De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Ds. W.M.M. Moonen te Heusden gaf onder zijn gemeentebericht in hiet regionale kerkblad 'De Zaaier' het volgende stukje door. 'Uit de oude doos':

'Uit één van de oude kanselbijbels kwam een groot pamflet tevoorschijn: de landdrost van Braband (d!) schrijft op zondag (!) 28 febr. 1808 (oude spelling) "dat de Koningin zich in de zesde maand harer Zwangerschap bevindt en dat Zijne Majesteit verlangt dat men in alle de kerken van het Rijk Gebeden ten Hemel voor Hare bewaring opzende, opdat hare Majesteit, onder 's Hemels Zegen, gelukkig tot het tijdstip harer bevalling moge geraken, en Zijne Majesteit daardoor de banden, welke Hoogstdenzelven met zijn Volk vereenigen, nog naauwer moge zien toegehaald" enz. enz. Wie waren die koning en koningin en wie was dat kind dat geboren zou worden? Van 1806 tot 1810 was Nederland onder de Franse invloed het "Koninkrijk Holland" met als koning de broer van Napoleon, nl. Lodewijk Napoleon. Zijn vrouw, Hortense, was in verwachting en kreeg inderdaad een prinsje, de latere keizer Napoleon III die in 1870 van de Franse troon werd afgezet. Blijkbaar hebben de Heusdense dominees gebeden voor deze – toch vreemde – koningin, en na de geboorte werd de oproep in de kanselbijbel opgevouwen, om daar in 1991 weer uit tevoorschijn te komen. Wij hopen dit mooie verhaal ingelijst in de consistorie te hangen.'


Bij uitgeverij Prisma te Utrecht verscheen een boek, getiteld 'Spreekwoorden en zegswijzen uit de Bijbel'. Hier volgen enkele voorbeelden:

• Abraham (Abram) gezien hebben, de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt. In een twistgesprek zei Jezus tegen de joden:
Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd (Joh. 8 : 56).
Gij zijt nog geen vijftig jaar en hebt Gij Abraham gezien? (Joh. 8 : 57).
De herkomst van de uitdrukking is dus duidelijk, al heeft ze in de volksmond een betekenis gekregen die ze in de oorspr. tekst niet had. Jezus bedoelde, dat Abraham verheugd was over zijn (Christus') dag, over het heerlijke tijdperk van de Messias. De joden vatten zijn woorden verkeerd op en deden alsof Hij had beweerd Abraham gezien te hebben.

• Wie het altaar bedient, moet van het altaar le­ven, een geestelijke dient een behoorlijk inkomen te genieten. Algemener: men moet redelijk kunnen bestaan van het ambt dat men bekleedt. De uitdrukking gaat terug op de eerste brief van Paulus aan de Korintiers, waarin sprake is van de rechten der apostelen, hoewel Paulus zelf van zijn recht niet het minste gebruik maakte.
Weet gij niet, dat zij, die in het heiligdom de dienst verrichten, van het heiligdom eten, en zij, die het altaar bedienen, hun deel ontvangen van het altaar? (1 Kor 9 : 13).
Opm.: eigenaardig is de omkering van het gezegde in het Duits: 'Wer vom Altare lebt, soil auch dem Altare dienen' (Zeeman).

• 't is een gladde vent, 't is een slimmerd, hij weet zich overal uit te redden. Misschien gevormd naar de volgende tekst, waarin sprake is van de goddelozen onder het Israëlitische volk:
...alzóó zijn hunne huizen vol bedrog: daarom zijn zij groot en rijk geworden, zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der boozen gaan zij te boven (Jer 5 : 27-28, SV).
in de NV: 'zij zijn vet en glanzend', in de katholieke vertalingen: 'ze glimmen van (het) vet'.
Vgl. ook Spr 5 : 3 en 26 : 28.

• Een echte Lappidot(h), een onbeduidende man die een zeer flinke vrouw heeft. Lappidot ('fakkels') was de echtgenoot van de profetes Debora; van hem wordt in het OT slechts één keer de naam genoemd. De profetes Debora, de vrouw van Lappidot, richtte destijds Israël; zij was gewoon zitting te houden onder de Deborapalm tussen Rama en Betel op het gebergte van Efraïm, en de Israëlieten kwamen bij haar voor een rechterlijke uitspraak (Ri. 4 : 4-5).

• Hij is niet op zijn mondje gevallen, hij durft wel van zich af te bijten, hij is niet om een weerwoord verlegen. Misschien in verband staande met het feit dat toen Aäron zijn priesterambt aanvaardde, de Israëlieten uit eerbied diep neerbogen en met hun aangezicht de grond raakten. Niet op zijn mondje gevallen zijn zou dan 'het tegendeel van bescheidenheid en ontzag' uitdrukken (Laurillard).
En er ging vuur uit van de HERE en dit verteerde op het altaar het brandoffer en de vetstukken; toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht (Lev. 9 : 24).
Vgl. ook o.m. Joz. 5 : 14, Klaagl. 3 : 29, Dan. 10 : 9, 10 : 15 en Mat. 26 : 39.

• Hij weet waar Abraham de mosterd haalt, hij is goed op de hoogte, hij is bij de pinken, je hoeft hem niet meer wegwijs te maken.
Sommigen denken hierbij aan aartsvader Abraham en zien het woord mosterd als een verbastering van mutsaard (takkenbos, hout voor de brandstapel) en wel in verband met het offer in Gen. 22. O.i. berust deze veronderstelling op te losse gronden. Als men Abraham ziet als een jongensnaam, betekent de uitdrukking eenvoudig: hij is kien genoeg, je kunt hem wel om een boodschap sturen.
Stoett denkt aan samenhang met het Duits: 'Er weiss, wo Barthel Most holt'. Mosterd zou dan een volksetymologische verbastering zijn van most, op zijn beurt waarschijnlijkt weer een verbastering van het Bargoense woord moos = geld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's