De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

13 minuten leestijd

Golf en Chiliasme
De aangrijpende gebeurtenissen van de afgelopen weken in het Midden-Oosten hebben opnieuw de tongen losgemaakt over het chiliasme, de toekomst van Israël, de terugkomst van de Heere Jezus. Het magazine 'Kerk' vraagt in het nummer van 1 februari 1991 aandacht met name voor de opvattingen die over de eindtijd gevonden worden in evangelische en pinksterkringen. Opmerkelijk was echter, volgens de berichtgeving in 'Kerk', dat de evangelischen erg voorzichtig zijn met wat genoemd wordt 'eindtijd-speculaties'. Het dal van Armageddon, dat in de omgeving van Haifa te vinden is, speelt een centrale rol in allerlei chiliastische eindtijdscenario's van evangelischen en pinksterkringen, aldus 'Kerk'. 'Hier zullen zich de volkeren der aarde verzamelen voor de finale slag tegen Israël waarna Christus zal weerkomen op de Olijfberg'.
Toch wijst een meerderheid van evangelische voormannen op dit moment een directe relatie tussen Armageddon en de Golfgebeurtenissen van de hand. Men is erg beducht voor dergelijke speculaties.
Hoe ziet het eindtijd-denken onder de evangelischen er ongeveer uit? Peter Bergwerff schrijft er in een artikel met als opschrift 'Armageddon voor de deur? Kreten!' o.a. het volgende over:

Het chiliastisch eindtijdscenario kent vele variaties, maar er zijn wel enkele gemeenschappelijke grondtrekken. Op grond van oud- en nieuwtestamentische profetieën verwachten de aanhangers dat vlak voor de wederkomst van Christus de volkeren der aarde tegen elkaar zullen optrekken, eerst elkaar zullen bevechten, maar daarna de rijen zullen sluiten om zich te keren tegen Israël. De finale slag zal geleverd worden in het ten zuidoosten van Haifa gelegen dal van Armageddon. Op dat moment zal Christus echter weerkomen op de Olijfberg om persoonlijk in te grijpen ten gunste van het oude bondsvolk. Vervolgens breekt de periode van het duizendjarig vrederijk aan, na afloop waarvan Satan nog korte tijd zal worden losgelaten en ten slotte het laatste oordeel plaatsvindt en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde worden gesticht.
Het ligt voor de hand dat het 'samentrekken der volkeren', waarvan nu sprake is in het Midden-Oosten, de betrokkenheid van Israël bij het conflict en de mogelijkheid dat (zeker) het Arabische deel van de anti-Irakcoalitie wel eens zou kunnen omslaan in een anti-Israëlcoalitie, in chiliastische kring gedachten oproept aan een naderend Armageddon. En van die kring van chiliasten vormen de darbisten slechts een klein onderdeel: verreweg de meeste pinkstergelovigen en leden van vrije evangelische groepen behoren ertoe (Ouweneel: 'Miljoenen evangelikalen in de Verenigde Staten hebben deze uitlegging ook').

Toch zijn er wel kringen onder de evangelischen die een direct verband zien tussen de Golf-gebeurtenissen en het Armageddon. Het laatste nummer van het orgaan van de evangelische organisatie Middernachtsroep wordt in 'Kerk' geciteerd. Dit nummer werd geschreven vlak voor het uitbreken van de oorlog in de Golf. De leider van de organisatie, dr. Wim Malgo, ziet en beschrijft de gebeurtenissen in de Golf als een soort generale repetitie voor de slag in het dal van Armageddon. Ik citeer nu uit genoemd blad waarin Malgo zijn visie geeft via een citaat uit 'Kerk':

'Wanneer ik zeg dat dit verzamelen van alle volkeren reeds begonnen is, dan bedoel ik daarmee de geweldige verzameling van honderdduizenden soldaten uit alle naties in het zand van de Arabische woestijn!', profeteert hij met uitroeptekens. 'De wereldoorlog tegen Jeruzalem hangt reeds in de lucht!' En met een beroep op politiek-analytische publikaties in internationale tijdschriften meent hij: 'Zo zien wij, dat alles tenslotte in een verandering richting Armageddon zal uitmonden. (...) Wat nu reeds een aanvang heeft genomen, is een 'voor-uitstorting' van duivelse geesten, die tenslotte een gigantische verzameling van alle koningen van de gehele aarde ten gevolge zal hebben.' De gemeente moet zich dan ook maar voorbereid houden, vindt de leider van Middernachtsroep.
Malgo's oproep vindt gehoor bij voorzitter H.N. van Amerom van de Broederschap van Pinkstergemeenten. 'Binnen onze kring leeft inderdaad de overtuiging dat met deze ontwikkeling het begin van het einde is ingezet. Wat we nu zien, wordt ervaren als een aanloop naar de eindstrijd. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat op zo grote schaal en zo wereldwijd een oorlog begonnen is tegen een land in het Midden-Oosten. Dat zie ik duidelijk als een vervulling van de profetieën dat de naties zich tegen Israël zullen keren en slag zullen leveren in de vallei van Armageddon. Deze oorlog is het begin van het einde.' Vijf voor twaalf op de klok? 'Misschien nog wel iets later.

In het vervolg van het artikel van Bergwerff blijkt overigens dat de meerderheid onder de evangelischen veel ingehoudener oordeelt over wat er in de Golf gebeurt. Dan valt te denken aan de opvatting in deze van Herman Goudzwaard van de Near East Ministry in Voorthuizen, aan die van de voorzitter van Het Zoeklicht, dhr. H.H. Blok en ook van de woordvoerder van de Vergadering der Gelovigen, evangelist J.Ph. Fijnvandraat.

Chiliasme en Calvinisme
Het opmerkelijke is overigens de grote verscheidenheid van visie op de manier waarop God Zijn profetieën zal vervullen. Bergwerff schrijft in 'Kerk': Er zijn zoveel verschillende scenario's: die van Het Zoeklicht verschilt van die van Hal Lindsey en die verschilt weer van die van de Vergadering der gelovigen enzovoorts en hij citeert met deze woorden de secretaris van de Evangelische Zendingsalliantie, dhr. Hans Keijzer. Moet niet juist die verscheidenheid in invulling ons doen vrezen dat we al te menselijk Gods woorden aan het duiden en invullen zijn? Kan dit wel, mag het wel zo?
In de 'Gereformeerde Kerbode voor het Noorden' van 22 februari 1991 staat in de rubriek 'Kerkelijk leven' een artikel te lezen van de hand van dr. H.R. van de Kamp, vrijgemaakt Gereformeerd predikant in Hoogkerk. Hij promoveerde vorig jaar op een proefschrift dat als titel droeg 'Israël in Openbaring'. Hij stelt in zijn artikel de vraag aan de orde: is er reden om als gereformeerden jaloers te zijn op de chiliasten? Hij heeft gemerkt dat sommige christenen in zijn omgeving weleens last hebben van een zekere jaloezie op de chiliasten. Ze kunnen immers met de bijbelse profetieën in de hand de vervulling ervan aanwijzen in het hedendaagse wereldgebeuren. Dat is toch mooi, dan kun je precies zien hoe laat het is op Gods klok? Ik denk dat er onder onze lezers ook wel zullen zijn die dit kunnen aanvoelen. Vooral jongeren blijken ook onder ons erg gevoelig voor de concreetheid en de directheid waarmee onder chiliasten wordt gesproken over de vervulling van de profetieën. Zelfs zodanig dat we er verschillenden van hen kwijtraken aan de vrije groepen, juist vanwege de manier waarop met de bijbelse profetieën wordt omgegaan. Moeten we daarom als gereformeerden niet iets van deze profetische houding van de chiliasten overnemen? Is gereformeerd zijn te combineren met bepaalde kenmerken van het chiliastisch denken, zo stelt dr. Van de Kamp. Zijn antwoord is duidelijk: een resoluut neen. Hier staan twee manieren van omgang met de bijbel tegenover elkaar die niet te combineren zijn.

Vervolgens moet gezegd worden dat de bezwaren tegen de chiliastische leer zo zwaarwegend zijn, dat we hier niet met argeloosheid kunnen volstaan. Chiliasten leren dat de huidige bedeling van de nieuwtestamentische gemeente een tussenfase is in Gods heilsplan. Straks wordt het grote doel bereikt, dat God Zijn bedoelingen met Israël definitief realiseert. Hiertegen moet als eerste bezwaar worden aangevoerd dat het begin van de heilsgeschiedenis niet in rekening wordt gebracht. God is met alle volken begonnen (Gen. 1-11). De tijd van bemoeienis met Israël alleen was een interim, een tijdelijke wegversmalling met het oog op het later toebrengen van de volken (Gen. 12 : 1-3). Niet de kerk is een interim, maar Israël is dat! God eindigt Zijn heilsgeschiedenis met het vergaderen van zijn kinderen uit alle volken tot een grote internationale gemeente. Dat is het doel waaraan in de vorige eeuwen gewerkt is (1 Kor. 10 : 11). We zijn niet in een interimfase, maar in de laatste dagen.

Dr. Van de Kamp zet dan een zestal bezwaren op een rij tegen de chiliastische manier van omgaan met de Schrift.

Eerste bezwaar: men doet geen recht aan de geschiedenis van Gods openbaring.
Tweede bezwaar: dit denken ondermijnt het kerkelijk besef. Als de huidige kerk slechts een interimdoel van God is, waarom je dan nog inspannen voor reformatie van die kerk of voor een goede ambtelijke organisatie? Chiliasme en kerkelijke onverschilligheid gaan vaak hand in hand.
Derde bezwaar: het is een onhoudbare vorm van bijbeluitleg om profetie te willen lezen als toekomstvoorspelling. Als men bijv. in de terugkeer van Sovjet-joden naar Palestina de vervulling ziet van bepaalde profetieën, hebben die dan in de eeuwen ervoor niets te zeggen gehad? God heeft Zijn woord geladen met een diepte die in elke eeuw haar kracht heeft. Profetie is geen journalistieke reportage, het is een samenvattende tekening van wat in komende eeuwen gebeuren gaat.
Vierde bezwaar: bepaalde vormen van chiliasfne stellen dat de echte regering van Christus op Zijn hemeltroon nog toekomst is. Hoe kan een christen die elk jaar hemelvaartsdag viert dit ooit toestemmen? We mogen vandaag weten dat Christus als Koning in de hemel regeert over de volken ter wille van Zijn gemeente.
Vijfde bezwaar: de prediking wordt eenzijdig. De gemeente wordt aangespoord de komende Christus te verwachten. Maar daarnaast moet net zo goed gepreekt worden dat het zaak is zolang Christus nog niet komt in het heden je plicht te doen.
Zesde bezwaar: veel chiliasten moeten niets hebben van belijdenisgeschriften. Ze doen daar minachtend over, omdat daarin niets gezegd wordt over de grote verwachting van de gemeente, haar opneming in de hemelse gewesten voorafgaande aan de wederkomst om te oordelen.

Dr. Van de Kamp citeert Herrnan Bavinck, die in zijn Gereformeerde Dogmatiek heeft geschreven dat 'het chiliasme met het christendom zelf in conflict komt' (GD, dl. IV, blz. 643). Bavinck bedoelt daarmee: wie chiliastisch de Schriften leest, moet ertoe komen om aan de historische persoon van Christus, aan Zijn lijden en sterven, een tijdelijke voorbijgaande waarde toe te kennen en de eigenlijke zaligheid pas te verwachten van Christus' tweede komst, van Zijn verschijning in heerlijkheid. Bavinck oordeelt dat het chiliasme het geestelijke ondergeschikt maakt aan het stoffelijke. Hij ziet het op één lijn staan met het Judaïsme. Daarom, aldus dr. Van de Kamp, zijn chiliasme en calvinisme niet in één jasje te stoppen. En we hoeven ook niet jaloers te zijn.

Toekomstverwachting
Blijft intussen wel de vraag: hoe komt het dat de toekomstverwachting van veel kerkelijke mensen zo vaag is en onzeker? In het 'Hervormd Weekblad' van 24 januari 1991 gaat dr. C. Vermeulen onder de titel 'Vage hoop — schrale troost' in op de zo zwakke toekomstverwachting onder kerkmensen. Hij vertelt met zijn belijdeniscatechisanten te hebben gesproken over de gebeurtenissen rond de Perzische Golf Hij had daarbij gesteld dat wat in Zacharia 14 staat, best weleens spoedig in vervulling zou kunnen gaan: strijd rond Jeruzalem, bevrijding van Godswege en een daarop volgend koningschap van God over alle volkeren. De reactie van de catechisanten was erg verdrietig, vindt dr. Vermeulen. Reacties van angst, van afweer. Liever nu nog niet. De catechisanten weerspiegelen het gevoelen van de gemeente. Er leeft een heimelijke afkeer van 'de laatste dingen'. Dat komt, acht dr. Vermeulen, vooral door de prediking. 'De onzekerheid van de predikanten is de oorzaak van de vage hoop van de gemeente en de vaagheid van de hoop verhindert de gemeente om de volle rijkdom van de toekomstverwachting te ervaren. Het is niet meer dan een schrale troost. Dr. Vermeulen schrijft verder:

Toen een arts uit Jeruzalem telefonisch aan vrienden in Nederland vertelde dat zijn zoon op 15 januari ging trouwen, was de reactie: 'Vinden jullie dat geen nare datum? Er kan toch van alles gebeuren als het ultimatum van de Veiligheidsraad afloopt?' De stem uit Jeruzalem antwoordde: 'Wij vieren het feest van de eindtijd en daar past een bruiloft heel goed bij!'

Dr. Vermeulen pleit in zijn artikel voor een gematigde vorm van chiliastisch denken zoals dat te vinden is bij Coccejus en W. à Brakel, bij Da Costa en Gunning, bij Spurgeon en M'Cheyne. Hij bedoelt daarmee te pleiten voor een openhouden van de mogelijkheid van een Christusregering binnen de aardse geschiedenis. Hij schrijft o.a. het volgende:

Ik blijf mij verwonderen over het feit dat de 'eerste dingen' zo veel aandacht hebben gekregen in de gereformeerde theologie en in de gereformeerde theologie en de 'laatste dingen' zo weinig. Over de raadsbesluiten Gods die aan onze aardse werkelijkheid vooraf zijn gegaan, heeft men veel nagedacht en met (te) grote zekerheid heeft men geschreven en gepredikt over het besluit van verkiezing en verwerping, over de beweegredenen van God om hemel en aarde te scheppen en niet te vergeten over de vrederaad waarin tot de redding van de gevallen mens door Jezus Christus besloten werd. Hoe komt het toch dat deze theologen zo weinig hebben te zeggen als het over de toekomst gaat? Waarom hebben ze daar hun denkkracht niet aan besteed? Het is toch niet toevallig dat Calvijn een commentaar op alle Bijbelboeken heeft geschreven behalve op de Openbaring van Johannes? Luther en Calvijn hadden geen recht zicht op Israël en daarom laat de belijdenis ons op dit punt ook in het onzekere. Het Hoofd der kerk heeft de reformatoren gedrongen om het hart van de zaak te verdedigen tegenover een dwalende roomse kerk: de rechtvaardiging door het geloof. De laatste dingen moesten daardoor blijkbaar wachten. Geschokt door de holocaust en genoodzaakt door de terugkeer van de joden naar hun land en het herstel van de staat Israël heeft de kerk in onze jaren haar mening over Gods oude volk herzien. Allerwegen wordt nu erkend dat Gods plan met Israël doorgaat. Zo durven vele theologen Paulus' uiteenzetting over de toekomst van synagoge en christelijke gemeente als één volk van God in Romeinen 9-11 weer letterlijk te nemen. Wordt het nu ook niet de hoogste tijd om de profetieën van het Vrederijk te nemen zoals zij in oud en nieuw testament staan vermeld? Dan hebben we heerlijke dingen tegoed en kan onze toekomstverwachting duidelijker en blijer worden. De binding van satan waardoor een andere geest over de volken kan komen, een geest van vrede en gerechtigheid, daar kan ieder mens toch naar verlangen? Dan volgt naar Openbaring 20 de eerste opstanding die alleen aan hen die in Christus gestorven zijn te beurt valt. Deze heiligen zullen met Christus regeren en in de hele werelkd leiding geven aan een theocratische samenleving. Jeruzalem zal het hart van de wereld en een centrum van schriftonderwijs zijn. De profetieën over de heerlijkheid van Jeruzalem en het opgaan der volken naar Sion (Jesaja 2 : 1-5; 25 : 6-8; 60; 62; 66 enz.) gaan dan in Christus' vrederijk in vervulling. Allemaal vreugdevolle zaken.

Dat de leer van het duizendjarig vrederijk nooit tot kerkelijke leer is aanvaard, heeft toch niet alleen met de historische loop der dingen te maken? Zit daar niet o.a. achter een beduchtheid om ook in de voortgang van het werk Gods Hem niet voor de voeten te lopen met onze invullingen van de profetieën? Moeten de verschillen in eindtijdscenario's onder de huidige evangelischen niet als een rood licht fungeren in dezen? Wij mensen hebben maar zo'n beperkt zicht immers? Intussen blijft wel de vraag: leven wij door het geloof in de blijde verwachting dat Jezus komt in heerlijkheid? Is die blijdschap ook te merken in de prediking en in onze gesprekken o.a. met onze kinderen en jongeren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's