Tucht in Kerk en Gemeente (2)
Een verwaarloosde zaak?
Uit het vorige artikel zal nog wel bekend zijn, dat in een schrijven mij de vraag is voorgelegd òf de tucht in onze kerk een verwaarloosde zaak is. Nog altijd ben ik bezig een aantal omtrekkende bewegingen te maken die mij uiteindelijk doen uitkomen bij het antwoord. Men bedenke daarbij dat deze omtrekkende bewegingen in het kader van ons onderwerp wel van belang zijn. Zij worden dus niet gemaakt om de reeks artikelen langer te maken, maar wel om tot de zaak zelf te komen en hopelijk wat meer liefde bij te brengen tot de kerk waarin wij geboren en gedoopt zijn en die geroepen wordt om tucht uit te oefenen.
De zichtbare kerk
Wanneer ik spreek over het handhaven en uitoefenen van de tucht, dan heb ik het over de kerk. 't Zal waar zijn, dat er op vele terreinen des levens tucht moet zijn, maar in 't bijzonder toch wel in de kerk. Tucht heeft namelijk alles te maken met de zuiverheid van de kerk.
Nu wordt er over de kerk heel verschillend gedacht. De meningen daarover lopen soms zeer ver uiteen. Ook wordt het ons bepaald niet in dank afgenomen, wanneer wij zeggen dat wij graag de kerk willen dienen in de breedte, omdat wij haar van heler harte liefhebben. Men haalt dan wel de schouders daarover op. Wat is de oorzaak daarvan? Wel, men weet niet altijd dat de kerk een instelling van God is. Niet mensen hebben de kerk uitgedacht, maar de Heere. God heeft gewild dat er een kerk is. En dat er in die kerk ambtsdragers zijn. Om aan te tonen dat de Heere de kerk met ambtsdragers daarin wil, behoef ik alleen maar Efeze 4 te noemen, hoewel ik gemakkelijk vanuit de Schrift nog andere gedeelten zou kunnen aanhalen. Maar bij dit ene voorbeeld wil ik het laten.
Zoals bekend is zijn er vele verenigingen en bonden. Er is de vereniging tot verspreiding van de Heilige Schrift; er zijn Evangelisatieverenigingen met de meest schoonklinkende namen; er is de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Zendingsbond. Allemaal verenigingen en bonden die in de kerk en daarbuiten hun waarde bewijzen. Zij zijn niet 'zomaar' opgericht, neen, de stichters daarvan hebben een bepaald doel op het oog gehad. En dat doel wordt ook in het heden nog in het oog gehouden en nagejaagd.
Toch is er een heel groot verschil tussen de kerk en de verenigingen en bonden. En wanneer ik het breder zie en wat verder uitstrek, stel ik: er is niet alleen een groot verschil tussen de kerk en de verenigingen en de bonden, maar ook een uitermate groot verschil tussen de kerk en allerlei evangelische groeperingen. Wat het verschil dan is? De kerk is door God gesticht en aan de bakermat van al het andere door mij genoemd hebben mensen gestaan. Ik zeg niet dat mensen er hebben gestaan met verkeerde bedoelingen. In geen geval. Aan hun integriteit twijfel ik geen moment, hoewel ik maar al te goed weet, dat doorgaans bij onze beste bedoeling nog veel vlees en wereld bijkomt. Desondanks twijfel ik geen moment aan de integriteit van de stichters en ben ik zelfs blij, dat er bepaalde bonden en verenigingen zijn. Wel blijf ik vasthouden aan het eerder door mij gestelde: de kerk heeft God gesticht en alles wat er verder is — hoe goed en hoe Schriftuurlijk ook — is door mensen opgericht.
Dat verschil moet door ons niet uit het oog worden verloren. De uitwendige kerk met haar ambten is een gegeven van de Heere. Hoe ziek die kerk mag zijn, hoe gebrekkig de tucht daarin mag zijn of soms wellicht zelfs niet eens toegepast, toch is de kerk een ordinantie Gods. W.L. Tukker heeft de opmerking gemaakt, dat de kerk behoort bij de Heilige Geest. De kerk is een werk van Heilige Geest. Hij maakte deze opmerking bij de aanvaarding van de vrouw in het ambt. Die aanvaarding smartte hem. Niet zozeer omdat de kerk daarmee oneer werd aangedaan alswel de Heilige Geest.
Hoe het ook zij: ik ben het met W.L. Tukker eens als hij stelt dat de kerk bij de Heilige Geest behoort en een werk van de Heilige Geest is. (Hand. 2).
Waarschuwing
De papieren van de kerk staan in onze tijd niet bijster hoog genoteerd. Met name onder de jongeren, maar toch ook in bepaalde mate onder ouderen tref ik wat de kerk betreft een soort grensvervaging aan. Ik heb het nu niet over het feit, dat er mensen zijn die de ene zondag in die gemeente kerken en de zondag daarop in een andere. Het klinkt zonder dat ik het bedoel wat scherp, maar zulke hoorders zijn meer op gebak uit dan op voedzaam tarwebrood. Zij bederven hun geestelijke maag en hebben weinig kerkelijk besef inzake hun eigen gemeente. Laten wij hen niet volgen! Schapen moeten zich niet teveel verplaatsen, want anders worden het magere scharminkels. Dat geldt zeker voor die schapen die zich de ene zondag hier en de andere zondag daar laten voeden. Bovendien is het milieu in letterlijke zin ermee gediend, wanneer men in eigen gemeente blijft.
Maar ik heb nog een heel andere groep op het oog waarbij ik inzake de kerk een grensvervaging opmerk. Ik noemde de jongeren en in bepaalde mate de ouderen. Ik hoor ze nog wel eens zeggen: 'och, die uitwendige kerk is helemaal niet belangrijk; of je nu in de kerk zit òf dat je een evangelische samenkomst bezoekt òf dat je thuis oude schrijvers zit te lezen, 't is allemaal hetzelfde. Belangrijk is het eigenlijk niet.' Maar zo vraag ik dan verder: wat is dan wel belangrijk? Het antwoord dat op deze vraag wordt gegeven frappeert mij telkens weer. Het luidt als volgt: 'die zichtbare kerk is helemaal niet van belang, maar dit is belangrijk dat ik een lidmaat ben van de ene onzichtbare kerk. Want dat beweren dat het er alleen op aankomt dat zij lid zijn van de onzichtbare kerk. Hun behoud, hun zaligheid, daarom gaat het en daarmee zijn ze bezig.
Nu denk ik niet, dat er iets is aan te merken, wanneer men zegt dat de eeuwige zaligheid iets is waarmee men dag en nacht bezig moet zijn. Werd dat maar meer gezegd en in de praktijk beoefend. Want met zeggen alleen zijn wij er niet. Niettemin wil ik hierbij toch wel een paar kanttkekeningen maken en daarmee aantonen, dat dit niet het een en al is.
Kijk, de zaligheid van ons mensen is erg belangrijk. Maar houdt die zaligheid in, dat wij in het middelpunt staan en dat ons behoud het een en al is òf zijn er andere noties die van veel meer belang zijn? Wat dit laatste aangaat denk ik van wel. Met name een man als Calvijn heeft daarop gewezen en ons daarmee terugverwezen naar de Schriften. Uiteindelijk gaat het om de gloria dei d.i. de eer van God. De zaligheid zal ten diepste dit inhouden, dat God, Zijn eer. Zijn Naam, Zijn deugden centraal zullen staan. Een ieder en alles zal doortrokken zijn van Zijn lof. De hoogste lof zal bezongen worden op de drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. De drieënige God en hun werken zullen grootgemaakte worden. Om dàt àlles zal het in de zaligheid gaan. En om nu een misverstand te voorkomen, schrijf ik er voor alle duidelijkheid bij: dit alles sluit het behoud van ons mensen niet uit, maar in. Volledig in! Dat deed G. Boer in de prediking zeggen: 'Zoek maar behouden te worden. God zal je wel leren dat het om Zijn eer en lof gaat'. Ik sluit mij hierbij volledig aan: het één sluit het andere niet uit, doch in. Maar om dit alles aan de weet te komen hebben wij wel de kerk nodig. Was het niet Cyprianus die zei: zonder de kerk geen zaligheid? Wat blijkt hieruit, dat de kerk maar niet een te verwaarlozen factor is in de weg tot het heil en in de weg des heils. Grensvervaging in die zin, dat voor de heilsbemiddeling de kerk niet nodig is, is een verkeerde gedachte. Zelfs een zondige gedachte.
Dit alles brengt mij echter op nog iets anders. Ik lees in de Schrift heel duidelijk dat God wil dat het Evangelie wordt verkondigd. De Heere wil dat van heler harte. Hij wil dat dit ruim en royaal gebeurt. Zijn Zoon heeft daarvan getuigd tijdens Zijn omwandeling op aarde. Hoort, hoe de Heere Jezus zegt, dat Hij niet in de wereld is gekomen om der mensenzielen te verderven, doch om die te behouden. Met het oog op de ere Gods en het behoud van jongeren en ouderen geeft Hij bij Zijn hemelvaart de opdracht aan de discipelen om het Evangelie te prediken aan alle creaturen. Dat is dus de taak van de zichtbare kerk.
Wie durft er eigenlijk nog te zeggen, dat de kerk niet van belang is? Wij moeten wel goed weten wat wij zeggen als wij menen dat de kerk niet zo belangrijk is of als wij haar laag neerzetten en op haar neerkijken. Ik ben er diep van overtuigd, dat wij de kerk en daarmee de Heilige Geest oneer, grote oneer aandoen, wanneer wij met haar omgaan zoals wij dit doen met een vereniging of een bond. De kerk is een instelling Gods aan wie de Heere veel heeft gegeven. Men kan aan haar maar niet klakkeloos voorbijgaan als had men aan haar geen boodschap. En gesteld dat men aan de kerk geen boodschap heeft, zo heeft de kerk wel een boodschap voor de mens. Een hemelse boodschap. Jazeker, de kerk is als Samuël een hemeltolk voor het volk. daarom is de zichtbare kerk zeer belangrijk.
Uitvoering
In het bovenstaande wees ik erop dat de kerk de opdracht heeft om het evangelie te verkondigen. Nu doet zich de vraag voor: hoe voert zij die opdracht uit? Wellicht kunnen wij het beste nog op deze vraag ingaan, wanneer wij hierbij zondag 31 vraag en antwoord 83 van de Heidelberger betrekken. Daar staat geschreven: Wat zijn de sleutelen des hemelrijks? Het antwoord luidt: 'De verkondiging des Heiligen Evangelies en de Christelijke ban of uitsluiting uit de christelijke gemeente, door welke twee stukken het hemelrijk de gelovigen opengedaan, en de ongelovigen toegesloten wordt.'
Hieruit wordt ons duidelijk dat de zichtbare kerk meer doet dan prediken d.i. met volmacht het Evangelie uitdragen. De kerk móet namelijk ook herder zijn. Dat wil onder andere zeggen, dat zij toezicht houdt op het leven van alle leden nl. geboorteleden, doopleden en lidmaten. Men wil er wel op letten, dat ik er voor pleit, dat door de kerk ook toezicht gehouden wordt op de geboorteleden.
Reeds enige maanden geleden pleitte ik in een andere artikelenreeks ervoor, dat zij door ons niet uit het oog worden verloren. Dit keer wil ik het tóen geschrevene alleen maar onderstrepen. Ik blijf erbij — al werd dat mij in bepaalde publicaties niet in dank afgenomen — dat wij uitermate voorzichtig moeten zijn met de grenzen van Gods Verbond te bepalen. Ik schrijf nog eens: de grenzen van Gods Verbond kunnen wijder zijn dan wij denken. Om die reden moeten de geboorteleden niet uitgeschreven en helemaal niet afgeschreven worden. Dat wil intussen niet zeggen, dat zij buiten het toezicht van de kerk vallen. Juist doordat ik ze in het rijtje heb opgenomen op wie de kerk toezicht moet houden, blijkt dat zij in de handhaving en beoefening van de tucht helemaal meedoen.
De kerk is herder en houdt toezicht op alle schapen. Van Calvijn is het overbekende gezegde dat de kerk een moeder móet zijn. En naar ik meen heeft de al eerder genoemd Cyprianus ons voorgehouden, dat hij God tot zijn Vader en de kerk tot zijn moeder bezat.
Wat is dat mooi: de kerk een moeder, 't Is waar: er wordt heel wat gezegd als men stelt dat de kerk een moeder behoort te zijn. Toch zou ik niet weten, hoe men dat zou kunnen tegenspreken. Zoals een moeder echt moeder is voor al haar kinderen en zonder onderscheid des persoons te werk gaat, zo behoort ook de kerk dat voor al haar leden te zijn. Vanzelfsprekend kan iemand mij de vraag stellen: Hoe oefent de kerk dat ouderschap dan uit? Daarover graag een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's