van de gebeurtenissen, beschreven in het boek Ester. De galg, die voor Mordechai was bestemd, werd uiteindelijk opgericht voor Haman zelf. 'Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden'.
Van jaar tot jaar vieren de joden wereldwijd het Purimfeest. Veelvuldig valt dan de naam van Haman. En telkens als zijn naam klinkt (ook in de synagoge) stampen de joden met de voeten op de grond. Hamansoren worden gegeten. Haman, het blijvende symbool van dreiging en van het overkómen van die dreiging.
Zo is ook nú weer Israël aan de dreiging ontkomen. Niet dat Israël er zonder schade is afgekomen. De tol van drie duizend vernielde huizen moest worden betaald. En de psychische schade van het opnieuw geconfronteerd te zijn met 'gas' is moeilijk te traceren. Maar ook hier mag van een wonder worden gesproken, dat slechts enkelen onder het geweld van de scuds zijn omgekomen.


Jeruzalem is nog, opnieuw gespaard. De iraakse legers hebben geen kansen gekregen de chemische middelen, die lagen opgetast, te gebruiken. De legers zijn misleid met een omtrekkende manoeuvre van de geallieerden. In Zacharia 12 : 14 lezen we: Te dien dage, spreekt de Heere, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen en alle paarden der volkeren zal Ik met blindheid slaan'.
Gods Hand is in de geschiedenis. Dat belijden we. Dan is er enerzijds sprake van Gods slaande Hand. Maar ook van Zijn sparende Hand. Voor Israël mag opnieuw gelden wat we lezen in psalm 124:
W' ontkwamen haast des vogelvangers net,
den lozen strik, tot ons bederf gezet;
De strik brak los, en wij zijn vrij geraakt.
De Heer is ons tot hulp op ons gebed.;
Die God, die aard' en hemel heeft gemaakt.'


We bedenken intussen wel, dat al Gods bevrijdende daden een 'opdat' hebben. Dat geldt voor Israël, dat geldt voor de volkeren, dat geldt voor de christelijke gemeente. 'Ik doe het niet om uwentwil. Ik doe het om Mijns groten Naams wil.' Daarom past bij alles dank aan Hem en inkeer voor Zijn Aangezicht.

Hoe verder?
Als we in het begin van deze bijdrage stelden, dat voorlopig nog wel niet de echte omvang van de schade van de afgelopen maanden te meten zal zijn, dan geldt dit zeker voor de psychische averij, die door de Golfoorlog is opgelopen. Nieuwe haarden van haat zijn ontstaan of verder gevoed. Het zou wel opnieuw een generatie kunnen duren voordat in dat opzicht de volkeren in het Midden-Oosten tot rust gekomen zijn, als ze al ooit tot rust zùllen komen. Daarvan zijn de voorbeelden in de geschiedenis voor het grijpen. De armeniërs, om maar één voorbeeld te noemen, dragen tot vandaag de wonden mee van wat hen in het verleden is aangedaan. Zo is het ook na elke oorlog. Mensen komen eruit te voorschijn vernederd of gekrenkt, met bitterheid vaak over aangedaan leed.

Daarom is er alle reden voor voortdurend gebed. Het gebed zal er zijn voor de nabestaanden van de slachtoffers op het slagveld en onder de burgerij, voor de ontheemden en daklozen, voor de vluchtelingen, die zonder enig bezit ronddolen, verstoken van huis en haard.
We bidden om vrede en veiligheid in de regio Midden Oosten. Voor die vrede zullen stabiele regimes nodig zijn, die het volk ten goede regeren (Romeinen 13).
Het gebed zal er zijn voor het arme, berooide, misleide volk van Irak, dat vernederd en desolaat achterblijft en nog slechts de wonden kan likken, die haar door hun 'Führer' zijn geslagen.
We zullen bidden, dat niet gevoelens van haat de overhand zullen krijgen en dat er leiders zullen mogen komen, die staatsmanswijsheid bezitten om de volkeren in het Midden-Oosten door de draaikolken van deze turbulente tijd te loodsen.
We zullen met name bidden voor de kerken in het Midden-Oosten om verlichting met de Heilige Geest om te verkondigen Hem, die onze Vrede is. Ook als een getuigenis naar de in duisternis levende wereld van de islam.


Intussen is na de beëindiging van de oorlog de vraag aan de orde hoe de vrede zal worden bevochten. Het gaat dan om de totále problematiek in het Midden-Oosten, zo wordt al maandenlang gezegd. Hèt probleem is dan — zo wordt vervolgens gesteld — het Palestijnse vraagstuk. Saddam Hoessein koppelde de bezetting van Koeweit aan de bezetting door Israël van de bezette gebieden. Tot heden hebben de Verenigde Staten en de bondgenoten — tot in de Verenigde Naties toe — elke koppeling van die zaken van de hand gewezen. Maar telkens weer werd toch allerwegen de koppeling aangebracht. En toen de wapens zwegen, was de palestijnse kwestie het eerste wat weer ter tafel kwam.
Yasser Arafat en met hem de PLO heeft geducht gezichtsverlies geleden. Maar de palestijnse zaak heeft opnieuw sterk in de belangstelling gestaan. De vraag is dan ook in deze: hoe verder? Allereerst — maar we hebben dit al herhaaldelijk gesteld — dient er historisch besef te zijn over de oorzaken en het gevolg van de palestijnse kwestie. In de tweede plaats kan er toch dunkt me geen enkele gezonde basis meer zijn voor het betrekken van Arafat in een vredesproces, nadat hij zo overduidelijk de maskers heeft afgeworpen.
Dat neemt echter niet weg, dat het ideaal van Martin Buber (hierboven genoemd) moet blijven: 'Het kind van Hagar zal spelen in de tent van Sara'. En dus niet: 'het kind van Sara zal spelen in de tent van Hagar'. We mogen bidden om staatsmanswijsheid in Israël en daarbuiten om een veilig bestaan van Israël te waarborgen, met daarbij een veilig bestaan, met eigen rechten, voor het palestijnse volk. Maar dat de zaak oneindig moeilijker is geworden door de massieve uitingen van de palestijnen pro-Irak van de laatste maanden en het gejuich, toen de raketten op Tel Aviv vielen, is zonneklaar.

Koninkrijk
Als Schriftgelovige mensen belijden en verwachten we de komst van het Koninkrijk Gods in volle heerlijkheid. Dit Koninkrijk is in principe doorgebroken in de komst van Christus, de Messias van Israël. De machten zijn sindsdien onttroond. Maar ze blijken nog speelruimte te hebben waardoor ze hun verwoestingen — zo leerde ons de laatste tijd op gruwelijke wijze — kunnen aanrichten.
Maar ook vandaag regeert Christus, totdat Hij het Koninkrijk bij Zijn wederkomst teruggeeft in de handen van de Vader. In die tussentijd zullen we bidden om de komst van het Rijk in heerlijkheid, om de wederkomst van Christus, en dan ook om de kennis aangaande Hem onder de volkeren en in Israël.

In het Midden-Oosten gaat het om meer dan politiek. Daar botsen ook wereldreligies op elkaar, met alle politieke consequenties vandien. Het gaat om de doorwerking van het Koninkrijk Gods. Daar is de christenheid juist nauw op betrokken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Na de val van Haman

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's