De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Actualiteit van het gereformeerd belijden (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Actualiteit van het gereformeerd belijden (2)

8 minuten leestijd

3. Inhoud van het gereformeerde belijden
Het is een vreemde voorkeur in onze kerken om snel van die attitude af te stappen, snel de religie van het belijden (Severijn en in onze dagen J. van der Graaf) te laten voor wat zij is en te vragen naar de inhoud van het belijden. Dat is een afkeurenswaardig tempo, dat het kerkelijk leven zeer schaadt. Eigenlijk is zo'n titel als inhoud van het gereformeerde belijden onbestaanbaar. Even onbestaanbaar als het analyseren van een baby, het afsnijden van armen en oren en andere ledematen om dan tenslotte als het kind reeds lang gestorven is, te konstateren op grond van de hoeveelheid ledematen die op de snijtafel liggen, dat het kind toch wel levensvatbaar was. Zo gaan ook veel mensen met het belijden om. Zij zetten er het determineermes in en snijden maar. Wanneer alles ontleed en geanalyseerd is, wordt uitgemaakt of het wel om een gereformeerd belijden gaat. Dat is de omgekeerde weg en het is in Gods oog ook de omgekeerde wereld. Het gereformeerde belijden begint bij de levende Stem en bij de levendmakende Geest en vindt woorden voor het onzegbare (De Bruin over de mystiek) om in de bevinding, in de religie en in de houding van het belijden te weten dat dit de waarheid is. Een anatomisch mes past niet bij een geboorte. Zo past een analyseermes niet bij de wedergeboorte.
Onder dit voorbehoud, dat een uitdrukkelijke beperking betekent, wil ik trachten iets te zeggen over wat het gereformeerd-katholieke belijden inhoudt. Daarbij houd ik in het oog de titel van mijn inleiding: Actualiteit van het gereformeerd belijden. Groen van Prinsterer heeft het uit­gedrukt als de roeping om te belijden daar waar het de tijd voegt. Betekent dit toch niet, dat er telkens andere dingen aan de orde zijn, omdat — zoals Berkhof het in de vijftiger jaren reeds zei — de mens er voor Gods aangezicht telkens weer anders aan toe is? Voor Groen had het die inhoud niet. Groen die de eis van de tijd als een roeping aan Christus' gemeente om juist op dit punt te belijden, verstond, had zelf een ontwikkeling doorgemaakt waarin hij naar zijn eigen zeggen een ontwikkeling doorgemaakt waarin hij naar zijn eigen zeggen de hoofdwaarheden van de Hervormde-gereformeerde religie zich langzamerhand had mogen eigen maken tot en met de predestinatie toe. Het belijden verschuift niet inhoudelijk, al staat de weg van een gravamen tegen elk belijdenisgeschrift op grond van Gods Woord in de kerk altijd open. Het revisabel ende reformabel dat Dordrecht 1618-19 t.a.v. de belijdenisgeschriften opnam, betrof ook niet de eventuele kentering van de inhoud, doch een eventuele betere vorm dan de bestaande.

Uitbreiding?
Hier raken we aan een teer punt in de kwestie van het belijden. Mag het belijden niet worden uitgebreid? Keren we nog even terug naar de twee hoofdlijnen: de Drieëenheid en de tweenaturenleer. Kan het belijden op deze twee punten wezenlijk en inhoudelijk worden uitgebreid? Ik denk het niet. Al wat we in die richting doen en doen kunnen, is niet veel meer dan een poging om theologisch anders of beter of dieper te verstaan. Sinds we Bijbelteksten niet langer als loci probantes (bewijsplaatsen) bij de dogmatiek opvatten, kan er reden zijn om iets nieuws te zeggen, zonder dat dit de hoofdlijn verandert. Maar hoe zit het dan met de actualiteit van het belijden? Kan die actualiteit plotseling niet iets geheel nieuws eisen van de belijdende gemeente? Fundamenten en perspectieven van belijden zijn er gekomen, omdat na de Tweede Wereldoorlog heel wat theologen meenden, dat paragrafen over Israël, over de eschatologie en over het moderne levensgevoel en de gang der geschiedenis niet langer konden uitblijven in de bestaande belijdenisformules. Toch is de status confessionis van de kerk op deze drie punten nooit helder geworden. Zelfs de Barmer Thesen van 1934 hebben het slechts gedeeltelijk tot officieel belijdenisgeschrift gebracht. In de Hannoverse Landeskirche zijn ze door de gereformeerden in Nedersaksen bijvoorbeeld wel alszodanig erkend. Bij hen vindt men de Barmer Thesen dan ook achter in het kerkboek. Maar de lutheranen zijn niet tot die erkenning gekomen. Niemand twijfelt eraan, hoe noodzakelijk het was dat de broeders van Barmen spraken in een tijd toen teveel christenen en voorgangers in Nazi-Duitsland zwegen. Maar het is alsof er plotseling een rem op komt te staan, wanneer de gemeente moet zeggen of dit spreken, dit getuigenis voor overheid en volk (onze Kerkorde) ook tot de status confessionis behoorde. Dat heeft een diepe reden. De actualiteit is eigenlijk een zelfstandig naamwoord, dat niet behoort bij dat andere zelfstandig naamwoord 'belijden', voorzien van de nadere bepaling 'gereformeerd-katholiek'. Het is van een andere orde. Men moet ze niet onmiddellijk en direkt met elkaar verbinden, doch indirekt. Het is alsof u uw Veluwse grootmoeder met Hierdense kap van de foto losmaakt en op een fotoconstructie van jeans voorziet, omdat zij dingen heeft gezegd en gedaan, die ook nu van betekenis zijn. Dat lukt u niet. De actualiteit van het gereformeerd belijden loopt niet via eigentijdse constructies, maar via de Bijbel en het verstaan van die levende Stem. Pas daarna mag overwogen worden, of en in hoeverre wij een nieuwe vorm zullen vinden voor dat belijden. Dan weten we a) dat we dat nooit kunnen doen op grond van een andere situatie, b) dat we ons in zo'n eventuele nieuwe vorm verantwoorden voor een wolk van getuigen in hemel en op aarde van alle eeuwen. Historisch is dit gebeurd in de tijden van de Reformatie. Pogingen nadien zijn in de symboliek in elk geval nooit van het niveau geweest, dat de Reformatie heeft behaald. Zoals Middeleeuwse pogingen tot nieuwe symboolvorming nooit het niveau hebben gehaald dat de vroege kerk wel heeft gekend.

Actualiteit
Gegeven het feit dat actualiteit dus niet geplakt kan worden aan belijden, verstaan wij vanmorgen de actualiteit van het gereformeerd belijden als een al dan niet aanwezig gevolg van het belijden met de twee hoofdlijnen. M.i. is die actualiteit aanwezig. Wanneer ik iets mag noemen: het verstaan van de schepping als principe van alle bezigzijn en als model voor elk omgaan met de werkelijkheid waar wij deel van uitmaken. Een model, dat op grond van de sleutelwoorden 'scheppen' en 'maken' in Gen. 1 en 2 het model van de ontwikkeling, uitsluit. Het verstaan van de voorzienigheid als ontdaan van vragen die wij al te haastig stellen vooral over de oorsprong van het kwaad en als de schakel tussen Gods scheppend handelen en het doel van Gods heilsplan in Christus. De herijking van de leer van verzoening en verlossing aan het bloed van Jezus Christus. Wat bedoelen we met dat bloed? Wat bedoelen we als we zeggen: Er is verzoening door voldoening? De integratie van het werk van de Heidelbergse Catechismus in wat van de kerk beleden wordt. Cyprianus' woord dat niemand God tot Vader kan hebben die niet de kerk als moeder heeft, krijgt nieuwe glans, wanneer wij de katholieke kerk als gemeenschap der heiligen beleven onder de beademing van Gods Geest. De Heilige Geest zegt daarover vooral bij de sacramenten behartenswaardige dingen. De relatie tussen kerk en staat wordt in het gereformeerde belijden ontdaan van eenzijdige apokalyptische contouren. Reeds onder Nero heeft Paulus de overheid Gods dienaresse genoemd. Wie de konsekwenties daarvan inziet, begrijpt dat een zo beleden relatie tussen kerk en staat helpt om het leven leefbaar te maken en de christenen helpt om een stil en gerust leven te leiden in alle Godzaligheid en eerbaarheid. Bovendien biedt het gereformeerd belijden aangaande de overheid een mogelijkheid voor mensen om deel te nemen aan het politieke leven, een zaak die altijd moeilijk en gevoelig heeft gelegen in het vroege christendom en ook vele eeuwen daarna.
Belangrijker dan deze opsomming is dat in al deze dingen de actualiteit volgt op het verstaan van het belijden zelf, zo u wilt: op het verstaan van het belijden in het licht van de Bijbel. En hiermee kom ik tot een soort conclusie.

Conclusie
Wij zijn als gemeenteleden en voorop als ambtsdragers toe aan de simpele vraag, of wij ons eigen belijden nog wel kennen. Is het doorzichtig tot op de twee hoofdlijnen die ik getracht heb aan te geven? Konfessionskunde mag vergeleken met symboliek een moeilijk vak zijn, het heeft één voordeel. Het biedt ruimte om jezelf onder kritiek te stellen: wat belijd ik eigenlijk, hoe belijd ik, belijd ik eigenlijk nog wel? De actualiteit van de zaak helpt ons om eerlijk te worden en tot die vragen te komen. Inzoverre gaat de actualiteit voorop in de weg van het belijden, zo ongeveer als het hondje van prins Willem van Oranje zijn meester vooropging. Maar overigens volgt ze de resultaten van een intern en geestelijk onderzoek. Een onderzoek dat alleen maar in de gemeenschap van de gemeente kan plaatsvinden. Tegelijk zo, dat de gemeente weet dat ze spreekt over de vragen van dood en leven, wat haar aangaat en wat deze hele wereld en haar geschiedenis aangaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Actualiteit van het gereformeerd belijden (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's